Skip navigation

Tag Archives: religie

Bij verhalen over hekserij denk je aan de Middeleeuwen. Maar in 1926 wordt een vrouw in het dorpje Baanhoek, tussen Papendrecht en Sliedrecht, beschuldigd door de buren van hekserij.

En dat gaat nogal ver. Er wordt een duiveluitbanner erbij gehaald, de nietsvermoedende buurvrouw krijgt een drankje toegediend en kan nog net bevrijd worden, voordat er erger plaatsvindt. De kranten in die tijd stonden vol met dit verhaal.

Maar waar komt dat idee van hekserij vandaan? En waar was het op gebaseerd?

Dagvantoen schreef er eerder een verhaal over en ging voor de podcast op zoek naar meer antwoorden. Historisch Antropoloog Willem de Blécourt geeft antwoorden op een paar van de prangende vragen.

Met dank aan José, Aries en Ronald voor hun bijdrage aan de totstandkoming van deze podcast.

DEN HAAG – Pater Koopman heeft vanmiddag na dertien jaar dan toch de strijd opgegeven tegen de abortuswet. Ongeacht de weersomstandigheden voerde de pater elke maand actie op het Haagse Binnenhof, maar nu stopt hij er mee.

Zo’n tweehonderd volgelingen waren er vanmiddag bij de laatste actie van Koopman. Er was ook een metershoog Mariabeeld op het plein voor het Tweede Kamergebouw gezet.

De 74-jarige Pater Koopman kwam steevast elke tweede dinsdag van de maand naar het Binnenhof om daar te bidden tegen abortus en euthanasie. ‘God alleen is meester van het leven en de dood’ stond op de zijkant van een busje waarmee hij naar het plein kwam.

In 13 jaar heeft de voormalig bollenkweker uit Avenhorn (Noord-Holland) het nog niet een keer laten afweten. Zelfs bij veertien graden onder nul stond hij op het plein. Maar op de kou kun je jezelf kleden.

Regen daarentegen is een groter probleem. Tijdens een hoosbui heeft Koopman een keer willen schuilen onder wat bogen op het Binnenhof, maar daar werden hij en zijn volgelingen toen weggestuurd.

Strijd

Koopman trad na de oorlog toe tot de Congregatie van het Heilig Sacrament. Hij verrichtte missiewerk in Brazilië, maar keerde in 1972 terug naar Nederland. Daar was de discussie over abortus al in volle gang.

Koopman deelde als een van de eersten pro-life folders uit bij abortusklinieken, maar deed dat altijd op vreedzame wijze. Hij kwam voor het eerst landelijk in het nieuws toen hij in 1978 dertig uur lang een bouwkraan bezet hield in Amsterdam (zie foto).

Toen drie jaar later abortus werd gelegaliseerd wist Koopman zeker dat het terugdraaien van die maatregel zijn levenswerk moest worden. Vanaf september 1981 ging hij elke tweede dinsdag van de maand naar het Binnenhof.

In de eerste paar maanden waren er enkele volgelingen, maar al snel waren het er honderden.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Geen einde

Demonstreren heeft nu geen zin meer, legt Koopman uit, nu in het paarse kabinet de christelijke partijen tot de oppositie zijn veroordeeld.

Toch benadrukt de pater dat hij doorgaat met het bestrijden van abortus en euthanasie. Tijdens de laatste bijeenkomst heeft hij een oproep gedaan aan alle aanwezigen om gebedsgroepen op te zetten tegen abortus en ‘voor bekering van hen die dwalen’.

“Alleen gebed en boete kan ons redden”, (pater Koopman)

Want op dit moment zijn er veel mensen die dwalen, zegt Koopman tegen NRC Handelsblad. Vrijwel het gehele kabinet en bijna alle parlementsleden, met uitzondering van wat CDA-leden en wat Kamerleden van de kleine christelijke partijen.

Koopman wijst erop dat sinds de jaren ’70 in ons land een miljoen abortussen (legaal of illegaal) zijn uitgevoerd. “We kunnen het tij nog keren”, zegt Koopman in het NRC. “Maar de tijd is kort. Gebeurt er niets, dan zijn we rijp voor een atoombom of verdienen we het om vier meter onder de zeespiegel te verdwijnen.”

De laatste bijeenkomst werd afgesloten met een Ave Maria. Vervolgens werd het kenmerkende Mariabeeld (dat vrijwel altijd meeging naar de demonstraties) weer terug in de bus gelegd en kwam er een einde aan een tijdperk.


Hoe ging het verder?

Tijdens zijn leven richtte Jan Koopman Stirezo op; de Stichting Recht Zonder Onderscheid. Die organisatie bestaat nog steeds en knokt nog altijd tegen abortus. In september 2018 werd bekend dat de stichting deel gaat uitmaken van Civitas Christiana.

Na zijn vertrek van het Binnenhof werd het snel stil rondom Pater Koopman. Hij was ziek, kwam in een rolstoel terecht en verloor de mogelijkheid tot praten.

Hij overleed in 1997 in een verzorgingshuis in Nijmegen, op een steenworp afstand van de plek waar hij in het klooster zat.

Koopman is een van de grotere strijders tegen de abortuswet geweest. Daarbij heeft hij soms bijzondere dingen uitgehaald (zoals het bezetten van een bouwkraan), maar hij vormde een schril contrast met sommige buitenlandse fanatici.

Zo werden in de Verenigde Staten regelmatig abortus-artsen doodgeschoten. Koopman wilde dan ook zeker geen ‘fanatiekeling’ genoemd worden, eerder een ‘gedreven man’.

Ondanks de inzet van Koopman is het terugdraaien van de abortuswet geen centimeter dichterbij gekomen. Sinds zijn acties zijn er wereldwijd tal van landen bijgekomen waar abortus is toegestaan. Zelfs Ierland, waar tot voor kort abortus verboden was, is sinds een referendum overstag.

Volgens de laatste tellingen woont 25 procent van de wereldbevolking nu in een land waar abortus nog niet is toegestaan.

Het bovenstaande artikel is geschreven voor de Maand van de Geschiedenis. Dit jaar heeft de maand het thema ‘Opstand’. In dit geval gaat het om een man die eigenhandig de opstand begint en zo lang mogelijk vol probeert te houden.

Bronnen:

NRC Handelsblad – 13-09-1994 – ‘Gedreven’ pater Koopman voor de laatste maal naar Binnenhof

Telegraaf – 14-09-1994 – Pater Koopman geeft strijd op tegen abortus

Volkskrant – 14-09-1994 – ‘We zullen gloeiende kolen stapelen op hun hoofden’

Trouw – 14-09-1994 – Pater Koopman: Barbaarse abortuswet binnen twee jaar weg

Nederlands Dagblad – 15-09-1994 – Pater Koopman verlaat het Binnenhof

Het Parool – 17-09-1994 – ‘Het is een feest dat ik dit elke dag weer mag doen’

Trouw – 21-05-1997 – Necrologie Pater Koopman

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 228

ROTTERDAM – Het protest tegen de sloop van de Koninginnekerk in Rotterdam heeft een nieuw hoogtepunt bereikt. Tien studenten uit Rotterdam en Delft hebben de twee klokkentorens van de Koninginnekerk bezet. Ze zijn van plan om een paar dagen te blijven om zo de sloop tegen de houden.

Hopelijk zijn de jongeren dik aangekleed, want met de huidige temperaturen is het op 55 meter hoogte in de toren geen pretje. Daarnaast zijn de afgelopen dagen de ruiten van de kerk ingegooid door de plaatselijke jeugd. Ook worden regelmatig brandjes gesticht.

De politie en de brandweer hebben geprobeerd de jongeren naar beneden te praten, maar communiceren bleek nauwelijks mogelijk. De studenten hadden de toegangsluiken dichtgetimmerd.

Toegang

Volgens medestanders zin de jongeren –ondanks de politiecontroles- met klimtouwen in de top van de kerk terecht gekomen. Ze zouden dekens en eten voor drie dagen bij zich hebben.

Een poging om de krakers van kachels en meer proviand te voorzien mislukte, omdat de ‘smokkelaars’ betrapt werden door agenten.

