Skip navigation

Tag Archives: industrie

ROZENBURG – Op het terrein van Gulf Oil is een explosie geweest bij opslagtanks. Daarna brak er een felle brand uit in de omgeving van de raffinaderij. De oorzaak van de explosie is nog niet bekend. Er raakte niemand gewond.

De brand ontstond iets na middernacht. Personeel ontdekte dat er een leiding naar van de twee asfalttanks die achter op het terrein stonden, was ontploft. De klappen waren tot in Hoek van Holland te horen. De brand die daarna ontstond was in de verre omgeving te zien als een oranje gloed in de lucht.

In een eerste verklaring laat Gulf Oil weten dat op het terrein twee opslagtanks gevuld met asfalt door hitte-ontwikkeling zijn geëxplodeerd. Daarna sloeg de brand over naar een voorraadtank met stookolie.

Enkele uren later waren de twee asfalttanks tot de grond toe afgebrand. De olietank met stookolie stond toen nog in lichterlaaie.

De brandweer kreeg assistentie van de bedrijfsbrandweer van omliggende bedrijven. Het heeft in totaal vier uur geduurd voordat het vuur werd geblust. Daarbij was de belangrijkste taak om te voorkomen dat het vuur zich nog verder zou verspreiden.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Schade

Volgens het bedrijf loopt de schade door de brand in de miljoenen. Dat komt vooral door de schoonmaakkosten van de omgeving. Een deel van de stookolie is in het omliggende gebied terechtgekomen.

De raffinaderij draait ondanks de brand gewoon door, iets dat volgens Gulf Oil te danken is aan het ‘doortastende optreden van de brandweer’.

Twee jaar geleden kwam de raffinaderij bij Rozenburg ook al in het nieuws na een brand in een ventiliatiekolom. Sindsdien zijn er geen grote branden meer geweest.


Hoe ging het verder?

Een kleine week na de brand meldt de politie dat sabotage zo goed als zeker de brand bij Gulf Oil heeft veroorzaakt. Bij het onderzoek zijn ijzersplinters gevonden, die wijzen op een ontplofte bom.

Vlak bij de plek waar de brand is ontstaan is ook het hek doorgeknipt. Die twee feiten bij elkaar opgeteld wijzen duidelijk op sabotage of brandstichting, zegt justitie in Het Vrije Volk van 20 maart 1971.

Maar daarmee liep het onderzoek wel helemaal vast. Na een maand is de recherche nog geen steek verder. Het enige aanknopingspunt dat de recherche heeft is een stuk karton met de tekst ‘GLO Operation’. Bij de aanslag zijn drie kleefbommen gebruikt.

Op 19 april 1971 wordt in Israël een 26-jarige vrouw opgepakt. Het gaat om een in Duitsland geboren Palestijnse die deel zou uitmaken van het Palestijns Bevrijdingsfront. Ze wordt direct in verband gebracht met de brand bij Gulf Oil. De vrouw zou ook een aandeel hebben gehad in een vliegtuigkaping.

De vrouw zou, zo laat de Israëlisch politie weten, uit ‘romantische motieven’ hebben gehandeld. Ze zou geholpen zijn door vier handlangers.

Al vrij snel wordt duidelijk dat Gulf Oil niet het specifieke doelwit was.

“Het ging niet om Gulf. Het doel was de internationale belangstelling op het Palestijns verzet te richten.”

(officier van justitie Van der Hoeven, NRC Handelsblad, 20-04-1971)

Een ander doelwit dat genoemd wordt is een opslagterrein van een Israëlisch bedrijf. Door slechte voorbereiding kwamen de bommen op de verkeerde plek terecht.

Tijdens de verhoren noemt de vrouw meerdere namen van handlangers. Daaruit maakt de politie op, die voor de verhoren naar Israël zijn gereisd, dat de vrouw een ondergeschikte rol heeft gespeeld bij de aanslag.

De vrouw wist niet wat het doel was van de daden. Ze was de chauffeur van de saboteurs. Nadat de bommen waren geplaatst heeft zij ze weer teruggereden. Eerder zou ze ook betrokken zijn geweest bij een sabotage-actie bij de Mobil-raffinaderij.

De Nederlandse politie laat weten dat de vrouw niet uit politieke overweging heeft meegewerkt aan de aanslag. Ze zou verliefd zijn geweest op Mohammed Boudia, de leider van de Franse tak van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina.

