Skip navigation

Tag Archives: Alblasserwaard

ALBLASSERWAARD – De politie heeft dinsdag in Groot-Ammers Gerard de G. aangehouden voor betrokkenheid bij de geruchtmakende moord op de veevoerhandelaar Arie Blokland (46) uit Giessenburg.

Het slachtoffer was afgelopen vrijdag niet thuis gekomen van een rondje langs enkele klanten in de polder Liesveld. Een nacht zoeken op de plekken waar hij het laatst was geweest, leverde niets op. Een dag later heeft een bakker zijn lichaam gevonden langs de Lek bij Nieuw-Lekkerland. De veevoerhandelaar blijkt ernstig te zijn mishandeld. De verdachte, de 28-jarige neef van het slachtoffer, zou zijn laatste klant zijn geweest.

Arie’s vrouw Wil krijgt vrijdag al direct een slecht gevoel als haar man niet op de afgesproken tijd thuis komt. Hij had weliswaar eerder die dag vanuit Langerak gebeld dat hij iets was uitgelopen omdat hij onverwacht om vijf uur nog naar een boer moest, maar om half zes zou hij zeker weer terug zijn in Giessenburg. Dat had hij beloofd aan zijn administratief medewerkster, die hij vanwege het slechte weer zou thuisbrengen.

Arie en Wil Blokland

Wil belt direct alle klanten af waar haar man vaak langs ging, van de Biesbosch tot aan het noordoostelijk deel van de Alblasserwaard. Als ze van een collega-handelaar hoort dat Arie om vijf uur nog langs zijn neef Gerard de G. zou gaan, slaat de paniek toe. Ze herinnert zich dat Arie en Gerard eerder die dag ruzie hebben gehad. En ze weet dat Arie op zijn hoede was voor de boer aan het Achterland van Groot-Ammers. Gerard zou hem onlangs via een chauffeur van Arie’s bedrijf hebben bedreigd. Hij zou hebben gezegd dat hij Arie het liefst kapot zou rijden.

De ruzie tussen beide neven gaat over de aflossing van een schuld van iets meer dan 8800 gulden, zo vertelt de administratie medewerkster van Arie. Dat is volgens haar het bedrag waarvoor Gerard bij Arie in de loop van de tijd veevoer had gekocht zonder te betalen. Het kwam tot een betalingsregeling. Gerard meende vrijdagochtend dat hij het bedrag inmiddels op één termijn na had afbetaald. Maar Arie zou later die dag terugkomen en het bewijs laten zien dat er nog twee termijnen moesten worden voldaan. De rit naar de boerderij van zijn neef aan het nauwelijks verlichte Achterland zou Arie fataal worden.

* Locatie van Achterland 33, Kadaster Apeldoorn

Zoektocht

Wil trommelt vrijdagavond meteen haar zwager Niek Blokland en Arie’s vriend Cor de Jong op. Ze zoeken op en rond het erf van Gerard. Ook de 19-jarige zoon van Arie speurt mee. Gerard is op dat moment niet thuis en Arie’s auto staat niet bij de boerderij. Niek doet om elf uur ’s avonds aangifte van vermissing.

Agenten van de rijkspolitie gaan kijken aan het Achterland en praten met de vader van Gerard bij wie Gerard inwoont. Omdat niet alleen Arie, maar ook zijn auto spoorloos is, prikken de agenten nog met vlaggenstokken in het water van de wetering aan weerszijden van het Achterland. Gezien het slechte weer, bestaat de kans dat Arie het water is ingereden. Maar het levert allemaal niets op.

Om kwart voor één ’s nachts komt Gerard thuis. Hij zegt dat hij naar Utrecht was voor een date met een meisje. Maar toen ze niet kwam opdagen is hij naar een kroeg in Brandwijk gereden. En nu is hij onderweg naar de buren waar iemand jarig is. Hij heeft geen idee waar Arie kan zijn. Hij bevestigt dat Arie om vijf uur ’s middags bij hem is geweest om het laatste deel van zijn schuld te innen. Hij zegt dat hij alles heeft betaald, waarna ze als goede vrienden uit elkaar zouden zijn gegaan. De politie staat voor een raadsel en houdt het voor gezien, tot wanhoop van Wil Blokland, die volhoudt dat er iets verschrikkelijks moet zijn gebeurd.

Vondst lichaam

Een dag later komt het voorgevoel van Wil uit. Een kleine vijftien kilometer verderop in Nieuw-Lekkerland doet een bakker die aan de Lekdijk bij klanten langs gaat een lugubere vondst. In een met riet begroeid deel langs de rivier ligt een dode man. Het blijkt Arie Blokland te zijn. Sectie wijst uit dat hij twee keer in de hartstreek is gestoken. Ook heeft hij een steekwond in zijn nek. Verder is zijn strottenhoofd op twee plekken gebroken en heeft hij negen klappen op zijn hoofd gehad met schedel- en schedelbasisbreuken en hersenkneuzingen als gevolg. Arie is vrijwel direct bezweken aan de gevolgen van het geweld.

* Vondst van het lichaam aan de Lekdijk bij Nieuw-Lekkerland. Foto: Politierapport, rechercheur Kanters

Het slachtoffer moet een behoorlijk geldbedrag bij zich hebben gehad, aangezien Gerard hem zijn openstaande schuld zou hebben betaald. Ook een graanhandelaar waar Arie eerder die dag was betaalde hem een flinke som. Alles bij elkaar zou hij zo’n achtduizend gulden op zak moeten hebben gehad. Maar de portefeuille met het geld is nergens te vinden. Verder zijn Arie’s horloge, een notitieboekje en balpen weg. En zijn Volkswagen 1500 is nog altijd niet boven water. De politie dregt op zondag met politieboot RP20 op de Lek tussen Groot-Ammers en Nieuwlekkerland. Ook vindt er die dag een groot buurtonderzoek plaats langs de hele Lekdijk. Beide zoekacties blijven zonder resultaat.

Katendrecht

Inmiddels is de moord op de Giessenburgse veevoerhandelaar het gesprek van de dag en niet alleen in de Alblasserwaard. Alle landelijke media berichten erover. Zo kan het dat op maandag 13 december een leerling scheepsbouwer aan de bel trekt als hij op de Katendrechtsestraat in Rotterdam een Volkswagen 1500 schots en scheef geparkeerd ziet staan. Hij herkent de auto uit de krant. De raampjes aan de linkerkant staan open en de sleutels zitten nog in het contactslot.

Bewoners van de straat blijken al het hele weekend te hebben geklaagd over de achtergelaten auto. Maar de politie gaat pas kijken als er een verband is gelegd met de vermoedelijke roofmoord in Groot-Ammers. Agenten ontdekken al snel bloedsporen in de auto en waarschuwen hun collega’s uit de polder. Omwonenden vertellen dat ze op vrijdagavond iemand de auto hebben zien inparkeren die, toen hij uitstapte, “met wat kapsones” was weggelopen. “Een beetje dandy-achtig”, zegt een bewoonster, “alsof hij zeggen wilde: wie maakt mij wat?”

* Volkswagen Arie in Rotterdam-Katendrecht. Politierapport, rechercheur Kanters

Taxichauffeur

De zaak komt in een stroomversnelling als een Utrechtse taxichauffeur zich meldt. Ook hij las over de moord en moest onwillekeurig denken aan een verdachte klant die hij op vrijdagavond van Utrecht naar Ottoland moest rijden. De klant had de auto onverwacht eerder laten stoppen, al bij de afslag naar het dorp. Bij het afrekenen eiste hij dat de chauffeur de binnenverlichting van de auto uitliet. En toen er een fietser passeerde, dook de klant weg. De afslag naar Ottoland is nog geen twee kilometer bij Groot-Ammers vandaan.