Twee jongeren zijn door de brandweer uit de klokkentoren gehaald. Er zouden er nu nog acht zitten.

Protest

Voor de kerk –vernoemd naar Wilhelmina- kwamen vanavond steeds meer mensen een kijkje nemen bij de actie van de krakers. De omwonenden hebben de afgelopen weken al genoeg meegemaakt rondom de kerk, die plaats moet maken voor een seniorencomplex.

Dit weekend waren er ook al onbekenden in de kerk geklommen. Zij lieten de kerkklok luiden, midden in de nacht. Volgens het actiecomité Behoud Koningskerk werd de ‘noodklok geluid’. Bij de politie stond de telefoon vervolgens roodgloeiend. Er wordt nu veel meer gesurveilleerd rondom het kerkgebouw.

Tijdens de laatste kerkdienst, ruim twee weken geleden, zat het vol in de kerk. Dominee Kleermaker nam toen van de gelegenheid gebruik om ook zijn kritiek te uiten op de aanwezigen.

“De kerk is vanavond voller dan ooit. Waar was u gisteren en eergisteren? Ons past een diepe schuldbekentenis tegenover onze God.”

(Dominee Kleermaker, Vrije Volk 03-01-1972)

Sloopplannen

De Stichting Bejaardenhuisvesting Rotterdam kocht de kerk in september van vorig jaar, met het plan om het gebouw te slopen.

Een paar raadsleden zagen de gevolgen van de verkoop en stribbelden tegen, maar een meerderheid van de gemeenteraad ging akkoord met de kerk en sloopplannen.

Maanden later kwam er alsnog een protest op gang. De bekende Rotterdamse evangelist Johan Maasbach wilde de sloop tegen houden door de kerk te kopen, maar daar wilde de nieuwe eigenaar niet aan meerwerken.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Uitstel

De sloop van de kerk is al meerdere keren uitgesteld. Dat kwam mede door een kort geding, aangespannen door Maasbach.

De vier gemeenteraadsleden die eerder de sloop wilden tegenhouden, deden nog een poging. Er ging een verzoek naar de gemeenteraad om een andere locatie aan te wijzen voor de bouwplannen voor het seniorencomplex.

Ook ging er een verzoek naar staatssecretaris Vonhoff voor een sloopverbod. Maar volgens het ministerie kon dat alleen worden opgelegd als de kerk op de voorlopige lijst van monumenten kwam te staan. Maar daarvoor was weer toestemming nodig van de eigenaar.

Ondertussen keerden ook steeds meer omwonenden zich tegen de sloop. Voor de kerk kwam een spandoek te hangen en twee mannen zijn opgepakt omdat ze flyers op het stadhuis plakten.

Gezang in de raadszaal

Tijdens de behandeling zaten actievoerders samen met Johan Maasbach en zijn volgelingen op de publieke tribune. Ze lieten een ‘Glory Halllujah’ over de Koninginnekerk horen, met een speciaal aangepaste tekst.

Als Maasbach 3,6 miljoen gulden bij elkaar kon krijgen, dan zou de gemeente vervangende bouwgrond ter beschikking stellen. Twee miljoen had hij al beschikbaar.

Onder de potentiële geldschieters was onder andere scheepsbouwer Verolme, maar dat liep op niets uit. De Rotterdamse miljonair Kleyn wilde een miljoen gulden op tafel leggen en de oliehandelaar Kievit wilde ook met een miljoen over de brug komen.

Kievit trok dat bod later, om belastingtechnische redenen weer in. Omdat driekwart van de schenking naar de schatkist zou gaan, moest hij minimaal vier miljoen gulden overmaken.

Te laat

Staatssecretaris Vonhoff had een deadline gesteld aan Maasbach. Als hij niet voor afgelopen maandag kon aantonen dat hij het geld bijeen had, zou de kerk niet op de monumentenlijst komen te staan.

Maasbach kreeg het financiële plaatje niet rond. Zelfs de oproep van tv-persoonlijkheid Willem Duys in ‘voor de vuist weg’ leverde niet genoeg geld op om het pand te redden. Daarnaast had de gemeente ook geen vervangend bouwterrein beschikbaar, kreeg Maasbach te horen.

Afgelopen woensdag werd een begin gemaakt met de sloopwerkzaamheden in de kerk. Een veiling van de interieur van de kerk leverde 25.000 gulden op. Het orgel en de torenklok leverden het meeste op.

Is een wonder nog mogelijk?

Tegenstanders van de sloop hebben  nu bijna geen mogelijkheden meer om het onvermijdelijke tegen te houden. Er volgt deze week nog een debat in de gemeenteraad over de kerk. Ook komt er nog een uitspraak van de rechter in een kort geding, aangespannen door Maasbach.

De verwachting dat de rechter de sloop gaat tegenhouden in miniem. Nu het geld voor de aankoop van de grond niet bijeen is, is er geen reden voor de rechter om de sloop nog verder uit te stellen.

Daarmee lijkt het erop dat opnieuw een stukje historie in Rotterdam verloren gaat.


Hoe ging het verder?

Het onvermijdelijke werd de werkelijkheid. Het college van B en W greep niet in, ondank een boycotactie van een groot deel van de gementeraad. De rechter liet de sloop doorgaan, tenzij er alsnog plots alsnog een groot geldbedrag op tafel zou komen.

In de klokkentoren bleken uiteindelijk maar twee, en geen tien, actievoerders te zitten. Wat niet meehielp in het de strijd voor behoud van de kerk, is dat de studenten niet de enige jongeren waren die doordrongen tot in de kerk . En wat baldadige jongeren hebben in de eerste dagen van de sloop zelf ook actief hebben meegenomen bij het slopen van spullen. Zo werd bijvoorbeeld het kerkorgel, dat verkocht was, maar nog opgehaald moest worden, grotendeels kapotgemaakt.

Vooral de Telegraaf pakte daar groot mee uit: ‘Bezettertjes sloopten méé’, was de kop op 20 januari. Het is overigens helemaal niet zeker dat de jongens op deze foto ook verantwoordelijk zijn voor de sloop van bijvoorbeeld het kerkorgel, dat daarna niets meer waard was.

In de dagen daarna waren er elke avond jongeren op het terrein. De toren werd meerdere keren bezet, maar veel leverde dat niet op.

De sloop ging in de weken daarna verder. Op 22 maart 1972 werden de twee kenmerkende torens van de Koninginnekerk opgeblazen. Weer een paar maanden later werd de eerste paal geslagen voor het nieuwe bejaardencomplex.

Bronnen:

Het Vrije Volk – 03-01-1972 – Laatste dienst in Koninginnekerk

Het Vrije Volk – 03-01-1972 – Maasbach vraagt: Stel afbraak Koninginnekerk uit

Volkskrant – 04-01-1972 – Koninginnekerk slechts door wonder te redden

NRC Handelsblad – 05-01-1972 – Maasbach zou nu ƒ 3,6 mln voor kerk moeten betalen

Trouw – 05-01-1972 – Laatste gevecht voor behoud Koninginnekerk

Trouw – 06-01-1972 – Strijd over sloop van Koninginnekerk

De Tijd – 07-01-1972 – Fabrikant schenkt miljoen

De Tijd – 08-01-1972 – Koninginnekerk op monumentenlijst

De Tijd – 10-01-1972 – Verzet tegen behoud van Koninginnekerk

De Telegraaf – 10-01-1972 – Verolme heeft Koninginnekerk

Trouw – 11-01-1972 – Koninginnekerk lijkt verloren

Het Vrije Volk – 12-01-1972 – Sloop van interieur Koninnegekerk is begonnen

NRC Handelsblad – 15-01-1972 – Afbraak van de Koninginnekerk in volle gang

Het Vrije Volk – 17-01-1972 – Koninnekerk geeft politie handenvol werk

Trouw – 18-01-1972 – Studenten bezetten klokketorens Koninginnekerk

NRC Handelsblad – 19-01-1972 – Kerktoren weer bezet

NRC Handelsblad – 25-01-1972 – Koninginnekerk voor Rotterdam verloren

Tekst: Dave Datema

Gepubliceerd op: 17 januari 2018

Verhaalnummer: 59

MEERKERK – In Meerkerk is een 26-jarige man om het leven gebracht door zijn familieleden. Het slachtoffer zou zijn gewurgd en daarna gelyncht. Volgens de verdachten zou het slachtoffer zijn ‘bezeten door de duivel’.

