Skip navigation

Tag Archives: rellen

ROTTERDAM – De politie heeft vannacht een opstand in het Huis van Bewaring aan de Noordsingel met harde hand de kop ingedrukt. Zeker acht mensen (twee vrouwen en zes jongeren) zijn in isoleercellen geplaatst of overgebracht naar een van de andere vleugels van het cellencomplex.

In meerdere cellen zijn de ruiten ingeslagen. De relschoppers zijn volgens de gevangenisdirectie daarom ook overgeplaatst naar een andere vleugel, om te voorkomen dat ze zichzelf zouden verwonden aan alle glasscherven. De veroorzaakte schade wordt geschat op enkele duizenden guldens.

Gespannen sfeer

Volgens directeur Polman is het gebruikelijk dat er een gespannen sfeer hangt op de laatste avond van het jaar. “Maar dat is tegen middernacht deze keer uit de hand gelopen”, zegt Polman in de Telegraaf.

Volgens de krant hadden bewakers ’s middags al hoogte gekregen van plannen van jongeren, die niet van plan waren om later op de dag terug naar hun cel te gaan. Maar aan het einde van de dag gingen de jongeren alsnog vrijwillig naar hun cel.

Maar in de C-vleugel begon een aantal jongeren met het vernielen van het meubilair en de ruiten. Met de kapotgeslagen stukken meubel maakten de jongeren herrie.

De onrust sloeg al vrij snel over naar de naastgelegen vrouwengevangenis. Daar speelt al langer onvrede over het uurloon dat de vrouwen krijgen voor hun geleverde arbeid. Zo krijgen mannen beter betaald dan vrouwen voor hetzelfde werk. Ook is er voor vrouwelijke gedetineerden geen mogelijkheid om hun terugkeer in de maatschappij beter te maken.

Adjunct-directrice Van der Sluis had het idee dat ze de situatie niet veel langer in de hand zou hebben. Daarom werd de hulp ingeroepen van de mobiele eenheid en een paar hondengeleiders. Zij zijn urenlang bezig geweest om de rust terug te brengen.

Niet voor het eerst

Het is de afgelopen maanden vaker onrustig geweest in de Rotterdamse gevangenis. Eerder dit jaar overleed een jonge vrouwelijke heroïneverslaafde. De helft van de vrouwen in de gevangenis. De begeleiding van deze groep zou nogal wat te wensen overlaten.

In de gevangenis aan de Noordsingel zitten ongeveer 250 gevangen. Daar zitten zo’n honderd jongeren en zestig vrouwen bij. Het is de enige gevangenis met een speciale vrouwenafdeling in Nederland. De rest van de gevangenen hield zich tijdens de ongeregeldheden afzijdig.

Het personeelstekort in de gevangenis zorgt er ook voor dat de spanningen binnen de gevangenismuren toenemen. De vakbonden trokken eerder aan de bel over de toegenomen spanningen.

Daarnaast is het aantal drugsverslaafden in de Huizen van Bewaring de afgelopen jaren sterk gestegen. Omdat er geen drugs voorhanden zijn, komt het vaak neer op een zware ontwenningsfase, met alle gevolgen van dien.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Ontsnappingspoging

De mobiele eenheid hield deze nacht ook de omgeving van het Huis van Bewaring in de gaten. Het personeel hield er ook rekening mee dat de opstand te maken heeft met een ontsnappingspoging.

“Misschien dachten ze dat de bewaarders het hoofd zouden verliezen en hen uit de cel zouden laten. Nou, dat is niet gebeurd. Het personeel heeft gewoon het hoofd koel gehouden tot de politie kwam”, zegt een van de bewakers tegen de Leeuwarder Courant.


Hoe ging het verder?

De ongeregeldheden aan de Noordsingel hebben uiteindelijk wel gevolgen. De vaste Tweede Kamercommissie van justitie gaat in Rotterdam kijken hoe het eraan toegaat in het Huis van Bewaring.

Ruim een maand na de onrust is er een demonstratie in Rotterdam, waar een paar honderd mensen aan meedoen, tegen de situatie in de vrouwengevangenis. Een deel van de (vooral vrouwelijke) demonstranten mocht in de gevangenis rozen overhandigen.

De politici zijn vooral geschrokken over de situatie aan de Noordsingel. Het ziekteverzuim is zo groot dat bewakers regelmatig 50 uur per maand moeten overwerken.

De vrouwengevangenis verdwijnt –zoals gepland- een paar maanden later naar de Bijlmerbajes.

Bronnen:

Telegraaf – 01-01-1978

Vrije Volk – 02-01-1978

De Waarheid – ‘Gevangenisoproer kwam niet als verrassing’ – 03-01-1978

De Waarheid – ‘Demonstratie tegen behandeling vrouwelijke gevangenen – 06-02-1978

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 1 januari 2018

Verhaalnummer: 52

ROTTERDAM – Een groep van enkele tientallen Katendrechters heeft vanavond bij zeker tien bordelen de ramen ingegooid. De boze bewoners maken deel uit van de anonieme Actiegroep Redt Katendrecht (Areka) die strijdt tegen de overlast van de seksindustrie op Katendrecht.

Zeker vijftien ruiten van bordelen en seksbioscopen zijn vernield, onder meer in de Atjehstraat en de Veerlaan. Ook bij een woonhuis zijn ruiten kapot.

De bordeelhouders, die aanvankelijk stomverbaasd reageerden, lieten zich niet onbetuigd. De politie kon nog maar net voorkomen dat de woedende exploitanten een huis aan de Brede Hilledijk binnendrongen, waar stenengooiers zich zouden schuilhouden.

“Het was dat mijn vrouw mijn pistool onder de bami had verstopt, anders waren er doden gevallen. Die actiegroep wil hoe dan ook in het nieuws. Als ze zo doorgaan gebeurt het ook”

(Bordeelhouder ‘Henk’, Vrije Volk 14-10-1974)

De politie greep meteen in. De wijk ging hermetisch op slot. Er werden wachtposten geplaatst, er kwam politie te paard en een peloton van de Mobiele Eenheid. Toch was het nog de hele avond onrustig.

Directe aanleiding voor de geweldsexplosie zou een incident gisterenmorgen zijn geweest. Bij het huis van een weduwe werd een ruit ingegooid. Bordeelhouders worden daarvoor verantwoordelijk gehouden. Wat de aanleiding is voor de vernieling is niet duidelijk.

Spanningen

De problemen op ‘De Kaap’ spelen al veel langer. Al minstens drie jaar lang klagen de bewoners van Katendrecht over de prostitutie en de toenemende overlast. Sinds 1971 is het aantal seksbioscopen gegroeid van zes naar zeventien. Maar ondanks alle protesten groeit het aantal bordelen ook dit jaar nog door.

De balans in de wijk is de afgelopen jaren behoorlijk weggevallen, zeggen de bewoners.

“Mijn dochtertje van twaalf moest ’s avonds naar de telefooncel op de hoek om een dokter voor mij te bellen. Die staat niet ver. Kerels vallen haar lastig. Als een te hulp geschoten politieman waarschuwt, krijgt hij te horen, dat ze het er wel zelf naar gemaakt zal hebben. Twaalf jaar, nou vraag ik je?”

(Buurtbewoner, Vrije Volk, 21-08-1974)

“Als ik mijn zoon van acht om een fles melk stuur, wordt hij onderweg uitgenodigd om lichtbeelden in ’n sexclub te komen bekijken”

(Buurtbewoner, Vrije Volk, 21-08-1974)

In augustus vorig jaar komt het al een keer tot een treffen tussen bewoners en souteneurs. Bordeelhouders vallen buurtbewoners aan, omdat ze ‘hun klandizie zouden wegjagen’. De Rotterdamse gemeenteraad belooft beterschap.

Overlastgevende bordeelhouders zullen de stad worden uitgezet. Maar ondanks scheld-, vecht- en schietpartijen verandert er niets. Logisch, zeggen buurtbewoners, want de gemeente vindt het wel prima als de seksindustrie van de stad in een klein beheersbaar gebied als Katendrecht plaatsvindt.

Toch weten de Katendrechters het hoogste politieke platform te bereiken. Er komt een gesprek met de vaste Kamercommissie van de Tweede Kamer en ook minister Van Agt wil de Katendrechters te hulp schieten.

