Skip navigation

Tag Archives: maassluis

MAASSLUIS/VLAARDINGEN – In melk afkomstig van koeien bij Vlaardingen en Maassluis zijn sporen van het giftige dioxine gevonden. Dat meldt Het Vrije Volk. Een deel van de melk is verkocht in de supermarkt.

Het ministerie van Landbouw heeft de melk apart gehouden, maar hield de vergiftiging verder geheim. Voor de dioxine-soorten polychloordibenzoparadioxine (PCDD) en polychloordibenzofuraan (PCDF) gelden geen wettelijke norm, maar zijn wel zeer giftig, zeggen deskundigen.

Foto: Pixabay

Een woordvoerder van het ministerie van Welvaart, Volksgezondheid en Cultuur is het niet duidelijk hoeveel vervuilde melk is verkocht. Maar er hebben zich nog geen mensen met vergiftigingsverschijnselen gemeld bij de huisarts.

Vandaag komt een crisisteam van de overheid met verdere maatregelen. Maar, zo zegt het ministerie van WVC, de volksgezondheid loopt geen gevaar. Groenten die in de Lickebaertpolder zijn geteeld kunnen gewoon gegeten worden.

Foto: Pixabay

AVR

De vervuilde melk komt van elf boeren in de Lickebaertpolder. Deze boerenbedrijven liggen letterlijk onder de rook van de vuilverbrandingscentrale van AVR, aan de andere kant van het water, bij Rozenburg.

In 1984 werden eerder al sporen ontdekt van dioxine in de melk. Ook toen werd gekeken naar AVR, maar tot een verbod op de verkoop van deze melk kwam het niet.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Boeren

Een van de boeren in het gebied trok zelf aan de bel bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Uit onderzoek bleek dat er verhoogde concentraties schadelijke stoffen in de melk zitten.

Boer Siem van der Kooij zegt tegen Het Vrije Volk dat hij een jaar geleden al contact had gezocht met het RIVM. Hij is ervan overtuigd dat de AVR achter de vervuiling zit.

“Wij krijgen veel steun van boeren uit de buurt. Ze leven hier allemaal al jaren in de rookwolken van die AVR. En iedereen gaat wel eens denken ‘is dat nou allemaal wel zo gezond?”

(boer Siem van der Kooij, HVV 15-07-1989)

Toch is niet iedereen in het gebied even blij met de melding van Van der Kooij. Sommigen van hen zijn zelfs erg sceptisch.

“Ach wat dioxine. D’r wordt veel te veel geluld en geschreven. Te veel geouwehoerd, laat ik het zo dan maar zeggen. Straks kun je niks meer eten en drinken. Daar word je toch gestoord van.”

(boer Cor van Leeuwen, HVV 15-07-1989)

Veel van de boeren drinken zelf de boerenmelk uit het gebied en ‘hebben al jaren nergens last van’. Daarom wordt er met gemengde gevoelens gekeken naar boer Siem van der Kooij, die de hele zaak aan het rollen bracht.

“Waarom moet die Van der Kooij zo nodig de boel weer op stelten zetten? En nou wil’ie proberen schadevergoeding te krijgen van het rijk. Zal’ie toch lang voor moeten vechten”

(boer Cor van Leeuwen, HVV 15-07-1989)
Dode dieren worden geruimd na een gaslekkage bij Seveso in Italië. Foto: ASL, Nationaal Archief/Anefo

Italië

Hoe giftig dioxine kan zijn bleek in 1976 toen een paar kilo dioxine ontsnapte in het Italiaanse Seveso. Tientallen mensen werden toen ernstig ziek toen de gaswolk dagenlang in het plaatsje bleef hangen.

Honderden dieren overleden. Groente in moestuinen ging dood en ook bomen verloren hun bladeren. Tientallen families moesten verhuizen omdat de omgeving zwaar vervuild raakte.


Hoe ging het verder?

Diezelfde dag neemt de overheid maatregelen. Melk, vlees en vet van dieren uit de buurt van de AVR-centrale mogen niet gebruikt of verkocht worden. Maar, zo blijven de instanties volhouden, er is geen gevaar voor de volksgezondheid.

