Skip navigation

Tag Archives: Hardinxveld-Giessendam

GORINCHEM – In Gorinchem-Oost, Dalem en Boven-Hardinxveld is een ware exodus ontstaan van mensen die – vaak met het nodige huisraad – een veilig en droog heenkomen zoeken. Morgen moeten beide plaatsen ontruimd zijn.

Gisteren kregen de mensen in Gorinchem-Oost te horen dat het gebied morgen ontruimd moet zijn.

Lees verder: Hoog water leidt ook tot ontruiming Gorinchem-Oost en Dalem

In vrijwel alle straten staan vrachtwagens, verhuisbusjes en aanhangers kris kras door elkaar. Tal van mensen zijn ingevlogen om te helpen bij de plotselinge verhuizing. Geen enkel handje blijft onbenut.

Mensen pakken spullen in voor de evacuatie. Foto: Regionaal Archief Gorinchem

“Ik ben wel bang”, zegt een van bewoners in het ‘rampgebied’ tegen een verslaggever van Radio Rijnmond. “Als je iedereen zo de boel ziet inpakken, dan wordt je er wel bang van.”

Verderop in de straat discussiëren een man en een vrouw of een bepaald kastje wel of niet mee moet. “Het moet wel eerst uitgepakt worden, want er zit glaswerk in”, zegt de vrouw.

‘Hulptroepen’ bij de ontruiming van Gorinchem. Op de achtergrond is te zien hoe hoog het water staat. Foto: Regionaal Archief Gorinchem

Verkeerschaos

In de loop van de middag ontstond er een verkeerschaos met allerlei busjes, wagens en vrachtwagens die probeerden de stad uit te komen. De gemeente had al bepaalde wegen afgesloten, om te voorkomen dat de chaos nog groter werd, maar die maatregelen lijken niet heel erg te helpen.

Een deel van de evacués blijft behoorlijk in de buurt. Veel mensen hebben een onderkomen gevonden in het westelijk deel van Gorinchem.

Drukte op de Newtonweg in Gorinchem, tijdens de evacuatie. Foto: Regionaal Archief Gorinchem

Boven-Hardinxveld

Ook in Boven-Hardinxveld hebben de mensen te horen gekregen dat ze moeten vertrekken. Het dorp ligt in een polder tussen het Kanaal van Steenenhoek en de Merwede. En vooral de dijk bij het Kanaal van Steenenhoek is zwak. Er zouden zelfs al scheuren gezien zijn. Op meerdere plekken zijn de dijken al versterkt met zandzakken.

Mocht de dijk doorbreken, dan is er geen enkele mogelijkheid om de 4.500 inwoners van Boven-Hardinxveld op tijd weg te krijgen. En dus besloot de burgemeester Van Wouwe van Hardinxveld-Giessendam, die halsoverkop was teruggekeerd van een vakantie in Oostenrijk, om dit gebied te ontruimen.

De Mobiele Eenheid houdt een oogje in het zeil aan het uiteinde van de Rembrandtstraat in Hardinxveld-Giessendam. Foto: W. van der Pijl

Dat besluit wordt de burgemeester niet geheel in dank afgenomen. Veel inwoners van het lager gelegen Boven-Hardinxveld, hadden al hun intrek genomen bij bekenden, bijvoorbeeld in dijkwoningen, omdat die ‘honderd procent zeker droog zouden blijven’.  En nu moeten ze alsnog weg.

Deze mensen krijgen daarom van de burgemeester 24 uur extra de tijd om hun spullen te pakken, maar wel op eigen risico.

Toch is niet iedereen is van plan te vertrekken.

“We zitten met z’n achttienen in huis. De ME moet ons daar één voor één komen wegslepen.”

(bewoner Boven-Hardinxveld, Het Parool, 02-02-1995)

Zeker morgenavond wordt het spannend, omdat er dan een springtij verwacht wordt met een bijbehorend waterpeil van 6 meter boven NAP. Normaliter ligt het peil in de rivier op een halve meter boven NAP.



Hoe ging het verder?

De Mobiele Eenheid moest weldegelijk een paar keer in actie komen, omdat niet iedereen van plan was om weg te gaan.

Een dag na de verplichte evacuatie kon de vlag al voorzichtig uit. Het zag er naar uit dat de dijken het zouden houden.  Maar daarmee is het gevaar nog niet geweken. De dijken zijn doorweekt en kunnen alsnog bezwijken.

Een kleine week nadat de ontruiming was begonnen mogen de mensen weer naar huis (06 februari).

Bewoners van Boven-Hardinxveld worden welkom geheten na de evacuatie. Foto: W. van der Pijl

Politiek Den Haag is wel wakker geschud door de problematiek. Binnen een jaar worden de eerste dijken versterkt, onder meer bij Gorinchem. Ook komt er geld vrij voor het project ‘Ruimte voor de Rivier’, waarbij gebieden werden aangewezen die onder water mochten lopen, als het waterpeil opnieuw zeer hoog kwam. Dat project is eind 2018 afgerond.

Bronnen:

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen – De Ramp die geen ramp was

Het Parool – 02-02-1995 – Als de ME niet helpt, dan de dorpsdokter

De evacuatie van Boven-Hardinxveld – Ewoud Klop

Radio Rijnmond – 30-01-1995 – 02-02-1995 – Diverse nieuwsuitzendingen

Een terugblik van Radio Rijnmond op de ontruiming (uit 2015)

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 30-01-2020

Verhaalnummer: 140



HARDINXVELD-GIESSENDAM – Bij een bombardement op Boven-Hardinxveld zijn vandaag elf mensen om het leven gekomen. Onder de slachtoffers zijn vijf jonge kinderen. De bommen zijn afkomstig van Duitse bommenwerpers, die bij de Merwede in een vuurgevecht waren geraakt met Engelse gevechtsvliegtuigen.