Wijkorgaan

Het Wijkorgaan Katendrecht biedt de meeste weerstand tegen de seksbazen van ‘de Kaap’. Maar dat laten de bordeelhouders niet over hun kant gaan. Als het wijkorgaan de gemeenteraad in april een ultimatum stelt na de opening van wéér twee bordelen, wordt er brand gesticht in het huis van een van de bestuursleden van het wijkorgaan.

De schade valt mee, maar het signaal is duidelijk: het is de bordeelhouders menens. Een paar weken later wordt een bordeelhouder opgepakt voor brandstichting. Hij bekent.

Het bestuurslid van het wijkorgaan krijgt daarna nog meer te verduren. Ze krijgt pistoolschoten door zijn brievenbus. Ook wordt er geprobeerd om een wijkgebouw in brand te steken.

In augustus gooit het wijkorgaan het bijltje erbij neer. Niet zozeer vanwege de bedreigingen, maar door de lakse houding van het stadsbestuur.

Actiegroep

Wanhopige Katendrechters nemen dan het heft in eigen hand. Begin september wordt op een besloten bijeenkomst de Actiegroep Redt Katendrecht (Areka) opgericht. De 89 leden blijven anoniem uit angst voor represailles van de bordeelhouders.

In een telegram aan de Coolsingel laten de leden weten dat ze zich inzetten voor ‘het terugdringen van de prostitutie en sexbioscopen, en invoering van een project van woon- en wijkverbetering’. De acties richten zich meer tegen het stadsbestuur dan tegen de bordeelhouders, omdat de actiegroep vindt dat de oorzaak van de ellende op de Coolsingel ligt.

“U hoort nog meer van ons”

(Telegram ‘Redt Katendrecht’ aan gemeentebestuur Rotterdam, Vrije Volk, 09-09-1974)

De actiegroep krijgt steun van ‘goedgetrainde mensen die een jiu-jitsu en karateopleiding hebben gehad’. Een dag later wordt het vechtsportverhaal grotendeels ingetrokken.

(Dit artikel gaat verder onder deze advertentie)

Eroscentrum

De gemeenteraad schrikt van het dreigement. Nog geen week later gaan vier bordelen dicht. Het wijkorgaan is niet onder de indruk. In de weken ervoor zijn er immers dertien bordelen bijgekomen.

De gemeente komt met het plan voor een megabordeel (eroscentrum) buiten Katendrecht. Andere wijken in Rotterdam laten al meteen weten totaal niets te zien in een verschuiving van de seksindustrie.

De rellen van vandaag op Katendrecht versterken de angst in andere wijken voor de verspreiding van bordelen in de stad. Meerdere exploitanten hebben al aangegeven dat ze rondkijken naar een andere locatie, nu de gemeente de eerste bordelen op de Kaap heeft gesloten.

De gemeente Rotterdam heeft nog een hele kluif aan de problemen op Katendrecht.


Hoe ging het verder?

Ook na 13 oktober bleef het onrustig op Katendrecht. Weer gingen er ruiten kapot en moest de politie ingrijpen.

Het zou nog bijna tien jaar duren tot de allerlaatste skesbaas verdween. In 1981 ging de laatste hoerenkeet dicht, zo’n tien jaar na de eerste brief van de Katendrecthers aan het stadsbestuur.

De gemeente ging vervolgens jarenlang aan de slag met het plan voor het Eroscentrum. Dat zou er nooit komen. In het stuk van Hans Koole kun je daar nog veel meer over lezen.

Tekst: Dave Datema mmv Ingrid Smits

Gepubliceerd op: 01 oktober 2017

Verhaalnummer: 28

Bronnen:

“Katendrecht vraagt optreden tegen seksclubs”. “NRC Handelsblad“. Rotterdam, 22-01-1974

“Wijkorgaanvoorzitter Herman van Eijk: Bewoners worden geïntimideerd Wijkorgaan Katendrecht klaagt zijn nood in Den Haag”. “Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland“. Leeuwarden, 02-02-1974

“Wijkorgaan Katendrecht naar kamercommissie”. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 21-03-1974

“Schoten op Katendrecht”. “NRC Handelsblad“. Rotterdam, 21-03-1974

“WEER EEN BORDEEL”. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 02-04-1974

“Spanning in rosse wijk”. “De Telegraaf“. Amsterdam, 03-04-1974

“Brand in huis op Katendrecht aangestoken”. “NRC Handelsblad“. Rotterdam, 13-04-1974

“Sexclubhouder stichtte brand op Katendrecht”. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 03-05-1974

“Raadselachtige brandstichting op Katendrecht”. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 24-05-1974

“Rotterdamse secretaresse wordt bewaakt”. “Nederlands dagblad : gereformeerd gezinsblad / hoofdred. P. Jongeling … [et al.]“. Amersfoort, 17-07-1974

“Katendrecht staakt strijd tegen ‘die pooierskliek’ Wijkorgaan wantrouwt Rotterdams stadsbestuur”. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 20-08-1974

“Haat en nijd”. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 21-08-1974

“Mysterieuze schoten op Katendrecht”. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 22-08-1974. Geraadpleegd op Delpher op 16-08-2017,

“Nieuwe groep strijdt tegen sex op Kaap”. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 06-09-1974

“Gemeente laat bordelen sluiten”. “NRC Handelsblad“. Rotterdam, 17-09-1974

“‘KATENDRECHTERS NU GAAN HELPEN'”. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 20-09-1974

NRC Handelsblad“. Rotterdam, 14-10-1974, p. 1.

Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 14-10-1974, p. 1

De Telegraaf“. Amsterdam, 14-10-1974, p. 1

Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 15-10-1974, p. 1

Sekswerkerfgoed – De Strijd tussen bewoners en de prostitutiewereld ontbrandt letterlijk

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen: Geen hoerenkast bij de Euromast

ROTTERDAM – Een groep van honderden Rotterdammers heeft in de Afrikaanderwijk zich tegen tientallen Turken gekeerd. Meerdere pensions zijn leeggehaald door de woedende menigte en het meubilair is op straat gegooid. De politie moest waarschuwingsschoten lossen om de orde te herstellen.

Het pand was al leeg, omdat eerder op de dag ook al ongeregeldheden waren geweest. Wat achterbleef was een complete inboedel op straat, van bedden, ijskasten en kleding. De reinigingsdienst moest eraan te pas komen om de chaos op te ruimen, schrijft De Telegraaf.

Pensionhouder

Directe aanleiding voor de escalatie van geweld, was een ruzie en steekpartij bij het pension aan de Goede Hoopstraat.

De pensioneigenaar beweerde dat hij nog achterstallige huur van een moeder met drie kinderen kreeg. Volgens de Rotterdamse zou de pensioneigenaar een paar keer de huur hebben geweigerd om haar over te halen om zijn vriendin te worden, schrijft het Vrije Volk.

De vrouw wilde verhuizen, maar de verhuizers mochten van pensioneigenaar Mehmet G. niet naar binnen. Tijdens de vechtpartij die daarna ontstond liepen de drie verhuizers steekwonden op. Zij zijn overgebracht naar het Claraziekenhuis.

Volkswoede

Kort daarop barstte de bom. Honderden buurtbewoners vielen de Turkse mannen aan. De auto van Mehmet G. werd omvergegooid en stenen gingen door de ruit van het pension.

De paar agenten die probeerden de orde te herstellen schoten in de lucht, maar dat hielp nauwelijks.

Een paar uur later was het weer raak. Buurtbewoners drongen het pension binnen en gooiden al het meubilair uit het pension naar buiten, zoals een kleurentelevisie en matrassen. De bewoners van het pension waren naar het dak gevlucht en probeerden vanaf daar de aanvallers met dakpannen te bekogelen.

De politie deed wederom niet veel.

“Er was geen beginnen aan. Als we op dat moment acties hadden ondernomen, zou het tot nog veel grotere moeilijkheden hebben geleid. We proberen liever door praten en bemiddelen de zaak zoveel mogelijk te sussen.”

(hoofdinspecteur van de Beek, politie Rotterdam, Telegraaf, 11-08-1972).

Later op de avond werd er een tweede pension bestormd. Ook hier werden vernielingen aangericht. Een Turkse man, die was achtergebleven, moest door de politie in veiligheid worden gebracht.

Ook een Turkse kroeg en de ruiten van een Marokkaanse slager zijn gesneuveld. Huizen waar Turkse families wonen, werden met rust gelaten.