Boudia zou meerdere vrouwen hebben versierd en daarna hebben overgehaald om te helpen bij het plegen van aanslagen.

De vrouw staat in juli 1971 voor de rechter in Israël. Ze wordt veroordeeld tot veertien jaar cel, maar komt al na drie jaar vrij vanwege ‘voorbeeldig gedrag’. Twee jaar later wordt ze opnieuw opgepakt in Frankrijk, voor het beramen van een bomaanslag.

Boudia wordt in 1973 door de Mossad geliquideerd.

De raffinaderij van Gulf Oil werd in 1982 overgenomen door Kuwait Petroleum (Q8). In 2015 nam de Zwitserse maatschappij Gunvor de raffinaderij over.

Bronnen:

De Waarheid – 15-03-1971 – Bewoners Waterweg opgeschrikt

NRC Handelsblad – 15-03-1971 – Vijf brandweerkorpsen ingezet bij raffinaderijbrand

Het Vrije Volk – 20-03-1971 – Brand bij Gulf veroorzaakt door sabotage

Het Vrije Volk – 07-04-1971 – Ontploffing veroorzaakt door drie kleef bommen Onderzoek naar Gulf-sabotage volkomen vast

NRC Handelsblad – 19-04-1971 – Sabotagegroep bekent in Israël aanslag Gulf Europoort van maart

Het Vrije Volk – 29-04-1971 – Alle verdachten Gulf-aanslag zijn nu bekend

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen – Terroristenliefje pleegt verkeerde aanslag

ROTTERDAM – Een explosie bij Shell-Pernis heeft voor een ravage gezorgd in Spijkenisse en Hoogvliet. Bij de klap kwamen twee mensen om. In de woonwijken om de raffinaderij sneuvelden tienduizenden ramen.

Bij de raffinaderij van zijn honderden brandweermannen bezig om een vuurzee te bedwingen. Volgens deskundigen gaat het om de grootste brand in Rotterdam, sinds het bombardement van 1940.

Bij de explosie Aan de brand ging een explosie vooraf, die twee medewerkers van het bedrijf het leven kostte. Van de 63 gewonden zijn er vijf slecht aan toe.

Volgens de brandweer staat een gebied van 250 bij 250 meter in brand. Vlammen zijn tientallen meters omhoog. Er komen geen gevaarlijke stoffen vrij, heeft directeur Van den Bergh gezegd.

Het vuur ontstond vanmorgen vroeg om 04:23 uur bij een van de kraakinstallaties met een enorme explosie. Volgens ooggetuigen was er daarna een steekvlam van meer dan 100 meter hoog te zien op het terrein. Ook waren er kleine andere ontploffingen te horen.

De drukgolf van de explosie zorgde ervoor dat in het nabijgelegen Pernis en Hoogvliet duizenden ruiten sneuvelden. Ook uit Vlaardingen, Spijkenisse en Rotterdam-Zuid komen meldingen binnen van schade.

Schade

De brandweer gaf anderhalf uur na het uitbreken van de brand het sein dat ze de situatie onder controle hadden. Het vuur breidde zich niet verder uit en het explosiegevaar was geweken. Het blussen gaat naar verwachting nog tot morgen duren.

Een uur later mochten journalisten ook het terrein op, zodat buitenstaanders een beeld konden krijgen van de schade.

“Nieuwe tanks waar de flarden staal langs hingen. Door de luchtdruk ontzette tanks. Een zee van verwrongen pijpen. Loeiende vlammen en het geluid van ontsnappende stoom uit een leiding, maakten het spektakel extra luguber.”

(Het Vrije Volk, 20-01-1968)

De brand bij Shell haalde zelfs de internationale media, zoals het Britse bioscoopjournaal

Een paar gebouwen op het terrein zijn volledig verwoest door de explosie en daaropvolgende brand. Een van de tanks heeft het tijdens de rondleiding van de journalisten begeven, die daardoor snel een veilig heenkomen moesten zoeken. Uit de tank stroomde brandende olie over het terrein.

Over de oorzaak van de explosie is nog niets bekend. De schade loopt volgens directeur Van den Bergh zeker in de tientallen miljoenen.