De avond ervoor hadden de inwoners van Boven-Hardinxveld nog vol goede moed geproost op het nieuwe jaar. Als de Geallieerden het Ardennenoffensief zouden afslaan, dan zou in 1945 ook het noorden van Nederland eindelijk worden bevrijd, zo is de hoop. Maar de Hardinxvelders worden al op nieuwjaarsdag op een dramatische manier uit hun droom gewekt.

De ravage is enorm op de kruising van de Buldersteeg en de Rivierdijk. Dertien huizen aan weerskanten van de steeg liggen in puin. Sommige zijn door de klap van hun fundering geslagen en gekanteld, zoals het huis van de familie Netten. “Wat een ruïne”, zucht Gerrit Romijn die probeert te redden wat er te redden valt.

Zoektocht naar overlevenden

Overal zijn vertwijfelde dorpsgenoten bezig om naar slachtoffers te zoeken tussen de brokstukken. Marcus de Kok is een van hen. Hij was aan het werk op scheepswerf de Merwede toen er heel laag Duitse vliegtuigen overkwamen en bommen losten. Hij zag dat de projectielen in de buurt van de Buldersteeg vielen. “Hé, Marcus, daar woon jij toch?”, had een collega gevraagd.

Zijn huis blijkt een voltreffer te hebben gehad. Zijn vrouw Geertruida, twee dochtertjes, Lenie (5) en Truusje (2) en zoontje Jopie (4 maanden) zijn dood. Zoon Mak overleeft als door een wonder. De kleuter was onder de keukentafel gekropen en dat is zijn redding geweest.

Jan Stam vertelt dat hij direct is komen kijken toen hij zag dat er bommen vielen op het huis van zijn zus Teuntje de Haas, pal naast de familie De Kok. Hij werd bij de afzetting onmiddellijk doorgelaten. “Dus dat was niet best”, wist hij.

Jan zag al direct meerdere slachtoffers. Zijn zwager Gijs bleek achter het huis te liggen. “Ik zag aan zijn mooie zwarte haar dat hij het was. Godverdikke, dat was wat.” Zijn zus vindt hij uiteindelijk doodgedrukt in de grond onder een kachel.

Tekening van de Buldersteeg. De in het rood gearceerde huizen zijn getroffen door de bommen. Tekening: Dirk Blokland

Taartjes

Daarmee is het leed nog niet geleden voor de familie De Haas. Zoon Teus (6) heeft het bombardement evenmin overleefd en voor het leven van zoon Bram (8) wordt gevreesd. Jan: “Ze zouden vandaag naar de verjaardag van mijn moeder komen”, zegt Jan hoofdschuddend. “Die had nog taartjes gemaakt voor de kinderen.” Maar het gezin was nog maar net onderweg toen het bombardement begon. “Ze zijn terug naar huis gerend, zo hun dood tegemoet.”

Van de familie Netten hebben alleen Eeltje, zus Jozina, haar vader en haar zwager het overleefd. Eeltje is nog maar net drie maanden getrouwd met Leen. Die overlijdt, net als zus Willy en haar moeder. Eeltje is met zwaar hoofd- en beenletsel naar het ziekenhuis gebracht. Haar zwager komt er met een scherf in zijn arm vanaf. Broer Jan was tijdens het bombardement niet thuis.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



‘Die vliegen het dak eraf’

Het drama in Boven-Hardinxveld heeft alles te maken met een grootschalig Duits luchtoffensief, operatie Bodenplatte, gericht op luchthavens van de geallieerden. Het doel is om in één klap de opmars van Engelse en Amerikaanse troepen in de Ardennen af te remmen. Een van de Duitse eskaders vloog die ochtend van noord naar zuid over het rivierdorp.

Rinus Vaarwater heeft het allemaal zien gebeuren. Hij vertelt dat hij rond 09.00 uur op de Rivierdijk stond toen hij zware motoren hoorde naderen. Hij zag de Duitse bommenwerpers al snel. “Ze kwamen heel laag over. Ik dacht: ‘Die vliegen het dak eraf’.”

Romijn vult aan: “Er waren ook Engelsen in de lucht en er werd door de luchtafweer aldoor geschoten. Ik heb in de kelder gezeten, want op het dak hoorde je alleen maar rikketikketik.” Maar het bleef niet bij een kogelregen. Kort erop vielen ook bommen. “Het leek 10 mei 1940 wel”, zegt Romijn.

“De Duitse toestellen zijn vast te zwaar beladen geweest voor dat luchtgevecht met de Engelsen en hebben de lading gedumpt zonder te kijken waar die terecht kwam,” vermoedt Vaarwater. Anderen zeggen dat de Duitse operatie zo geheim is gehouden dat het eigen luchtafweergeschut niet op de hoogte was en dat de Duitsers hun eigen Messerschmitts onder vuur hebben genomen.

Hoe het ook zij, het was geen gericht bombardement dat Boven-Hardinxveld in rouw heeft gedompeld. “Een verschrikkelijke dag”, concludeert Gerrit Romijn. Een buurvrouw huivert: “Teuntje de Haas zei eens: ‘Als er bij ons eens iets gebeurt, dan hoop ik dat we allemaal weg zijn. En nu is dat nog uitgekomen ook.”