In beide panden werden pamfletten opgehangen met de tekst: ‘Te huur alleen voor Hollanders’. In de Paarlstraat werden bordjes opgehangen over de straatnaamborden met daarop geschilderd ‘Hollandse Straat’.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Geen verrassing

Voor veel bewoners van de ‘oude wijken’ in Rotterdam is de explosie van geweld geen verrassing. Twee maanden geleden kreeg burgemeester Thomassen nog een brief van het wijkorgaan Afrikaanderbuurt over de ‘spanningen tussen de ‘echte Rotterdammers’ en de buitenlandse arbeiders’.

Ook in de afgelopen maanden zijn er steeds kleine incidenten geweest in delen van de stad, zoals het Oude Westen, maar zo heftig als vanavond is het nog niet geweest. Ook in Crooswijk werd al gewaarschuwd voor excessen. Een jaar geleden liep het al een keer uit de hand in de Oleanderstraat in de Afrikaanderwijk.

“Het is de gemeente de schuld”, zegt een van de bewoners tegen een cameraploeg van verslaggever Jaap van Meekeren. “dat ze hier die pensions hebben volgestopt. Die pensionbazen hebben hier al die woningen opgekocht en volgestopt met 50 tot 60 mensen. En daardoor is de buurt verpauperd.”

Dat de man iets tegen ‘Turken heeft’ ontkent hij. “Ik heb niets tegen Turken, maar de mensen kunnen hier ’s avonds niet meer normaal over straat. Jonge meisjes worden bij die Turkse pensions lastiggevallen.”

Toch blijkt een deel van de bewoners zich behoorlijk te ergeren aan hun Turkse buurtgenoten. “De Turk is een mens zonder moreel”, vertelt een vader van zeven kinderen. “Ik heb liever te doen met een Spanjaard of met een neger of een Chinees. Er is namelijk geen ene Chinees die ooit heeft aangeklopt voor een uitkering. Want die helpen mekaar. Maar deze gasten doen dat niet.”

‘Machteloos’

Wethouder Jettinghof was ook in de Afrikaanderwijk aanwezig. Hij zei dat de gemeente al de hele zomer op zoek is naar een oplossing. “Maar onze macht is op dit gebied uitermate beperkt.”

Toch kan er nog meer gedaan worden en moet er ook meer gebeuren.

“Hoe lang moeten wij de wet nog strikt hanteren ten koste van mensenlevens? De huidige nood in de Afrikaanderwijk breekt elke wet. Het zou voor de overheid in Den Haag des te duidelijker zijn, dat hier van een noodsituatie sprake is als wij inderdaad die wetten durven breken.”

(Raadslid Rizenkamp, PvdA in het Vrije Volk, 11-08-1972)

Ook vanuit de hoek van de gastarbeiders zélf wordt vastgesteld dat in sommige delen van de stad teveel gastarbeiders zijn. Nelly Soetens van het Actiecomité Pro Gastarbeiders stelt dan ook voor om sommige pensions te sluiten.

“Ik geef toe dat dat een probleem is, maar moreel ben je verplicht voor die mensen te gaan bouwen. De industrieën trekken ze aan, dan moeten ze ook maar voor huisvesting en andere sociale maatregelen zorgen. Anders moet je geen buitenlanders hierheen halen”,

(Nel Soetens, Pro Gastarbeiders, Vrije Volk 11-08-1972)

Of de rust nu is teruggekeerd in de wijk is niet duidelijk. De woede onder omwonenden lijkt nog niet gestild en de angst onder de Turkse gastarbeid is groot. De politie in Rotterdam is op haar hoede.


Hoe ging het verder?

De volgende avond was het weer raak en zelfs nog heftiger dan de avond ervoor. Meerdere pensions werden bestormd en leeggehaald, dit keer in de Wapenstraat en omgeving.

De relschoppers komen nu ook van buiten Rotterdam. De buurtbewoners zelf distantiëren zich van de rellen.

De mobiele eenheid treedt nu wel goed op en er worden 72 mensen opgepakt. Meerdere Turkse en Marokkaanse gastarbeiders raken gewond.

Pas na een paar dagen is de rust hersteld in de Afrikaanderwijk.

Maatregelen

De gemeente wordt wel met de neus op de feiten gedrukt. De situatie in sommige wijken is door het grote aantal gastarbeiders helemaal uit de hand gelopen.

De Rotterdamse gemeenteraad stelt een maximum in van 5 procent buitenlanders per wijk. Dat besluit wordt later vernietigd door de Raad van State.

De gekraakte woning aan de Paarlstraat werd uiteindelijk toegewezen aan een Nederlands gezin.

Rassenrellen

Tal van deskundigen hebben zich in de afgelopen jaren gebogen over de vraag ‘is er nu sprake van rassenrellen of niet?’

Tegen RTV Rijnmond zegt onderzoeker Feico Houweling dat hij denkt dat er geen sprake is van rassenrellen en dat het niets te maken heeft met etniciteit. Hij wijst erop dat het eerder een protest is tegen het beleid van de gemeente.

Bronnen:

RTV Rijnmond – Canon van Vergeten Verhalen – De rellen in de Afrikaanderwijk

Wikipedia – Rellen in de Afrikaanderwijk

Stadsarchief – Rellen in de Afrikaanderwijk

Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 10-08-1972, p. 1

Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 11-08-1972, p. 1

De Telegraaf“. Amsterdam, 11-08-1972, p. 1

NRC Handelsblad“. Rotterdam, 11-08-1972, p. 1

Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 12-08-1972, p. 3

Tekst: Dave Datema mmv Maarten Timmer

Gepubliceerd op: 01 oktober 2017

Verhaalnummer: 16

DEN HAAG – In de Haagse Schilderswijk is vanavond een gezin de wijk uitgejaagd door een woedende menigte. Aanleiding voor de volkswoede was een documentaire op televisie over het gezin met zeven kinderen dat in zeer armoedige omstandigheden leeft.

Er stonden vanavond zeker duizend mensen in en om de Jan de Baenstraat. Ruiten van de woning van de familie werden ingegooid. Zeker twee mensen raakten gewond. De politie heeft ook een waterkanon ingezet. Dat was al drie jaar niet gebeurd.

De politie heeft om negen uur de vrouw en de zeven kinderen van de familie in veiligheid gebracht. De vader van het gezin wilde blijven, maar werd een half uur later alsnog – met veel moeite door de grote volksoproer – weggevoerd.

Terwijl de politieauto’s met de familie ‘Koning’ vertrokken richting het politiebureau, kwam er een regen aan stenen en scheldwoorden achteraan. “De KRO heeft met de documentaire de Schilderswijk te schande gemaakt”, zeggen buurtbewoners tegen het Parool. “Ze hebben een van de meest a-sociale gezinnen laten zien.”

Documentaire ‘Mensen van Goede Wil’ (1969)

Verkeerd beeld

Volgens de buurtbewoners zorgde de tv-documentaire ‘Mensen van goede wil’ ervoor dat de mensen in de Schilderswijk in een slecht daglicht komen te staan.

De familie Koning (pseudoniem) woont in een driekamerwoning in de Jan de Baenstraat in een klein appartement met zeven kinderen. De documentaire liet zien onder welke armoedige omstandigheden dat ging. Inkomen is er nauwelijks. De vader heeft een baan als nachtchauffeur.

In de uitzending is te zien hoe de ratten en muizen door de kamers lopen. De kinderen slapen samen in een paar bedden en zijn regelmatig ziek door slechte hygiëne.

De kinderen liggen alle zeven in één achterkamer, in een paar bedden. In de documentaire vertelde de vader van het gezin de armoede omstandigheden.

“Die vuiligheid en de kinderen. Dan heeft die weer dit, dan heeft de ander weer zweren. Nou ze liggen allemaal bij elkaar in bed. Sommige van hen pissen nog in bed. Dat hele soepzooitje gaat liggen weken. Dus zij krijgt het weer van haar. Toen kregen ook de andere kinderen het. Die kinderen steken mekaar toch aan? Als er één ziek is, krijgen ze het alle zeven.”

(‘Vader Koning’ in Mensen van Goede wil, 1969)

Omdat het gezin ondanks de erbarmelijke omstandigheden toch maar steeds meer kinderen krijgen, heeft de vader van het gezin inmiddels de bijnaam ‘Rinus de Wipper’ gekregen.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Beruchte wijk

De woede werd enigszins aangewakkerd door de KRO. Die omroep had de documentaire van televisiemaker Koekoek aangekondigd met de term dat ‘de Schilderswijk een beruchte wijk was’.

