Skip navigation

Tag Archives: Terrorisme

DEN HAAG – Bij een aanslag op het Westeinde in Den Haag zijn twee mannen omgekomen. Het gaat om de Britse ambassadeur sir Richard Sykes (58) en zijn persoonlijk assistent Karel Straub (19) uit Den Haag. Er wordt gespeculeerd betrokkenheid dat de IRA, het Ierse republikeinse leger, achter de aanslag zit, maar daar zijn nauwelijks bewijzen voor. Bij alle ambassadegebouwen in de stad hangt de vlag halfstok.

Het slachtoffer was rond 09:00 uur net ingestapt in de auto, toen de aanslag plaatsvond. Uit een verklaring van de chauffeur, die net als de secretaresse ongedeerd bleef, werd er eerst van grote afstand geschoten. Hij heeft daarna de deuren vergrendeld. De twee schutters zijn dichterbij gekomen en hebben van korte afstand meerdere schoten gelost.

Assistent Straub stond nog buiten de wagen, omdat hij net de deur had dichtgedaan voor de ambassadeur. Hij werd ook twee keer geraakt. Sykes werd zeker vier keer getroffen, drie keer in het bovenlichaam en één keer in het hoofd. De chauffeur is daarna meteen naar het Westeinde Ziekenhuis gereden. Straub bleef zwaargewond achter op de binnenplaats van de ambassadeurswoning.

Hij werd korte tijd later overgebracht naar het ziekenhuis. Beide slachtoffers leefden nog enkele uren, maar overleden om elf uur in de ochtend aan hersenletsel.

Britse media over de aanslag:

Verklaring

In het Britse ambassadegebouw aan het Lange Voorhout is een paar uur later een persconferentie gegeven. Secretaresse Alyson Bailes heeft daarbij een korte verklaring afgegeven.  

Duidelijk aangeslagen na alle gebeurtenissen vertelde Bailes vanaf een briefje over de aanslag. “We waren juist in de wagen gestapt en ik zat net naast de ambassadeur achterin, toen de aanslag werd gepleegd.”

“Uit een soort instinct hield in mijn handtas voor mijn hoofd om mezelf te beschermen tegen het rondvliegend glas. Daardoor heb ik eigenlijk niet gezien wat er precies gebeurde. Pas toen de chauffeur wegreed, realiseerde ik me dat de ambassadeur was geraakt en dat hij bewusteloos was.”

(Alyson Bailes, Het Parool, 23-03-1979)

De chauffeur van de wagen van Sykes wilde geen verklaring aan de verzamelde pers geven.

Assistent

Sykes was ruim twee jaar ambassadeur in Nederland. Hij stond bekend als een van de vooraanstaande diplomaten in Den Haag. Hij had ook meerdere onderscheidingen gekregen in de Tweede Wereldoorlog.

In de voorgaande jaren was hij werkzaam op de ambassades in Athene, Santiago, Peking, Nanking, Washington en Brussel. Ook was hij ambassadeur op Cuba.

Beveiliging

Sykes was gespecialiseerd in veiligheidsmaatregelen voor ambassadepersoneel in het buitenland. In een speciale studie concludeerde hij dat de beveiliging van diplomaten vaak tekort schoot.

Op de persconferentie werd verteld dat er nauwelijks beveiligingsmaatregelen waren genomen rondom de ambassadeur. Er was geen bewaking aanwezig en zijn wagen, een Rolls Royce, was niet gepantserd. Ook de chauffeur van de wagen in onbewapend.

Ambassade-woordvoerder Roger Hervey liet weten dat dit ook nooit een probleem was geweest, tot vandaag. “Hij had geen vijanden te duchten. Er is hier nooit een serieuze bedreiging tegen hem binnengekomen. Niet per brief, niet per telefoon, nimmer!”, schrijft Het Parool.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Daders

Volgens Hervey is het compleet onduidelijk wie er achter de aanslag zit. “Voor zover bekend is Sir Richard nooit bij een controversiële zaak betrokken geweest. We hebben absoluut geen idee wat de aanleiding is geweest”, liet hij op de persconferentie weten.

Er wordt alom gespeculeerd dat het Ierse Republikeinse Leger (IRA) achter de aanslag zit. Een paar dagen geleden maakte de terreurgroep bekend dat er meer aanslagen zullen volgen. De aanslag op de Britse ambassadeur is echter nog niet opgeëist. Een woordvoerder van de IRA ontkent de betrokkenheid, maar sluit niet uit dat een zelfstandig opererende groep achter de aanval zit.