De politie haalt Gerard de G. op. Eerst laten agenten de taxichauffeur een foto van de boer zien. Als hij hem herkent als de klant die hij vrijdagavond naar de Alblasserwaard moest rijden, volgt een confrontatie. Opnieuw weet hij zeker dat Gerard de man is die zich zo opvallend gedroeg in zijn taxi. “Dit is hem pertinent.” Daarop wordt De G. gearresteerd op verdenking van doodslag onder verzwarende omstandigheden, c.q. moord. De boer zou daarop alleen hebben verklaard: “Ik heb het niet gedaan.”

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Jaloers?

De gewelddadige dood van Arie Blokland had de tongen al los gemaakt in de Alblasserwaard. Maar de arrestatie van zijn neef is helemaal het gesprek van de dag. Toch lijkt zijn mogelijke betrokkenheid maar weinigen te verbazen. Gerard staat algemeen bekend als een harde man, een opschepper en een wanbetaler wiens boerenbedrijf op omvallen zou staan.

Hij zou de lagere school niet hebben afgemaakt en bij de marine zijn gegaan waar hij in verschillende gevechtstechnieken is getraind. Ook zeggen mensen dat hij regelmatig in de rosse buurt van Rotterdam te vinden zou zijn, ondanks het feit dat hij een verloofde had die trouwplannen maakte.

Het contrast met Arie Blokland kan niet groter zijn, zeggen de stamgasten van kroegen in de Alblasserwaard waar de veevoerhandelaar een graag geziene gast was. “Arie was een hardwerkende en joviale man. Zijn opgeruimdheid en zonnige humeur werkten aanstekelijk”, weten ze te vertellen. “Hij stond ook klaar om te helpen als iemand in moeilijkheden verkeerde.”

Arie stond bekend als een man met ‘de grote zwaai’, dat wil zeggen als een gul iemand. Het geld dat hem nu noodlottig is geworden, ‘zat los in zijn zak.’ Velen herinneren zich nog hoe Arie ooit als jongetje van elf jaar oud twee van zijn broertjes redde toen een brand hun boerderij in Giessendam in de as legde. Hij kreeg er in 1931 onder meer een spaarbankboekje met honderd gulden voor als beloning van het Carnegie-heldenfonds. Is Gerard jaloers geweest op zijn succesvolle neef?

Maar voor sommigen is het wijzen naar Gerard de G. te gemakkelijk. Zo zegt een van de kroegbezoekers: “De boeren hier moeten maar eens leren om via de bank of de giro te gaan werken. Het is onverantwoord je leveranciers met zoveel geld op pad te sturen. Dat vraagt om moeilijkheden!” Het zou volgens hem veel beter zijn als boeren de bankbiljetten eindelijk eens zouden vervangen door chequeboekjes. Dat is niet alleen veiliger voor de handelaren, maar ook de boeren zouden misschien beter slapen als ze minder contant geld in huis zouden hebben.

Uitvaart

Naar verwachting geeft justitie woensdag het lichaam van Arie Blokland vrij en kan de begrafenis plaatsvinden. Er worden honderden belangstellenden verwacht op de uitvaart in het naburige Schelluinen, zowel inwoners uit Giessenburg, Schelluinen en Hardinxveld als klanten en collega’s uit de hele Alblasserwaard. Ook zullen alle kranten erbij zijn.

De afgelopen dagen zijn uit het hele land duizenden reacties binnengekomen bij de familie Blokland. De politie zet daarom voor de zekerheid agenten in om het verkeer rond de kerk en de begraafplaats van Schelluinen in goede banen te leiden.


Hoe het verder ging:

De uitvaart van Arie Blokland op 15 december 1965 trekt inderdaad de verwachte belangstelling. Vijf agenten zijn nodig om de vele honderden mensen en het verkeer in goede banen te leiden.

De politie doorzoekt diezelfde woensdag het huis en het erf van Gerard de G. In het aardappelhok worden bloedsporen gevonden. Ook blijken enkele tientallen aardappels onder het bloed te zitten. Bloed van een koe, zegt Gerard. Maar laboratoriumonderzoek wijst uit dat het gaat om bloed van een man met dezelfde bloedgroep als Arie Blokland (die een andere bloedgroep heeft dan Gerard). Gerard blijft volhouden dat hij niets met de dood van Arie te maken heeft.

De politie hoort ondertussen allerlei getuigen. Zoals een groep mensen die op 11 december, de dag na de moord, op een feestje was waar ook Gerard en zijn verloofde langs kwamen. Er werd toen uitvoerig gesproken over de moord op Arie Blokland. Mensen kregen het idee dat Gerard er meer van wist, vertellen ze. Zo was officieel niet bekend waar het lichaam van Arie precies was gevonden. Maar Gerard zou hebben verteld dat het in een rietgors langs de Lekdijk was.

En tijdje lijkt het onderzoek in een impasse te zijn beland. Direct bewijsmateriaal dat Gerard met de dood van Arie te maken had, ontbreekt. Dan komt in februari 1966 een schilder op de proppen met het verhaal dat hij op 12 december jl. Gerard heeft gezien bij een plas water langs de provinciale weg, in de buurt van zijn boerderij. Dat is voor de politie aanleiding om daar op 1 maart te gaan dreggen. Er komen een spijkerbroek, een trui en een overhemd tevoorschijn. Gerard zegt de kleren niet te kennen, maar getuigen, onder wie zijn verloofde (dan inmiddels ex-verloofde), weten zeker dat ze van hem zijn. In de broek zit een knipmes waarvan het lemmet overeenkomt met de steekwonden van Arie Blokland.

De politie houdt ook reconstructies, onder meer op Katendrecht. De bewoonster van de Katendrechtsestraat die op 10 december 1965 iemand de VW 1500 van Arie zo beroerd had zien inparkeren herkent Gerard de G. aan zijn ‘showachtige loopje’.

Langzaam maar zeker sluit het net rond Gerard de G. zich. Er volgt nog onderzoek naar drie kwitanties die Arie op 10 december aan zijn neef zou hebben gegeven. De papiertjes waren nat, toen agenten ze destijds bekeken. “Ik had mest aan mijn handen toen ik ze aanpakte”, verklaart Gerard. Maar een nadere inspectie van de kwitanties brengt aan het licht dat er bloedspetters op zitten die niet van Gerard zijn.

Het komt, vrijwel een jaar na dato, tot een rechtszaak in Dordrecht, met twee lange zittingsdagen, waarin tal van getuigen worden gehoord. Uiteindelijk komt justitie op 15 december 1966 tot de eis van vijftien jaar cel voor gekwalificeerde doodslag, met aftrek van het jaar dat Gerard de G. in voorarrest heeft gezeten. Dat is niet de maximumstraf. Onderzoek in de Psychiatrische Observatiekliniek van het Gevangeniswezen in Utrecht wijst uit dat Gerard een laag IQ heeft en een sterk gestoorde persoonlijkheid met een zeer onvrije en gespannen persoonlijkheidsstructuur. “De hemel mag weten wat er gebeurt als het gaat overkoken”, zegt professor Kloek van de kliniek op de rechtszitting. Justitie meent daarom dat Gerard ontoerekeningsvatbaar is. Iemand met zulke geestelijke gebreken is niet slim genoeg voor moord met voorbedachte rade, redeneert justitie. Bovendien: voor de strafmaat maakt het niet uit of het misdrijf moord of gekwalificeerde doodslag is, zegt officier van justitie W.A. de Saint Aulaire. Tbr (ter beschikking aan de regering, de voorloper van tbs) zou volgens hem niet nodig zijn.

De verdediging zaait twijfel. Heeft Gerard de G. Arie wel in zijn eentje vermoord? Arie was namelijk een grote man van 1,85 meter. Waren er geen andere daders? Dat blijkt niet goed te zijn onderzocht door de politie. Bovendien ontbreekt direct bewijs in de vorm van vingerafdrukken. De verdachte had geen bloed of andere sporen van geweld op zijn lichaam. En was Gerard de G. echt de laatste klant van Arie? Door de telefoon had hij geen naam genoemd. Is hij niet gewoon onderweg vermoord door iemand die weet dat handelaren aan het eind van de dag altijd met een volle portemonnee rondlopen?

