Skip navigation

Tag Archives: Kunst

ROTTERDAM – Een groep van een kleine honderd demonstranten heeft vanavond een try-out van het omstreden toneelstuk ‘Het vuil, de stad en de dood’ verhinderd. Volgens de actievoerders is het stuk van Rainer Fassbinder antisemitisch.

De Amsterdamse Theaterschool, het Theater Lantaren en joodse organisaties zijn na de afgelasting in gesprek gegaan. Een eerste gesprek heeft vanavond niets opgeleverd.

De voorstelling zou vanavond om half negen beginnen in theater De Lantaren aan de Gouvernestraat. Maar nog voor de show hadden de tegenstanders het toneel al bezet.

Ook buiten was een demonstratie gaande met enkele honderden demonstranten. De paar honderd betogers in de Gouvernestraat droegen spandoeken met teksten als ‘2000 jaar Jodenvervolging is genoeg’.

Onder de actievoerders was de Joodse acteur Jules Croiset.

“Ik sta hier met twee petten op, als jood en als toneelspeler. Wij voelen ons door dit stuk diep beledigd!”

(acteur Jules Croiset, Telegraaf 19-11-1987)

Naast Croiset stonden ook journalisten Henk van Dorp en Frits Barend, historicus Lou de Jong en rabbijn Soetendorp bij de demonstranten. Laatstgenoemde voegde zich ook bij het gesprek na de afgelaste bijeenkomst.

“Wees blij dat we kunnen protesteren”, zei mevrouw J. Knieseyer van de Anne Frankstichting. “Want veertig jaar geleden konden we dat niet.”

(Dit artikel gaat verder onder deze advertentie)



Bezet

In de zaal waren ongeveer 250 mensen aanwezig. Daarvan was ongeveer de helft afkomstig uit de Joodse gemeenschap.

Sommige bezoekers lieten verbaal ook weten dat ze tegen de afgelasting waren van het stuk van de Amsterdamse Theaterschool. Ze scandeerden woorden als ‘censuur’.

“Daarop ontspon zich tussen een bezoeker in de zaal en rabbijn Soetendorp een heftig twistgesprek: “Ik wil het zien!”, aldus de bezoeker, waarop Soetendorp reageerde met “U kunt het lezen.” De bezoeker: “Theater moet je zien.” Maar Soetendorp liet zich niet intimideren en voegde de verontwaardigde toeschouwer toe: “Goed, wij verschillen van mening, maar ik heb de pastorale verantwoordelijkheid om antisemitisme te bestrijden.”

(NRC Handelsblad, 19-11-1987)

“Onder deze omstandigheden kan geen sprake zijn van een theatervoorstelling”, liet theaterdirecteur Fred van Hilst via de microfoon aan het publiek weten. “Iedereen wordt verzocht rustig en waardig de zaal te verlaten.”

Maar de mensen in mensen in de zaal weigerden om weg te gaan, alsof ze bang waren dat na hun vertrek het stuk alsnog opgevoerd zou worden.

Af en toe gingen Rabbijn Soetendorp en directeur Sonke van de Theaterschool even in gesprek. In de zaal stonden toen plukjes mensen te wachten op wat er zou gaan gebeuren. Zelfs een poging om iedereen naar buiten te loodsen door de muziek van het theater aan te zetten mislukte.

Blijdschap

Toen het buiten in de Gouvernestraat duidelijk werd dat de gewraakte voorstelling niet door zou gaan, brak een oorverdovend lawaai los. Sommigen deden zelfs een vreugdedans.

Agenten grepen wel in toen iemand dreigde ‘een bom te gooien’. De man is meegenomen door de politie.

Die blijdschap was ver te zoeken bij de mensen van de Amsterdamse Theaterschool. Adjunct-directeur Weber van de theaterschool was geëmotioneerd over de afgelasting.

“We zijn monddood gemaakt. Dit is net zo erg als de boekverbrandingen van vroeger.”

(adjunct Weber, Theaterschool Amsterdam, Telegraaf 19-11-1987)

Volgens een woordvoerder van de theaterschool gaat het juist om een ‘heel integer’ stuk. De regisseur en de acteurs lieten zich vanavond niet zien.

De opveoring van het toneelstuk van de Duitse regisseur en schrijver Rainer Werner Fassbinder is het eindexamenproject van aankomend regisseur Johan Doesburg.

Het stuk gaat over een rijke Joodse projectontwikkelaar die profiteert van de sloop van een oude historische wijk. In het stuk brengt de hoofdpersoon een hoer (dochter van een oud-Nazi) om het leven en hij ontloopt zijn straf door zijn goede connecties met het corrupte stadsbestuur.

Volgens de actievoerders is het stuk puur antisemitisch en worden anti-semitische vooroordelen door de schrijver benadrukt en bevestigd.

In Duitsland werd het stuk nooit opgevoerd om dezelfde reden. Fassbinder wilde acht jaar geleden met het Frankfurter Theater het stuk ook al eens opvoeren, maar binnen die theatergroep zorgde het stuk voor nogal wat verzet. Fassbinder nam ontslag. Een film ging een jaar later wel probleemloos in première. De film was voor het eerst te zien in Rotterdam.