Trouwzaal

De gemeente Boven-Hardinxveld stelt de trouwzaal ter beschikking om de slachtoffers op te baren. Ook wordt een groepsuitvaart voorbereid.

De verwachting is dat het nog wel weken kan duren voor het puin is geruimd en het dorp een begin kan maken met de wederopbouw van de hoek van de Buldersteeg met de Rivierdijk.


Hoe ging het verder?

De lichamen van de slachtoffers zijn drie dagen lang opgebaard in de trouwzaal van het gemeentehuis. De begrafenis is op 4 januari.

De familie De Haas is vanuit huis begraven. Jan Stam: “We zitten bij Gijs de Haas in huis. De kist van mijn zus en Gijs stonden op een schraag en kleine Theus stond in zijn kistje bovenop die van zijn moeder. Brammetje was toen nog niet aan zijn verwondingen overleden. En wat denk je? Weer een luchtgevecht. Het huis zat propvol met mijn familie en familie van Gijs. Paniek! Iedereen wou naar buiten en toen zakten we toch door de houten vloer heen en rolden die kisten door het huis. Dat is toch… Dat is een belevenis…”

De kisten van de familie De Haas zijn daarop door de doodbidder naar de begraafplaats aan het Kromme Gat gebracht waar al de uitvaart van de andere slachtoffers bezig was. Volgens getuigen zijn er zeker duizend mensen op het kerkhof en de dijk. Dan vliegt een geallieerde bommenwerper over, die schuin tegenover de begraafplaats scheepswerf De Holland bestookt (nu Damen Shipyard). Weer is er paniek. Mensen vluchten door de sloot de griend in achter de begraafplaats. Niemand raakt gewond, ook niet op de werf die buiten bedrijf is. Wel zijn op De Holland grote vernielingen aangericht.

Jan Stam en zijn vader zijn na het bombardement met nog een handjevol mensen overgebleven op de begraafplaats. De dominee is nergens meer te vinden om de ruw onderbroken uitvaart af te ronden. De doodbidder stelt dan voor dat híj de plechtigheid afsluit, vertelt Stam.

Een dag na de uitvaart overlijdt ook Bram de Haas.

Operatie Bodenplatte draait uit op een fiasco. De Duitsers verliezen er veel vliegtuigen en piloten door en het is meteen de laatste grote luchtoperatie van de Lufwaffe. De formatie Messerschmitts die boven Hardinxveld vliegt is de JG27 (Jagdgeschwader 27). Maar er is die dag ook een Brits offensief. Het 317ste Spitfire-squadron gooit bommen aan beide zijden van het veer tussen Werkendam en Boven-Hardinxveld. In zijn rapport vermeldt squadronleider Marian Chelmecki: ‘No results were seen.’ (Bodenplatte, p. 29)

Van het bombardement zijn geen foto’s bewaard gebleven. Maar op een Britse luchtfoto van 22 januari 1945 is de ravage goed te zien (Luchtfoto Universiteit Wageningen 14 februari 1945, collectienummer 0006-01, sortienummer 4/1760, fotonummer 3005).

In februari 1945 onteigende de gemeente Boven-Hardinxveld de grond en het puin en zijn er plannen ontwikkeld om de stoep te verbreden en het terrein anders in te delen. In plaats van de verwoeste 13 huizen zouden uiteindelijk na de oorlog niet meer dan vier panden terugkeren.

Na de oorlog is de Buldersteeg (een verbastering van Bildersteeg) omgedoopt tot Wilhelminalaan.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



In de dagboekaantekeningen van Gerrit Romijn staat: “April 1945. In alle rumoer van de tijd is Leen van de Linden geboren. Hij heeft zijn vader dus nooit gekend.” Moeder Eeltje weet nog dat ze niet bepaald in een feeststemming was toen ons land een maand later werd bevrijd. “Toen de oorlog voorbij was en de muziek voorbij trok, heb ik met dat kind door het huis gelopen en de kleine deed niet anders dan schreeuwen. En ik janken. Toen ik de vloer aan het dweilen was kwam er een vrouw voorbij die zei: ‘Het is nu geen tijd om te werken hoor, het is nu tijd om te feesten.’ En bij mij liepen de tranen uit mijn ogen. Want de oorlog was voorbij, maar wat had ik? Een kind dat lag te schreeuwen.”

Eeltje vertelt in 2013 in een documentaire van Gert Romijn (de zoon van Gerrit Romijn): “Nieuwjaarsdag is voor mij nog altijd moeilijk. En zouden er bij de dodenherdenking wel eens mensen zijn geweest die hebben gedacht aan het huishouden dat ik kwijtgeraakt ben? Zou er op Hardinxveld nog één zijn die erg heeft in wat er toen is gebeurd?”

Bronnen:

  • DVD Bommen op de Buldersteeg (2013) van Gert Romijn. Citaten uit de interviews zijn gebruikt met toestemming van de maker.
  • Piet Swets, Bombardement en wederopbouw Buldersteeg, Mededelingenblad Historische Vereniging Hardinxveld-Giessendam 33 (2), najaar 2011, p. 11-13
  • John Manrho en Ron Pütz, Bodenplatte. The Luftwaffe’s last hope. The attack on Allied Airfields New Year’s day 1945 (2004)
  • T.M. Blok, Vooronderzoek Conventionele Explosieven Haven Boven-Hardinxveld, Saricon (2016), 

Over operatie Bodemplatte:

Auteur: Aries van Meeteren

SLIEDRECHT – Met meer dan 2000 leden van de Waffen-SS, Duitse militairen en leden van Ordnungspolizei kammen sinds de vroege ochtend de dorpen Sliedrecht, Giessendam, Hardinxveld en Werkendam uit op zoek naar jonge mannen. Ook in natuurgebied De Biesbosch wordt gezocht. Honderden jonge mannen zijn opgepakt.