Minister Nijpels van Milieu belooft op korte termijn strengere regels voor afvalverwerkingsbedrijven.  Die waren al in de maak, maar door het hele dioxineschandaal, wordt er even extra vaart achter gezet.

Er wordt ook al gesproken over een schadevergoeding voor de getroffen boeren. Melk mag wel opgehaald worden, maar wordt apart bewaard. De boeren krijgen wel betaald.

Wetenschappers stellen dat je alleen ziek kan worden van de dioxinegehaltes als je meer dan 9 liter melk per dag drinkt.

Een kleine week later blijkt dat AVR niet het enige bedrijf in de omgeving is dat dioxine uitstoot. Sterker nog er staan nog eens twintig bedrijven op een lijst van de GPD-bladen die achter de vervuiling kunnen zitten. Ook bedrijven als Shell worden genoemd.

Toch start de overheid een bodemprocedure tegen AVR. De staat eist 2,2 miljoen gulden aan schadevergoeding voor de boeren. Ook moet de vuilverbranding onmiddellijk stoppen met het uitstoten van dioxine.

Het duurt vijf maanden (!) voordat AVR eindelijk inhoudelijk reageert. Volgens de huisjurist kan de vervuiling onmogelijk afkomstig zijn van de vuilverbranding. Uit onderzoek blijkt dat de dioxine niet aan de andere kant van de rivier terecht kan komen. Een maand later geeft justitie dat ook toe. AVR kan niet achter de vervuiling zitten. De bodemprocedure wordt eind januari 1990 geschrapt.

Wie nu de vervuiler is, is altijd onduidelijk gebleven. AVR wordt genoemd, maar ook AKZO komt als veroorzaker voorbij. Het is echter nooit vastgesteld wie er verantwoordelijk was.

Vier jaar later, we zitten dan in 1994, heeft AVR de uitstoot van dioxine wel fors verlaagd. Er komt nu slechts een zesde van de wettelijk toegestane norm vrij. Een maand later, ruim zes jaar na de melding van de kleine kaasboer uit de Lickebaertpolder, mag het vlees van de plaatselijke koeren weer gegeten worden.

Tegenwoordig worden er vrijwel helemaal geen dioxinen meer uitgestoten in ons land.  Volgens de overheid komen dioxinen nu alleen nog maar door ‘gevelbetimmeringen van woningen’ vrij.

Bronnen:

Het Vrije Volk – 14-07-1989 – Zwaar gif in ‘Maassluise’ melk pas na verkoop ontdekt

Het Vrije Volk – 15-07-1989 – Giftige melk in de ban

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen – September 2015 – Er zit dioxine in de melk

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 14-07-1989

Verhaalnummer: 116

MAASSLUIS/SKIKDA – Bij een ramp met de Nedlloyd-chemicaliëntanker Maassluis zijn voor de kust van Algerije zeker 27 mensen om het leven gekomen. Onder de slachtoffer zijn dertien Nederlanders en veertien Indonesiërs, heeft directeur G. H. O. van Maanen van de Rotterdamse rederij bevestigd.

Het ongeluk gebeurde voor de kust van de Algerijnse havenstad Skikda. Het schip sloeg in een storm tegen een pier en zonk. Van de opvarenden zijn er slechts twee gered.

Het schip met een laadvermogen van 25.000 ton lag leeg net buiten de haven en zou later vandaag geladen worden. Door de storm sloeg het schip los. Tijdens het laatste radiocontact, vannacht rond half drie, meldde de bemanning dat het zou proberen om van boord te gaan.

Volgens Van Maanen stond de storm recht op de Algerijnse kust. “Dan wordt een schip op en neer gesmakt. De ankerkettingen lijken dan elastiekjes”, zei Van Maanen vandaag tegen NRC Handelsblad.

