ROTTERDAM – In een opslag met chemische stoffen vlakbij de wijk Spangen is vanmorgen brand ontstaan. Doordat er noordoosten wind stond, werd de rook niet richting die wijk geblazen, maar naar de overkant van de rivier.

In Heijplaat, Pernis, Hoogvliet en Spijkenisse was het luchtalarm te horen en mochten mensen urenlang hun huis niet uit. Zeker zeventien mensen zijn overgebracht naar het ziekenhuis met ademhalingsmoeilijkheden.

De brand bij CMI aan de Keilehaven zag er vanmorgen bijzonder dreigend uit. Er kwam een roodbruine rook uit de loodsen van het bedrijf, veroorzaakt door hoge concentraties chloor en zoutzuur.

Het vuur is ontstaan rond kwart voor elf in loods 29 van CMI. Een medewerker had gezien dat een groot blauw vat was omgevallen op wat vaten met calciumhypochloriet. De stof reageerde met de omgeving, waardoor warmte vrijkwam. Daardoor nam de druk in andere vaten ook toe. Binnen enkele minuten volgde de eerste explosie.

Omdat bekend was dat bij CMI chemische stoffen lagen opgeslagen, heeft de brandweer extra mensen naar de Keilehaven gestuurd. Naast zeventig brandweermensen werden ook vier blusboten ingezet.

Schip

Korte tijd later slaat ook de rook over naar een andere loods. Toen kwam er al veel rook vrij. In de directe omgeving van de loods waren mensen aan het werk op een schip in de Lekhaven.

“Ik dacht dat ik mist zag, maar het was geen mist”, liet een van de opvarenden weten aan Radio Rijnmond. “Het was een brand met enorme rookontwikkeling.”

“Dus ik ben meteen naar beneden gerend en ik heb de chefkok gehaald. Die begon, net als ik, enorm te hoesten. Ik heb de werkbouwkundige moeten wakker maken. Ik ben naar de superieur boven gegaan, die had zijn raam nog open staan. Het hele schip was met rook verzengd. Het was buiten al helemaal niet meer mogelijk om normaal te ademen. Het is echt geluk geweest dat we nog veilig het schip konden verlaten.” 

(Van Baarlen,  Radio Rijnmond, 29-02-1996)

Vijf opvarenden van het schip zijn ook voor controle overgebracht naar het ziekenhuis.

Alarminstallatie

Door de noordoostenwind kwam de rook terecht in Heijplaat, Pernis en Hoogvliet. Op Heijplaat werd klonk een klein uur na het uitbreken van de brand het luchtalarm. Korte tijd later volgden Pernis en Spijkenisse. Weer iets later was het alarm ook te horen in Pernis.

“Men ondervindt daar echt hinder van met name zoutzuur”, liet brandweercommandant Timmer weten. “Dus nogmaals het dringende verzoek om ramen en deuren gesloten te houden en binnen te blijven.”

Burgemeester Peper had vervolgens al de leiding van de rampenstaf op zich genomen. Voor het eerst werd Radio Rijnmond ingezet als rampenzender.

Opgevangen

Heijplaat werd urenlang afgesloten van de buitenwereld. Mensen die de wijk in wilden, bijvoorbeeld omdat ze daar wonen, werden opgevangen in De Wielewaal in Charlois. “Er staat een enorme rij bij de telefoon, van mensen die aan het thuisfront willen laten weten dat ze nu hier zijn”, zegt verslaggeefster Anneloek Sollaert van Radio Rijnmond.

De meeste mensen zijn nog redelijk laconiek over de situatie. Ze maken er een gezellige middag van, want ‘je moet toch wat’.

Opslag

Inmiddels is het grootste gevaar achter de rug. Aan de Keilehaven komt alleen nog maar witte rook vrij van de loodsen van CMI. Maar de verwachting is dat het nablussen nog dagen kan gaan duren.

De vraag is inmiddels ontstaan hoe het mogelijk is dat er zo’n grote hoeveelheid chemische stoffen ligt opgeslagen vlakbij een dichtbevolkte buurt. “Ik ben zelf ook even gaan kijken”, zegt SP-kamerlid Remi Poppe. “Ik moet echt zeggen dat Rotterdam aan een ramp ontsnapt is. Als de wind had gestaan op de manier zoals hij normaal is, dan was de rook door Spangen gegaan. Dat was een ramp geweest.”

Volgens Poppe had niemand het idee wat er nu precies lag opgeslagen bij CMI. “Er mogen zowel suikerklontjes als zware chemicaliën worden opgeslagen daar. Maar niemand wist wat er opgeslagen stond, hoeveel en waar. En daar moet een einde aan komen.”

Burgemeester Peper laat weten dat de milieudienst Rijnmond (DCMR) een paar weken eerder nog op bezoek is geweest bij CMI. Het bedrijf kreeg nogal wat opmerkingen over de manier waarop stoffen stonden opgeslagen.

CMI heeft twee weken de tijd gehad om alles op orde te brengen. Na die twee weken vroeg CMI om extra tijd. Die zou het niet krijgen, wat neer zou komen op een sluiting.


Hoe ging het verder?

Uit onderzoek blijkt dat bij de brand ongeveer 90.000 kilo giftige stoffen als chloor, loodchromaat, zoutzuur en stikstofdioxide zijn vrijgekomen bij de brand.

De directeur van CMI wordt schuldig bevonden aan nalatigheid en het veroorzaken van de milieuramp. Hij krijgt een jaar celstraf en een boete van een kwart miljoen gulden.

Maar ook de gemeente Rotterdam krijgt ervan langs, omdat het toezicht op CMI niet op orde was. Meerdere verzekeraars spannen een rechtszaak aan. In 2004, acht jaar na de brand, stelt de rechter de verzekeraars in het gelijk.

Er volgt een hoger beroep in 2011, maar ook dan trekt de gemeente aan het kortste eind. Het bedrijf CMI is dan al 15 jaar failliet.

Bronnen:

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen – Roodbruine rook trekt over de Rijnmond