De actie is een vergelding voor een liquidatie bijna een week geleden in de Biesbosch. Een knokploeg van het verzet schoot toen twee landwachters dood. En dat was weer een vergelding voor een moord op een bakkersknecht, gepleegd door de zoon van een van de landwachters.

De militairen arriveren al voor zonsopgang in Hardinxveld en Sliedrecht. De Hardinxveldse melkhandelaar Hoogendoorn vertelt dat ze zich onder meer verzamelden onder het viaduct van de rijksweg Rotterdam-Gorinchem. Vervolgens zetten de soldaten posten uit, met steeds niet meer dan enkele tientallen meter afstand ertussen.

Uiteindelijk wordt zo de hele oever van de Merwede tussen Sliedrecht en Boven-Hardinxveld afgezet. Datzelfde gebeurt bij Werkendam en Sleeuwijk aan de overkant van de rivier. Vervolgens gaan de soldaten van huis tot huis. Rond half acht staan ze voor de achterdeur van de familie Hoogendoorn. Hun 19-jarige zoon Jan wil net gaan ontbijten en is nog in de voorkamer. Een officier van de Waffen-SS vraagt om wat te drinken en krijgt Santé, een soort nep-thee.

Jan: “Ik kwam de woonkeuken binnen en keek recht in het gezicht van die Duitser met de doodskoppen op zijn uniform. Ik heb niets gezegd, maar heb mijn bord gepakt en ik ben weer naar de voorkamer teruggegaan, waarbij ik de tussendeur sloot. Mijn tante kwam even later ook naar de voorkamer en zij zei dat ik hem niet zo kwaad moest aankijken, je weet nooit wat hij dan doet.”

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Voor Jan loopt het goed af, juist met dank aan die Duitse officier. Korte tijd later stopt een overvalwagen voor het huis. Enkele gewapende soldaten maken aanstalten om het huis te doorzoeken, maar de Waffen-SS-er vertelt hen dat alles in orde is. Jan: “Kort daarna vertrok ook de officier. Hij bedankte mijn moeder voor de thee en zei tot slot: ‘Das ist kein Krieg, Knaben fangen.’”

Honderden anderen hebben minder geluk. De soldaten verzamelen hen op drie plekken: bij de Grote Kerk van Sliedrecht, op het plein van de School met de Bijbel aan de Rivierdijk in Hardinxveld en bij smid Jaap de Kreek aan de Bandijk in de Biesbosch. Daar staan ze uren te wachten tot ze aan het eind van de middag in overvalwagens op transport gaan naar Kamp Amersfoort. De paniek in de dorpen is groot.

Het zijn niet de eerste gijzelaars die de Duitsers deze maand oppakken in Hardinxveld en Sliedrecht. Er zijn dan al zo’n 20 mannen gearresteerd. Geen jongeren, maar bekende inwoners van de dorpen, zoals directeur Caljé van scheepswerf ‘De Holland’, schoolhoofd Köhler, slager Bouman, veehandelaar Donk, rijwielhandelaar Rikkers en belastinginner Bergakker. Voor zover bekend worden zij vastgehouden in het politiebureau aan het Haagsche Veer in Rotterdam.

Helsluis

Aanleiding voor de grootscheepse razzia’s is de moord op enkele gewapende NSB-ers of landwachters uit Sliedrecht die jagen op onderduikers. Dat gebeurde voor de griend naast de ingang van de Helsluis in de Biesbosch, zes dagen geleden. Negen landwachters, onder wie meester Okkerse en Jo Westdijk waren door een knokploeg van het verzet in een hinderlaag gelokt met valse informatie over onderduikers die die nacht naar het al bevrijde Brabant zouden worden overgevaren. Er volgden schoten over en weer. Okkerse en Westdijk kwamen om, vier landwachters raakten gewond, van wie er een ernstig aan toe was.

De zes leden van de knokploeg wisten te ontkomen, hoewel twee van hen gewond waren geraakt. Ze hadden zich verzekerd van de hulp van de sluiswachter en een boer in de omgeving, akkerbouwer Kadijk. Drie verzetsmensen schuilden bij Kadijk, onder wie een van de gewonden, de andere drie vluchtten naar Dordrecht.

Zoon Rent Kadijk, 13 jaar oud, vertelt: “Het nieuws van de aanslag ging als een lopend vuurtje. Je merkte dat iedereen gespannen en alert was. Op school meende ik ook enige nervositeit bij onze onderwijzer te bemerken. Het is volkomen onduidelijk wie precies verantwoordelijk was voor de aanslag en dus ook niet wie de dodelijke schoten hebben gelost. En dus zou er wel een ‘passend antwoord’ volgen.”

Dat antwoord kwam er inderdaad, zoals wij nu weten. Dat de Duitse reactie niet mals zou zijn, werd al duidelijk tijdens de begrafenis van de twee landwachters afgelopen zaterdag. Inspecteur-generaal van de Nederlandsche Landwacht Cornelis van Geelkerken zei toen: ‘Wij zullen geen burgeroorlog ontketenen, maar daar waar wij weten met terroristen en saboteurs te doen te hebben zullen wij hard zijn als staal. Niemand van die kant behoeft op enige clementie onzerzijds te rekenen. De teerling is geworpen.”