Onderzoek

Het Openbaar Ministerie heeft aangekondigd onderzoek te gaan doen naar het stuk. Daarop is gisteren een proefvoorstelling geweest achter gesloten deuren. Officier van Justitie Sin Sjoe kon nog geen mededeling doen over mogelijk antisemitisme.

Er is voorafgaand aan de try-out nog overleg geweest tussen de top van justitie en burgemeester Peper. Maar die zagen op basis van de inhoud van het theaterstuk blijkbaar geen reden om het tegen te houden, tot ergernis van de Joodse organisaties.

“Wat van ons wordt gevraagd is ingrijpen met het middel van de censuur. Een wapen dat wij niet kunnen en willen hanteren. Een wapen ook dat onlosmakelijk verbonden is met een maatschappij die door welhaast iederéén in dit land wordt verfoeid.” (Kunstwethouder Linthorst, Het Vrije Volk, 17-11-1987).

Joodse organisaties zoals de Anne Frankstichting en zelfs minister Korthals Altes van Justitie had de producent gevraagd het stuk te schrappen.


Hoe ging het verder?

Een dag na de geschrapte try-out kwamen beide partijen tot een compromis: er kwam een besloten voorstelling met een discussie achteraf. Alleen mensen uit de Joodse gemeenschap zaten in het publiek.

Een van de meest prominente tegenstanders van het toneelstuk, Jules Croiset, zou meerdere keren per brief bedreigd zijn. Mede vanwege de bedreigingen werd het toneelstuk definitief geschrapt. Daarmee stopte ook het onderzoek van justitie.

Toch kwam een maand later het nieuws naar buiten dat Croiset ontvoerd zou zijn door een fascistische jongerenorganisatie. Maar dat bleek in scene te zijn gezet, net als alle dreigbrieven.

Een paar maanden later ging het stuk toch écht in première, in New York, vlakbij Broadway.

Kwam het stuk ooit nog terug naar Nederland? Ja. In 2002 wordt het stuk opgevoerd. Dit keer was er geen enkele wanklank te horen. De regisseur was… opnieuw Johan Doesburg.

Om ophef te voorkomen werd er vooraf zo min mogelijk ruchtbaarheid gegeven aan de voorstellingen.

Het bovenstaande stuk is geschreven in het kader van de Maand van de Geschiedenis 2018. Het thema van het jaar is opstand. Wat in 1987 nog een opstand teweeg kon brengen, is jaren later totaal geen reden voor enige woede, zo blijkt.

Bronnen:

Het Vrije Volk – 18-11-1987 – Justitie onderzoekt ‘Fassbinder’

Het Vrije Volk – 19-11-1987 – ‘U wilt wat wij willen, geen anti-semitisme, geen fascisme’

Telegraf – 19-11-1987 – Demonstranten verhinderen toneelstuk van Fassbinder

NRC Handelsblad – 19-11-1987 – Heftige botsing van standpunten over Fassbinder

Trouw – 26-10-2002 – ‘Het Vuil, de Stad en de Dood’ kan nu wel

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 211

GORINCHEM – Burgemeester Ridder Van Rappard lijkt eigenhandig een kunstrel te hebben veroorzaakt in het zo rustige Gorinchem. Hij liet vanmorgen, een paar uur voor de opening, de werken van kunstenaar Wil Ferwerda (23) uit stadsgehoorzaal De Nieuwe Doelen weghalen. De kunst zou ‘afgrijselijk en ontuchtig’ zijn. Volgens de kunstenaar is het ‘naturalistisch werk’, met veel naakt.

Desalniettemin ging de opening alsnog door, alleen waren de wanden leeg. Het was te laat om alle genodigden af te bellen, was het excuus.

De Rotterdamse schilder en recensent Piet Begeer heette iedereen welkom. Vervolgens trok het hele gezelschap naar het atelier van Ferwerda, een onbewoonbaar verklaard huis aan de Blauwe Torenstraat. Daar gaf Begeer een analyse van het werk van Ferwerda.

Besluit

De beslissing om de kunstwerken weg te halen is genomen door het zogeheten college van regenten, het bestuur van De Nieuwe Doelen. Van dat college is Van Rappard de voorzitter. Ook wethouder Cor de Ronde zit in dit college.

De Ronde liet weten dat men ‘de jonge bezoeker die argeloos de expositie zou binnentreden niet met dit werk mocht confronteren. Om die reden zijn de werken gisteravond, toen in de stadsgehoorzaal een cabaretvoorstelling was, tijdelijk weggehaald om daarna weer terug te keren.

Vanmorgen kwam het college bij elkaar. Daarin werd besloten dat de expositie van Ferwerda te ver ging. Van Rappard omschreef de expositie  in Het Vrije Volk als ‘meest afgrijselijk, ontuchtig, kreupel en onnodig stuitend’.