Oorlogsgebied

Een eindje verderop is de schade van de explosie nog steeds goed zichtbaar. De dorpen Hoogvliet en Pernis lijken een oorlogsgebied. Iedereen die de ramen had gesloten, en dat zijn veel mensen omdat het hartje winter is, en in de buurt van Shell woont heeft de ruiten verloren door de drukgolf. Ook raakten kozijnen en deuren ontzet.

In het winkelcentrum Hoogvliet zijn alle ruiten van de winkels gesneuveld. Spullen uit de etalages lagen verspreid op het plein.

In tal van straten zijn mensen al uren bezig om binnen het glas op te ruimen en om maatregelen te nemen om het raam voorlopig dicht te maken. Veelal gebeurde dat door mannen, die alleen een overjas over hun pyama aan hadden.

Bij de hobbywinkel in Hoogvliet stonden in de loop van de ochtend lange rijen met mensen, die houten platen nodig hadden om de boel dicht te timmeren.

Gedupeerden vertellen allemaal hetzelfde verhaal. Het werd vanmorgen iets voor half vijf opvallend stil, daarna volgde de drukgolf. Vervolgens was de klap van de explosie pas te horen.

De klap was zo hard, dat bij sommige mensen de gordijn vastzaten in het plafond, waarbij de glasscherven als punaises dienden. Stukken glas zaten in muren, kasten en in de vloer. Bij anderen was de drukgolf aan de ene kant door de ruiten het huis ingegaan en door de ruiten aan de andere kant van het huis weer naar buiten.

In Hoogvliet en Pernis zijn –voor zover bekend- alleen lichtgewonden gevallen. In de meeste gevallen gaat het om mensen die met hun blote voeten in huis door het glas zijn gelopen.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Vervangend glas

Vanmorgen om kwart over vijf, minder dan een uur na de explosie, kwamen bij de Noorder Glashandel in Rotterdam al de eerste telefoontjes binnen van mensen die op zoek waren naar vervangende ruiten. “Sindsdien heeft de telefoon niet stilgestaan”, vertelde directeur Aarse tegen het Vrije Volk.

De glaszetter zegt dat hij extra mensen heeft geregeld om de schade zo snel mogelijk af te handelen. Waarschijnlijk is die klus eind volgende week helemaal afgerond.

Politie

De politie heeft tal van extra agenten ingezet na de explosie. Niet alleen werd het terrein van Shell hermetisch afgesloten. Ook reden er luidsprekerswagens door Hoogvliet, om de mensen van informatie te voorzien, zodat de rust kon terugkeren.

In Vlaardingen zagen agenten erop toe dat plunderaars niet zouden toeslaan, bij winkels die hun voorruit kwijt waren. Ook in Vlaardingen is de schade groot. Bij het Delta- en Maashotel, de Koningin Wilhelminahaven en de Grote Vettenoordsepolder was er vooral sprake van glasschade.

Zoveelste incident

Het is zeker niet het eerste incident in de Rotterdamse haven van de afgelopen maanden. Vorige week brandde bij Pakhoed nog een tank met kerosine af. Daarbij kwamen toen zeker vijf mensen om het leven.

Lees verder: Vuurzee bij kerosinetanks Pakhoed in de Botlek

Deskundigen lieten toen al weten dat Rotterdam en Vlaardingen ‘door de oog van de naald waren gekropen’, omdat vlakbij de brandhaard een paar tanks met giftige stoffen stonden.

Wethouder De Vos kwam vanmorgen persoonlijk poolshoogte nemen van de schade op het Shell-terrein.


Hoe ging het verder?

Op 26 maart 1968 presenteert minister Roolvink van Sociale Zaken en Volksgezondheid een rapport over de brand bij Shell in Pernis. Het rapport was samengesteld door de Arbeidsinspectie.

“Het onderzoek heeft uitgewezen dat de oorzaak moet worden gezocht in een opslagtank van olieresten, welke was voorzien van een stoomverwarming nabij de bodem. Wegens het koude weer in de voorafgaande twee weken was deze stoomverwarming in bedrijf. Tengevolge van moeilijkheden met het breken van een emulsie gedurende de voorafgaande dagen in een ontzoutingsinstallatie voor ruwe olie was er een grote aanvoer van afvalolie geweest, voor een deel in de vorm van een waterrijke emulsie van water in olie, die o.a. in bedoelde tank aanwezig was. Er heeft zich in de tank een heftig kookverschijnsel voorgedaan, waardoor in korte tijd een grote hoeveelheid koolwaterstoffen in de lucht werd gebracht. De aanwezigheid van een zeer zwakke en veranderlijke wind heeft er toe geleid dat zich vervolgens een grote wolk vormde, bestaande uit een explosief mengsel van lucht en nevel van deze koolwaterstoffen. Door een niet met zekerheid vast te stellen bron is deze explosieve wolk ontstoken en met grote hevigheid ontploft.”