De rechtbank vindt de betrokkenheid van Gerard de G. bij de dood van Arie Blokland wél overtuigend bewezen. Op 23 december 1966 veroordeelt rechter H. van Zeggeren hem bovendien voor moord. Hij zou Arie in de stal hebben gedood en vervolgens het lichaam met Arie’s eigen VW 1500 hebben vervoerd naar een rietgors langs de Lek. Daar zou hij het stoffelijk overschot in het water hebben gegooid. Vervolgens reed Gerard door naar Katendrecht om daar de auto van Arie te parkeren. Hij stapte vervolgens op de trein naar Utrecht, waar hij wat dronk in een café en uiteindelijk een taxi nam naar Ottoland. Thuis pakte hij zijn auto, reed naar de kroeg in Brandwijk en ging tenslotte naar de verjaardag van een van de buren. Al deze handelingen wijzen volgens de rechter op berekening. En dus op moord. Hij legt hem vijftien jaar cel op, met aftrek van voorarrest, en stelt hem ter beschikking van de regering. Gerard de G. ontkent en gaat in hoger beroep.

Het hoger beroep dient op 30 en 31 mei 1967. Gerard herhaalt voor het gerechtshof dat hij niets met de dood van Arie Blokland te maken heeft. Opnieuw worden de getuigen gehoord die eerder al voor de rechtbank waren verschenen. Het Hof concludeert op 15 juni dat Gerard de G. Arie heeft gedood, het lijk heeft vervoerd en weggemaakt en de auto heeft achtergelaten in Katendrecht. Maar het hof komt niet verder dan doodslag. En omdat Gerard verminderd toerekeningsvatbaar is veroordeelt het hof hem tot een celstraf van twaalf jaar met aftrek van voorarrest, zonder tbs.

Gerard de G. komt vrij op 19 juni 1974. Maar lang blijft hij niet op het rechte pad. Volgens het Opsporingsblad van de politie heeft hij zich nadien bezig gehouden met heling. Bij zijn arrestatie in Den Bosch op 3 maart 1975 zijn er allerlei spullen bij hem gevonden die bij meerdere inbraken zijn ontvreemd, waaronder drie auto’s. Ook heeft hij een geladen vuurwapen bij zich.

De zaak spreekt jaren later nog altijd tot de verbeelding. Jan W. Klijn uit Groot-Ammers schrijft in 1994 ‘Moord in de Alblasserwaard’. Hij baseert het boek op gesprekken met de weduwe en krantenartikelen. Het boek beleeft zes herdrukken. Maar in 2019 komt hij met een roman op basis van het complete politiedossier, ‘Onrecht in de Alblasserwaard’.

Bronnen:

Privé-dossier van de familie Blokland met alle proces-verbalen van de politie aangaande de moord op Arie Blokland.

Telegraaf, 5 mei 1931

AD, 15 december 1965

Merwestreek, 16 december 1965

Vrije Volk, 17 december 1965

Nieuwsblad voor Zuid-Holland en Utrecht, Schoonhovense krant, 17 december 1965

Telegraaf, 18 december 1965

Nieuwsblad voor Zuid-Holland en Utrecht, Schoonhovense krant, 14 december 1966

AD, 14 december 1965

Telegraaf, 14 december 1965

Merwestreek, 15 december 1965

Vrije Volk, 11 mei 1967

Nieuwsblad voor Zuid-Holland en Utrecht, Schoonhovense krant, 28 april 1967

Nieuwsblad voor Zuid-Holland en Utrecht, Schoonhovense krant, 31 mei 1967

AD, 1 juni 1967

Parool, 15 juni 1967

Vrije Volk, 24 oktober 1970

Opsporingsblad politie, 22 maart 1975

Kontakt, 17 mei 2018

Trouwfoto Arie Blokland en zijn vrouw Wil Blokland-van Mill gebruikt met toestemming van de familie

Kaart polder Liesveld gebruikt met toestemming van Kadaster Apeldoorn

Auteur: Aries van Meeteren

Gepubliceerd op: 16-10-2020

Verhaalnummer: 156

HARDINXVELD-GIESSENDAM – Bij een bombardement op Boven-Hardinxveld zijn vandaag elf mensen om het leven gekomen. Onder de slachtoffers zijn vijf jonge kinderen. De bommen zijn afkomstig van Duitse bommenwerpers, die bij de Merwede in een vuurgevecht waren geraakt met Engelse gevechtsvliegtuigen.

De avond ervoor hadden de inwoners van Boven-Hardinxveld nog vol goede moed geproost op het nieuwe jaar. Als de Geallieerden het Ardennenoffensief zouden afslaan, dan zou in 1945 ook het noorden van Nederland eindelijk worden bevrijd, zo is de hoop. Maar de Hardinxvelders worden al op nieuwjaarsdag op een dramatische manier uit hun droom gewekt.

De ravage is enorm op de kruising van de Buldersteeg en de Rivierdijk. Dertien huizen aan weerskanten van de steeg liggen in puin. Sommige zijn door de klap van hun fundering geslagen en gekanteld, zoals het huis van de familie Netten. “Wat een ruïne”, zucht Gerrit Romijn die probeert te redden wat er te redden valt.

Zoektocht naar overlevenden

Overal zijn vertwijfelde dorpsgenoten bezig om naar slachtoffers te zoeken tussen de brokstukken. Marcus de Kok is een van hen. Hij was aan het werk op scheepswerf de Merwede toen er heel laag Duitse vliegtuigen overkwamen en bommen losten. Hij zag dat de projectielen in de buurt van de Buldersteeg vielen. “Hé, Marcus, daar woon jij toch?”, had een collega gevraagd.

Zijn huis blijkt een voltreffer te hebben gehad. Zijn vrouw Geertruida, twee dochtertjes, Lenie (5) en Truusje (2) en zoontje Jopie (4 maanden) zijn dood. Zoon Mak overleeft als door een wonder. De kleuter was onder de keukentafel gekropen en dat is zijn redding geweest.

Jan Stam vertelt dat hij direct is komen kijken toen hij zag dat er bommen vielen op het huis van zijn zus Teuntje de Haas, pal naast de familie De Kok. Hij werd bij de afzetting onmiddellijk doorgelaten. “Dus dat was niet best”, wist hij.

Jan zag al direct meerdere slachtoffers. Zijn zwager Gijs bleek achter het huis te liggen. “Ik zag aan zijn mooie zwarte haar dat hij het was. Godverdikke, dat was wat.” Zijn zus vindt hij uiteindelijk doodgedrukt in de grond onder een kachel.

Tekening van de Buldersteeg. De in het rood gearceerde huizen zijn getroffen door de bommen. Tekening: Dirk Blokland

Taartjes

Daarmee is het leed nog niet geleden voor de familie De Haas. Zoon Teus (6) heeft het bombardement evenmin overleefd en voor het leven van zoon Bram (8) wordt gevreesd. Jan: “Ze zouden vandaag naar de verjaardag van mijn moeder komen”, zegt Jan hoofdschuddend. “Die had nog taartjes gemaakt voor de kinderen.” Maar het gezin was nog maar net onderweg toen het bombardement begon. “Ze zijn terug naar huis gerend, zo hun dood tegemoet.”