Negen familieleden zijn opgepakt en overgebracht naar instellingen. Een 23-jarige broer, die gedwongen werd om toe te kijken hoe zijn broer werd gedood, kon ontsnappen.

Sekte

De boer en boerin woonde met negen kinderen (zes jongens, drie meisjes in de leeftijd van 21 tot 37 jaar) op een boerderij met 20 koeien in het buurtschap Weverwijk, net buiten Meerkerk.

Mensen uit het dorp vertellen het verhaal van een bijzondere familie, die de indruk wekt van een sekte. De boer en boerin woonde met negen kinderen (zes jongens, drie meisjes) en hun twintig koeien op de boerderij. Voorbijgangers werden uitgescholden en bedreigd. De vader van het gezin was zelfs een keer worstelend in het veld was gezien, volgens eigen zeggen ‘vechtend tegen de duivel’.

Een predikant had nog geprobeerd bij de familie over de vloer te komen, maar hij was niet welkom. Een van de zoons heeft zich ontwikkeld tot duiveluitdrijver. Tijdens het gesprek met de predikant voerde deze zoon het woord en alle andere gezinsleden stemden met alles toe was hij zei. Alleen het latere slachtoffer ging daar niet in mee, tot woede van de zoon die het woord voerde.

Ook de autoriteiten waren de op de hoogte van de zonderlinge familie. Afgelopen zaterdag kwamen bij de autoriteiten weer klachten binnen over de ‘godsdienstwaanzin’ van de familie. De koeien stonden luid te loeien in de stallen. Ze werden niet gemolken en kregen ook geen voedsel meer.

Een paar dagen later –toen de rust was teruggekeerd- ging burgemeester Willem Geleedst poolshoogte nemen, samen met twee doktoren. Die stelden vast dat al het gevaar was geweken. De dieren kregen weer te eten en werden weer gevoederd.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Opgesloten

Toch sloeg de waanzin weer toe bij de familie. Twee van de negen kinderen waren godsdienstelijk niet zo overtuigd als de rest van de familie. Volgens de vader waren ze daarom bezeten. Terwijl de oudste broer naar bed ging, werden de krukken van de deuren gehaald, zodat niemand het huis uit kon.

De oudste broer werd in zijn slaap overvallen. Hij werd gewurgd en daarna op beestachtige wijze verminkt. Zijn jongere broer, die ook niet zo’n godsdienstige overtuiging had, moest toekijken en werd later opgesloten in de keuken, zodat de rest van het gezin verder kon gaan met een bid-sessie.

De broer wist echter te ontsnappen en rende naar de politie. De plaatselijke agent werd door de familie verwelkomd met hooivorken en bijlen. Hij wist ze tot kalmte te manen, door te roepen dat hij door ‘de hemel was gestuurd’.

De moeder van het gezin had op dat moment nog delen van het lichaam van haar zoon in haar handen. Vervolgens werden alle overgebleven gezinsleden gearresteerd en overgebracht naar drie verschillende klinieken.

Dat de actie niet uit een moment van verstandsverbijstering kwam, blijkt uit het feit dat de gezinsleden eerst hadden geprobeerd te voorkomen dat de twee broers konden ontsnappen. Daarna probeerden ze het stoffelijk overschot te laten verdwijnen, door delen te verbranden. Er was in een van de kamers een brandstapel gemaakt, die mogelijk het hele huis in vuur en vlam had gezet.


Hoe ging het verder:

Uiteindelijk kwamen alle familieleden in een gesticht in Utrecht terecht. Ze kregen geen celstraf omdat ze ontoerekeningsvatbaar werden verklaard.

In een terugblik van het NRC uit 1988 (waarbij ook soortgelijke gevallen worden besproken) wordt gezegd dat alle familieleden uiteindelijk terugkeren naar de boerenhoeve in Weverwijk.

Bronnen:

Telegraaf – 02-02-1944 – Gezin door waanzin aangetast

De Tijd – 02-02-1944 – Jongeman vermoord

Dagblad van het Oosten – 03-02-1944 – “Menschenoffer” in Leerbroek

De Courant – 10-02-1944 – Het drama te Meerkerk

Drentsch Dagblad – 14-02-1944 – “Duiveluitbanners” pleegden moord

NRC Handelsblad – 23-01-1988 – “Door Gods hand verpletterd”

Tekst: Dave Datema

Gepubliceerd op: 02 februari 2018

Verhaalnummer: 66

OTTOLAND – Met het opheffen van de openbare lagere school in Ottoland lijkt een einde te zijn gekomen aan wat wel een verlengde schoolstrijd mag worden genoemd. Waar de schoolwet van minister De Visser ruim tien jaar geleden in de meeste gemeenten al een einde maakte aan het getouwtrek tussen ouders, kerken en overheden, waren de nieuwe regels in het polderdorp juist aanleiding om de messen te slijpen.

Oud zeer van een protestantse kerkscheuring van enkele tientallen jaren geleden speelde daarin een hoofdrol. Met het verdwijnen van de openbare school lijkt de angel uit het conflict te zijn gehaald.

Het was een emotioneel debat in de gemeenteraad van Ottoland. Raadsleden van de gereformeerde ARP bleken weinig moeite te hebben met het opheffen van de school. Maar hun hervormde collega’s des te meer. De enige lagere school die in het dorp overblijft is namelijk een gereformeerde school. En daar krijgen de leerlingen niet de juiste christelijke leer onderwezen, vinden de hervormde raadsleden. Maar de ARP is sinds de verkiezingen van 1931 de grootste partij in de gemeenteraad en dus hadden de hervormden weinig kans.

Drie jaar geleden leek het er nog op dat de hervormden in Ottoland een eigen bijzondere school zouden oprichten, een school gebaseerd op hun eigen variant van het protestants-christelijke geloof. De gemeenteraad heeft zich er nog over gebogen. Dat zorgde toen voor grote spanningen in het dorp, omdat de gereformeerde school net alles rond had voor de bouw van een nieuwe school met maar liefst vier lokalen. Als er een concurrerende christelijke school zou komen, zouden de plannen op losse schroeven komen te staan.

Maar de hervormden bleken verdeeld en maakten weinig haast met de stichting van een eigen school. Lang leek dat ook niet nodig, omdat de openbare school in Ottoland geleid werd door meester J.T. Janse, een aanhanger van de SGP. De Banier, het partijblad van de Staatkundig Gereformeerde Partij, bestempelde de school tien jaar geleden nog als een van de weinige openbare scholen waar les werd gegeven ‘in de christelijke geest.’ Daarmee was de openbare school was in feite gewoon een hervormde school.

De Kerk in Ottoland. Foto uit 1930

Inspectie

Maar de openbare school, die sinds mensenheugenis naast de hervormde dorpskerk staat, kampt al geruime tijd met een teruglopend aantal leerlingen, terwijl de gereformeerde school steeds populairder wordt. Dat is ook de inspectie van het lager onderwijs opgevallen.

Vorig jaar deed een inspecteur onderzoek naar de levensvatbaarheid van de openbare school die nog maar 40 leerlingen telt. De uitkomst was dat de leerlingen beter konden worden verdeeld over de openbare school in Goudriaan en de gereformeerde school in het dorp.

Dat laatste is tegen het zere been van de hervormden in Ottoland. Zij hebben daarom in de aanloop naar de gemeenteraadsvergadering alles uit de kast getrokken om ‘hun’ openbare school te behouden, zeker omdat een eigen school door alle verdeeldheid er op korte termijn niet in zit. Zo werden er handtekeningen opgehaald.

Ze kregen hulp van een elektricien met socialistische sympathieën die evenzeer gehecht was aan de openbare school in het dorp, maar dan om andere redenen. Hij vond de afstand naar Goudriaan veel te ver voor ouders die hun kinderen openbaar onderwijs wilden laten volgen.