Onderin een tank met olierijk water stond een verwarming aan. Dat was gebruikelijk. De smurrie werd opgewarmd en onderin de tank ontstond stoom dat oververhit raakte. Een dampwolk is via een ventiel naar buiten ontsnapt, maar daar bleef het bij de tank hangen. Toen was er alleen nog maar een vonkje nodig om de boel te laten klappen. Wat die vonk heeft veroorzaakt zal voor altijd onduidelijk blijven.

Volgens de deskundigen van de arbeidsinspectie was er sprake van een ‘onvoorziene samenloop van omstandigheden’. “In de olieindustrie heeft men zich tot nog toe nimmer gerealiseerd, dat de aanwezigheid van een emulsielaag van een bijzondere samenstelling in een verwarmde slooptank aanleiding zou kunnen zijn voor het teweegbrengen van een plotselingen uitstoting van een grote hoeveelheid koolwaterstofnevel”. Met andere woorden: niemand wist dat deze explosieve mix kon ontstaan in zo’n tank.

Schade

Uiteindelijk verloren twee mensen hun leven bij de explosie. Er raakten 76 mensen lichtgewond en er moesten 9 mensen naar het ziekenhuis. Het lijkt erop dat dit de gewonden zijn op de locatie van Shell én in Hoogvliet, Pernis en Vlaardingen, maar dat is niet zeker.

De schade die was veroorzaakt door de klap werd in de meeste gevallen door de verzekering vergoed. Voor de mensen die niet (goed) verzekerd waren, kwam Shell met een vergoeding.



Expositie

Het Historisch Genootschap Hoogvliet heeft een expositie samengesteld over de explosie bij Shell. Meer informatie op de website van het Historisch Genootschap Hoogvliet.

Bronnen:

Het Vrije Volk – 20-01-1968 – Vechten tegen muur van vuur

Dagblad van het Noorden – 20-01-1968 – Shell-Pernis Vlammenzee

Koninklijke Bibiotheek – Rapport ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid over de brand bij Shell-Pernis

Tekst: Dave Datema

Met dank aan het Historisch Genootschap Hoogvliet

Gepubliceerd op: 20-01-2018

Verhaalnummer: 60

ROTTERDAM – Bij een tankopslagbedrijf in het Botlekgebied is een grote brand uitgebroken. Meer dan honderd brandweermensen proberen te voorkomen dat de vuurzee overslaat naar een van de andere tanks op het terrein van Pakhoed.

Het vuur woedt in een tank met vliegtuigbenzine (kerosine). Er zou zo’n 4,5 miljoen liter in de tank zitten.

Het vuur is vanmiddag rond kwart over twee ontstaan bij het overpompen naar tank 252. De kerosine is afkomstig van een tanker in de derde Petroleumhaven.

Door een nog onbekende oorzaak ontstond er een grote ontploffing in een van de tanks. Daarna waren er vlammen van tientallen meters hoog te zien. Dikke rookwolken trekken nog steeds vanaf het terrein naar het noorden, richting Vlaardingen.

Hoe de brand precies is ontstaan is niet duidelijk, liet directeur Michael Cook van Pakhoed weten.

De brandweer probeert het vuur te bestrijden met blusboten en schuimwagens. Het vuur is nog niet onder controle en dat kan nog wel even duren ook.

Ramp

De brandweer probeert vooral te voorkomen dat het vuur overslaat naar een van de andere tanks op het terrein. Er staan ongeveer 200 tanks met brandbare stoffen als bezine, gas- en stookolie. Het dichtstbij staat een tank met het giftige noryl-nitril.

De dichtstbijgelegen tanks worden nu leeggepompt, zover mogelijk.

In Vlaardingen staan meerdere luidsprekersauto’s klaar om uit te rukken, als er giftige dampen ontsnappen. Er is nog geen overweg geweest over een eventuele evacuatie, zoals bij de brand bij kunstmestfabriek ENCK.

Regeling

De stad maakt gebruik van de bestaande hoogwaterregeling. Als er sprake is van gevaar wordt een aantal ambtenaren op belangrijke plekken neergezet.