Van de familie Netten hebben alleen Eeltje, zus Jozina, haar vader en haar zwager het overleefd. Eeltje is nog maar net drie maanden getrouwd met Leen. Die overlijdt, net als zus Willy en haar moeder. Eeltje is met zwaar hoofd- en beenletsel naar het ziekenhuis gebracht. Haar zwager komt er met een scherf in zijn arm vanaf. Broer Jan was tijdens het bombardement niet thuis.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



‘Die vliegen het dak eraf’

Het drama in Boven-Hardinxveld heeft alles te maken met een grootschalig Duits luchtoffensief, operatie Bodenplatte, gericht op luchthavens van de geallieerden. Het doel is om in één klap de opmars van Engelse en Amerikaanse troepen in de Ardennen af te remmen. Een van de Duitse eskaders vloog die ochtend van noord naar zuid over het rivierdorp.

Rinus Vaarwater heeft het allemaal zien gebeuren. Hij vertelt dat hij rond 09.00 uur op de Rivierdijk stond toen hij zware motoren hoorde naderen. Hij zag de Duitse bommenwerpers al snel. “Ze kwamen heel laag over. Ik dacht: ‘Die vliegen het dak eraf’.”

Romijn vult aan: “Er waren ook Engelsen in de lucht en er werd door de luchtafweer aldoor geschoten. Ik heb in de kelder gezeten, want op het dak hoorde je alleen maar rikketikketik.” Maar het bleef niet bij een kogelregen. Kort erop vielen ook bommen. “Het leek 10 mei 1940 wel”, zegt Romijn.

“De Duitse toestellen zijn vast te zwaar beladen geweest voor dat luchtgevecht met de Engelsen en hebben de lading gedumpt zonder te kijken waar die terecht kwam,” vermoedt Vaarwater. Anderen zeggen dat de Duitse operatie zo geheim is gehouden dat het eigen luchtafweergeschut niet op de hoogte was en dat de Duitsers hun eigen Messerschmitts onder vuur hebben genomen.

Hoe het ook zij, het was geen gericht bombardement dat Boven-Hardinxveld in rouw heeft gedompeld. “Een verschrikkelijke dag”, concludeert Gerrit Romijn. Een buurvrouw huivert: “Teuntje de Haas zei eens: ‘Als er bij ons eens iets gebeurt, dan hoop ik dat we allemaal weg zijn. En nu is dat nog uitgekomen ook.”

Trouwzaal

De gemeente Boven-Hardinxveld stelt de trouwzaal ter beschikking om de slachtoffers op te baren. Ook wordt een groepsuitvaart voorbereid.

De verwachting is dat het nog wel weken kan duren voor het puin is geruimd en het dorp een begin kan maken met de wederopbouw van de hoek van de Buldersteeg met de Rivierdijk.


Hoe ging het verder?

De lichamen van de slachtoffers zijn drie dagen lang opgebaard in de trouwzaal van het gemeentehuis. De begrafenis is op 4 januari.

De familie De Haas is vanuit huis begraven. Jan Stam: “We zitten bij Gijs de Haas in huis. De kist van mijn zus en Gijs stonden op een schraag en kleine Theus stond in zijn kistje bovenop die van zijn moeder. Brammetje was toen nog niet aan zijn verwondingen overleden. En wat denk je? Weer een luchtgevecht. Het huis zat propvol met mijn familie en familie van Gijs. Paniek! Iedereen wou naar buiten en toen zakten we toch door de houten vloer heen en rolden die kisten door het huis. Dat is toch… Dat is een belevenis…”

De kisten van de familie De Haas zijn daarop door de doodbidder naar de begraafplaats aan het Kromme Gat gebracht waar al de uitvaart van de andere slachtoffers bezig was. Volgens getuigen zijn er zeker duizend mensen op het kerkhof en de dijk. Dan vliegt een geallieerde bommenwerper over, die schuin tegenover de begraafplaats scheepswerf De Holland bestookt (nu Damen Shipyard). Weer is er paniek. Mensen vluchten door de sloot de griend in achter de begraafplaats. Niemand raakt gewond, ook niet op de werf die buiten bedrijf is. Wel zijn op De Holland grote vernielingen aangericht.

Jan Stam en zijn vader zijn na het bombardement met nog een handjevol mensen overgebleven op de begraafplaats. De dominee is nergens meer te vinden om de ruw onderbroken uitvaart af te ronden. De doodbidder stelt dan voor dat híj de plechtigheid afsluit, vertelt Stam.

Een dag na de uitvaart overlijdt ook Bram de Haas.

Operatie Bodenplatte draait uit op een fiasco. De Duitsers verliezen er veel vliegtuigen en piloten door en het is meteen de laatste grote luchtoperatie van de Lufwaffe. De formatie Messerschmitts die boven Hardinxveld vliegt is de JG27 (Jagdgeschwader 27). Maar er is die dag ook een Brits offensief. Het 317ste Spitfire-squadron gooit bommen aan beide zijden van het veer tussen Werkendam en Boven-Hardinxveld. In zijn rapport vermeldt squadronleider Marian Chelmecki: ‘No results were seen.’ (Bodenplatte, p. 29)

Van het bombardement zijn geen foto’s bewaard gebleven. Maar op een Britse luchtfoto van 22 januari 1945 is de ravage goed te zien (Luchtfoto Universiteit Wageningen 14 februari 1945, collectienummer 0006-01, sortienummer 4/1760, fotonummer 3005).

In februari 1945 onteigende de gemeente Boven-Hardinxveld de grond en het puin en zijn er plannen ontwikkeld om de stoep te verbreden en het terrein anders in te delen. In plaats van de verwoeste 13 huizen zouden uiteindelijk na de oorlog niet meer dan vier panden terugkeren.

Na de oorlog is de Buldersteeg (een verbastering van Bildersteeg) omgedoopt tot Wilhelminalaan.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



In de dagboekaantekeningen van Gerrit Romijn staat: “April 1945. In alle rumoer van de tijd is Leen van de Linden geboren. Hij heeft zijn vader dus nooit gekend.” Moeder Eeltje weet nog dat ze niet bepaald in een feeststemming was toen ons land een maand later werd bevrijd. “Toen de oorlog voorbij was en de muziek voorbij trok, heb ik met dat kind door het huis gelopen en de kleine deed niet anders dan schreeuwen. En ik janken. Toen ik de vloer aan het dweilen was kwam er een vrouw voorbij die zei: ‘Het is nu geen tijd om te werken hoor, het is nu tijd om te feesten.’ En bij mij liepen de tranen uit mijn ogen. Want de oorlog was voorbij, maar wat had ik? Een kind dat lag te schreeuwen.”

Eeltje vertelt in 2013 in een documentaire van Gert Romijn (de zoon van Gerrit Romijn): “Nieuwjaarsdag is voor mij nog altijd moeilijk. En zouden er bij de dodenherdenking wel eens mensen zijn geweest die hebben gedacht aan het huishouden dat ik kwijtgeraakt ben? Zou er op Hardinxveld nog één zijn die erg heeft in wat er toen is gebeurd?”

Bronnen:

  • DVD Bommen op de Buldersteeg (2013) van Gert Romijn. Citaten uit de interviews zijn gebruikt met toestemming van de maker.
  • Piet Swets, Bombardement en wederopbouw Buldersteeg, Mededelingenblad Historische Vereniging Hardinxveld-Giessendam 33 (2), najaar 2011, p. 11-13
  • John Manrho en Ron Pütz, Bodenplatte. The Luftwaffe’s last hope. The attack on Allied Airfields New Year’s day 1945 (2004)
  • T.M. Blok, Vooronderzoek Conventionele Explosieven Haven Boven-Hardinxveld, Saricon (2016), 

Over operatie Bodemplatte:

Auteur: Aries van Meeteren

BLESKENSGRAAF – Duitse bommenwerpers hebben zondagochtend de dorpskern van Bleskensgraaf zwaar getroffen. Zeker zeven mensen zijn om het leven gekomen, onder wie vijf mensen uit Oud-Alblas.