Maar in de gemeenteraadsvergadering is de vloer aangeveegd met de opgehaalde handtekeningen. Het waren er niet meer dan zestien. En onder de ondertekenaars waren ook mensen die enkele jaren geleden een soortgelijke petitie hadden getekend vóór hervormd onderwijs. De gereformeerde raadsleden zetten de ouders weg als ‘weinig principiële mensen’ waarnaar niet geluisterd hoefde te worden. Bovendien was het onzin om de kinderen ver te laten reizen, vinden de gereformeerden: hún school staat immers op loopafstand.

En dus verdwijnt er weer een openbare school in Nederland. Het ministerie van onderwijs heeft becijferd dat met name op het platteland zo’n 240 scholen niet levensvatbaar zijn. Uit een steekproef van het Comité van Actie voor het Openbaar Onderwijs blijkt dat bijna de helft van de leerlingen na een sluiting overgaat naar een bijzondere school. De verwachting is dat de gereformeerde school van Ottoland er ook flink wat leerlingen bij krijgt de komende jaren.

Schoolstrijd

Dat de gereformeerden in het dorp zo’n goed lopende school hebben komt gek genoeg door het grotendeels uitblijven van de schoolstrijd in de Alblasserwaard. Daardoor kon de school een streekfunctie krijgen. Hoe zat het ook al weer met die schoolstrijd die vorige eeuw grote delen van ons land in zijn greep hield? Sinds de vrijheid van onderwijs in de grondwet is verankerd streden aanhangers van bijzonder (lees: christelijk) onderwijs om gelijke behandeling door de overheid. Die wilde eerst alleen openbaar onderwijs bekostigen, omdat dit neutraal is en openstaat voor iedereen.

Wie eigen scholen wilde, moest dat maar zelf betalen, was het adagium. Maar ondertussen schroefde de overheid wel de eisen op waaraan gebouwen, schoolpleinen en het opleidingsniveau van onderwijzers moesten voldoen. Daardoor werd het voor voorstanders van bijzonder onderwijs steeds duurder om eigen scholen te onderhouden. Toen in 1886 de gereformeerden zich afsplitsten van de hervormde kerk ontstond een nieuwe situatie. De gereformeerden begonnen een eigen partij, de ARP, kwamen in de Tweede Kamer en zetten de schoolstrijd hoog op de agenda. In 1920 was definitief geregeld dat zowel het openbare als het bijzondere onderwijs door het rijk zouden worden betaald.

De schoolstrijd kon grotendeels aan de Alblasserwaard voorbij gaan omdat veel openbare scholen er vorige eeuw nog nauw gelieerd waren aan de kerk. Schoolmeesters woonden in een huis dat eigendom was van de kerk, luidden de torenklok, hadden kosterstaken in de kerk en waren voorzanger tijdens kerkdiensten. Bovendien waren de meeste dorpelingen arm en hadden ze geen geld voor een bijzondere school.

Toch kwam Ottoland al vroeg in de greep van de gereformeerde afscheiding, de Doleantie. De gereformeerden in het dorp, die wél genoeg middelen wisten te mobiliseren, wilden niet alleen een eigen kerk, maar ook een eigen school. De kerk kwam er in 1888, de school, de Eben-Haëzer of ‘Damse school’, twee jaar later. Beide hadden van meet af aan een streekfunctie. Er zaten dus niet alleen kinderen uit Ottoland op de school, maar ook uit Molenaarsgraaf, Brandwijk en zelfs uit Bleskensgraaf, waar geen gereformeerde school was. De brede belangstelling voor de Eben-Haëzer maakte de financiering iets eenvoudiger.

Binnen tien jaar was het aantal leerlingen van de Damse school vrijwel verdubbeld tot ca. 100. Er kwam een tweede lokaal en een tweede docent. In de jaren ’20 kreeg de school er nog meer kinderen bij, mede dankzij de wet van minister De Visser die regelde dat ook bijzondere scholen geld van het rijk krijgen. Maar ook speelt mee dat in Molenaarsgraaf onvrede ontstond over de hoofdonderwijzer van de openbare school in dat dorp. En dus dacht het bestuur van de gereformeerde school opnieuw na over uitbreiding.

Verlengde schoolstrijd

Maar toen brak in de dorpen een soort verlengde schoolstrijd uit. De hervormden wilden, nu de financiering landelijk geregeld was, alsnog eigen scholen. Bleskensgraaf kreeg in 1923 een hervormde school, in Molenaarsgraaf veranderde de openbare school begin dit jaar in een hervormde school, terwijl in Brandwijk eenzelfde opzet vier jaar geleden mislukte, waardoor de school openbaar is gebleven. En ook in Ottoland kwam het zoals gezegd tot plannen voor een hervormde school.

Maar onderlinge verdeeldheid zat de komst van een hervormde school in de weg. In april 1930 stemde een hervormd raadslid met de gereformeerden mee, waardoor het plan vertraging opliep. Daarna werden de initiatiefnemers ingehaald door de werkelijkheid. De komst van de hervormde school in Molenaarsgraaf betekent dat een eventuele Ottolandse school geen streekfunctie meer kan vervullen en er dus minder leerlingen te verwachten zijn. Bovendien komt het verdwijnen van de openbare school te vroeg. Concrete plannen voor een eigen hervormde school in Ottoland zijn er op dit moment niet.


[column size=one_third position=first ]

Hoe ging het verder:

De mensen achter de petitie voor behoud van het openbaar onderwijs in Ottoland gingen nog in hoger beroep tegen het besluit van de gemeenteraad om de openbare school op te heffen. Maar de Raad van State veegde de bezwaren in november 1933 van tafel. Het verdwijnen van de openbare school was daarmee definitief geworden.

In 1934 kwamen er ook hervormde leden in het schoolbestuur van de gereformeerde Damse school. Daarmee was ook op bestuurlijk niveau de verlengde schoolstrijd verleden tijd.

Het communistisch dagblad De Tribune, voorloper van De Waarheid, maakte in november 1934 een groot nummer van het verdwijnen van openbare scholen, waaronder die in Ottoland. ‘Onhoudbare toestanden’, kopte de krant. In 1934 bleken er van de 238 openbare scholen met te weinig leerlingen 146 te zijn opgeheven door het ministerie. De krant wijst erop dat de sluitingen betekenen dat kinderen naar een andere plaats moeten voor openbaar onderwijs:

[/column]

[column size=one_third position=middle ]

“In het geval van een afstand groter dan 5 kilometer rijden er schoolbussen] Kinderen mogen dan ’s morgens om een uur of 8 in een schoolbus stappen en komen als de dienstregeling van ’t openbaar middel van vervoer dit tenminste mogelijk maakt ’s avonds om een uur of 5 weer terug aan ’t punt van uitgang. Maar ze zijn dan vaak nog niet thuis! In sommige gevallen moeten de kinderen van de hoofdverkeersweg af nog 1, 2, 3 km wandelen langs landpaden of zandwegen, dus in de winter bij donkere weg, en in huis terug als de avond alweer gevallen is. Is de afstand iets minder dan 5 km, dan is ’t vaak nog erger voor de kleinen. Lopen moeten ze dan en bij ’t toenemend snelverkeer zijn ook de verkeerswegen op ’t platteland gevaarlijk, zeker voor jonge kinderen en in half donker. Onbewaakte overwegen moeten soms gepasseerd! Mogen we de ouders kwalijk nemen, dat zij tegen dit alles opzien?” (De Tribune (8-11-1934) p. 8)

De oude gereformeerde school van Ottoland werd in 1937 vervangen door een nieuw gebouw aan de B 115. Daar staat de school nog altijd.