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Joop Westdijk

De liquidatie in de Biesbosch is weer een directe reactie op de dood van een bakkersknecht in Giessendam, ruim een maand geleden. De 57-jarige Wouter Smit had op de avond van 14 april jl. een ledenvergadering van het Groene Kruis bijgewoond en wilde net voor het ingaan van de spertijd thuis zijn. Hij en nog twee bezoekers van de avond passeerden vlakbij het treinstation Jo Westdijk en zijn 16-jarige zoon Joop, die net als zijn vader bij de landwacht zit.

Joop, die zich volgens veel inwoners tegenover zijn vader wilde bewijzen, vroeg de mannen naar hun persoonsbewijs. Smit reageerde niet snel genoeg, waarop Joop de trekker van zijn jachtgeweer overhaalde. De bakkersknecht kreeg een schot hagel in zijn rug. Hij bracht nog uit: “Ik heb het niet gehoord”, waarna hij zwaar gewond in elkaar zakte. Zijn metgezellen droegen hem naar het koffiehuis van W.A. van den Heuvel en legden hem daar op het biljart. Nog voor de dokter arriveerde, overleed Smit.

Vijf dagen later volgde de uitvaart op de begraafplaats aan de Achterdijk in Hardinxveld, onder leiding van twee dominees, ds. Johannes van der Poel uit Giessendam en ds. Pieter Jan Dorsman uit Schelluinen. Het hele dorp was verbijsterd en liep ervoor uit als blijk van meeleven én protest tegen de actie van de landwachter.

Rent Kadijk vertelt dat het verzet al snel erna is begonnen met het plannen van een wraakactie. Ze wilden Westdijk een lesje leren. Het verzet was sowieso kwaad op de landwachters die met een speciale boot in de Biesbosch op mensen joegen die zich in het gebied verborgen. Ook heerst er in Sliedrecht veel verontwaardiging over de familie Westdijk die zich het grote dijkhuis van de gedeporteerde joodse textielhandelaar en gemeenteraadslid S.H. den Hartog had toegeëigend.

En zo kwam het tot het plan voor de liquidatie door middel van een valse tip over onderduikers. Bijna was de actie mislukt, vertelt Rent Kadijk. “Toen de boot van de landwachters er om 01.00 uur nog niet was, besloten de mannen in de kano’s te vertrekken, teleurgesteld dat het verwachte treffen uitbleef. En toen kwam het er alsnog van.”

Het gevolg is dus nu dat honderden mannen in de leeftijd van 18 tot 25 jaar zijn opgepakt en afgevoerd. Talloze families verkeren in angst en ontzetting. Wat gaat er met hun mannen, zoons en broers gebeuren? De woorden van Van Geelkerken stellen weinig gerust.


Hoe het verder ging

De eenentwintig mensen die als eerste werden opgepakt na de liquidatie van de landwachters werden op 13 juni van het politiebureau in Rotterdam vervoerd naar Kamp Vught. Kort na Dolle Dinsdag zijn ze overgeplaatst naar Kamp Amersfoort en daar binnen enkele dagen vrijgelaten. Zij werden aanvankelijk Merwedegijzelaars genoemd. Maar na de arrestatie van de honderden jonge mannen, veranderde dat en kreeg die grote groep de naam. Hoeveel mannen er precies zijn opgepakt is niet helemaal duidelijk. Sommige bronnen spreken van 900 mannen, anderen houden het op zo’n 600.

De jonge mannen die op 16 mei 1944 waren opgepakt en naar Kamp Amersfoort werden gebracht hadden in het kamp als gijzelaars een relatief bevoorrechte positie. Ze mochten hun kleren houden, werden niet kaalgeschoren. Maar strafexercities bleven hen niet bespaard. Bas van der Starre vertelt:

“Op commando moest er in een cirkel worden gerend en wel zo dat de rijen mooi gelijk bleven vanuit het gezichtspunt van de Duitsers in het midden. Dat betekende dat de binnenste mannen gewoon in looppas liepen, terwijl de buitenste extra snel moesten lopen. Dat was voor de buitenste personen slechts kort vol te houden zodat deze personen na enige tijd van vermoeidheid op de grond neer vielen. Uitvallers werden door gereedstaande knuppelaars omhoog geknuppeld en met water overgoten.”

Bas van der Starre

Een andere Merwedegijzelaar, Marius den Breejen, zegt:

“Kampbeul Joseph Kotälla, één van de beruchte drie van Breda, was voetballer in het Poolse elftal geweest. Hij trapte je ondersteboven. Dan stond je in rijen en dan kwam Kotälla langs en die trapte iedereen tegen z’n ballen aan.”

Marius den Breejen

De gijzelaars werden in tochtige keten aan het werk gezet. Ze moesten van stro matten vlechten. Vanaf een zeker moment was er drie maal per dag appel. Het eten was matig. De Breejen: “Eén snee brood ’s morgens en ’s middags een keer een schep ‘prak’ of soep. Maar ja, je vrat alles op.”

Tussen 16 mei en 6 juli 1944 werd in totaal meer dan de helft van de Merwedegijzelaars vrijgelaten. Dat gebeurde vaak op verzoek van hun werkgever. Het ging om werknemers van bedrijven die voor de Duitsers belangrijk waren, zoals scheepswerven en metaalbedrijven.