Het dorpje in de Alblasserwaard werd niet zomaar op de korrel genomen door de Luftwaffe. Munitiewagens van het Nederlandse leger waren in het dorp neergestreken en had een deel van de militaire voertuigen rond de kerk geparkeerd.

De munitiecolonne van het tweede Regiment Huzaren-Motorrijder was zaterdag aangekomen in Bleskensgraaf. Luitenant-kolonel A.J.E. Mathon was met zijn troepen vanuit Brabant onderweg naar Dordrecht om zich bij de Lichte Divisie aan te sluiten. Het doel was om het eiland van Dordt veilig te stellen en door te stoten naar vliegveld Waalhaven in Rotterdam.

Maar de militaire colonne kon Dordrecht niet bereiken. Duitse vliegtuigen hadden net Alblasserdam gebombardeerd. Het was een enorme chaos op de polderweggetjes als gevolg van de mensen die het Damdorp ontvluchtten. Een van de dorpen waar de Alblasserdammers een goed heenkomen zochten was Bleskensgraaf.

Met name de tientallen munitiewagens van het regiment kwamen geen steek verder door de vluchtelingenstroom in de Alblasserwaard. De commandant besloot daarop de nacht in Bleskensgraaf door te brengen en op zondag verder te trekken. Een besluit met desastreuse gevolgen.

“’s Avonds stond het overal vol in het dorp”, zegt bakker Jan Baan. “Ze hadden vrachtwagens bij boeren naar binnen gereden, zodat de Duitse vliegtuigen ze niet zouden zien. Want anders gingen ze aan het bommen gooien.”

Maar de colonne bestond uit zoveel vrachtauto’s dat de voertuigen niet allemaal verdekt konden worden opgesteld. Bij zonsopkomst vlogen Duitse verkenningsvliegtuigen over en die hadden de aanwezigheid van het Nederlandse leger snel in de gaten. Al snel kwamen ook bommenwerpers over.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Vlucht

De inwoners van Bleskensgraaf waren bij de overkomst van de eerste vliegtuigen al gealarmeerd, zeker na de verhalen van de Alblasserdammers die naar het dorp waren gevlucht. Baan: “Je kleedde je aan en ging zo snel mogelijk naar buiten. De vliegtuigen vlogen zo laag dat je de piloten gewoon kon zien zitten.”

“Drie rondes hebben ze gemaakt boven het dorp. Ze schoten eerst met mitrailleurs. Bij ons rolden de kapotte pannen zo door het dakraam naar binnen. Niet lang daarna viel de eerste bom, bij de familie Verlek geloof ik. Toen schudde ons hele huis.”

(ooggetuige Jan Baan)

Al snel brandde het dorp aan de westkant en de oostkant.

De familie Baan vluchtte de polder in, naar de donk in het naastgelegen dorpje Brandwijk. Van daaruit zagen ze het dorp in lichterlaaie staan. Daar zit Baan nog altijd, samen met meer inwoners van Bleskensgraaf. Zij durven voorlopig niet terug naar het dorp.

Balans

Een commandant van het Nederlandse leger is inmiddels in Bleskensgraaf gearriveerd om de balans te maken. Een echtpaar en drie kinderen uit Oud-Alblas dat naar het dorp was gevlucht, heeft de bommenregen niet overleefd. Ook twee soldaten zijn omgekomen. Zes mensen raakten gewond en moesten naar het ziekenhuis.

Zo’n dertig winkels en huizen, vijf boerderijen en de openbare school zijn verwoest. Ook de kerk, de pastorie en het gemeentehuis – niet meer dan een kamer die aan de kerk was gebouwd – zijn zodanig beschadigd dat ze moeten worden afgebroken. Honderddertig mensen zijn dakloos geworden. Naar schatting is er voor 320 duizend gulden schade aan gebouwen en voor 165 duizend gulden schade aan inboedels, inventarissen en voorraden.

De schade had nog veel groter kunnen zien, gezien de grote aantallen munitiewagens in het dorp. Ook het feit dat de bommen vielen rond de tijd dat de koeien werden gemolken, heeft veel slachtoffers gescheeld. Enkele uren later had de kerk vol mensen gezeten en was het leed niet te overzien geweest.


Hoe ging het verder?

Al direct de volgende dag is begonnen met puinruimen in het dorp. Veel mensen die de polder in waren gevlucht keerden terug. Gebouwen die op instorten stonden, zijn meteen gesloopt. Vooral het afbreken van de kerk was een gevaarlijke klus (zie foto onder). De torenspits was zo wankel geworden, dat die de kerk in dreigde te vallen. Daarom werd de bovenkant van de toren gehaald.

De sloop is voor een belangrijk deel uitgevoerd door Nederlandse militairen. Aanvankelijk gebeurde dat in opdracht van Nederlandse commandanten, maar na de capitulatie zetten de Duitse autoriteiten krijgsgevangenen in.  Er verrezen ook een noodkerk en noodwinkels.

In het voorjaar van 1941 hebben Duitse militairen nog gezocht naar niet-ontplofte bommen in het dorp, maar die zijn niet meer gevonden.

Een architect is meteen aan het werk gegaan om een plan te maken voor de wederopbouw. Er kwam een nieuwe brug, het wegdek werd een stuk verhoogd en het dorp kwam meteen af van ‘een tamelijk rommelige bebouwing met inpandige woningen en bedrijfsgebouwen, die in normale omstandigheden nog langen tijd zouden zijn gehandhaafd.’

Een deel van de wederopbouw, ruim 10 duizend gulden, is in 1941 betaald uit het herstelfonds van het Ministerie van Financiën.

Het plan bepaalde waar de mensen die dakloos waren geworden, hun huis mochten herbouwen. Vaak was dat op een heel andere plek. Boeren mochten wel zoveel mogelijk op hun oude stek terugkeren. De kerk is na de oorlog herbouwd en in 1948 in gebruik genomen. Ook kwam er een nieuw gemeentehuis, dat in 1955 klaar was.

Overigens vielen er op 10 februari 1944 opnieuw enkele bommen op Bleskensgraaf, dit keer Amerikaanse. Ze kwamen terecht bij de boerderij van Willem Schakel. De schade bleef beperkt tot gesprongen ruiten en een ‘lighal’, een met de zon meedraaiende ruimte voor tbc-patiënten.

Bronnen:

Documentaire ‘Bleskensgraaf in de Tweede Wereldoorlog’ (Aries van Meeteren)

Operatiën van het veldleger en het oostfront van de vesting Holland (mei 1940)

Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940

Facebookpagina Oud Bleskensgraaf

Historische vereniging Binnenwaard

Auteur: Drs. A.P.B. van Meeteren

Gepubliceerd op: 26 augustus 2018

Verhaalnummer: 94



Alblasserdam – Duitse bommenwerpers hebben vanmorgen en vanmiddag stellingen rondom de Brug over de Noord en het vlakbij gelegen plaatsje Alblasserdam gebombardeerd. Bij het bombardement zijn tientallen mensen omgekomen en bijna tweehonderd huizen verwoest. Het Duitse leger wist aanvankelijk helemaal niets af van het bestaan van de Brug over de Noord

Tot vier maal toe werd Alblasserdam bestookt: om 10:00 uur, 12:40 uur, 14:00 en 14:10 uur. Er woeden meerdere branden in het dorp. De ravage is enorm.

Lichte divisie

Het doelwit van het Duitse bombardement was een Nederlandse lichte divisie aan de oostkant van de brug, die probeert naar Rotterdam op te stomen. Zowel de Nederlandse als de Duitse legerleiding was niet op de hoogte van het feit dat de brug reeds in gebruik was. De brug stond dan ook niet ingetekend in de stafkaarten van beide legers.

Gisteren, op de dag van het begin van de Duitse invasie, landden meerdere Duitse parachutisten op het eiland van IJsselmonde. Zij kregen de opdracht om te helpen bij het bezetten van de bruggen bij Dordrecht en Rotterdam. Tot hun grote verbazing zagen ze bij Hendrik-Ido-Ambacht de nieuwe brugverbinding over de Noord naar Alblasserdam.