[/column]

[column size=one_third position=last ]Bronnen:

  • J. van Rees (e.a.), Eenheid en scheiding. Historische schetsen van Molenaarsgraaf en Brandwijk (Molenaarsgraaf 1994)
  • Verrips, En boven de polder de hemel. Een antropologische studie van een Nederlands dorp 1850-1971 (Groningen 1981)

Auteur: Dr. A.P.B. van Meeteren

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 27
[/column]

MAASSLUIS – Een groep van enkele honderden mannen en vrouwen heeft maandag in Maassluis tientallen mensen bedreigd en hun huisraad vernield. Ook hebben ze mensen op straat lastiggevallen. De raddraaiers zijn boos over de invoering van een andere manier van zingen in de kerk. Het is een voorlopig dieptepunt in een slepend conflict dat vorig jaar begon.

Ooggetuige Hendrik Moerings wist niet wat hij zag toen hij even de stad in ging.

“Een troep van vijfhonderd man ging naar de huizen van iedereen die voor het nieuwe zingen was. Zij stookten elkaar op. Ze dronken sterke drank met buskruit vermengd, waar ze woedend van werden. Ze haalden een van onze plaatsgenoten uit zijn huis en bonden hem met zware touwen. Aan de uiteinden trokken wel vijf of zes mannen ter weerszijden hem voort, terwijl anderen zijn huisraad plunderden.”

Tot in de late avond hielden rellende ‘lange zangers’ huis in Maassluis. Ze hadden het onder anderen voorzien op de voorzanger, Bartholomeus Ouboter, die de kerk de nieuwe manier van zingen had geleerd. Ze mishandelden de schilder en glazenmaker, sloegen zijn winkel kort en klein en rolden de kleren van zijn gezin door de verf.

Ook andere prominente ‘korte zangers’ moesten het ontgelden. Een organist kreeg klappen, een oud-ouderling en oud-burgemeester, die ook in de kerkenraad had gezeten, werd in zijn nachtgoed de straat opgejaagd, de vrouw van een schoenmaker werd aan haar haren door de straten getrokken en bij een metselaar ging een steen door de ruit. Bij een ander werd de wijnkelder leeggedronken.

De oproerkraaiers riepen ‘Houzee!’ en ‘We willen de oude toon weer terug.’ De nieuwe manier van zingen noemden ze ‘dans- en komediezang’. Anderen schreeuwden dat ze vandaag allemaal Prins, Staten, regering, dominees en alles tegelijk waren en dus hun zin moesten krijgen. Pas tegen het eind van de avond keerde de rust terug in Maassluis. Enkele inwoners, onder wie ook slachtoffers als de voorzanger en de metselaar, hebben dat dit niet afgewacht en zijn naar Delft gevlucht.

Conflict

Net als overal in Holland en West-Friesland is in Maassluis begin vorig jaar een nieuw psalmenboek geïntroduceerd. De nieuwe zogeheten psalmberijming is samengesteld in opdracht van de de overheid. Aanleiding was de groeiende onvrede onder predikanten en taalkundigen over de oude liedteksten van Petrus Datheen uit 1566. Het resultaat verscheen in 1773 op de markt, waarna de overheid de berijming overal liet invoeren.

Maar niet alleen de woorden van de populaire psalmen gingen op de schop. Ook de manier van zingen moest anders. Alleen gebeurde dat laatste niet in opdracht van de Staten-Generaal, maar van de kerken zelf. Die wilden af van de uiterst langzame manier van zingen waarbij elke noot even lang duurde. Ook de kerkenraad van Maassluis was voorstander van het nieuwe zingen dat meer ritmisch was, dus met afwisseling van hele en halve noten. Maar dat was buiten een deel van het kerkvolk gerekend.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Vissers

Met name de vissers van Maassluis zijn van ouds zeer gehecht aan de langzame manier van zingen. Als ze van huis zijn heffen ze aan boord graag een psalm aan, zeker op zondag als de schepen voor anker liggen op de Doggersbank. Ze komen dan bijeen op één schip en houden een eigen kerkdienst met zeer langzaam gezongen psalmen, mét de oude woorden van Datheen.

De kerkenraad van Maassluis moet al problemen met de vissers hebben voorzien. De invoering van de nieuwe teksten was al een heet hangijzer – ze werden in de loop van vorig jaar uiteindelijk, zij het aarzelend, door de meeste mensen meegezongen. Maar ritmisch zingen was voor een aantal Maassluizers, met name het armere deel van de bevolking, een brug te ver. Men zong dus wel de nieuwe tekst, maar op de oude manier.

Om ook de nieuwe manier van zingen te kunnen invoeren besloot de kerkenraad vorig voorjaar om zodra de vissers voor enkele weken op zee waren, te gaan oefenen met het overgebleven kerkvolk. Een voorzanger en enkele schoolmeesters hielpen met het instuderen van ritmisch zingen. Maar toen de vissers terug waren, sloeg de vlam in de pan.

De vissers vonden het snellere zingen helemaal niets. Het was in hun ogen ‘paaps, Luthers en afgodisch’. In augustus begonnen er enkele van hen dwars door het gezang heen het geluid van blatende schapen na te doen en te schreeuwen. De dominee was zo van slag dat hij niet verder kon en iedereen naar huis stuurde. Daarna ging het van kwaad tot erger. Vissers zetten in de kerk ook geregeld de aloude psalmen van Datheen in, die ze veel liever zongen dan de nieuwe liederen.

Compromissen

Niet alleen de aanhangers van de oude manier van zingen, de zogeheten ‘lange zangers’, roerden zich, ook de voorstanders van de nieuwe manier, de ‘korte zangers’, lieten van zich horen. Kerkdiensten veranderden meer dan eens in een complete chaos, waarbij ook de organist een duit in het zakje deed door zo hard als hij kon te spelen. Toen de ‘lange zangers’ het orgel dreigden af te breken, bond de kerkenraad in. In september herstelde ze de oude manier van zingen, maar wel op de nieuwe teksten.

De maanden erna hebben de ‘korte zangers’ voortdurend geprobeerd om het besluit van de kerkenraad weer van tafel te krijgen. Dat resulteerde in februari in een nieuw compromis. Voortaan zou er weliswaar langzaam worden gezongen, maar wel met afwisseling van hele en halve noten. Maar die maatregel maakte de problemen in Maassluis alleen maar erger. Nu had niemand zijn zin.

Afgelopen zaterdag trok een groep ‘lange zangers’ langs bij de dominees en de beheerders van de kerk en de schout. Zij eisten dat er de volgende dag weer ouderwets langzaam, met hele noten, zou worden gezongen. De autoriteiten konden weinig anders dan toegeven. Een flinke vergissing, zo bleek twee dagen later, toen groepen al rellend door Maassluis trokken.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Ingrijpen?

Schout Pieter Schim laat weten dat hij het er niet bij laat zitten. Geruchten gaan dat hij de baljuw, de hoogste rechterlijke macht in Delfland, erbij wil halen, die dan de rust zou moeten herstellen. Ook de Prins van Oranje zou dezer dagen in Delft zijn. Mogelijk wordt ook hij bijgepraat. Of dat ook gebeurt, is bij het verschijnen van dit bericht nog niet bekend.


Hoe het verder ging

Schim is inderdaad de volgende dag naar Delft gereisd, samen met een burgemeester en een schepen, om de baljuw in te seinen. De baljuw zegde zijn hulp toe. Of de prins, een verklaard tegenstander van de psalmen van Datheen,  daarbij nog een rol heeft gespeeld, is niet helemaal duidelijk. De dagen na het Psalmenoproer werden in ieder geval tal van verdachten opgepakt. Zeventig Maassluizers wachtten de arrestaties niet af en namen de benen. Dat aantal verraste de autoriteiten, waarna een amnestieregeling in het leven werd geroepen. Alleen de ergste raddraaiers zouden worden veroordeeld. Twee van hen kregen 12 jaar verbanning opgelegd, twee anderen verdwenen voor zes jaar uit Maassluis.

Na het oproer zong men in de kerken in Maassluis, net als in de meeste andere kerken in Holland, uit de nieuwe psalmberijming en bovendien ritmisch. Althans, meestal. Een enkele keer probeerde nog een ‘lange zanger’ om op hele noten, dwars tegen de rest in te zingen. Op 14 mei 1778 vaardigde de baljuw, een soort politiechef, daartegen een waarschuwing uit.