Op 7 juli werden de resterende Merwedegijzelaars op transport gesteld naar werkkampen in Duitsland. De omstandigheden in de kampen waren hard. Vijfentwintig van de jonge mannen die op 14 mei werden opgepakt, overleefden het niet. Een zesentwintigste overleed kort na de oorlog.

In 1985 werd een plaquette geplaatst bij de plekken waar vandaan de Merwedegijzelaars zijn afgevoerd naar Kamp Amersfoort, namelijk de Grote Kerk in Sliedrecht en de School met de Bijbel in Hardinxveld.

In 2018 zijn de Merwedegijzelaars herdacht in Kamp Amersfoort. Ook verscheen een kinderboek, getiteld ‘Helsluis. Een verhaal over de Merwederazzia’ van schrijfster Judith Brinkman uit Gorinchem.

Op 4 mei 2019 zond de NOS een documentaire uit over het verhaal van de Merwedegijzelaars. Daarin zegt Marius den Breejen: “Mijn familie vroeg na mijn thuiskomst niet: hoe heb je het gehad. Nou was ik de enigste niet hoor. Ze waren zo vertrouwd het met idee dat je de pijp uit ging.”

Reden voor Anja van der Starre, dochter van Bas van der Starre, om verhalen te verzamelen en alle slachtoffers van de razzia wél erkenning te geven. Haar conclusie: “Dat het veel erger was dan ik ooit heb kunnen vermoeden, hoe ernstig ze vernederd zijn, mishandeld, tewerk gesteld onder erbarmelijke omstandigheden, zonder eten. Maar vooral de manier waarop ze na de oorlog behandeld zijn, miskend, niet meer naar omgekeken. Veel mensen waren invalide of hadden geestelijke problemen. Dat valt nu allemaal wel op zijn plaats. Dat is heel pijnlijk.”

In mei 2019 besloot de Sliedrechtse gemeenteraad unaniem dat er een gedenkteken moet komen voor de mannen die in 1944 zijn weggevoerd. Dat gedenkteken moet er nog voor mei 2020 zijn.

Bronnen:

J.A. Batenburg, Sliedrecht in oorlogstijd 1940-1945 (1994)

www.merwedegijzelaars.nl

Documentaire over de Merwedegijzelaars



HARDINXVELD-GIESSENDAM – In Rotterdam zijn vandaag 4 personeelsleden van scheepswerf De Merwede in Hardinxveld-Giessendam gefusilleerd. Het personeel had het werk neergelegd. Nog eens 19 mensen zijn opgepakt en overgebracht naar concentratiekamp Vught, omdat ze de ogen van de Sicherheidsdienst ‘besonderes widerspentig’ (bijzonder opstandig) zijn. Het dorp verkeert in diepe rouw.

De staking was vrijdag nog zonder problemen begonnen. Op De Merwede legden maar liefst 400 man het werk neer. Nog eens 65 man van scheepswerf De Hoop voegden zich erbij, net als 110 werknemers van N.V. Machinefabriek Holland en 35 mensen van ijzergieterij Versteeg.

Maar daar bleef niet bij. Ook gemeenteambtenaren staakten en de busdienst tussen Hardinxveld-Sliedrecht reed niet – hoewel dit volgens de exploitant meer te maken zou hebben met verwachte woedende reacties als er wél gereden zou worden.

Arbeitseinsatz

Het begint allemaal met een onverwachte aankondiging in de krant donderdag dat alle Nederlandse oud-militairen zich vrijwillig moeten melden voor krijgsgevangenschap. Ze worden in Duitsland te werk gesteld in de oorlogsindustrie.

Door de zogeheten Arbeitseinsatz zouden bijna 300 duizend mannen hun gezin moeten verlaten om in Duitsland aan de slag te gaan. Dat nooit, denken ze direct bij machinefabriek Stork in Hengelo, waar 3000 werknemers het werk neerleggen. Daarna verspreidt de staking zich als een vlek door Nederland. Alleen al in Zuid-Holland zijn er stakingen geteld in 12 gemeenten.

Een verzetsgroep uit Dordrecht stuurt donderdag al via de trein pamfletten rond om mensen op te roepen ook het werk neer te leggen en te protesteren tegen het Duitse plan. En zo vallen nog diezelfde avond stakingsoproepen op het perron van station Giessendam-Neder-Hardinxveld. Een dag later ligt het rivierdorp grotendeels plat.

Verrast

De Duitsers zijn verrast door de omvang van de stakingen in Nederland. Mogelijk dat ze daarom op de eerste stakingsdag nog niet ingrijpen. Maar daarna vinden de autoriteiten het welletjes. Op zaterdag komt ‘Kriminalsekretär’  J.W. Hoffmann van de Sicherheitsdienst in Rotterdam naar Hardinxveld en eist bij de bedrijven lijsten van stakers.

Zondag blijkt onder het viaduct over de Nieuweweg een aanplakbiljet te hangen met daarop de oproep om de staking voort te zetten. Daarop halen de Duitsers burgemeester Klaas de Boer van Hardinxveld uit de kerk en geven hem te verstaan dat er bloed zal vloeien als de staking aanhoudt.

De Boer zoekt diezelfde zondag contact met de directeuren van de bedrijven waar wordt gestaakt. Onder andere directeur Joost van der Vlies van De Merwede laat zijn personeel weten wat er dreigt. Maar het helpt niet. Maandagochtend blijven veel werknemers thuis. Daarop neemt de directie van De Merwede de benen.

