ROTTERDAM – Spaanse troepen hebben bij een bestorming een bloedbad aangericht in Rotterdam. Er zijn zeker veertig Rotterdammers gedood, maar mogelijk zijn het er veel meer. Onder de slachtoffers is ook burgemeester Roos.

De inwoners van Rotterdam hebben de Spanjaarden twee dagen buiten de poort weten te houden. Een eerste aanval werd gisteravond nog afgeslagen. Daarna werd er onderhandeld, onder leiding van abt Duifhuis van de Sint-Laurenskerk. Afgesproken werd dat de ongeveer tweehonderd Spanjaarden in kleine groepjes door de stad mochten trekken, richting het strategisch gelegen Delfshaven.

Het been van smid Zwart(e) Jan wordt erafgehakt. Prent (1622). Bron: Engelfriet

Maar toen de poorten open gingen voor de eerste groep, stormde het complete Spaanse regiment de stad binnen. Een van de eerste slachtoffers was hoefsmid Zwartjan.

In de stad joegen soldaten tal van onschuldige burgers de dood in. Burgemeester Jan Roos was een van hen.

Hoeveel slachtoffers er zijn gevallen is niet duidelijk. Er wordt gesproken over zeker veertig, maar Spaanse bronnen hebben het er over honderd. Andere zeggen dat het aantal nog veel hoger ligt.

Frustratie

De Spanjaarden arriveerden twee dagen geleden bij de Oostpoort van Rotterdam. Ze hadden er toen al een zware reis opzitten, vol tegenslagen.

Gouverneur Maximilien de Hénin-Liétard, de Graaf van Bossu, was met zijn manschappen richting naar Brielle gereisd, na het nieuws dat de rebellen die stad hadden ingenomen.

Maximiliaan van Hénin-Liétard, Graaf van Bossu, stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht.

Doordat een deel van de omgeving onder water was gezet, moest de Graaf van Bossu bij Brielle rechtsomkeert maken.

Het volgende doelwit was Delfshaven, dat ook door de rebellen was ingenomen. De Spanjaarden zijn bang dat vanuit Delfshaven het hele gebied ten noorden onder water wordt gezet. Dat zou de stad Delft kwetsbaar maken.

Een poging om in Dordrecht proviand te verzamelen mislukte, omdat de Dordtenaren de poorten hermetisch gesloten hield. Daarop trok Bossu richting Rotterdam.

Maar ook daar hield de plaatselijke bevolking de poorten dicht, tegen de wil van het katholieke stadsbestuur. Vanwege het Paasfeest was er door de Rotterdammers nogal wat gedronken. Mogelijk dat dit een rol heeft gespeeld.

De Graaf van Bossu was genoodzaakt met zijn mannen buiten de Rotterdamse stadsmuren te slapen, wat een vernedering was voor de belangrijkste Spaanse militair in de Nederlanden. De dag erna werd de eerste aanval op Rotterdam uitgevoerd. Toen die mislukte, waren de troepen een dag later niet meer te houden.

Beeld

Alle frustratie die in de Spaanse troepen was gaan zitten, kwam eruit bij de slooptocht door Rotterdam.

Zo werd door het Spaanse garnizoen ook het beeld van Rotterdammer Desiderius Erasmus verwoest. Het beeld aan de Grote Markt werd besmeurd, kapotgesmeten en daarna in het water gegooid.

Erasmus was een humanist en was een van de inspiratiebronnen voor de protestanten die zich onlangs hebben afgescheiden van de kerk. De Spaanse kapelaan zou een grote afkeer hebben van Erasmus.

Inmiddels hebben de meeste Spaanse troepen Rotterdam weer verlaten, richting Delfshaven, waar de rebellen zich nu zouden bevinden.


Hoe ging het verder?

De Spanjaarden slaagden erin om Delfshaven in te nemen. Ook die plaats werd geplunderd. De toch al niet beste reputatie van de overheerser liep een nieuwe knauw op.

Om die reden kwamen veel steden in Holland met een dilemma te zitten. Zouden ze aan de kant van de Spanjaarden blijven (zoals veel steden toen nog deden) of kozen ze voor de Watergeuzen? Dat waren ook geen lieverdjes, bleek een paar maanden later nog eens een keer, toen een aantal geestelijken uit Gorinchem naar Brielle werd meegenomen en ter dood gebracht.

Maar een paar maanden later, toen in Dordrecht de eerste Vrije Statenvergadering werd gehouden, kozen dertien steden (o.a. Dordrecht, Delft, Leiden, Gouda, Gorinchem en Oudewater) de kant van Willem van Oranje.

Plaats

De inval van de Spanjaarden was bij de Oostpoort, op de plek waar nu het Oostplein zich bevindt. Dat is nu in het hart van de stad, maar dat was toen dus de uiterste grens.

Naar de omgekomen smid Zwartjan is nu nog de Zwart Janstraat vernoemd, een winkelstraat in het Oude Noorden.

Albert Duifhuis, de abt die had onderhandeld over het binnenlaten van de Spanjaarden, neemt de benen na het bloedbad.

De Spanjaarden hebben Rotterdam niet lang in bezit. Lodewijk van Oranje (de broer van Willem) dreigde om de stad in te nemen. Dat dreigement en het feit dat steeds meer steden in Holland kozen voor de opstand, zorgden ervoor dat de Spanjaarden op 25 juni de stad weer verlieten.

Rotterdam koos daarna ook voor de opstand. Doordat een andere haven, Amsterdam, lang Spaansgezind bleef, zorgde dat voor extra handel en economische bloei voor Rotterdam. Zeker toen er in de decennia erna veel rijke Belgen naar het noorden vluchtten, betekende dat een extra economische impuls voor Rotterdam.

In 1621 telt Rotterdam dan ook negentienduizend inwoners, een groot aantal voor die tijd in de Nederlanden. Alleen Amsterdam, Leiden, Haarlem, Utrecht en Middelburg hadden meer inwoners.

Het bovenstaande artikel is geschreven voor de Maand van de Geschiedenis 2018. Het thema van dat jaar is ‘opstand’. In dit geval gaat het om de Rotterdammers die proberen de Spanjaarden buiten de poort te houden. Of er nu sprake is van opstand of dronkemansgedrag… daar mogen de wetenschappers het de komende jaren nog over hebben.

Bronnen:

Universiteit Leiden – Pieter Verkaik/Erika Kuijpers – Dutch Revolt-Rotterdam

Stadsarchief Rotterdam – Spaanse terreur

Wikipedia – Bestorming van Rotterdam (1572)

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen: de dagen ná 1 april 1572

 

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 202

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.