Ook in Vlaardingen kwam het tot een Psalmenoproer, onder leiding van ‘lange zanger’ Anthony Buytenweg, die voorzanger was in zijn kerk en die de psalmen ‘op zulk een onstichtelijke wijze gezongen of liever geschreeuwd’, dat groot rumoer in de kerk ontstond.

In 2006 schreef de in Maassluis geboren schrijver Maarten ’t Hart een roman die zich onder meer afspeelt ten tijde van het Psalmenoproer. Een zoon van de hoofdrolspeler ontpopt zich als een van de aanvoerders van de ‘lange zangers’. ’t Hart baseerde zich onder andere op ooggetuigenverslagen van de rellen in zijn stad.

Tegenwoordig wordt de psalmberijming van Datheen nog in zo’n 30 kerken gezongen, met name in oudgereformeerde gemeenten.

Bronnen:

En toen nu – Psalmenoproer

Luth (e.a.) – Het Kerklied – Een geschiedenis (Zoetermeer 2001)

P.H.A.M. Abels – Tussen gewetensvrijheid en kerkelijke dwang. Religie in Holland’, in: Th. de Nijs en E. Beukers, Geschiedenis van Holland Deel 2 1572-1795, p. 326-32

Mastenbroek – ‘De Maassluise oorlog 1775-1776’ – Historische Schets 27 (1995), p. 7-17

Dekker – Holland in beroering. Oproeren in de 17de en 18de eeuw (Baarn 1982)

Auteur: Drs. A.P.B. van Meeteren

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 203

Dit verhaal is geschreven in het kader van de Maand van de Geschiedenis 2018. Het thema van dat jaar is ‘Opstand’. In dit geval kwam een deel van de bevolking in opstand tegen het van bovenaf opgelegde veranderingen van de manier waarop de religie beleden moest worden.

PAPENDRECHT – De luidruchtige Nijkerkse beroeringen die in het hele land al te zien zijn in kerken hebben ook de Alblasserwaard bereikt. Aangemoedigd door predikanten en andere religieuze leiders beginnen mensen tijdens kerkdiensten te schudden en te beven en barsten ze uit in een luid geschreeuw.  Een van de dorpen waar de beroeringen zich voordoen is Papendrecht.

Van heinde en ver komen mensen naar Papendrecht om te kijken naar vreemde dingen die gebeuren tijdens de kerkdiensten van de plaatselijke predikant. Sinds twee maanden houdt ds. Bernardus Elikink zulke gloedvolle betogen dat uit de stampvolle dorpskerk een luid gejammer opklinkt. Sommige aanwezigen schreeuwen het uit en krijgen stuiptrekkingen. In kerken in omliggende dorpen gebeurt het ook, maar niet zo erg als in Papendrecht. Daarom wilden wij dat eens met eigen ogen zien.

Als we aankomen bij de kerk valt ons direct een jongen op die tussen het kerkvolk door loopt en om zich heen schopt. Hij wringt zich in zijn handen en roept van alles in het wilde weg. We horen:

“Weg duivel, weg satan; ga bij me vandaan satan! O Heer, o Jezus, help me! Jezus!”

Maar dat is dan nog het gedeelte dat we kunnen verstaan. De jongen schreeuwt ook iets van “Bab, bab, bab” en “Hap, hap, hap”. Ondertussen zien we hem als een hond naar zijn eigen handen bijten zonder er echt zijn tanden in te zetten.

Detail uit: Een impressie van de Nijkerkse Beroeringen van Reinier Vinkeles (1788, Atlas Van Stolk) © Atlas van Stolk

In de kerk zit het zo vol dat dominee Elikink over de stoelen moet klimmen om bij zijn plek te komen. Hij slaat de Bijbel open en leest een Bijbeltekst voor die wel speciaal voor de gekwelde jongen lijkt te zijn uitgekozen: “Het is goed voor een man dat hij het juk in zijn jeugd draagt.” De knul gaat zo mogelijk nog wilder te keer. Hij slaat met zijn wilde bewegingen zelfs een plank uit de kerkbank.

Niet alleen de jongen voelt zich aangesproken door de predikant. Tijdens de preek schreeuwen enkele tientallen kerkgangers door elkaar om verlossing door Jezus. Zo zien we een meisje hardop bidden dat ze het niet langer zonder Jezus kon redden. De situatie wordt na verloop van tijd zo chaotisch dat Elikink moet stoppen met preken. Hij laat een Psalm zingen om de aanwezigen tot bedaren te brengen.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Bezoekers van buiten

Er valt ons op dat niet alleen het gloedvolle betoog van de dominee de mensen om bekering laat roepen. Ook de kerkgangers zelf stoken elkaar op. Sommige van hen komen helemaal niet uit Papendrecht. Met name een man die later uit Utrecht blijkt te komen, zien we de mensen ophitsen. Is hij daar uit zielennood of is het een sensatiezoeker? We krijgen hem helaas niet te spreken.

Na afloop van de dienst komen we de jongen weer tegen die zo tekeer was gegaan voor en tijdens de dienst. We vragen hem waarom hij dat deed. “Door mijn zonden”, antwoordt hij kortweg. Maar als we vragen welke gruwelijke zonden hij dan bedreven zou moeten hebben om zo te moeten schreeuwen, komt hij niet verder dan “zoals die van alle mensen”.

Met dat antwoord nemen we geen genoegen. Want dan zou toch de complete kerk kabaal moeten maken? Toch gebeurt dat niet. Wat maakt nou dat die jongen zich wel zo laat gaan? Hij zegt dan dat hij veel vloekt en zweert. Veel wijzer worden we er niet van.

Gods Geest?

We informeren bij dominee Elikink. Hij zegt dat wat er in de kerk gebeurt Gods werk is. Hij verwijst naar omliggende dorpen waar ook in kerken mensen luid weeklagen om hun zonden en onder schudden en beven smeken om bekering. “Ik heb ernstig tot God gebeden dat het Hem mocht behagen om Zijn Geest ook hier in Papendrecht te openbaren. En Hij was zo goed dat dit ook gebeurde.”

Inderdaad zien we in meer dorpen soortgelijke beroeringen als in Papendrecht. Het begon allemaal ruim twee maanden geleden, althans in de Alblasserwaard. De bron ervan hoeven we niet ver te zoeken. In Werkendam, aan de overkant van de rivier de Merwede, is een rondtrekkend prediker actief die meermalen de oversteek waagt en dan tijdens huiskamerbijeenkomsten mensen tot bekering oproept.

De verspreiding van de ‘beroeringen’ over de Alblasserwaard. A.P.B. van Meeteren

Deze Jacobus Groenewegen is op zijn beurt weer geïnspireerd door gloedvolle predikers uit Amerika en Schotland die daar grote groepen gelovigen op de been krijgen. Ook tijdens die bijeenkomsten schudden en beven de mensen en smeken ze om verlossing. In Nijkerk kregen deze beroeringen twee jaar geleden als eerste voet aan de grond in ons land, vandaar dat ze ook wel Nijkerkse beroeringen worden genoemd. Het lijkt erop dat Groenewegen ze naar de Alblasserwaard heeft gebracht.

Na Giessendam volgen in hoog tempo Hardinxveld, Giessen-Nieuwkerk en Sliedrecht en niet lang daarna ziet ook Elikink dat zijn kerkvolk er bevattelijk voor is. Hij besluit daarom vanaf eind februari af te wijken van de gebruikelijke Bijbelteksten en het te hebben over de zonde van de mensen en Gods oordeel daarover. Elikink weet nog goed wat er gebeurde toen dat hij dat voor het eerst deed:

“Toen ik het daarover had, werden de beroeringen ineens heel sterk. Ik hoorde mensen diep zuchten en hartverscheurend kermen. Ik moest een einde aan mijn preek maken en ben maar gaan bidden. Ik riep met luide stem tot God, maar de gemoederen bedaarden niet. Naderhand zeiden de mensen dat ze niet doorhadden dat ik al aan het gebed was begonnen.”