“Het grote voordeel van deze regeling is, dat bij alle soorten gevaar iedereen precies weet wat’ie moet doen. Iedere rampsituatie vraagt voortdurend veel improvisatie, maar de basismaatregelen, die altijd nodig zijn, kunnen in een zo kort mogelijke tijd worden genomen”

(woordvoerder gemeente Vlaardingen, de Tijd, 15-01-1968)

Meerdere bedrijven in de Botlek hebben het eigen personeel gewaarschuwd voor de ontstane situatie. Bij sommige bedrijven werd rekening met explosiegevaar.



Hoe ging het verder?

Het leegpompen van de omliggende tanks was geen onoverbodige luxe. Op zondagmorgen ontplofte ook een tweede tank, maar die was toen al bijna leeg. Er zat alleen nog een restant in.

Het vuur is ontstaan door een vonkje bij benzinedampen die boven de kerosine in de tank kwam. De schade werd toen geschat op anderhalf miljoen gulden.

Zondagmiddag, zo’n 24 uur na het ontstaan van de brand, werd het sein ‘brand meester’ gegeven. Een ramp was voorkomen, werd gedacht.

Maar er was helemaal geen sprake van een dreigende ramp, liet de Rotterdamse wethouder Worst weten. Dat liet hij een paar dagen later in het vragenhalfuurtje van de Rotterdamse gemeenteraad weten. Verdere details had hij niet, omdat het onderzoek nog niet klaar was.

De explosie bij Pakhoed was er een in een reeks. In een paar maanden tijd waren er meerdere explosies.

Een week later was er een enorme klap bij Shell Pernis. Daarbij kwamen twee mensen om. In bijna heel Hoogvliet en Pernis lagen de ruiten eruit.

Lees verder: Vuurzee bij Shell Pernis na explosie op raffinaderij

Bronnen:

De Waarheid – 15-01-1968 – Botlekgebied aan grote ramp ontsnapt

Het Vrije Volk – 15-01-1968 – Technici: ‘Door het oog van de naald gekropen’

De Tijd – 15-01-1968 – Vonk oorzaak van grote tankbrand

Tekst: Dave Datema

Gepubliceerd op: 13 januari 2018

Verhaalnummer: 58

ROTTERDAM – De Nieuwe Waterweg is officieel in gebruik. De eerste zeestoomboot, de Richard Young, is succesvol van de Rotterdamse haven naar zee gevaren. Het schip had bijna drie meter diepgang.

“Heden den 9den Maart is, in tegenwoordigheid van vele belangstellenden en deskundigen, de eerste zeestoomboot, de Richard Young, kapt. G. Rivers, van de Great Eastern Railway Company, varende tusschen Rotterdam en Harwich, door den nieuwen Maasmond naar zee gestoomd. Het schip had 29 decimeters diepgang en vond overvloed van water.”

(Algemeen Handelsblad, 11-03-1872)

De Richard Young is een schip van de Rotterdam-Harwichlijn.

Noodzaak

De nieuwe doorgang was hard nodig. Twintig jaar geleden waren in de scheepvaart vooral zeilschepen actief. Maar sinds 1850 zijn er steeds meer stoomschepen in de vaart. Deze schepen hebben een grotere diepgang.

Met de aanleg van het Suez-kanaal dreigde Rotterdam de slag om de internationale handel over zee te verliezen.

Rotterdam kende de afgelopen eeuw steeds meer problemen met de bereikbaarheid voor de schepen. In de omgeving waren veel kleine doorgangen die dreigden dicht te slibben. De monding van de Maas was zelfs zo verzand, dat in 1829 het Kanaal door Voorne in gebruik werd genomen.

Kort daarop ontstond een zandbank voor de kust van Hellevoetsluis, die de bijnaam Pampus kreeg. Men heeft in 1850 overwogen om de zandbank weg te baggeren. Maar dat zou het probleem nauwelijks oplossen, omdat ook het kanaal niet de grotere zeeschepen aan kon.

Plan

Al in de jaren ’50 werd er al nagedacht aan een definitieve oplossing. In 1855 werd de Raad voor de Waterstaat opgericht, met onder andere ingenieur Pieter Caland. Hij kwam al snel met het plan om de Hoek van Holland door te graven naar zee. Om verdere verzanding te voorkomen, zouden er twee dammen in zee gebouwd moeten worden. Het hele project zou 6,3 miljoen gulden gaan kosten. Een zeer aanzienlijk bedrag (omgerekend naar huidige maatstaven, 85 miljoen euro, DD).