Toch is er al een link tussen Sykes en de IRA. Drie jaar geleden onderzocht de ambassadeur in opdracht van de Britse regering de moord op ambassadeur Christopher Ewart-Biggs. Hij kwam om het leven bij een bomaanslag.

Een team van 25 politiemensen is op de zaak gezet. Daar zitten ook twee agenten bij van Scotland Yard, vanwege ‘eventuele Britse achtergronden’. Toch wil dat niet zeggen dat de politie zich alleen richt op de betrokkenheid van de IRA bij de zaak, laat een woordvoerder aan NRC Handelsblad weten.

Geschokt

De Tweede Kamer heeft geschokt gereageerd op de dood van de ambassadeur. Minister Van der Klaauw van Buitenlandse Zaken heeft zijn condoleances overgebracht aan de echtgenote van de ambassadeur.

“De regering is met afschuw vervuld over deze gewelddadige en laffe aanslag”, liet minister Wiegel van Binnenlandse Zaken weten.

Koningin Juliana en Prins Bernhard hebben per telegram ook hun deelneming verzonden aan lady Sykes. Ook ging er een telegram naar Koningin Elizabeth.


Hoe ging het verder?

De aanslag van 22 maart 1979 is nooit officieel opgeëist.  Toch gingen de Nederlandse en de Britse autoriteiten ervan uit dat de Provisional Irish Republican Army, een afsplitsing van de IRA, achter de aanslag zat. De identiteit van de schutters is nooit achterhaald.

Sir Richard Sykes werd op 26 maart 1979 gecremeerd in Den Haag. Een dag later werd Karel Straub begraven op de Haagse Begraafplaats Sint Barbara.

Er volgde nog een officiële herdenkingsdienst, enkele dagen later. Daarbij waren prinses Beatrix, prins Claus, premier Van Agt en de Britse minister Owen van Buitenlandse Zaken aanwezig.

Na de aanslag werden veiligheidsmaatregelen doorgevoerd, die nota bene door Sykes zelf waren opgesteld.

In 1990 was er opnieuw een aanslag van de IRA in Nederland. Toen werden vier Australische toeristen in Roermond onder vuur genomen. Twee van hen kwamen daarbij om. De schutters dachten dat het om Britse militairen gingen, die een dagje naar Nederland waren gereisd.

Bronnen:

Het Parool – 23-03-1979 – Geen spoor na moord op ambassadeur

NRC Handelsblad – 23-03-1979 – Moordbrigade onderzoekt dood Sykes

Het Vrije Volk – 23-03-1979 – Britse rechercheurs helpen bij onderzoek

De Telegraaf – 23-03-1979 – Moordenaars Britse diplomaat spoorloos

Volkskrant – 16-03-2009 – Bloed in Nederland door buitenlands conflict

Wikipedia – Richard Sykes

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 22-03-1979

Verhaalnummer: 89

ROZENBURG – Op het terrein van Gulf Oil is een explosie geweest bij opslagtanks. Daarna brak er een felle brand uit in de omgeving van de raffinaderij. De oorzaak van de explosie is nog niet bekend. Er raakte niemand gewond.

De brand ontstond iets na middernacht. Personeel ontdekte dat er een leiding naar van de twee asfalttanks die achter op het terrein stonden, was ontploft. De klappen waren tot in Hoek van Holland te horen. De brand die daarna ontstond was in de verre omgeving te zien als een oranje gloed in de lucht.

In een eerste verklaring laat Gulf Oil weten dat op het terrein twee opslagtanks gevuld met asfalt door hitte-ontwikkeling zijn geëxplodeerd. Daarna sloeg de brand over naar een voorraadtank met stookolie.

Enkele uren later waren de twee asfalttanks tot de grond toe afgebrand. De olietank met stookolie stond toen nog in lichterlaaie.

De brandweer kreeg assistentie van de bedrijfsbrandweer van omliggende bedrijven. Het heeft in totaal vier uur geduurd voordat het vuur werd geblust. Daarbij was de belangrijkste taak om te voorkomen dat het vuur zich nog verder zou verspreiden.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Schade

Volgens het bedrijf loopt de schade door de brand in de miljoenen. Dat komt vooral door de schoonmaakkosten van de omgeving. Een deel van de stookolie is in het omliggende gebied terechtgekomen.