Overvalwagens

Hoffmann rijdt intussen door het dorp met overvalwagens. Hij komt eerst bij de machinefabriek, waar directeur Caljé hem weet af te poeieren. Als de SD-chef bij De Merwede aankomt, blijken er toch enkele werknemers te zijn gearriveerd. Met de lijst van stakers in de hand arresteert Hoffmann er 19. Vier anderen die dan net aankomen worden ook opgepakt op beschuldiging van ‘staking, aansporing daartoe, verspreiding van pamfletten en andere agitatie.’

De vier die het laatst zijn gearresteerd worden direct naar het kantoor van Hoffmann in Rotterdam gebracht. Daar krijgen ze diezelfde avond de kogel. Het zijn Cornelis Willem de Kok (1889), Cornelis van der Giessen (1904), Dirk Loever (1909) en Jan Willem de Blaey (1914). De andere gevangen genomen medewerkers worden naar Vught gebracht.


Hoe het verder ging:

De vier stakers hadden voor hun terechtstelling een afscheidsbrief mogen schrijven, maar hun dood wordt sneller bekend gemaakt op de werf dan dat de brieven bij de familie worden bezorgd.

De stakingen duurden maar een paar dagen. De Duitsers waren eerst verrast, maar sloegen al snel hard toe. In heel Nederland werden 80 stakers geëxecuteerd. Nog eens 95 mensen vonden de dood door beschietingen tussen stakers en de bezetter. Ook raakten 400 mensen gewond. Als we ook de mensen meetellen die later in strafkampen bezweken aan uitputting komen we op 200 doden.

Niet alleen de represailles zorgden ervoor dat de staking op 3 mei 1943 werd beëindigd. Ook speelde mee dat de staking niet algemener werd. Zo bleven de NS rijden en deden bedrijven in de grote steden niet mee.

Naast bedrijven deden ook boeren mee aan de protesten tegen de Arbeitseinsatz. Ze leverden geen melk aan zuivelfabriken en deelden hun melk gratis uit aan de burgers. Hier en daar lieten ze de melk ook over de weilanden lopen.

De Duitsers zagen Radio Oranje als aanstichter van de stakingen. Op 13 mei 1943 kregen de Nederlanders te horen dat ze hun radiotoestellen moesten inleveren. Wie dat niet deed, moest naar een concentratiekamp.

Plaquette voor de gefusilleerde medewerkers van Scheepswerf Merwede. Op 11 september 1944 kwamen nog eens elf mensen om toen de werf gebombardeerd werd.

Bronnen: 

P.J. Bouman, De April-mei-stakingen van 1943 (1950), m.n. p. 160-162 en 450

Wikipedia – April-meistakingen

Verzetsmuseum – April-Mei staking

Rotterdamsch nieuwsblad – 04-05-1943 – Bekendmaking doodsvonnissen4

Historische Vereniging Hardinxveld-Giessendam – Oorlogsherinneringen (va. blz 32)

Auteur: Aries van Meeteren

Gepubliceerd op: 09 maart 2019

Verhaalnummer: 86

HARDINXVELD-GIESSENDAM – Een ongekende opstand in de Alblasserwaard heeft een cafébaas in Hardinxveld het leven gekost. Ook zijn de huizen van enkele schouten geplunderd. Een stoet van naar schatting 500 mensen uit meer dan tien dorpen trok vrijdag met trommels en vlaggen door de polder om te protesteren tegen de in hun ogen torenhoge belastingen. Het is voor zover bekend het eerste georganiseerde oproer ooit in de Alblasserwaard.

Aanstichter van de rellen is molenaar Gerrit Lopik uit Gijbeland, een gehucht in de buurt van Brandwijk.

Getuigen zeggen dat hij bij voerman Cobus de Kuyper op een kar is gesprongen en samen met vijf anderen, onder wie zijn neef, is weggereden. Ook de knecht van de politieagent van Gijbeland ging mee. De mannen trokken vervolgens langs de dorpen Groot-Ammers, Streefkerk, Bleskensgraaf en de Vuilendam.

Overal gaven de zes opdracht om de kerkklokken te luiden en riepen ze de verzamelde bewoners op tot actie: “Jullie moeten maken om vier uur op de Vuilendam te zijn.” Op de vraag wat ze daar moesten doen, antwoordden de mannen op de kar: “Jullie moeten maar komen en dan zal je wel zien wat er van komt.”

Ophitsende toespraken

Inderdaad stond enkele uren later een groep van vijfhonderd mannen en vrouwen op de Vuilendam. Eerst luisterden ze naar volgens ooggetuigen ‘ophitsende’ toespraken, waarna ze in optocht, met trommels en vaandels, op weg gingen, via Groot-Ammers naar Goudriaan, Ottoland en uiteindelijk Giessenburg, Giessen-Oudekerk, Giessendam en Hardinxveld.

In de dorpen lieten de oproerkraaiers opnieuw de klokken luiden. Ook dreigden ze met geweld. In de dorpen langs het riviertje de Giessen kwam het tot plunderingen, waarschijnlijk omdat de plaatselijke agenten de belastingophalers hadden geholpen bij het uitvoeren van hun werk.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Drank

Het huis van de agent van Giessenburg, Anthonij van Zuijdam, werd volledig geplunderd, net als dat van Evert van Asperen, zijn collega in Giessendam. De relschoppers sloegen ramen en deuren kapot, braken alle kisten en kasten open en trapten de huisraad kapot. Cornelis Brooshooft, de schout van Giessen-Oudkerk, kon voorkomen dat zijn inboedel kort en klein werd geslagen door de oproerkraaiers drank te geven.