Tegenstanders

Zijn alle predikanten zo enthousiast over het Nijkerkse fenomeen? We ontmoeten ds. Arthus Koppiers van Hardinxveld. Hij is fel tegen de beroeringen: “Al dat onbezonnen geschreeuw heeft niets met bekeringen te maken. God is een God van orde, niet van chaos.” Dat heeft hij ook tijdens preken en catechisaties gezegd.

Koppiers: “Niet lang nadat ik er tijdens catechisatie over had gesproken stond Jacobus Groenewegen op de stoep. Die beschuldigde me ervan te veel mijn verstand te gebruiken. ‘Geloven is een zaak van het hart’. Nou, ik vind hem maar een schadelijk werktuig.”

De Hardinxveldse dominee staat niet alleen met zijn mening. Predikanten in met name Dordrecht zien de gebeurtenissen in de Alblasserwaard met lede ogen aan. Zij zitten niet te wachten op dezelfde wanorde in hun kerken. Ze denken na over manieren om de beroeringen in te dammen. Of dat ook lukt, is maar de vraag.


Hoe ging het verder?

Na Papendrecht zijn in de Alblasserwaard nog beroeringen gemeld in Wijngaarden, Bleskensgraaf, Molenaarsgraaf, Oud-Alblas, Alblasserdam, Streefkerk en Nieuwpoort.

De opvallende en luidruchtige bekeringen in de Alblasserwaard trekken van overal vandaan nieuwsgierigen, onder meer uit Dordrecht, Zwijndrecht, Charlois en, zoals gezegd, Utrecht. Sommigen komen niet alleen uit sensatiezucht. Er zijn er ook die de manier van werken kopiëren. Zo zien we niet lang erna ook beroeringen in Charlois.

In de media wordt er veel over geschreven. Niet altijd positief. Er zijn getuigen die vertellen dat ze jongens van zeven of acht jaar oud bezig zagen om een schuddende jongen in bedwang te houden. Een van de getuigen zou de jongen wat geld hebben gegeven om hem nog wat meer te laten beven. “Daarop kreeg de Beroerling een lach, vertrok verschillende keren met zijn mond en ogen, trok zijn benen op en bewoog zijn lijf hier en daar. Toen wierp ik enkele duiten bij hem in de buurt, waarop hij zich snel omdraaide en al kruipend met open ogen en gretige handen naar de duiten grabbelde.”

De predikanten uit Dordrecht en omgeving leggen vast dat hun collega’s van kerken waar de beroeringen zich voordoen niet in andere kerken mogen voorgaan. Dordrecht weigert vanaf mei ook enige tijd rondreizende predikers de toegang tot de stad om onrust te voorkomen.

Johannes Oosterling, de predikant van Streefkerk is net als Arthus Koppiers een fel tegenstander van de beroeringen. Hij heeft heel wat te stellen met zijn gemeenteleden. Hij roept na een dienst een vrouw bij zich die de preek had verstoord door tegen de duivel uit te vallen, maar kan niet tot haar doordringen.

Maker: A.P.B. van Meeteren

“Snode huichelarij”, schrijft Oosterling aan de autoriteiten in het dorp, “die ons hele geloof en godsdienst in het algemeen zo jammerlijk ontheiligt en bespottelijk maakt.” Hij ziet er een kunstje in. Of dat heeft geleid tot maatregelen door het dorpsbestuur, is niet bekend.

Het bestuur van Charlois laat in ieder geval in 1753 iedereen die schudt en schreeuwt tijdens kerkdiensten oppakken door de schout. Daarna was het snel gedaan met de beroeringen aldaar.

Na 1753 lijkt het heilige vuur in de regio te zijn uitgedoofd. Maar sommige gelovigen blijven in kleine groepjes bijeenkomen en hier en daar doen zich nog beroeringen voor. Maar die blijven altijd kleinschalig.

Bronnen:

  • A.P.B. van Meeteren, Het ruysschen als de Libanon: de Nijkerkse beroeringen in Bleskensgraaf in 1752 (Bleskensgraaf 1998)
  • J. van Dijk, Oprecht verhaal over de geestelijke beroeringen in de jaren 1751 en 1752 te Werkendam en in de Alblasserwaard (Giessenburg 1980)
  • Regionaal Archief Dordrecht, Handschriftenverzameling, nr. 2166, Aantekeningen over het werk der overtuiging en beroering in Papendrecht, geschreven door Bernardus Elikink (februari-augustus 1752).

Auteur: A.P.B. van Meeteren

Gepubliceerd op: 26-11-2018

Verhaalnummer: 95

LEIDEN – Een groep van zo’n honderd religieuze vluchtelingen uit Engeland heeft zich gemeld in Leiden. Hun leider, predikant John Robinson, heeft in een brief aan het stadsbestuur een officieel verzoek gedaan om zich te mogen vestigen in de stad. Het stadsbestuur is daarmee akkoord gegaan.

De vluchtelingen zijn ongeveer een jaar geleden vertrokken uit het plaatsje Scrooby, niet ver van Nottingham. Ze belijden het streng-christelijke puriteinse geloof en zijn uit de Anglicaanse kerk gestapt. Omdat ze worden vervolgd, besloot de groep naar Holland te vertrekken.

Holland staat al jaren bekend vanwege het feit dat religieuze minderheden er niet vervolgd worden. Het gewest is daarom een magneet voor groeperingen die in eigen land worden vervolgd. De nieuwkomers zorgen voor een grote economische impuls. Ook de relatieve rust, nu de oorlog met Spanje even stil ligt, zoegt ervoor dat Holland een aantrekkelijke plek is geworden.

Een eerdere poging van de groep om naar Nederland te komen mislukte twee jaar geleden. Het is niet toegestaan om Engeland zonder toestemming te verlaten. Een tweede poging slaagde dus wel.

Haven van Amsterdam. Pieter Bast (rond 1600)

Amsterdam

De groep kwam eerst in Amsterdam terecht. In de jaren ervoor waren er al veel Engelsen naar Amsterdam gekomen. Niet alleen politieke vluchtelingen, maar ook kooplieden en soldaten.

De puriteinen schelen wat betreft hun opvattingen niet veel van de protestante Nederlanders. Toch stichten de puriteinen eigen kerken en gingen ze niet naar een Nederlandse kerk. Al snel ontstonden er binnen de puriteinse kerken ruzies over het beleid.

De groep uit Scrooby was bang om in de ruzies meegesleept te worden en besloot daarom na een jaar Amsterdam te verlaten. De puriteinen kozen voor Leiden, de tweede stad van Holland, omdat de stad een periode van ongekende bloei meemaakte. Ook de aanwezigheid van de calvinistische Universiteit speelde een rol.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Leiden

In de raadsvergadering vandaag werd het officiële verzoek van de puriteinen om zich hier te vestigen besproken. In de brief legde Robinson uit dat hij met ongeveer honderd volgelingen in de stad komen wonen en dat ze daar aan het werk zouden gaan.

“Jan Rabarthsen, dienaar van het goddelijke woord, en zo’n 100 mannen en vrouwen behoren tot de Christelijk Gereformeerde religie, allen geboren in het Koninkrijk van Groot-Brittannië, geven met de nodige eerbied en onderdanigheid te kennen dat ze omstreeks de eerste mei zich willen vestigen in deze stad, met alle vrijheid van dien, om er hun werk te doen, zonder iemand tot last te zijn. Zij richten zich tot U eerzame stadsbestuurders en bidden U bij deze om hen toestemming te verlenen om het gevraagde te mogen uitvoeren”

(Ruwe vertaling van de brief van John Robinson aan het Leidse stadsbestuur, 1609)

Het stadsbestuur antwoordde dat geen enkel eerlijk persoon geweigerd kon worden uit de stad, mits de groep zich zou houden aan de wetten die in de stad gelden. Maar eigenlijk waren de puriteinen helemaal niet verplicht om toestemming te vragen.

Plek

Waar de Engelse nieuwkomers precies gaan wonen is nog niet duidelijk. De kans dat ze een kerk gaan bouwen in de stad is niet groot, omdat ze die dan zelf moeten financieren. Ze mogen in ieder geval geen gebruik maken van de bestaande kerken in de stad.