Stafkaart omgeving Alblasserdam (zonder brug over de Noord) uit ca. 1937

Impasse

Toen de eerste Duitse verkenners zich bij de brug hadden gemeld, werd besloten om de brug (het brugwachtershuisje zat aan Alblasserdamse kant) om het brugdek omhoog te doen.

In de loop van de avond verschenen ook de eerste Nederlandse soldaten van de Lichte Divisie te fiets in Alblasserdam. Zij hadden als opdracht om troepen te ondersteunen bij de Waalhaven in Rotterdam.

Meerdere Nederlandse pogingen om met troepen de rivier per schip over te steken mislukte. Ook werd gepoogd om het brugdek te laten zakken, om zo het water over te steken, maar dat mislukte ook, vanwege hevig Duits mitrailleurvuur.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Eerste Bommen

De Duitsers antwoorden met een bommenregen. De eerste bommen vielen net ten oosten van de brug. Daarbij werden de wagens van de Lichte Divisie vernietigd.

Drie uur later vielen de bommen van de duikbommenwerpers op het dorpscentrum van Alblasserdam. Ze vielen op de Dam en omgeving. Even later vielen er ook brandbommen op het dorp. In tientallen woningen brak brand uit.

In het centrum braken meerdere branden uit. Alblasserdammers, die een veilig heenkomen hadden gezocht in een schuilkelder, kwamen juist daar om het leven.

Ravage aan de Polderstraat in Alblasserdam na het bombardement

De vliegtuigen kwamen nog twee keer terug, maar richtten zich toen weer vooral op de militaire stellen bij de brug. Toch werden ook mogelijke strategische locaties in het dorp onder vuur genomen. Niet met bommen dit keer, maar met mitrailleurvuur.

Vanuit Alblasserdam is inmiddels een stroom vluchtelingen op gang gekomen. De meeste inwoners hebben hun heil gezocht in het open polderlandschap.

De Nederlandse troepen hebben, ondanks het grove geweld van de Duitsers, de oprit van de Brug over de Noord nog altijd in handen.


Hoe ging het verder?

De troepen van de Lichte Divisie werden niet veel later weggehaald bij de brug en naar Dordrecht gehaald, waar de situatie misschien ook heel erg nijpend was.

Alblasserdam werd, later op de dag, officieel ontruimd. Datzelfde gold voor Kinderdijk. Het zorgde ervoor dat er veel evacuees in de polder terechtkwamen. Niet alleen uit Alblasserdam, maar ook vanuit het oosten van het Rivierenland. Mensen uit de Betuwe, Wageningen en Rhenen vetrokken richting het westen, voor de gevechten tussen de Duitsers en de Nederlanders uit.

Het dodental van het bombardement op Alblasserdam ligt officieel op 28. Er gingen 180 woningen en winkels in vlammen op.

Een van de Nederlandse soldaten die omkwam bij de gevechten om de brug, Johann Jonges, kreeg later postuum de Bronzen Leeuw. Dat is de op-één-na hoogste militaire onderscheiding.

Hij had op de brug vanuit een nauwelijks beschutte positie met zijn mitrailleur de Duitsers onder vuur genomen, zodat zijn strijdmakkers dekking konden zoeken. Jongens overleefde deze moedige daad niet. Hij ligt nu begraven op het ereveld bij de Grebbeberg.

Een paar dagen later werd nog een plaats in de Alblasserwaard bestookt met bommen: Bleskensgraaf.

Bombardement op Bleskensgraaf. Foto: Regionaal Archief Dordrecht. Beeldcollectie Graafstroom

Lees verder: Beslissing Nederlandse leger komt Bleskensgraaf duur te staan

In Alblasserdam staan nu meerdere monumenten die terugdenken aan het bombardement van 11 mei 1940.

Bronnen:

Zuidfront Holland 1940 – Alblasserwaard 1e fase

Alblasserdamnet – Brug bracht op 11 mei 1940 oorlog naar Alblasserdam

OTTOLAND – Met het opheffen van de openbare lagere school in Ottoland lijkt een einde te zijn gekomen aan wat wel een verlengde schoolstrijd mag worden genoemd. Waar de schoolwet van minister De Visser ruim tien jaar geleden in de meeste gemeenten al een einde maakte aan het getouwtrek tussen ouders, kerken en overheden, waren de nieuwe regels in het polderdorp juist aanleiding om de messen te slijpen.

Oud zeer van een protestantse kerkscheuring van enkele tientallen jaren geleden speelde daarin een hoofdrol. Met het verdwijnen van de openbare school lijkt de angel uit het conflict te zijn gehaald.

Het was een emotioneel debat in de gemeenteraad van Ottoland. Raadsleden van de gereformeerde ARP bleken weinig moeite te hebben met het opheffen van de school. Maar hun hervormde collega’s des te meer. De enige lagere school die in het dorp overblijft is namelijk een gereformeerde school. En daar krijgen de leerlingen niet de juiste christelijke leer onderwezen, vinden de hervormde raadsleden. Maar de ARP is sinds de verkiezingen van 1931 de grootste partij in de gemeenteraad en dus hadden de hervormden weinig kans.

Drie jaar geleden leek het er nog op dat de hervormden in Ottoland een eigen bijzondere school zouden oprichten, een school gebaseerd op hun eigen variant van het protestants-christelijke geloof. De gemeenteraad heeft zich er nog over gebogen. Dat zorgde toen voor grote spanningen in het dorp, omdat de gereformeerde school net alles rond had voor de bouw van een nieuwe school met maar liefst vier lokalen. Als er een concurrerende christelijke school zou komen, zouden de plannen op losse schroeven komen te staan.

Maar de hervormden bleken verdeeld en maakten weinig haast met de stichting van een eigen school. Lang leek dat ook niet nodig, omdat de openbare school in Ottoland geleid werd door meester J.T. Janse, een aanhanger van de SGP. De Banier, het partijblad van de Staatkundig Gereformeerde Partij, bestempelde de school tien jaar geleden nog als een van de weinige openbare scholen waar les werd gegeven ‘in de christelijke geest.’ Daarmee was de openbare school was in feite gewoon een hervormde school.

De Kerk in Ottoland. Foto uit 1930

Inspectie

Maar de openbare school, die sinds mensenheugenis naast de hervormde dorpskerk staat, kampt al geruime tijd met een teruglopend aantal leerlingen, terwijl de gereformeerde school steeds populairder wordt. Dat is ook de inspectie van het lager onderwijs opgevallen.

Vorig jaar deed een inspecteur onderzoek naar de levensvatbaarheid van de openbare school die nog maar 40 leerlingen telt. De uitkomst was dat de leerlingen beter konden worden verdeeld over de openbare school in Goudriaan en de gereformeerde school in het dorp.

Dat laatste is tegen het zere been van de hervormden in Ottoland. Zij hebben daarom in de aanloop naar de gemeenteraadsvergadering alles uit de kast getrokken om ‘hun’ openbare school te behouden, zeker omdat een eigen school door alle verdeeldheid er op korte termijn niet in zit. Zo werden er handtekeningen opgehaald.

Ze kregen hulp van een elektricien met socialistische sympathieën die evenzeer gehecht was aan de openbare school in het dorp, maar dan om andere redenen. Hij vond de afstand naar Goudriaan veel te ver voor ouders die hun kinderen openbaar onderwijs wilden laten volgen.

Maar in de gemeenteraadsvergadering is de vloer aangeveegd met de opgehaalde handtekeningen. Het waren er niet meer dan zestien. En onder de ondertekenaars waren ook mensen die enkele jaren geleden een soortgelijke petitie hadden getekend vóór hervormd onderwijs. De gereformeerde raadsleden zetten de ouders weg als ‘weinig principiële mensen’ waarnaar niet geluisterd hoefde te worden. Bovendien was het onzin om de kinderen ver te laten reizen, vinden de gereformeerden: hún school staat immers op loopafstand.