In Hardinxveld ontsprong politieman Leendert van Tettenroode de dans, maar moest de uitbater van café ‘De Prins’ het ontgelden. Hij werd doodgestoken, naar verluid door iemand uit Ottoland. De toedracht is nog onduidelijk, maar vermoedelijk probeerde de kroegbaas de rellende boeren tegen te houden. De autoriteiten spreken over ‘een moord op brute wijze’.

De woedende menigte is niet lang na de moord uit elkaar gegaan. Maar de initiatiefnemers willen het vuurtje laten branden. Ze vragen iedereen om maandag naar de herberg op de Veerdam in Papendrecht te komen om met elkaar over te varen naar Dordrecht en daar te protesteren tegen de marktwerking in de gewestelijke belastinginning die zou zorgen voor extra hoge tarieven. Ze hebben zelfs tussen de bedrijven door een flyer gemaakt om de oproep te verspreiden.

Of het zover komt is nog onduidelijk. De schouten van de verschillende dorpen in de Alblasserwaard hebben al laten weten het leger en de schutterijen in te zetten om een nieuw oproer in hun gebied te voorkomen.

Belastingpacht

Hoe kon het zover komen? Gerrit Lopik is weliswaar de directe aanstichter van de rellen, maar hij krijgt brede steun. In heel Holland heerst er onvrede over het systeem van belastingverpachting, waarbij het recht om belastingen te innen in handen komt van de hoogste bieder. Veel mensen denken dat de belastingpachters de tarieven, die in deze crisistijden toch al fors ingrijpen in het huishoudboekje, eigenhandig ophogen om er zoveel mogelijk aan te verdienen.

In de Alblasserwaard speelt nog meer. Boeren daar zeggen dat ze na twee grote overstromingen, in 1741 en 1744, en de uitbraak van een ernstige veeziekte twee jaar geleden geen cent meer te makken hebben. En juist vorige maand kondigden de belastingmedewerkers Coenraad Welborn en Dirk van Andel aan dat ze onder meer de gemaalbelasting zouden komen innen. De Staten van Holland regelden dat ze daarbij bescherming zouden krijgen van de plaatselijke agent en politici. Kennelijk heeft de politie van de dorpen langs de Giessen hun medewerking toegezegd.

Dat leidde in juni al tot onrust in Gijbeland en de omliggende dorpen Brandwijk en Ottoland. Zij eisten dat de belastingpachters nooit meer in hun dorpen zouden mogen komen. Maar het gewestelijk bestuur ging daar niet in mee en de onrust bleef. Drie dagen geleden kwam er uit Den Haag nogmaals het bevel om de belastinginners geen strobreed in de weg te leggen. Toen die woorden Gerrit Lopik bereikten brak hij in grote woede uit. Met een voor de Alblasserwaard uniek oproer tot gevolg.


Hoe het verder ging:

Het gewestelijk leger en de plaatselijke schutterijen zijn daadwerkelijk ingezet. Daarop was de orde snel hersteld. De Staten van Holland voerden vervolgens een uitgebreid en langdurig onderzoek uit naar het oproer. Er rolden de namen van 84 verdachten uit: 26 uit Gijbeland, 19 uit Molenaarsgraaf, 8 uit Ottoland, 8 uit Bleskensgraaf en Hofwegen, 7 uit Brandwijk, 4 uit Laag-Blokland, 3 uit Giessenburg, 2 uit Wijngaarden, 2 uit Groot-Ammers, 1 uit Goudriaan, 1 uit Giessen-Oudkerk, 1 uit Hardinxveld en 2 met onbekende woon- of verblijfplaats.

Het proces tegen de verdachten verliep vrij traag. Er bleken veel oproerkraaiers te zijn gevlucht. Tegen zes van hen zijn hoge straffen geëist. Drie zouden er de doodstraf moeten krijgen en nog eens drie zouden moeten worden gegeseld en na tien jaar tuchthuis moeten worden verbannen. Maar tot vonnissen kwam het niet, aangezien de zaak in 1748 werd opgeschort, vanwege de afschaffing van de gehate belastingpacht.

Veel heeft het pachtoproer de Waardbewoners niet geholpen. De belastingdruk bleef. De Staten van Holland gaven bovendien Coenraad Welborn op 28 september 1748 toestemming om de nog uitstaande achterstallige belastingen in te vorderen.

Dit verhaal maakt deel uit van de serie voor de Maand van de Geschiedenis 2018. Het thema van dat jaar is Opstand. In dit verhaal staat de rustieke Alblasserwaard centraal, die dus niet altijd even rustig is.

Bronnen:

A.P.B. van Meeteren, Het ruysschen als de Libanon: de Nijkerkse beroeringen in Bleskensgraaf in 1752 (Bleskensgraaf 1998)

H.J. van Rees (e.a.), Eenheid en scheiding. Historische schetsen van Molenaarsgraaf en Brandwijk (Molenaarsgraaf 1994)

R. Dekker, Holland in beroering. Oproeren in de 17de en 18de eeuw (Baarn 1982)

Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 1428-1811, toegang 3.03.01.01, inventaris 301; 5456.3; 5457.2

Auteur: Drs. A.P.B. van Meeteren

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 210

De flyer, zoals in het verhaal wordt aangehaald, waarin mensen worden opgeroepen om mee te demonstreren tegen de hoge belastingen, is bewaard gebleven. Het is opgeslagen in het Hof van Holland van het Nationaal Archief.