De directeur vermoedt dat de ankerkettingen zijn gebroken, maar dit moet nog door onderzoek worden bevestigd. De kapitein heeft de motoren nog gestart, maar omdat er geen lading aan boord was, had dat waarschijnlijk weinig effect.

Alleen twee (Indonesische) bemanningsleden zijn erin geslaagd om in veiligheid te komen, door van boord te springen en zwemmend de kade te bereiken.

Door de storm werd het schip op de pier geslagen. Vervolgens is het schip in stukken gescheurd en gezonken. Door de storm was het niet mogelijk om de opvarenden te redden. Een ander schip, op 38 kilometer afstand, luisterde mee op de radio, maar durfde de Maassluis niet te naderen.

De Algerijnse hulpdiensten hebben inmiddels alle hoop opgegeven dat de 27 opvarenden nog gered kunnen worden. Het schip is in tweeën gebroken en beide delen zijn volledig onder het water verdwenen.

Een bergingsteam van Nedlloyd is vanmorgen van Rotterdam naar Algerije gevlogen, samen met twee mensen van bergingsbedrijf Smit. Het weer is nog zo slecht dat men nog steeds niet bij de resten van het schip kan.


Hoe ging het verder?

Er kwam een onderzoek van de Raad voor de Scheepvaart. Die stelde vast dat de Maassluis nooit op deze plek had mogen liggen, zo vlak bij de pier.

“Gezien de weersomstandigheden was een verblijf daar hoogstens voor enkele uren gerechtvaardigd”. Er was ruimschoot gewaarschuwd voor de aankomende storm.

Ook stelde de raad dat het anker aan stuurboord te weinig ruimte had gekregen. Ook had het anker aan bakboord ‘uitgebracht’ moeten worden, want daar zou voldoende tijd voor zijn geweest.

In de Grote Kerk van Maassluis is later ee

Bronnen:

Volkskrant – 16-02-1989 – Ramp met Nederlands tankschip kost aan 27 mensen het leven

NRC Handelsblad – 16-02-1989 – Tanker zinkt in storm: 27 opvarenden dood

De Telegraaf – 16-02-1989 – Nedlloyd-schip zinkt bij Algerije: 27 doden

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 15 februari 2019

Verhaalnummer: 84

MAASSLUIS – Een groep van enkele honderden mannen en vrouwen heeft maandag in Maassluis tientallen mensen bedreigd en hun huisraad vernield. Ook hebben ze mensen op straat lastiggevallen. De raddraaiers zijn boos over de invoering van een andere manier van zingen in de kerk. Het is een voorlopig dieptepunt in een slepend conflict dat vorig jaar begon.

Ooggetuige Hendrik Moerings wist niet wat hij zag toen hij even de stad in ging.

“Een troep van vijfhonderd man ging naar de huizen van iedereen die voor het nieuwe zingen was. Zij stookten elkaar op. Ze dronken sterke drank met buskruit vermengd, waar ze woedend van werden. Ze haalden een van onze plaatsgenoten uit zijn huis en bonden hem met zware touwen. Aan de uiteinden trokken wel vijf of zes mannen ter weerszijden hem voort, terwijl anderen zijn huisraad plunderden.”

Tot in de late avond hielden rellende ‘lange zangers’ huis in Maassluis. Ze hadden het onder anderen voorzien op de voorzanger, Bartholomeus Ouboter, die de kerk de nieuwe manier van zingen had geleerd. Ze mishandelden de schilder en glazenmaker, sloegen zijn winkel kort en klein en rolden de kleren van zijn gezin door de verf.

Ook andere prominente ‘korte zangers’ moesten het ontgelden. Een organist kreeg klappen, een oud-ouderling en oud-burgemeester, die ook in de kerkenraad had gezeten, werd in zijn nachtgoed de straat opgejaagd, de vrouw van een schoenmaker werd aan haar haren door de straten getrokken en bij een metselaar ging een steen door de ruit. Bij een ander werd de wijnkelder leeggedronken.