En dus verdwijnt er weer een openbare school in Nederland. Het ministerie van onderwijs heeft becijferd dat met name op het platteland zo’n 240 scholen niet levensvatbaar zijn. Uit een steekproef van het Comité van Actie voor het Openbaar Onderwijs blijkt dat bijna de helft van de leerlingen na een sluiting overgaat naar een bijzondere school. De verwachting is dat de gereformeerde school van Ottoland er ook flink wat leerlingen bij krijgt de komende jaren.

Schoolstrijd

Dat de gereformeerden in het dorp zo’n goed lopende school hebben komt gek genoeg door het grotendeels uitblijven van de schoolstrijd in de Alblasserwaard. Daardoor kon de school een streekfunctie krijgen. Hoe zat het ook al weer met die schoolstrijd die vorige eeuw grote delen van ons land in zijn greep hield? Sinds de vrijheid van onderwijs in de grondwet is verankerd streden aanhangers van bijzonder (lees: christelijk) onderwijs om gelijke behandeling door de overheid. Die wilde eerst alleen openbaar onderwijs bekostigen, omdat dit neutraal is en openstaat voor iedereen.

Wie eigen scholen wilde, moest dat maar zelf betalen, was het adagium. Maar ondertussen schroefde de overheid wel de eisen op waaraan gebouwen, schoolpleinen en het opleidingsniveau van onderwijzers moesten voldoen. Daardoor werd het voor voorstanders van bijzonder onderwijs steeds duurder om eigen scholen te onderhouden. Toen in 1886 de gereformeerden zich afsplitsten van de hervormde kerk ontstond een nieuwe situatie. De gereformeerden begonnen een eigen partij, de ARP, kwamen in de Tweede Kamer en zetten de schoolstrijd hoog op de agenda. In 1920 was definitief geregeld dat zowel het openbare als het bijzondere onderwijs door het rijk zouden worden betaald.

De schoolstrijd kon grotendeels aan de Alblasserwaard voorbij gaan omdat veel openbare scholen er vorige eeuw nog nauw gelieerd waren aan de kerk. Schoolmeesters woonden in een huis dat eigendom was van de kerk, luidden de torenklok, hadden kosterstaken in de kerk en waren voorzanger tijdens kerkdiensten. Bovendien waren de meeste dorpelingen arm en hadden ze geen geld voor een bijzondere school.

Toch kwam Ottoland al vroeg in de greep van de gereformeerde afscheiding, de Doleantie. De gereformeerden in het dorp, die wél genoeg middelen wisten te mobiliseren, wilden niet alleen een eigen kerk, maar ook een eigen school. De kerk kwam er in 1888, de school, de Eben-Haëzer of ‘Damse school’, twee jaar later. Beide hadden van meet af aan een streekfunctie. Er zaten dus niet alleen kinderen uit Ottoland op de school, maar ook uit Molenaarsgraaf, Brandwijk en zelfs uit Bleskensgraaf, waar geen gereformeerde school was. De brede belangstelling voor de Eben-Haëzer maakte de financiering iets eenvoudiger.

Binnen tien jaar was het aantal leerlingen van de Damse school vrijwel verdubbeld tot ca. 100. Er kwam een tweede lokaal en een tweede docent. In de jaren ’20 kreeg de school er nog meer kinderen bij, mede dankzij de wet van minister De Visser die regelde dat ook bijzondere scholen geld van het rijk krijgen. Maar ook speelt mee dat in Molenaarsgraaf onvrede ontstond over de hoofdonderwijzer van de openbare school in dat dorp. En dus dacht het bestuur van de gereformeerde school opnieuw na over uitbreiding.

Verlengde schoolstrijd

Maar toen brak in de dorpen een soort verlengde schoolstrijd uit. De hervormden wilden, nu de financiering landelijk geregeld was, alsnog eigen scholen. Bleskensgraaf kreeg in 1923 een hervormde school, in Molenaarsgraaf veranderde de openbare school begin dit jaar in een hervormde school, terwijl in Brandwijk eenzelfde opzet vier jaar geleden mislukte, waardoor de school openbaar is gebleven. En ook in Ottoland kwam het zoals gezegd tot plannen voor een hervormde school.

Maar onderlinge verdeeldheid zat de komst van een hervormde school in de weg. In april 1930 stemde een hervormd raadslid met de gereformeerden mee, waardoor het plan vertraging opliep. Daarna werden de initiatiefnemers ingehaald door de werkelijkheid. De komst van de hervormde school in Molenaarsgraaf betekent dat een eventuele Ottolandse school geen streekfunctie meer kan vervullen en er dus minder leerlingen te verwachten zijn. Bovendien komt het verdwijnen van de openbare school te vroeg. Concrete plannen voor een eigen hervormde school in Ottoland zijn er op dit moment niet.


[column size=one_third position=first ]

Hoe ging het verder:

De mensen achter de petitie voor behoud van het openbaar onderwijs in Ottoland gingen nog in hoger beroep tegen het besluit van de gemeenteraad om de openbare school op te heffen. Maar de Raad van State veegde de bezwaren in november 1933 van tafel. Het verdwijnen van de openbare school was daarmee definitief geworden.

In 1934 kwamen er ook hervormde leden in het schoolbestuur van de gereformeerde Damse school. Daarmee was ook op bestuurlijk niveau de verlengde schoolstrijd verleden tijd.

Het communistisch dagblad De Tribune, voorloper van De Waarheid, maakte in november 1934 een groot nummer van het verdwijnen van openbare scholen, waaronder die in Ottoland. ‘Onhoudbare toestanden’, kopte de krant. In 1934 bleken er van de 238 openbare scholen met te weinig leerlingen 146 te zijn opgeheven door het ministerie. De krant wijst erop dat de sluitingen betekenen dat kinderen naar een andere plaats moeten voor openbaar onderwijs:

[/column]

[column size=one_third position=middle ]

“In het geval van een afstand groter dan 5 kilometer rijden er schoolbussen] Kinderen mogen dan ’s morgens om een uur of 8 in een schoolbus stappen en komen als de dienstregeling van ’t openbaar middel van vervoer dit tenminste mogelijk maakt ’s avonds om een uur of 5 weer terug aan ’t punt van uitgang. Maar ze zijn dan vaak nog niet thuis! In sommige gevallen moeten de kinderen van de hoofdverkeersweg af nog 1, 2, 3 km wandelen langs landpaden of zandwegen, dus in de winter bij donkere weg, en in huis terug als de avond alweer gevallen is. Is de afstand iets minder dan 5 km, dan is ’t vaak nog erger voor de kleinen. Lopen moeten ze dan en bij ’t toenemend snelverkeer zijn ook de verkeerswegen op ’t platteland gevaarlijk, zeker voor jonge kinderen en in half donker. Onbewaakte overwegen moeten soms gepasseerd! Mogen we de ouders kwalijk nemen, dat zij tegen dit alles opzien?” (De Tribune (8-11-1934) p. 8)

De oude gereformeerde school van Ottoland werd in 1937 vervangen door een nieuw gebouw aan de B 115. Daar staat de school nog altijd.

[/column]

[column size=one_third position=last ]Bronnen:

  • J. van Rees (e.a.), Eenheid en scheiding. Historische schetsen van Molenaarsgraaf en Brandwijk (Molenaarsgraaf 1994)
  • Verrips, En boven de polder de hemel. Een antropologische studie van een Nederlands dorp 1850-1971 (Groningen 1981)

Auteur: Dr. A.P.B. van Meeteren

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 27
[/column]

HARDINXVELD-GIESSENDAM – Een ongekende opstand in de Alblasserwaard heeft een cafébaas in Hardinxveld het leven gekost. Ook zijn de huizen van enkele schouten geplunderd. Een stoet van naar schatting 500 mensen uit meer dan tien dorpen trok vrijdag met trommels en vlaggen door de polder om te protesteren tegen de in hun ogen torenhoge belastingen. Het is voor zover bekend het eerste georganiseerde oproer ooit in de Alblasserwaard.