De politieke steun bleef overigens uit. Het voorstel werd in 1860 in de Tweede Kamer behandeld, maar voordat de verantwoordelijk minister kabinet antwoord kon geven, viel het kabinet. Het duurde tot 1862 totdat het kabinet Thorbecke met overgrote meerderheid het plan door de Tweede Kamer en de Senaat heen loodste.

Aanleg

De aanleg van het vier kilometer lange kanaal heeft in totaal bijna tien jaar geduurd. In 1863 begonnen de eerste werkzaamheden. Veel tempo zat er toen nog niet in, omdat tal van boeren uitgekocht moesten worden. Pas na twee jaar ging de eerste spade de grond in.

Om te voorkomen dat de vaargeul zou dichtslibben werd er ook een dam van twee kilometer in zee aangelegd. Dat moest de werking van de Noordzee tegengaan.

Ingenieur Caland had langs de vaargeul twee lange dammen laten bouwen. Vervolgens werd het gebied ertussen weggegraven. In de laatste fase, vier jaar geleden, werd het laatste zand weggehaald, zodat het water de Nieuwe Waterweg instroomde.

De eerste visserschepen voeren twee jaar geleden al door de Nieuwe Waterweg, maar voor grotere schepen, was het wachten tot vandaag.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Amsterdam

Tegelijkertijd met de toestemming voor de Nieuwe Waterweg gaf het Rijk in 1862 toestemming voor de aanleg van het Noordzeekanaal. Amsterdam had ook te lijden onder dichtslibbende vaarwegen in combinatie met steeds groter wordende schepen.

Het Noordzeekanaal heeft, in tegenstelling tot de Nieuwe Waterweg, wel een aantal sluizen. Deze waterverbinding is voorlopig nog niet klaar.

Geruststelling

Het feit dat het eerste schip nu eindelijk door de Nieuwe Waterweg is gevaren, is ook voor de mensen achter het project een opluchting. De afgelopen periode waren er veel vragen en vooral over de verzanding.

“Onder de vele slechte tijdingen, die den laatsten tijd over onzen Nieuwe Waterweg van alle kanten opdaagden, begon zelfs den minst ongeloovige wel eens de angst te bekrimpen, of niet het uitzicht op een goeden weg naar zee zich hoe langer hoe verderder verwijderde.”

(Algemeen Handelsblad, 11-03-1872)

Hoe ging het verder?

Maar zo positief als men op 09 maart 1872 was, bleef men niet lang. Al na een jaar werd duidelijk dat er weldegelijk sprake was van zandverplaatsing in de Nieuwe Waterweg.

Baggeren had geen zin, volgens Caland. Dit zou een steeds weer terugkerend probleem zijn. Wel werd besloten om de dammen in zee te verlengen. Dat zou de uitschuring van de Nieuwe Waterweg bevorderen. Het zorgde voor een kostenoverschrijding van 6,3 miljoen gulden, hetzelfde bedrag als dat er voor het hele project was betaald.

Vijf jaar later was het probleem nog niet opgelost. Sommige ingenieurs pleitten voor een sluissysteem, maar dat kon Caland voorkomen. De Waterweg werd verbreed van 225 naar 400 meter. Ook werd de Waterweg uitgebaggerd. De kosten stegen daarmee met nog eens 6,5 miljoen gulden.

Als in 1880 de problemen nog niet zijn opgelost, wijken schepen uit naar Amsterdam, waar het Noordzeekanaal inmiddels voltooid is. Een van de eerste schepen van de latere Holland-Amerika Lijn die aanmeert in Amsterdam is, ironisch genoeg, de Pieter Caland.

In 1885 is de Nieuwe Waterweg voldoende op diepte. De overheid heeft tot dat moment 36 miljoen gulden (omgerekend naar huidige maatstaven, een half miljard euro) in het project gestoken. Dat was een kostenoverschrijding van dertig miljoen gulden.

Bronnen:

Een Waagstuk – De Nieuwe Waterweg – Prof Van de Ven

Geschiedenis van Zuid-Holland – De aanleg van de Nieuwe Waterweg

Algemeen Handelsblad – 11-03-1872 – Binnenland