De oproerkraaiers riepen ‘Houzee!’ en ‘We willen de oude toon weer terug.’ De nieuwe manier van zingen noemden ze ‘dans- en komediezang’. Anderen schreeuwden dat ze vandaag allemaal Prins, Staten, regering, dominees en alles tegelijk waren en dus hun zin moesten krijgen. Pas tegen het eind van de avond keerde de rust terug in Maassluis. Enkele inwoners, onder wie ook slachtoffers als de voorzanger en de metselaar, hebben dat dit niet afgewacht en zijn naar Delft gevlucht.

Conflict

Net als overal in Holland en West-Friesland is in Maassluis begin vorig jaar een nieuw psalmenboek geïntroduceerd. De nieuwe zogeheten psalmberijming is samengesteld in opdracht van de de overheid. Aanleiding was de groeiende onvrede onder predikanten en taalkundigen over de oude liedteksten van Petrus Datheen uit 1566. Het resultaat verscheen in 1773 op de markt, waarna de overheid de berijming overal liet invoeren.

Maar niet alleen de woorden van de populaire psalmen gingen op de schop. Ook de manier van zingen moest anders. Alleen gebeurde dat laatste niet in opdracht van de Staten-Generaal, maar van de kerken zelf. Die wilden af van de uiterst langzame manier van zingen waarbij elke noot even lang duurde. Ook de kerkenraad van Maassluis was voorstander van het nieuwe zingen dat meer ritmisch was, dus met afwisseling van hele en halve noten. Maar dat was buiten een deel van het kerkvolk gerekend.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Vissers

Met name de vissers van Maassluis zijn van ouds zeer gehecht aan de langzame manier van zingen. Als ze van huis zijn heffen ze aan boord graag een psalm aan, zeker op zondag als de schepen voor anker liggen op de Doggersbank. Ze komen dan bijeen op één schip en houden een eigen kerkdienst met zeer langzaam gezongen psalmen, mét de oude woorden van Datheen.

De kerkenraad van Maassluis moet al problemen met de vissers hebben voorzien. De invoering van de nieuwe teksten was al een heet hangijzer – ze werden in de loop van vorig jaar uiteindelijk, zij het aarzelend, door de meeste mensen meegezongen. Maar ritmisch zingen was voor een aantal Maassluizers, met name het armere deel van de bevolking, een brug te ver. Men zong dus wel de nieuwe tekst, maar op de oude manier.

Om ook de nieuwe manier van zingen te kunnen invoeren besloot de kerkenraad vorig voorjaar om zodra de vissers voor enkele weken op zee waren, te gaan oefenen met het overgebleven kerkvolk. Een voorzanger en enkele schoolmeesters hielpen met het instuderen van ritmisch zingen. Maar toen de vissers terug waren, sloeg de vlam in de pan.

De vissers vonden het snellere zingen helemaal niets. Het was in hun ogen ‘paaps, Luthers en afgodisch’. In augustus begonnen er enkele van hen dwars door het gezang heen het geluid van blatende schapen na te doen en te schreeuwen. De dominee was zo van slag dat hij niet verder kon en iedereen naar huis stuurde. Daarna ging het van kwaad tot erger. Vissers zetten in de kerk ook geregeld de aloude psalmen van Datheen in, die ze veel liever zongen dan de nieuwe liederen.

Compromissen

Niet alleen de aanhangers van de oude manier van zingen, de zogeheten ‘lange zangers’, roerden zich, ook de voorstanders van de nieuwe manier, de ‘korte zangers’, lieten van zich horen. Kerkdiensten veranderden meer dan eens in een complete chaos, waarbij ook de organist een duit in het zakje deed door zo hard als hij kon te spelen. Toen de ‘lange zangers’ het orgel dreigden af te breken, bond de kerkenraad in. In september herstelde ze de oude manier van zingen, maar wel op de nieuwe teksten.

De maanden erna hebben de ‘korte zangers’ voortdurend geprobeerd om het besluit van de kerkenraad weer van tafel te krijgen. Dat resulteerde in februari in een nieuw compromis. Voortaan zou er weliswaar langzaam worden gezongen, maar wel met afwisseling van hele en halve noten. Maar die maatregel maakte de problemen in Maassluis alleen maar erger. Nu had niemand zijn zin.