Aanstichter van de rellen is molenaar Gerrit Lopik uit Gijbeland, een gehucht in de buurt van Brandwijk.

Getuigen zeggen dat hij bij voerman Cobus de Kuyper op een kar is gesprongen en samen met vijf anderen, onder wie zijn neef, is weggereden. Ook de knecht van de politieagent van Gijbeland ging mee. De mannen trokken vervolgens langs de dorpen Groot-Ammers, Streefkerk, Bleskensgraaf en de Vuilendam.

Overal gaven de zes opdracht om de kerkklokken te luiden en riepen ze de verzamelde bewoners op tot actie: “Jullie moeten maken om vier uur op de Vuilendam te zijn.” Op de vraag wat ze daar moesten doen, antwoordden de mannen op de kar: “Jullie moeten maar komen en dan zal je wel zien wat er van komt.”

Ophitsende toespraken

Inderdaad stond enkele uren later een groep van vijfhonderd mannen en vrouwen op de Vuilendam. Eerst luisterden ze naar volgens ooggetuigen ‘ophitsende’ toespraken, waarna ze in optocht, met trommels en vaandels, op weg gingen, via Groot-Ammers naar Goudriaan, Ottoland en uiteindelijk Giessenburg, Giessen-Oudekerk, Giessendam en Hardinxveld.

In de dorpen lieten de oproerkraaiers opnieuw de klokken luiden. Ook dreigden ze met geweld. In de dorpen langs het riviertje de Giessen kwam het tot plunderingen, waarschijnlijk omdat de plaatselijke agenten de belastingophalers hadden geholpen bij het uitvoeren van hun werk.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Drank

Het huis van de agent van Giessenburg, Anthonij van Zuijdam, werd volledig geplunderd, net als dat van Evert van Asperen, zijn collega in Giessendam. De relschoppers sloegen ramen en deuren kapot, braken alle kisten en kasten open en trapten de huisraad kapot. Cornelis Brooshooft, de schout van Giessen-Oudkerk, kon voorkomen dat zijn inboedel kort en klein werd geslagen door de oproerkraaiers drank te geven.

In Hardinxveld ontsprong politieman Leendert van Tettenroode de dans, maar moest de uitbater van café ‘De Prins’ het ontgelden. Hij werd doodgestoken, naar verluid door iemand uit Ottoland. De toedracht is nog onduidelijk, maar vermoedelijk probeerde de kroegbaas de rellende boeren tegen te houden. De autoriteiten spreken over ‘een moord op brute wijze’.

De woedende menigte is niet lang na de moord uit elkaar gegaan. Maar de initiatiefnemers willen het vuurtje laten branden. Ze vragen iedereen om maandag naar de herberg op de Veerdam in Papendrecht te komen om met elkaar over te varen naar Dordrecht en daar te protesteren tegen de marktwerking in de gewestelijke belastinginning die zou zorgen voor extra hoge tarieven. Ze hebben zelfs tussen de bedrijven door een flyer gemaakt om de oproep te verspreiden.

Of het zover komt is nog onduidelijk. De schouten van de verschillende dorpen in de Alblasserwaard hebben al laten weten het leger en de schutterijen in te zetten om een nieuw oproer in hun gebied te voorkomen.

Belastingpacht

Hoe kon het zover komen? Gerrit Lopik is weliswaar de directe aanstichter van de rellen, maar hij krijgt brede steun. In heel Holland heerst er onvrede over het systeem van belastingverpachting, waarbij het recht om belastingen te innen in handen komt van de hoogste bieder. Veel mensen denken dat de belastingpachters de tarieven, die in deze crisistijden toch al fors ingrijpen in het huishoudboekje, eigenhandig ophogen om er zoveel mogelijk aan te verdienen.

In de Alblasserwaard speelt nog meer. Boeren daar zeggen dat ze na twee grote overstromingen, in 1741 en 1744, en de uitbraak van een ernstige veeziekte twee jaar geleden geen cent meer te makken hebben. En juist vorige maand kondigden de belastingmedewerkers Coenraad Welborn en Dirk van Andel aan dat ze onder meer de gemaalbelasting zouden komen innen. De Staten van Holland regelden dat ze daarbij bescherming zouden krijgen van de plaatselijke agent en politici. Kennelijk heeft de politie van de dorpen langs de Giessen hun medewerking toegezegd.

Dat leidde in juni al tot onrust in Gijbeland en de omliggende dorpen Brandwijk en Ottoland. Zij eisten dat de belastingpachters nooit meer in hun dorpen zouden mogen komen. Maar het gewestelijk bestuur ging daar niet in mee en de onrust bleef. Drie dagen geleden kwam er uit Den Haag nogmaals het bevel om de belastinginners geen strobreed in de weg te leggen. Toen die woorden Gerrit Lopik bereikten brak hij in grote woede uit. Met een voor de Alblasserwaard uniek oproer tot gevolg.


Hoe het verder ging:

Het gewestelijk leger en de plaatselijke schutterijen zijn daadwerkelijk ingezet. Daarop was de orde snel hersteld. De Staten van Holland voerden vervolgens een uitgebreid en langdurig onderzoek uit naar het oproer. Er rolden de namen van 84 verdachten uit: 26 uit Gijbeland, 19 uit Molenaarsgraaf, 8 uit Ottoland, 8 uit Bleskensgraaf en Hofwegen, 7 uit Brandwijk, 4 uit Laag-Blokland, 3 uit Giessenburg, 2 uit Wijngaarden, 2 uit Groot-Ammers, 1 uit Goudriaan, 1 uit Giessen-Oudkerk, 1 uit Hardinxveld en 2 met onbekende woon- of verblijfplaats.

Het proces tegen de verdachten verliep vrij traag. Er bleken veel oproerkraaiers te zijn gevlucht. Tegen zes van hen zijn hoge straffen geëist. Drie zouden er de doodstraf moeten krijgen en nog eens drie zouden moeten worden gegeseld en na tien jaar tuchthuis moeten worden verbannen. Maar tot vonnissen kwam het niet, aangezien de zaak in 1748 werd opgeschort, vanwege de afschaffing van de gehate belastingpacht.

Veel heeft het pachtoproer de Waardbewoners niet geholpen. De belastingdruk bleef. De Staten van Holland gaven bovendien Coenraad Welborn op 28 september 1748 toestemming om de nog uitstaande achterstallige belastingen in te vorderen.

Dit verhaal maakt deel uit van de serie voor de Maand van de Geschiedenis 2018. Het thema van dat jaar is Opstand. In dit verhaal staat de rustieke Alblasserwaard centraal, die dus niet altijd even rustig is.

Bronnen:

A.P.B. van Meeteren, Het ruysschen als de Libanon: de Nijkerkse beroeringen in Bleskensgraaf in 1752 (Bleskensgraaf 1998)

H.J. van Rees (e.a.), Eenheid en scheiding. Historische schetsen van Molenaarsgraaf en Brandwijk (Molenaarsgraaf 1994)

R. Dekker, Holland in beroering. Oproeren in de 17de en 18de eeuw (Baarn 1982)

Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 1428-1811, toegang 3.03.01.01, inventaris 301; 5456.3; 5457.2

Auteur: Drs. A.P.B. van Meeteren

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 210

De flyer, zoals in het verhaal wordt aangehaald, waarin mensen worden opgeroepen om mee te demonstreren tegen de hoge belastingen, is bewaard gebleven. Het is opgeslagen in het Hof van Holland van het Nationaal Archief.