De televisiemaker Koekoek meldde zich vanavond laat ook nog in de De Baenstraat. Dat zorgde ervoor dat de woede alleen maar groter werd. Ook Koekoek moest onder politiebegeleiding worden weggeleid.

Ook gaan de geruchten dat buurtbewoners die in de documentaire voorkomen, zijn betaald om het verhaal aan te dikken. Een van de buren van de familie, die niet met naam genoemd wil worden, bevestigd dat hem geld geboden is. Het gezin zelf zou vijftienhonderd gulden hebben gekregen voor het maken van de film, zegt de man tegen het Parool.

Toen tijdens het laatste televisiejournaal werd gemeld dat het onrustig was in de Schilderswijk, werd het zelfs nog drukker. Waarschijnlijk waren de nieuwelingen mensen uit omliggende wijken, die ook een deel van de actie van dichtbij wilde zien, of eraan meedoen.

Niet meer terug

 ‘Mevrouw Koning’ heeft inmiddels al laten weten dat ze niet meer terug wilt naar haar oude woning in de Jan de Baenstraat.

“Ze hebben me vannacht aan mijn haar getrokken toen ik met mijn kinderen door de politie naar dit tehuis ben gebracht. De gemeente moet nou in ieder geval voor een ander huis zorgen.”

(‘Mevrouw Koning’ in het Parool, 13-05-1969)

Het gezin staat nog altijd achter de film, zoals hij door Koekoek is gemaakt. “Het is een heel goed programma”, zegt de vrouwelijke hoofdpersoon tegen De Telegraaf. “Zo is de werkelijkheid en niet anders. Ik ziet hier nu al negen jaar, vijf jaar als urgentiegeval. Misschien dat de gemeente nu eindelijk iets gaat doen.”

Ook politiecommissaris Onderdelinden liet weten dat het gezin voorlopig niet terug naar de woning gaat in de Jan de Baenstraat.


Hoe ging het verder?

Met de eerste avond waren de problemen in de Schilderswijk nog niet voorbij. Sterker nog, de volgende avond was het zelfs nog heftiger dan de avond ervoor.

Er worden elf arrestanten opgepakt. De meesten van hen kwamen uit andere Haagse buurten.

De rellen verspreiden zich ook naar het politiebureau aan de Van der Vennestraat. Daar worden ruiten ingegooid. Een 26-jarige hoofdagent krijgt een steen in zijn nek en moet naar het ziekenhuis. Ook drie relschoppers raken gewond.

De Haagse wethouder Happel laat in een reactie weten dat hij het jammer vindt dat de KRO-documentaire een ‘eenzijdig beeld laat zien van de Schilderswijk’.

Op dat moment wordt er nog gezocht naar een oplossing voor de familie. Die keerde uiteindelijk niet meer terug naar de Jan de Baenstraat.

Bronnen:

Het Vrije Volk – 13-05-1969 – Volkswoede treft Haags ’tv-gezin’

Het Parool – 13-05-1969 – Buurt verdrijft Haagse ’tv-familie’ uit woning

De Telegraaf – 13-05-1969 – Buurt stenigt gezin

Het Parool – 14-05-1969 – Opnieuw relletjes in Haagse Schilderswijk

Het Parool – 14-05-1969 – De Schilderswijk in kwaad

Omroep West – 20 februari 2014 – Verzet tegen Benno L. is van alle tijden

In deze reportage van Omroep West worden parallellen getrokken tussen het protest tegen de komst van Benno L. naar Leiden (2014) en de protesten tegen de familie ‘Koning’

Auteur:  Dave Datema

Gepubliceerd op: 11-05-2019

Verhaalnummer: 96



ROTTERDAM – In Rotterdam zijn vanavond bij de eerste provo-happening in de stad 33 jongeren opgepakt. De bijeenkomst bij het standbeeld van ‘Fikkie’ op de Westersingel liep al na een kwartier uit de hand. Enkele jongeren begonnen leuzen te roepen en papieren in brand te steken en dat pikte de politie niet.

De eerste provo-bijeenkomst in Rotterdam, volgens de andere media ‘op een uur dat ze allang bij moeder thuis hadden moeten zijn’ trok ongeveer tweehonderd jongeren.

Joop Stolk, neef van de bekende Amsterdamse provo Rob Stolk, hield een toespraak. Op dat moment kneep de politie nog een oogje toe, ook al had Stolk geen toestemming van het gemeentebestuur om de menigte toe te spreken.

In zijn toespraak pleitte Stolk voor meer groen in de stad, meer muzikale hangplekken voor jongeren (beatkelders) en goedkoper openbaar vervoer.

Vervolgens gingen steeds meer jongeren zich roeren. Zeker nadat Stolk zich uitsprak tegen de Vietnamoorlog.

Enkele aanwezigen staken kranten bij het beeldje in brand. Toen de jongeren ook nog ‘Johnson moordenaar’ begonnen te scanderen, greep de politie in.

Stolk was de eerste arrestant. Hij verzette zich niet tegen zijn aanhouding.

Versterking

Op dat moment kwam er versterking voor de politie. Een geluidswagen sommeerde de jongeren om te vertrekken. Iedereen die niet luisterde werd meegenomen door de agenten.

Rond half één was de rust teruggekeerd. Toen zaten er 33 jongeren in de politiecel. Daarvan waren er 17 meerderjarig. De rest van de jongeren mocht dezelfde nacht nog naar huis.

De politie is tevreden met de manier waarop de bijeenkomst is verlopen, liet hoofdcommissaris Wolters op een persconferentie weten.



Provo’s

De provo-beweging werd vorig jaar opgericht in Amsterdam. De naam komt uit het proefschrift van een wetenschappers die de term heeft geïntroduceerd. Roel van Duijn omarmde de naam voor de groep anti-autoritaire jongeren.

De provo’s werden tot dusverre door het grote publiek vaak verward met nozems; hangjongeren, met dure kleding en vaak op een brommer. Het grote verschil met de nozems is dat de provo’s is vaak politiek geëngageerd zijn.

In een verklaring lieten de provo’s weten op te roepen tot verzet tegen de gevestigde orde.

“Provo ziet in dat het de uiteindelijke verliezer zal zijn, maar de kans deze maatschappij nog eenmaal hartgrondig te provoceren, wil het zich niet laten ontgaan”

(beginselverklaring provo’s, 1965)

Provo’s zorgden er ook voor dat de bruiloft van Prinses Beatrix met Claus van Amsberg werd verstoord door een rookbom, die werd gegooid tijdens de rijtoer.


Hoe ging het verder?

Vijftien van de zestien jongeren die op zondagmiddag voor de rechter stonden kregen een celstraf van zes dagen. De zestiende, die zich sterk verzette tegen zijn aanhoudingen, kreeg zelfs twaalf dagen.

Stolk werd vrijgelaten. Hem kon niets ten laste worden gelegd en werd ook niet voor de rechter geleid.

De rechter is duidelijk in zijn oordeel: “Rotterdam kan deze dingen niet hebben. Daarvoor is Rotterdam een te werkzame stad”.

Daarmee was het provoprotest in Rotterdam verre van de kop ingedrukt. Elke zaterdag kwamen de provo’s bij elkaar. Vaak bij het beeld van Fikkie, maar later ook op andere plekken, omdat de politie de jongeren vaak stond op te wachten.

Elke keer werden er arrestaties verricht en werden de jongeren veroordeeld tot meerdere dagen cel.

In het najaar ontstond een nieuwe groep provo’s in Rotterdam: De Nieuwe Generatie. Ze kwamen in het nieuws door op de Femina (huishoudbeurs) op burgemeester Thomassen af te stappen en het gesprek aan te gaan.

Ze eisten een plek in de stad. Met succes: de plek kwam er: de Leiperd, onder de Willemsbrug, waar nu Club Vie zit. Daarmee was een van de belangrijkste doelstellingen van de provo’s bereikt.

Het bovenstaande verhaal maakt deel uit van de serie voor de Maand van de Geschiedenis, met als thema Opstand. In dit geval gaat het om jongeren die in opstand komen tegen het gezag.