“Een en al viezigheid en vuiligheid. Er wordt mijns inziens gekoketteerd met de goot; als wij tegen der gelijke werken en personen niet positief stelling nemen gaat de wereld ten onder”

(Burgemeester Ridder van Rappard van Gorinchem, Trouw, 08-02-1965)

“Ferwerda mag schilderen wat hij wil maar niet op deze manier”

(Burgemeester Ridder van Rappard van Gorinchem, Het Vrije Volk, 08-02-1965)

Van Rappard is zelf de zoon van een beeldhouwer. Een eerdere expositie van Ferwerda in De Nieuwe Doelen kon wel doorgang vinden. Volgens Van Rappard omdat ‘zijn werk toen nog onherkenbare, onschuldige humbug’ was. Maar nu Ferwerda de naturalistische kant in is geslagen, gaat het te ver, vindt de burgervader.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Verwijderen

Ferwerda arriveerde vanmorgen bij De Nieuwe Doelen toen het college bezig was met het bekijken van de kunst. Hij werd buiten de deur gehouden, totdat het college een besluit had genomen. Daarna kreeg hij, zonder opgaaf van reden, het bevel om zijn kunstwerken weer in te pakken en mee te nemen.

Ferwerda weigerde eerst om de kunstwerken weg te halen. Maar nadat hij door de korpschef van de politie werd opgedragen om zijn werken te verwijderen, ging hij alsnog overstag. Alle kunstwerken gingen op een kar, terug naar zijn atelier. Hij was niet boos, maar baalde er vooral van dat het besluit zo laat genomen was. Voor de expositie waren kosten gemaakt, zoals het versturen van uitnodigingen.

‘Geen verstand van kunst’

Begeer was fel in zijn reactie op de actie van de burgemeester. Vooral de kritiek van Van Rappard was tegen het zere been van de recensent.

“Die aanduidingen doen ons denken aan de tijd van Hitler, toen de moderne kunst door hem en zijn genoten verboden werd. Hij geeft hiermee aan dat hij geen verstand van kunst heeft. En dat wisten we al. Ferwerda is een 23-jarige begaafde schilder, die zich heftig bewogen inzet om te getuigen van de noden van zijn medemens.”

(Piet Begeer, Het Vrije Volk, 08-02-1965)

Volgens Ferwerda zelf zegt dat er geen enkele erotische prikkel uitgaat van zijn werk. “Ik toon de men die uit zijn angst, uit de wereld, wil losbreken”, legt hij uit aan Het Vrije Volk. “Ik kom op tegen de benauwde dogma’s van deze maatschappij. Ze hebben met mijn werk gedaan, wat dit werk juist zegt.”

Het lijkt er niet op dat het verbod van Ridder van Rappard ook negatieve gevolgen heeft voor de jonge schilder. Hij is in gesprek over de mogelijkheid om te exposeren in Rotterdam en Dordrecht. Die gesprekken zouden al in een vergevorderd stadium zijn.


Hoe ging het verder?

Als het verbod door burgemeester Ridder van Rappard landelijk wordt opgepikt door de media is de kunstrel compleet.

Ferwerda doet daar nog een schepje bovenop door naar de rechter te stappen. Hij beticht de burgemeester van smaad en belediging. Het draait dan om uitspraken zoals ‘een charlatan in a-morele zin’ en dat ‘Ferwerda een profiteur is die in Rotterdam van de academie is getrapt’. Van Rappard wordt uiteindelijk niet vervolgd, dat weigert de officier van justitie.

De rel zorgt wel voor een impuls voor de carrière van Ferwerda. Na een expositie in Dordrecht volgt het hoogst haalbare: een tentoonstelling in Amsterdam.

In Gorinchem is ook niet iedereen het eens met Ferwerda. Op een van de muren in de binnenstad van Gorinchem wordt een tekst geschreven: “Ferweda is gek”. De spelfout in de naam suggereert dat de auteur geen groot kunstkenner is.

Ferwerda en Van Rappard zouden nooit vrienden worden. Toen de kunstenaar drie jaar later (1968) verhuisde naar Dordrecht deed hij nog één laatste groet aan de Gorinchemse burgemeester (zie foto onder).

Het bovenstaande artikel maakt deel uit van de serie rondom de Maand van de Geschiedenis 2018. Het thema van dit jaar is Opstand. In dit verhaal probeert een opstandige kunstenaar bepaalde taboes te doorbreken. De burgemeester komt daar vervolgens tegen in opstand en dat levert een behoorlijk rel op.

Bronnen:

Het Vrije Volk – 08-02-1965 – Genodigden bij tentoonstelling in Gorkum zien lege muren

Het Parool – 08-02-1965 – Gorkum nam aanstoot

Trouw – 08-02-1965 – Gorkum: Schilder moet veld ruimen

Het Vrije Volk – 09-02-1965 – Ferwerda zoekt heil in Dordt en Rotterdam

RTV Rijnmond – 23-09-2015 – Vergeten Verhalen – De Gorinchemse kunstrel

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 215