De raffinaderij draait ondanks de brand gewoon door, iets dat volgens Gulf Oil te danken is aan het ‘doortastende optreden van de brandweer’.

Twee jaar geleden kwam de raffinaderij bij Rozenburg ook al in het nieuws na een brand in een ventiliatiekolom. Sindsdien zijn er geen grote branden meer geweest.


Hoe ging het verder?

Een kleine week na de brand meldt de politie dat sabotage zo goed als zeker de brand bij Gulf Oil heeft veroorzaakt. Bij het onderzoek zijn ijzersplinters gevonden, die wijzen op een ontplofte bom.

Vlak bij de plek waar de brand is ontstaan is ook het hek doorgeknipt. Die twee feiten bij elkaar opgeteld wijzen duidelijk op sabotage of brandstichting, zegt justitie in Het Vrije Volk van 20 maart 1971.

Maar daarmee liep het onderzoek wel helemaal vast. Na een maand is de recherche nog geen steek verder. Het enige aanknopingspunt dat de recherche heeft is een stuk karton met de tekst ‘GLO Operation’. Bij de aanslag zijn drie kleefbommen gebruikt.

Op 19 april 1971 wordt in Israël een 26-jarige vrouw opgepakt. Het gaat om een in Duitsland geboren Palestijnse die deel zou uitmaken van het Palestijns Bevrijdingsfront. Ze wordt direct in verband gebracht met de brand bij Gulf Oil. De vrouw zou ook een aandeel hebben gehad in een vliegtuigkaping.

De vrouw zou, zo laat de Israëlisch politie weten, uit ‘romantische motieven’ hebben gehandeld. Ze zou geholpen zijn door vier handlangers.

Al vrij snel wordt duidelijk dat Gulf Oil niet het specifieke doelwit was.

“Het ging niet om Gulf. Het doel was de internationale belangstelling op het Palestijns verzet te richten.”

(officier van justitie Van der Hoeven, NRC Handelsblad, 20-04-1971)

Een ander doelwit dat genoemd wordt is een opslagterrein van een Israëlisch bedrijf. Door slechte voorbereiding kwamen de bommen op de verkeerde plek terecht.

Tijdens de verhoren noemt de vrouw meerdere namen van handlangers. Daaruit maakt de politie op, die voor de verhoren naar Israël zijn gereisd, dat de vrouw een ondergeschikte rol heeft gespeeld bij de aanslag.

De vrouw wist niet wat het doel was van de daden. Ze was de chauffeur van de saboteurs. Nadat de bommen waren geplaatst heeft zij ze weer teruggereden. Eerder zou ze ook betrokken zijn geweest bij een sabotage-actie bij de Mobil-raffinaderij.

De Nederlandse politie laat weten dat de vrouw niet uit politieke overweging heeft meegewerkt aan de aanslag. Ze zou verliefd zijn geweest op Mohammed Boudia, de leider van de Franse tak van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina.

Boudia zou meerdere vrouwen hebben versierd en daarna hebben overgehaald om te helpen bij het plegen van aanslagen.

De vrouw staat in juli 1971 voor de rechter in Israël. Ze wordt veroordeeld tot veertien jaar cel, maar komt al na drie jaar vrij vanwege ‘voorbeeldig gedrag’. Twee jaar later wordt ze opnieuw opgepakt in Frankrijk, voor het beramen van een bomaanslag.

Boudia wordt in 1973 door de Mossad geliquideerd.

De raffinaderij van Gulf Oil werd in 1982 overgenomen door Kuwait Petroleum (Q8). In 2015 nam de Zwitserse maatschappij Gunvor de raffinaderij over.

Bronnen:

De Waarheid – 15-03-1971 – Bewoners Waterweg opgeschrikt

NRC Handelsblad – 15-03-1971 – Vijf brandweerkorpsen ingezet bij raffinaderijbrand

Het Vrije Volk – 20-03-1971 – Brand bij Gulf veroorzaakt door sabotage

Het Vrije Volk – 07-04-1971 – Ontploffing veroorzaakt door drie kleef bommen Onderzoek naar Gulf-sabotage volkomen vast

NRC Handelsblad – 19-04-1971 – Sabotagegroep bekent in Israël aanslag Gulf Europoort van maart

Het Vrije Volk – 29-04-1971 – Alle verdachten Gulf-aanslag zijn nu bekend

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen – Terroristenliefje pleegt verkeerde aanslag