Bronnen:

Het Vrije Volk – 16-05-1966 – Politie haalt eerste provo-happening met overleg uit elkaar

Stadsarchief Rotterdam – Provo-happenings bij fikkie – 1966

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen – Ook Rotterdam had een eigen provo scene

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 224

ROTTERDAM – Het popconcert in Ahoy van de Britse zanger Cliff Richard is vanavond volledig uit de hand gelopen. Jongeren gingen met elkaar op de vuist en gooiden spullen naar het podium. De zanger, die in de herrie nauwelijks was te verstaan, moest uiteindelijk een veilig heenkomen zoeken. Morgen staan er nog optredens gepland in Den Haag en Amsterdam.

Na enkele nummers vluchtte de Britse tieneridool via een zij-ingang naar buiten. In de zaal lagen toen losgetrokken kabels, her en der lagen stoelen en ook werden er ook nog klappen uitgedeeld, door jongeren onderling.

Zo’n 3700 honderd jongeren waren in Rotterdam afgekomen op de ‘koning van de Twist’ en zijn band The Shadows. Tijdens het voorprogramma werd al een signaal afgegeven dat het geen normale avond zou worden. Als The Ricochets optreden klonk er een flink fluitconcert.

In de hoek van de hal vond toen al het eerste kleine opstootje plaats. Dat werd nog in de kiem gesmoord door de agenten en bewakers die aanwezig zijn.

Maar het wordt pas echt chaotisch als The Shadows voor het eerst op het podium klommen. Zij moesten het publiek klaarstomen voor de hoofdact: Cliff Richard.

“Wilt u blijven zitten, anders kunnen de mensen achter in de zaal niets zien”, roept Top- en Flops-presentator Herman Stok door de microfoon. Dat lijkt enigszins te werken.

Maar korte tijd later wordt het weer onrustig en een paar honderd jongeren stormen naar het podium, dat wordt afgeschermd door hekken. Daarna probeerde Stok het opnieuw om de jongeren tot de orde te roepen.

“Wilt u alstublieft blijven zitten. De mensen bij het toneel moeten weg, anders stoppen de Shadows”

Herman Stok

En dit keer stopten de artiesten ook. Om korte tijd later weer op het podium te verschijnen. Na de pauze verschijnt ook Cliff Richard zelf op het podium. Meerdere keren moet het programma stilgelegd worden omdat het publiek op het podium dreigt te komen.

Kabels die bij het podium lopen worden losgetrokken en een lichtbak, die voor op het podium stond, werd omgetrokken. Het publiek ging zo tekeer dat van het nummer van de zanger eigenlijk niets te horen was.

Uiteindelijk zong de Britse popicoon vijf nummers. Hij sloot af met zijn grote hit Living Doll uit zijn recente film Young Ones. Vervolgens gingen de lichten uit en verlieten de zanger en zijn band snel het podium. Toen de lampen weer aan gingen was het podium leeg.

Ook na het laatste nummer vonden op meerdere plekken in de hal vechtpartijen plaats.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Staken

Al voordat het tieneridool op het podium verscheen, werd achter de schermen al overlegd of de show wel door kan gaan.

Tijdens het optreden werd de show drie keer stilgelegd. Volgens het Algemeen Dagblad had de zanger er toen wel genoeg van, maar op aandringen van zijn manager ging hij toch weer het podium op.

Tijdens het laatste nummer liep het zo uit de hand dat de artiesten via de nooduitgang het pand verlieten.

“Zoiets hebben wij nog nooit meegemaakt”, zeiden de organisatoren tegen het Algemeen Dagblad. De zanger zelf was mild over zijn publiek.

“Ik neem het hen niet kwalijk. Ze zijn alleen wat tè enthousiast. Ik wilde alleen maar zingen.”

CLIFF RICHARD, ALGEMEEN DAGBLAD (09-04-1962)

Morgen staan er nog twee concerten gepland van Cliff Richard: in Den Haag en in Amsterdam.


Hoe ging het verder?

In Amsterdam en Den Haag bleef het rustig, maar ze hadden hun lesje wel geleerd na Rotterdam. Elke keer als het ook maar een beetje dreigde te escaleren werd het concert stilgelegd.

In Amsterdam kwam het programma wel tot een onverwacht, maar gepland einde. Het leek erop dat Cliff Richard nog een nummer ging spelen, maar plots was de band en de zanger via een zij-uitgang verdwenen, richting Den Haag.

Twee jaar later bezochten de Beatles Nederland. Dat zorgde al voor een ongekende gekte in Nederland. Later dat jaar kwamen ook de Stones naar Nederland. Dat leverde een legendarisch concert op in het Kurhaus, dat ook het einde niet haalde. De chaos echter, was toen behoorlijk wat groter dan bij het concert van Cliff Richard.

Bronnen:

Algemeen Dagblad – 09-04-1962 – ‘Twist liep hoog op’

Het Vrije Volk – 09-04-1962 – Show wordt gestopt

De Telegraaf – 09-04-1962 – Cliff’s onvoltooide

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 07-04-2022

Verhaalnummer:

Op tal van plaatsen in Nederland zijn tienduizenden Nederlanders bij elkaar gekomen om te protesteren tegen de Russische inmenging in de Hongaarse hoofdstad Boedapest, van afgelopen weekend. Daarbij moesten vooral Communistische doelwitten het ontgelden.

De Mobiele Eenheid moest meerdere charges uitvoeren aan de Heemraadsingel in Rotterdam, waar de redactie gevestigd zit van de communistische krant De Waarheid. Daar werd het personeel al rond zes uur door de politie naar buiten begeleid.

In de avonduren werd het steeds drukker aan de Heemraadsingel.

“Reeds om acht uur drongen duizenden jongeren op naar de hekken, die de politie op flinke afstand van het Waarheid-kantoor had laten neerzeten. Voetzoekers knalden en stenen vlogen door de lucht. Zo groot werd het rumoer en zo groot ook de menigte, dat de politie ten slotte wel moest ingrijpen”

(Het Vrije Volk, 06-11-1956)

Eerder hadden boze jongeren ook al toegeslagen bij de Communistische boekwinkel Pegasus aan de Hoogstraat. De ruiten waren al afgeschermd met houten platen. Toch kregen de jongeren het voor elkaar om de ruiten kapot te krijgen.

Na het ingrijpen van de politie aan de Heemraadsingel ontstond er een kat-en-muis-spel tussen betogers en de politie.

“De motoren-met-zijspan stoven de trottoirs op, rake klappe n werden uitgedeeld. Er werd met stenen teruggegooid en op de hoek Heemraadsingel-Graaf Florisstraat ontstond een kleine veldslag. Dit was de climax; langzamerhand werd het wat rustiger”

(Het Vrije Volk, 06-11-1956)

Voor zover bekend is er één actievoerder gewond geraakt.

Onrust

In tal van steden was het onrustig. In Dordrecht heeft een woedende menigte het huis bestormd van het enige communistische raadslid in de stad.

Meerdere mensen drongen het huis binnen en richtten vernielingen aan, terwijl het gezin van het raadslid thuis was. Communistische propaganda werd op straat in brand gestoken. De politie wist de menigte in Dordrecht uiteindelijk te verspreiden.

Nederland reageert op de gebeurtenissen in Hongarije . Open Beelden – Polygoonjournaal 56-46

In Den Haag raakten zeker vijf agenten gewond bij relletjes. De politie greep in met gummiknuppels en sabels, nadat ze werden bekogeld met stenen en huisvuil.

Ook in Den Haag leek de woede zich vooral te richten op de lokale redactie van De Waarheid.

Ook in Utrecht, Amsterdam, Bussum, Hilversum en Haarlem was het onrustig. In Hilversum werden twee jongeren geraakt door een politekogel.

Bombardement

De onrust van buiten was in schril contrast met de bijeenkomst in Ahoy’ van een paar uur eerder. De zaal was afgeladen met mensen die naar vooraanstaande politici kwamen luisteren.

Oud-Burgemeester Oud van Rotterdam trok in een toespraak de link met de Tweede Wereldoorlog en het leed dat dit de Rotterdammers heeft bezorgd. “Bij het brandende Boedapest van nu herinneren wij ons brandende Rotterdam in mei 1940”, liet de huidige VVD-voorzitter weten.

“Wij weten wat er in Boedapest gebeurt, want het communisme verschilt in dezen niets van het van het nazidom”

(Oud-burgemeester Oud, De Volkskrant, 06-11-1956)

Oud kwam nogal strijdlustig over, waarschijnlijk omdat hij zijn toespraak hield vanuit een boksring. Later op de avond stonden er bokswedstrijden gepland in de hal.