Afgelopen zaterdag trok een groep ‘lange zangers’ langs bij de dominees en de beheerders van de kerk en de schout. Zij eisten dat er de volgende dag weer ouderwets langzaam, met hele noten, zou worden gezongen. De autoriteiten konden weinig anders dan toegeven. Een flinke vergissing, zo bleek twee dagen later, toen groepen al rellend door Maassluis trokken.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Ingrijpen?

Schout Pieter Schim laat weten dat hij het er niet bij laat zitten. Geruchten gaan dat hij de baljuw, de hoogste rechterlijke macht in Delfland, erbij wil halen, die dan de rust zou moeten herstellen. Ook de Prins van Oranje zou dezer dagen in Delft zijn. Mogelijk wordt ook hij bijgepraat. Of dat ook gebeurt, is bij het verschijnen van dit bericht nog niet bekend.


Hoe het verder ging

Schim is inderdaad de volgende dag naar Delft gereisd, samen met een burgemeester en een schepen, om de baljuw in te seinen. De baljuw zegde zijn hulp toe. Of de prins, een verklaard tegenstander van de psalmen van Datheen,  daarbij nog een rol heeft gespeeld, is niet helemaal duidelijk. De dagen na het Psalmenoproer werden in ieder geval tal van verdachten opgepakt. Zeventig Maassluizers wachtten de arrestaties niet af en namen de benen. Dat aantal verraste de autoriteiten, waarna een amnestieregeling in het leven werd geroepen. Alleen de ergste raddraaiers zouden worden veroordeeld. Twee van hen kregen 12 jaar verbanning opgelegd, twee anderen verdwenen voor zes jaar uit Maassluis.

Na het oproer zong men in de kerken in Maassluis, net als in de meeste andere kerken in Holland, uit de nieuwe psalmberijming en bovendien ritmisch. Althans, meestal. Een enkele keer probeerde nog een ‘lange zanger’ om op hele noten, dwars tegen de rest in te zingen. Op 14 mei 1778 vaardigde de baljuw, een soort politiechef, daartegen een waarschuwing uit.

Ook in Vlaardingen kwam het tot een Psalmenoproer, onder leiding van ‘lange zanger’ Anthony Buytenweg, die voorzanger was in zijn kerk en die de psalmen ‘op zulk een onstichtelijke wijze gezongen of liever geschreeuwd’, dat groot rumoer in de kerk ontstond.

In 2006 schreef de in Maassluis geboren schrijver Maarten ’t Hart een roman die zich onder meer afspeelt ten tijde van het Psalmenoproer. Een zoon van de hoofdrolspeler ontpopt zich als een van de aanvoerders van de ‘lange zangers’. ’t Hart baseerde zich onder andere op ooggetuigenverslagen van de rellen in zijn stad.

Tegenwoordig wordt de psalmberijming van Datheen nog in zo’n 30 kerken gezongen, met name in oudgereformeerde gemeenten.

Bronnen:

En toen nu – Psalmenoproer

Luth (e.a.) – Het Kerklied – Een geschiedenis (Zoetermeer 2001)

P.H.A.M. Abels – Tussen gewetensvrijheid en kerkelijke dwang. Religie in Holland’, in: Th. de Nijs en E. Beukers, Geschiedenis van Holland Deel 2 1572-1795, p. 326-32

Mastenbroek – ‘De Maassluise oorlog 1775-1776’ – Historische Schets 27 (1995), p. 7-17

Dekker – Holland in beroering. Oproeren in de 17de en 18de eeuw (Baarn 1982)

Auteur: Drs. A.P.B. van Meeteren

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 203

Dit verhaal is geschreven in het kader van de Maand van de Geschiedenis 2018. Het thema van dat jaar is ‘Opstand’. In dit geval kwam een deel van de bevolking in opstand tegen het van bovenaf opgelegde veranderingen van de manier waarop de religie beleden moest worden.