Hoe ging het verder?

De groep van Robinson bleef uiteindelijk elf jaar in Leiden. Onder Robinson groeide de gemeente uit tot zo’n 300 leden. Er werden meerdere huisjes gebouwd in de buurt van de Kloksteeg. In een van die huizen werden waarschijnlijk de diensten gehouden.

De Engelse autoriteiten kregen lucht van de gevluchte puriteinen. De Engelse ambassadeur kwam verhaal halen in Leiden, maar de stad bleef bij het besluit dat Robinson en zijn volgelingen welkom waren in de stad. Het verhaal dat ze gevlucht waren, werd door het stadsbestuur afgedaan als nonsens.

Robinson maakte naam. Hij ging aan de slag bij de Universiteit en speelde ook een rol bij de Synode van Dordrecht. Hij zou meerdere keren bij deze ‘kerkenvergadering’ in discussie zijn gegaan met remonstranten en zou die discussie ook hebben gewonnen.

Tien jaar later besloten de meeste puriteinen toch maar weer te vertrekken uit Leiden. Een groot deel van hen had nauwelijks geld en leefde in armoede. Ook keken ze met argwaan naar hoe Hollanders hun geloof beleden. Dat ging er volgens de puriteinen veel te vrij aan toe.

Daarnaast speelde het einde van het twaalfjarig bestand met Spanje een rol om te vertrekken. En in het voorjaar werd een van de puriteiten gedood, omdat hij werd aangezien voor een remonstrant.

Ongeveer honderd gelovigen gingen naar Amerika. Via Delfshaven (Rotterdam) en Engeland kwamen ze met Mayflower in Engeland. Deze groep wordt ook wel de Pilgrim Fathers genoemd.

Bronnen:

Wikipedia – Pilgrim Fathers (NL)

Wikipedia – Pilgrim Fathers (EN)

W.H. Bartlett, Pilgrim Fathers: The founders of New England (Londen, 1853)

Pelgrimskerk Delfshaven

Leiden Pelgrim Museum

Tekst: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01 oktober 2017

Verhaalnummer: 04

MÜNSTER – In Münster is geloofsfanaticus Jan Beukels (27), alias Jantje van Leiden, ter dood gebracht. De leider van het zelf uitgeroepen Wederdoperrijk werd publiekelijk gemarteld en daarna geëxecuteerd.

Jan Beukels uit Zevenhoven was bijna een jaar de leider van Münster, dat sindsdien het ‘koninkrijk Sion’ werd genoemd. Het was een theocratische staat, gebaseerd op de tien geboden uit het Oude Testament.

De charismatische zanger en kleermaker was de opvolger van de Amsterdammer Jan Matthijs die twee jaar geleden van de Duitse bisschopstad Münster een bolwerk van de Wederdopers had weten te maken.

Gevangenis

Beukels zat voor zijn terechtstelling al ruim een half jaar in de gevangenis. Hij werd opgepakt na de val van Münster, nadat de stad ruim een jaar werd belegerd door Filips van Hessen en de verdreven bisschop Frans van Waldeck die de stad weer terug in handen wilden krijgen.

In de afgelopen maanden werd Beukels getoond op meerdere plekken in de omgeving, deels als waarschuwing voor andere wederdopers.

Vanmorgen werd hij, samen met zijn rechterhand Berend Knipperdolling en assistent Berend Krechting op een schavot gemarteld en gedood. Hun lichamen hangen nu in kooien aan de Lambertikerk.

Wederdopers

Jan van Leiden trad drie jaar geleden officieel toe tot de wederdopers op de gebruikelijke manier, door zich te laten dopen. In de jaren ervoor werd hij bekend als een kleermaker en koopman.

Als koopman kwam Beukels in contact met de wederdorpers, doordat hij een preek hoorde van Bernhard Rottmann, tijdens een bezoek aan Münster.

Die stad werd langzamerhand hét bolwerk van de nieuwe beweging. Het geloof van wederdopers of Anabaptisten ontstond ruim tien jaar geleden in Zürich. Leden onderscheiden zich vooral doordat ze vinden dat je pas als volwassene gedoopt kan worden. Omdat veel kinderen al in een van de eerste levensjaren gedoopt worden, moeten ze ‘wedergedoopt’ worden.

Een van de volgelingen, Jan Matthijs, wist drie jaar geleden de macht te grijpen in Münster. Veel mensen waren in opstand gekomen tegen de rijkdom van de kerk. Vooral in Münster speelde dat omdat daar een bisschop zetelde. De opstand tegen de bisschop was zo’n succes, dat de Wederdopers de stad overnamen en een eigen koninkrijk uitriepen.

Jan Matthijs kwam al na een paar maanden om het leven. Hij had in een visioen gezien dat hij met een klein groepje soldaten de complete vijandelijke legermacht kon verslaan. Zijn poging mislukte.

Dictatuur

Als rechterhand van Jan Matthijs, trok Jan Beukels vervolgens alle macht naar zich toe. Hij liet zich een paar maanden later kronen tot Koning van het theocratische ‘Koninkrijk Sion’ en voerde drastische veranderingen door.

Beukels was ervan overtuigd dat het einde der tijden nabij was en dat Münster het ‘Nieuwe Jeruzalem’ zou zijn. Als voorbereiding op het Einde der Tijden werden alle boeken verbrand (met uitzondering van de bijbel), werd het geld afgeschaft en het gemeenschap van goederen ingevoerd. Ook werd polygamie toegestaan.

Omdat vrouwen veel vatbaarder bleken te zijn voor het geloof van de Wederdopers, waren er veel meer vrouwen dan mannen in de stad. Iedere vrouw die ten huwelijk werd gevraagd was wettelijk verplicht om te trouwen. Op die manier had Jan van Leiden 17 vrouwen.

Zijn eerste vrouw werd koningin Diriva van Haarlem. Diewertje Brouwersdochter, zoals de koningin echt heette, was eerder getrouwd met Jan Matthijs.

Op het overtreden van een van de tien geboden stond de doodstraf. Zo zou Beukels een van zijn eigen vrouwen persoonlijk hebben onthoofd, omdat ze van hem af wilde. En dat mag niet volgens het zevende gebod, vond Beukels.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Einde der wederdopers?

Of met de dood van de ‘koning der wederdopers’ er nu een einde gekomen is aan de beweging, is nog maar de vraag. In mei vorig jaar (een maand voor de val van Münster) probeerden wederdopers met geweld de macht over te nemen in Amsterdam.

Die revolutie mislukte, in tegenstelling tot Münster, omdat de lokale bevolking er niet achter stond. Verhalen over het schrikbewind van Jan Beukels zouden daarbij een grote rol hebben gespeeld.

Toch zijn er in delen van Europa nog steeds wederdopers actief, ook al worden ze door Keizer Karel V vervolgd.


Hoe ging het verder?

Na de vorming van de Republiek der Nederlanden kregen de dopers het wel iets makkelijker, maar veel was het niet. Ze werden gedoogd (net als katholieken en Joden).

In een latere periode schoven de dopersen meer op van de orthodoxe kant naar de vrijzinnige hoek. De doopsgezinde kerk kent relatief veel vrouwelijke voorgangers en zegenden de eerste homohuwelijken in.

Jan Beukels ging de geschiedenis in als Jan van Leiden. Zijn naam vindt je terug in het spreekwoord ‘zich ergen smet een jantje-van-leiden van afmaken’, wat erop neerkomt dat je je best niet doet. Eerder betekende het meer het maken van loze beloften.

Het lichaam van Jan Beukels heeft tot 1585 (!) in de kooi gehangen van de Lambertikerk als afschrikmiddel.

Het bovenstaande artikel is geschreven voor de Maand van de Geschiedenis van 2018. Het thema van dit jaar is Opstand. In dit geval komt een simpele koopman uit Leiden in opstand met zijn geloofsbroeders, maar het loopt verre van goed af.

Bronnen:

Wikipedia – Jan van Leiden

Wikipedia – Anabaptisme

Jalta – De christelijke terreurstaat van Jantje van Leiden

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 213