Nederland reageert op de gebeurtenissen in Hongarije . Open Beelden – Polygoonjournaal 56-46

Een van de andere sprekers was oud-premier Gerbrandy. Hij maakte zich vooral zorgen over de manier waarop linksgeoriënteerde media naar het conflict kijken. Hij riep op tot verzet waarvan de communistische krant De Waarheid zich bedient, zo zei de oud-regeringsleider.

“We moeten bidden, maar ook overwegen of niet door economische maatregelen protesten zijn te uiten en of mogelijk niet de diplomatieke banden met Rusland moeten worden verbroken”

(Oud-premier Gebrandy, Volkskrant, 06-11-1956)

“Hun strijd is onze strijd”, ging Gerbrandy verder.

Burgemeester Van Walsum deed in zijn slotwoord nog een oproep om ‘zich niet te vergrijpen aan communistische gebouwen en bezittingen’. Maar een deel van de jongeren die in Ahoy’ die woorden hadden gehoord, gingen vrijwel rechtstreeks naar de Hoogstraat, waar zich toen al honderden jongeren hadden verzameld.

De demonstatie tegen de Russische inval in Hongarije. Ahoy’, Rotterdam. Foto: Joop van Bilsen, Nationaal Archief/Anefo

Conflict

In Hongarije zijn gisteren zeker tientallen doden gevallen, bij het ingrijpen van troepen van het Warschaupact in de hoofdstad Boedapest.

Het protest begon enkele maanden geleden met een stakingsactie in Polen tegen het communistische regime aldaar. Studenten van de Universiteit van Boedapest steunden openlijk de Poolse fabrieksarbeiders. Onverwacht was dat de aanleiding voor protesten in Hongarije.

Op 23 oktober kwam het tot een echte opstand. Een standbeeld van Stalin werd omvergetrokken. Betogers drongen het parlement binnen en dwongen de regering om af te treden.

Afgelopen weekend werd een onderhandelingsdelegatie van de Hongaren, die een terugtrekking van de Russische troepen wilde bespreken, opgepakt. Gisteren volgde het militaire ingrijpen. Boedapest is op dit moment omsingeld en tanks rijden door de stad. De gevechten tussen de Russische militairen en de opstandelingen zijn nog altijd aan de gang.

Minister President Drees heeft inmiddels aangekondigd dat ons land bereid is om duizend Hongaarse vluchtelingen op te nemen.

Hoe ging het verder?

De opstand van de Hongaarse bevolking zou nog dertien dagen aanhouden. Aan Hongaarse zijde zouden 2500 mensen zijn omgekomen, aan Russische zijde 800.

In Nederland gingen de protesten door, maar het haalde allemaal niets uit.

Na het neerslaan van het protest werden zeker 13.000 mensen opgepakt. Er worden honderden mensen geëxecuteerd. In de maanden erna vluchten er 200.000 Hongaren naar het westen. Daar komen ook tal van mensen in Nederland terecht.

Bronnen:

De Volkskrant – 06-11-1956 – Fel protest in vele steden

Het Vrije Volk – 06-11-1956 – Weer felle aanvallen op communistische centra

Historiek – De Hongaarse opstand

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 17 oktober 2019

Verhaalnummer: 135

Den Haag – Een protestactie voor betere arbeidsomstandigheden in het Haagse Theater Verkade is vanavond volledig uit de hand gelopen. Actievoerders die tijdens een voorstelling in de theaterzaal hun ongenoegen uitten werden geslagen door de rest van het publiek. Vervolgens werden de demonstranten ook nog eens aangehouden door de politie.

De staking van de toneelspelers is zes dagen geleden begonnen, nadat gesprekken die twee jaar duurden niets hadden opgeleverd. De artiesten eisen van de toneeldirecties een minimumsalaris van 120 gulden, een verblijfskostenvergoeding van 8 gulden per dag en een pensioenfonds. Vooral het laatste punt levert veel weerstand op bij de werkgevers, de theaterdirecteuren.

In sommige theaters zijn de afgelopen dagen voorstellingen geschrapt, omdat er geen acteurs voorhanden zijn. In andere theaters gaan de voorstellingen wel door, omdat de theaterdirecteuren hard optreden.

Voorafgaand aan de voorstelling in het Theater Verkade sprak vanavond directeur Cor van der Lugt het publiek toe. Hij waarschuwde dat er mogelijk pamfletten door de zaal gegooid konden worden. Mensen konden maar beter rustig blijven.

Rumoerige komedie

Op het programma stond de komedie ‘Meneer Parabel en zijn keukenmeisje’ van het Hofstad-toneel. Een van de actrices van deze groep, mevrouw Duymaer van Twist, verving een stakende actrice. Iemand in het publiek was daarvan op de hoogte en maakte de vervangster uit voor ‘onderkruipster’. Agenten, in de zaal aanwezig, grepen meteen in en zette de man de zaal uit.

Maar daarmee was het niet voorbij. Andere staking-sympathisanten lieten van zich horen en de eerste pamfletten vlogen door de zaal. De politie zette daarop nog meer mensen de zaal uit.

Matpartij

Theaterdirecteur Van der Lugt betrad daarna voor de tweede keer het podium. Eensgezind liet het publiek weten dat de groep moest ‘doorspelen’, gevolgd door een staande ovatie aan de directeur.

Na enkele minuten ging het weer mis. Weer werd er geroepen en vlogen de pamfletten door de zaal. Maar dit keer ging het publiek zich ermee bemoeien.

“Er werden kleeren stuk gereten; oogen werden blauw geslagen; sommigen liepen bloedende verwondingen op; in de vestibule, waarheen zich de strijd verplaatste werden ruiten ingedrukt. De politie moest de slachtoffers onder haar bescherming nemen”

(Algemeen Handelsblad – 11-01-1920)

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



‘Doorspelen’

Voor een derde keer betrad Van der Lugt het podium. Opnieuw kreeg hij een staande ovatie. De aanwezigen waren nog steeds van mening dat de acteurs moesten ‘doorspelen’. Ook de hoofdinspecteur van de politie nam daarna het woord. Hij waarschuwde dat de volgende mensen die probeerden de orde te verstoren niet alleen opgepakt zouden worden, maar ook een proces-verbaal zouden krijgen.

Maar binnen vijf minuten ging het weer mis. Van der Lugt, die ook een rol speelde in de voorstelling, kwam het podium op. Vervolgens vroegen meerdere mannen in het publiek de aandacht: “Mijnheer de directeur, ik vraag het woord”.

Maar ze kregen geen gelegenheid om het woord te voeren, want ze kregen meteen klappen van het publiek. Weer werden mensen aangehouden en afgevoerd. Meerdere bezoekers die niets met actie te maken hadden, gingen inmiddels naar huis.

De directeur drukte de achterblijvers op het hart om geen geweld meer te gebruiken in de zaal. Dat gebeurde ook niet meer. Het bleef verder rustig.

Aanhoudingen

Volgens de politie zijn tijdens en na de voorstelling zo’n twaalf mensen opgepakt. Het zou gaan om ‘betaalde propagandisten’, volgens Van der Lugt.

“Twaalf belhamels, geen toneelspelers, maar betaalde propagandisten en beter bekend bij de politie dan bij het schouwburgpubliek, zijn in een der politiebureaux opgeborgen.”

(Algemeen Handelsblad – 11-01-1920)

De Nederlandse Toneel Verbond (NTV) ontkent dat de actievoerders zijn betaald om hun ongenoegen te uiten. Ook wijzen ze erop dat het niet de actievoerders geweest zijn, maar het normale publiek, die de ongeregeldheden in het theater hebben veroorzaakt.

Verder verbaast de NTV zich over het feit dat een dag voor de uit de hand gelopen voorstelling er maar twee kaartjes waren verkocht. Toch zat de zaal bomvol, toen de voorstelling begon.

Tegen de arrestanten is proces-verbaal opgemaakt voor ordeverstoring. Het gaat onder anderen om een man van de gemeentereiniging, een notoire fietsendief en wat marktkooplui. De politie liet weten dat ze van te voren op de hoogte waren van de plannen om aandacht te vragen voor de stakende acteurs. Dat is ook de reden dat de politie in groten getale aanwezig was.

Of er ook arrestaties zijn verricht onder de knokkende theater-bezoekers, is niet bekend.


Hoe ging het verder?

Of er sprake was van een opzet door theaterdirecteur Van der Lugt is nooit helemaal duidelijk geworden, maar sommige (linkse) media waren daar wel van overtuigd.

Het neemt niet weg dat de staking uiteindelijk alsnog doorging. Pas eind mei 1920 werd de staking beëindigd. Het belangrijkste punt, het pensioen, werd niet binnengehaald.

Bronnen:

Wanordelijkheden in het Theater Verkade. “Algemeen Handelsblad“. Amsterdam, 11-01-1920.

De relletjes in het Theater Verkade.”. “Nieuwe Rotterdamsche Courant“. Rotterdam, 12-01-1920.

Wanordelijkheden in het Theater.Verkade. “Algemeen Handelsblad“. Amsterdam, 12-01-1920.

Joosje Lakmaker, Hollands populairste actice – Esther De Boer-van Rijk (Wereldbibliotheek, 2014)

Tekst: Dave Datema mmv Rob Vermeulen

Gepubliceerd op: 01 oktober 2017

Verhaalnummer: 39

ROTTERDAM – Bij rellen tussen prinsgezinden en een vrijkorps van Rotterdamse patriotten is mogelijk een dode gevallen. Bij de Prinsenstraat opende het vrijkorps het vuur op hun belagers.

De burgercompagnie van de patriotten uit wijk nummer 9 werd door een menigte dusdanig in het nauw gebracht dat luitenant Van Zwijndrecht het bevel gaf om het vuur te openen. Er zou iemand zijn omgekomen, maar de autoriteiten hebben dat nog niet bevestigd.

De compagnie onder leiding van luitenant Van Zwijndrecht was bezig om zich voor te bereiden op hun nachtpatrouille. Een grote menigte verzamelde zich toen al. Tijdens de mars van het vrijkorps werd luitenant Van Zwijndrecht dusdanig bedreigd door iemand uit de groep. Die man werd opgepakt en overgebracht naar het stadhuis.

De arrestatie zorgde ervoor dat sfeer alleen maar grimmiger werd. Van Zwijndrecht kon op dat niet anders dan het vuur openen. Dit salvo over de hoofden van de massa zorgde ervoor dat mensen zich voorlopig terugtrokken en de compagnie zijn tocht kon vervolgen.

Toen men bij het stadhuis aankwam werd sfeer weer dreigend. Er werd geschreeuwd, gedreigd en met stenen gegooid. Opnieuw besloot de luitenant om te laten zien dat er met de compagnie niet te sollen valt en gaf het bevel om te vuren. Dit keer vielen er zeven gewonden door de schoten. Volgens sommige geruchten is een van die gewonden inmiddels overleden.

Op het stadhuis werd er vervolgens alarm geslagen. Andere burgerwachten werden gemobiliseerd. Verschillende oproerkraaiers werden gearresteerd.

Catherina M., bijgenaamd Kaat Mossel, een van de aanstichters van de ongergeldheden. Maker: Onbekend (circa 1800)

Langere tijd

Er zijn al geruime tijd spanningen in Rotterdam tussen prinsgezinden en patriotten. Hoewel in het stadsbestuur tien patriotten en veertien niet-patriotten zitten, is in Rotterdam net zoals in andere Hollandse steden wel degelijk een meerderheid van personen die de macht van de stadhouder, Willem V, wil beperken.

Deze tweedeling is ook zichtbaar op straat. Een viering van de verjaardag van de stadhouder rond 8 maart vorig jaar verliep nogal problematisch. De overwegend laag opgeleide bewoners van het Achterklooster en andere achterbuurten zijn over het algemeen oranjegezind. Zij trokken in een bonte oranje stoet door Rotterdam.

Bij deze tocht lieten dames als Catharina M. (beter bekend als Kaat Mossel) en Keet Z. (Ruige Keet) van zich horen. Rotterdammers die duidelijk een andere mening toegedaan waren werden bedreigd, lastig gevallen en zelfs geld afhandig gemaakt “in naam van de prins”.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Vrijkorpsen

Om dit soort onlusten tegen te gaan moesten er in de ogen van de patriotten speciale burgerwachten, vrijkorpsen komen. Immers de bestaande schutterij is klaarblijkelijk niet daadkrachtig genoeg om op te treden tegen deze samenzwering tussen het gewone volk en de Oranje-elite.

Een van deze vrijkorpsen is opgericht door Jan Jacob Elsevier met als motto “Eendragtig, Bedaard, Standvastig” en was bedoeld voor de ordehandhaving in wijk 9. Dit korps oefende vanaf november 1783 regelmatig tot grote frustratie van tegenstanders.  Bij de Oranjeaanhang werd dan ook luidkeels geroepen om de afschaffing van deze vrijkorpsen.

Een officieel verzoek hiervoor in maart werd niet ondertekend op 2 april nadat het stadsbestuur dit verboden had uit angst voor rellen. Een dag later was de schietpartij waarbij compagnie nr 9 was betrokken met als resultaat dus gewonden en mogelijk een dode.


Hoe ging het verhaal verder?

Het stadsbestuur besloot om naar aanleiding van de onrust met dodelijke afloop van 3 op 4 april 1784 om het vrijkorps van Elsevier te ontbinden. Ze zouden zich later weer heroprichten onder de naam De Palmboom en vanaf 1785 weer oefenen, maar in 1784 was het verbod en ook nog censuur op bepaalde patriottenpublicaties een behoorlijk knauw voor de anti-Oranjekliek in het Rotterdamse.

Op dit moment zou echter de bredere patriottenbeweging hun Rotterdamse aanhang te hulp komen. De Staten van Holland, met belangrijke patriotten aan het roer, sturen namelijk een speciale onderzoekscommissie die de orde in Rotterdam moet herstellen. Een van de mogelijke aanstichtsters van de rellen, Kaat Mossel werd samen met hartvriendin Ruige Keet op 31 augustus / 1 september 1784 aangehouden en opgesloten in de kelders van het stadhuis.

Kaat Mossel was orangist in hart en nieren. Getuigen meldden dat zij betrokken was bij ze rumoerig verlopen viering van de verjaardag van Willem V op 8 maart en anderen plaatsten haar ook in de buurt bij de onrust van 3 op 4 april.

Catherina Mulder beter bekend als Kaat Mossel was een bekende verschijning in het Rotterdamse uit De Zwanensteeg een van de zes steegjes van het Achterklooster, een volksbuurt achter het oostelijk einde van de Hoogstraat. Ze kreeg haar bijnaam omdat zij keurvrouw van de mosselen was waardoor ze iedere ochtend bij de Roobrug aan de Spaansekade mosselen keurde van vissers uit Den Briel en Rotterdam. Dit was een officiële functie en dat leverde haar dertig gulden per jaar op.

Bronnen:

Arie Verschoor – Stad in aanwas, geschiedenis van Rotterdam tot 1813 (Zwolle 1999) 370-379

G. van Rijn – ‘Kaat Mossel’, Rotterdams Jaarboekje (1890) 158-231

Huygens ING – Catherina Mulder

Geschiedenis van Zuid-Holland – Kaat Mossel – De Bulhond van Oranje

Auteur: Allard Schellens

Gepubliceerd op: 14-11-2018

Verhaalnummer: 90

MAASSLUIS – Een groep van enkele honderden mannen en vrouwen heeft maandag in Maassluis tientallen mensen bedreigd en hun huisraad vernield. Ook hebben ze mensen op straat lastiggevallen. De raddraaiers zijn boos over de invoering van een andere manier van zingen in de kerk. Het is een voorlopig dieptepunt in een slepend conflict dat vorig jaar begon.

Ooggetuige Hendrik Moerings wist niet wat hij zag toen hij even de stad in ging.

“Een troep van vijfhonderd man ging naar de huizen van iedereen die voor het nieuwe zingen was. Zij stookten elkaar op. Ze dronken sterke drank met buskruit vermengd, waar ze woedend van werden. Ze haalden een van onze plaatsgenoten uit zijn huis en bonden hem met zware touwen. Aan de uiteinden trokken wel vijf of zes mannen ter weerszijden hem voort, terwijl anderen zijn huisraad plunderden.”

Tot in de late avond hielden rellende ‘lange zangers’ huis in Maassluis. Ze hadden het onder anderen voorzien op de voorzanger, Bartholomeus Ouboter, die de kerk de nieuwe manier van zingen had geleerd. Ze mishandelden de schilder en glazenmaker, sloegen zijn winkel kort en klein en rolden de kleren van zijn gezin door de verf.

Ook andere prominente ‘korte zangers’ moesten het ontgelden. Een organist kreeg klappen, een oud-ouderling en oud-burgemeester, die ook in de kerkenraad had gezeten, werd in zijn nachtgoed de straat opgejaagd, de vrouw van een schoenmaker werd aan haar haren door de straten getrokken en bij een metselaar ging een steen door de ruit. Bij een ander werd de wijnkelder leeggedronken.

De oproerkraaiers riepen ‘Houzee!’ en ‘We willen de oude toon weer terug.’ De nieuwe manier van zingen noemden ze ‘dans- en komediezang’. Anderen schreeuwden dat ze vandaag allemaal Prins, Staten, regering, dominees en alles tegelijk waren en dus hun zin moesten krijgen. Pas tegen het eind van de avond keerde de rust terug in Maassluis. Enkele inwoners, onder wie ook slachtoffers als de voorzanger en de metselaar, hebben dat dit niet afgewacht en zijn naar Delft gevlucht.

Conflict

Net als overal in Holland en West-Friesland is in Maassluis begin vorig jaar een nieuw psalmenboek geïntroduceerd. De nieuwe zogeheten psalmberijming is samengesteld in opdracht van de de overheid. Aanleiding was de groeiende onvrede onder predikanten en taalkundigen over de oude liedteksten van Petrus Datheen uit 1566. Het resultaat verscheen in 1773 op de markt, waarna de overheid de berijming overal liet invoeren.

Maar niet alleen de woorden van de populaire psalmen gingen op de schop. Ook de manier van zingen moest anders. Alleen gebeurde dat laatste niet in opdracht van de Staten-Generaal, maar van de kerken zelf. Die wilden af van de uiterst langzame manier van zingen waarbij elke noot even lang duurde. Ook de kerkenraad van Maassluis was voorstander van het nieuwe zingen dat meer ritmisch was, dus met afwisseling van hele en halve noten. Maar dat was buiten een deel van het kerkvolk gerekend.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Vissers

Met name de vissers van Maassluis zijn van ouds zeer gehecht aan de langzame manier van zingen. Als ze van huis zijn heffen ze aan boord graag een psalm aan, zeker op zondag als de schepen voor anker liggen op de Doggersbank. Ze komen dan bijeen op één schip en houden een eigen kerkdienst met zeer langzaam gezongen psalmen, mét de oude woorden van Datheen.

De kerkenraad van Maassluis moet al problemen met de vissers hebben voorzien. De invoering van de nieuwe teksten was al een heet hangijzer – ze werden in de loop van vorig jaar uiteindelijk, zij het aarzelend, door de meeste mensen meegezongen. Maar ritmisch zingen was voor een aantal Maassluizers, met name het armere deel van de bevolking, een brug te ver. Men zong dus wel de nieuwe tekst, maar op de oude manier.

Om ook de nieuwe manier van zingen te kunnen invoeren besloot de kerkenraad vorig voorjaar om zodra de vissers voor enkele weken op zee waren, te gaan oefenen met het overgebleven kerkvolk. Een voorzanger en enkele schoolmeesters hielpen met het instuderen van ritmisch zingen. Maar toen de vissers terug waren, sloeg de vlam in de pan.

De vissers vonden het snellere zingen helemaal niets. Het was in hun ogen ‘paaps, Luthers en afgodisch’. In augustus begonnen er enkele van hen dwars door het gezang heen het geluid van blatende schapen na te doen en te schreeuwen. De dominee was zo van slag dat hij niet verder kon en iedereen naar huis stuurde. Daarna ging het van kwaad tot erger. Vissers zetten in de kerk ook geregeld de aloude psalmen van Datheen in, die ze veel liever zongen dan de nieuwe liederen.

Compromissen

Niet alleen de aanhangers van de oude manier van zingen, de zogeheten ‘lange zangers’, roerden zich, ook de voorstanders van de nieuwe manier, de ‘korte zangers’, lieten van zich horen. Kerkdiensten veranderden meer dan eens in een complete chaos, waarbij ook de organist een duit in het zakje deed door zo hard als hij kon te spelen. Toen de ‘lange zangers’ het orgel dreigden af te breken, bond de kerkenraad in. In september herstelde ze de oude manier van zingen, maar wel op de nieuwe teksten.

De maanden erna hebben de ‘korte zangers’ voortdurend geprobeerd om het besluit van de kerkenraad weer van tafel te krijgen. Dat resulteerde in februari in een nieuw compromis. Voortaan zou er weliswaar langzaam worden gezongen, maar wel met afwisseling van hele en halve noten. Maar die maatregel maakte de problemen in Maassluis alleen maar erger. Nu had niemand zijn zin.

Afgelopen zaterdag trok een groep ‘lange zangers’ langs bij de dominees en de beheerders van de kerk en de schout. Zij eisten dat er de volgende dag weer ouderwets langzaam, met hele noten, zou worden gezongen. De autoriteiten konden weinig anders dan toegeven. Een flinke vergissing, zo bleek twee dagen later, toen groepen al rellend door Maassluis trokken.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Ingrijpen?

Schout Pieter Schim laat weten dat hij het er niet bij laat zitten. Geruchten gaan dat hij de baljuw, de hoogste rechterlijke macht in Delfland, erbij wil halen, die dan de rust zou moeten herstellen. Ook de Prins van Oranje zou dezer dagen in Delft zijn. Mogelijk wordt ook hij bijgepraat. Of dat ook gebeurt, is bij het verschijnen van dit bericht nog niet bekend.


Hoe het verder ging

Schim is inderdaad de volgende dag naar Delft gereisd, samen met een burgemeester en een schepen, om de baljuw in te seinen. De baljuw zegde zijn hulp toe. Of de prins, een verklaard tegenstander van de psalmen van Datheen,  daarbij nog een rol heeft gespeeld, is niet helemaal duidelijk. De dagen na het Psalmenoproer werden in ieder geval tal van verdachten opgepakt. Zeventig Maassluizers wachtten de arrestaties niet af en namen de benen. Dat aantal verraste de autoriteiten, waarna een amnestieregeling in het leven werd geroepen. Alleen de ergste raddraaiers zouden worden veroordeeld. Twee van hen kregen 12 jaar verbanning opgelegd, twee anderen verdwenen voor zes jaar uit Maassluis.

Na het oproer zong men in de kerken in Maassluis, net als in de meeste andere kerken in Holland, uit de nieuwe psalmberijming en bovendien ritmisch. Althans, meestal. Een enkele keer probeerde nog een ‘lange zanger’ om op hele noten, dwars tegen de rest in te zingen. Op 14 mei 1778 vaardigde de baljuw, een soort politiechef, daartegen een waarschuwing uit.

Ook in Vlaardingen kwam het tot een Psalmenoproer, onder leiding van ‘lange zanger’ Anthony Buytenweg, die voorzanger was in zijn kerk en die de psalmen ‘op zulk een onstichtelijke wijze gezongen of liever geschreeuwd’, dat groot rumoer in de kerk ontstond.

In 2006 schreef de in Maassluis geboren schrijver Maarten ’t Hart een roman die zich onder meer afspeelt ten tijde van het Psalmenoproer. Een zoon van de hoofdrolspeler ontpopt zich als een van de aanvoerders van de ‘lange zangers’. ’t Hart baseerde zich onder andere op ooggetuigenverslagen van de rellen in zijn stad.

Tegenwoordig wordt de psalmberijming van Datheen nog in zo’n 30 kerken gezongen, met name in oudgereformeerde gemeenten.

Bronnen:

En toen nu – Psalmenoproer

Luth (e.a.) – Het Kerklied – Een geschiedenis (Zoetermeer 2001)

P.H.A.M. Abels – Tussen gewetensvrijheid en kerkelijke dwang. Religie in Holland’, in: Th. de Nijs en E. Beukers, Geschiedenis van Holland Deel 2 1572-1795, p. 326-32

Mastenbroek – ‘De Maassluise oorlog 1775-1776’ – Historische Schets 27 (1995), p. 7-17

Dekker – Holland in beroering. Oproeren in de 17de en 18de eeuw (Baarn 1982)

Auteur: Drs. A.P.B. van Meeteren

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 203

Dit verhaal is geschreven in het kader van de Maand van de Geschiedenis 2018. Het thema van dat jaar is ‘Opstand’. In dit geval kwam een deel van de bevolking in opstand tegen het van bovenaf opgelegde veranderingen van de manier waarop de religie beleden moest worden.