Skip navigation

Tag Archives: Tweede Wereldoorlog

ROTTERDAM – In Rotterdam-West is de zogenoemde Bellebom met succes onschadelijk gemaakt. Voor de operatie moesten zevenduizend mensen hun huis uit, de grootste evacuatie sinds de Watersnoodramp. De hele operatie kostte zo’n zes miljoen gulden.

Rond vijf uur vanmiddag gaf burgemeester Peper van Rotterdam het sein veilig. Kort daarvoor hadden experts van de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) de bom uit een achtertuin van de Bellevoystraat gehaald.

De medewerkers hebben de bom meegenomen naar Culemborg.

De Bellebom is vernoemd naar de Bellevoystraat in Rotterdam-West. De bom viel op 29 november 1944 in wat nu de achtertuin is van de huizen aan de Bellevoystraat. Het projectiel –een duizendponder- was bedoeld voor de Sichterheitsdienst. Vorig jaar stuurde bewoonster Ottenberg een brief aan de gemeente. Ze wilde voor haar verhuizing uit de straat de gemeente erop wijzen dat er een bom in haar tuin lag.

Tijdens de operatie maakte de omgeving van de Bellevoystraat een bizarre indruk. Straten waren compleet uitgestorven. Niet alleen de bewoners waren weg, maar ook alle auto’s waren weggehaald.

Zelfs de ’s Gravendijkwal, een doorgaande weg waar zelfs op zondag voldoende verkeer rijdt, was nu spookachtig stil.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Ontruiming

De gemeente Rotterdam had alle voor de operatie alle registers opengetrokken. In de omgeving van de Bellevoystraat moesten 2.800 panden worden ontruimd. In deze zogeheten Zone A moest werden alle woningen, winkels en bedrijven gecontroleerd of er niemand meer aanwezig was en of het gas was afgesloten.

De mensen hadden te horen gekregen dat ze om acht uur ’s ochtends klaar moesten staan voor een controle. Alle panden werden doorzocht, dat er niemand achter bleef. Daarna werden ze voorzien van een sticker.

Maar de operatie ging niet voor iedereen even vlot.

“Ik heb drieënhalf uur voor mijn deur gestaan. De wortels komen uit mijn laarzen. Als ze mij die zes miljoen hadden gegeven waren we allang weggeweest.”

(Buurtbewoner in Het Vrije Volk, 28-03-1988)

Als agenten niet naar binnen konden, werd het pand met geweld opengebroken en alsnog doorzocht. Bij 72 gebouwen moesten timmerlieden de boel openbreken en vervolgens weer dichtmaken. De rekening is voor de bewoners.

Voor mevrouw Allewijn (92) was al die ophef niet nodig. Ze had 44 jaar geleden de bom zien vallen bij haar in de straat. “Ik kan het wel hebben hoor”, zegt de over de ontruiming tegen de verslaggevers van Het Vrije Volk.

Vrijwel alle bewoners hebben vrijwillig hun huis verlaten. Alleen een 44-jarige vrouw uit de Joost van Geelstraat weigerde te vertrekken. Nadat de politie een kwartier lang op de vrouw had in staan praten, ging ze alsnog mee voor verhoor.

Alle auto’s in zone A moesten verwijderd worden. De politie heeft 55 achtergelaten auto’s weggesleept.

In de straal van 300 tot 600 meter om de Bellebom kregen mensen de opdracht om binnen te blijven tijdens de ontmanteling. Zo’n 22 mensen zijn opgepakt. Zij liepen tijdens de operatie tóch op straat in de zogehten ‘zone B’. Zij krijgen een proces-verbaal.

Volgens burgemeester Peper waren deze mensen niet op de hoogte van de ontwikkelingen.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Opvang

De gemeente had voor de operatie ook gezorgd voor opvang in de Energiehallen. Daar konden 350 mensen terecht, maar er was maar een enkeling. De honderden diepvriesmaaltijden die klaarlagen konden terug naar de leverancier.

Uit onderzoek was gebleken dat tussen de duizend en twaalfhonderd mensen van de opvang gebruik zouden maken. Maar veel mensen kozen ervoor om naar vrienden of familie te gaan. Ook van de speciale opvang voor huisdieren was niet populair.

De gemeente had in de aanloop naar de operatie een speciale ‘Bellebom-krant’ gemaakt en die verspreid in de wijk. Ook was Radio Rijnmond heel de dag in touw met de laatste informatie over de ontruiming.

Operatie

Iets later dan gepland, ongeveer om tien voor twee begon de ontmanteling van de Bellebom. De wijk is dan zo goed als verlaten. Adjudant Schoots van de EOD probeerde samen met collega Linschoten om de bom onschadelijk te maken.

“Het op een afstand uitdraaien van de ontsteker viel mij honderd procent mee. Of we schrokken van de staat waarin dat slagpijpje zich bevond? Tja, wat is schrikken? Het zag er in eerste instantie niet zo best uit. Ik keek mijn collega Linschoten aan en we besloten het er toch maar op te wagen. Kijk, gevaarlijk is het pas als dat slagpijpje ergens tegenaan zou stoten. Gelukkig had ik gisteren een vaste hand. Dat moet ook wel in dit vak.”

(Het Vrije Volk, 28-03-1988)

De bom lag op tien meter diepte. Een paar vleugeldelen werden op zes meter diepte aangetroffen. Om zes minuten voor drie was de bom onschadelijk gemaakt. Daarna werd de bom uit de put getakeld.

Naar  museum

Burgemeester Peper was vooral opgelucht dat de hele operatie probleemloos is verholpen. In 1986 is in Berlijn nog spontaan een bom uit de Tweede Wereldoorlog ontploft. Daarbij ging een kleuterschool de lucht in.

Als het aan Peper ligt krijgen we niet snel een soortgelijke operatie te zien. Te duur en te ingrijpend, vond de burgemeester. Maar naar aanleiding van de Bellebom heeft de gemeente nog eens 16 brieven gekregen over soortgelijke blindgangers die nog in de grond zitten.

Peper noemde de operatie van vandaag een ‘schoolvoorbeeld voor Nederland’. Hij wil proberen om de Bellebom terug naar Rotterdam te krijgen. De bom zou tentoongesteld moeten worden in het Museum Rotterdam. “Maar wel zonder inhoud”, voegde Peper eraan toe.


Hoe ging het verder?

De Bellebom keerde terug naar Rotterdam en ligt nu in Museum Rotterdam. Zonder inhoud, zoals de Rotterdamse burgemeester Peper (logischerwijs) wilde.

De Bellebom was zeker niet de laatste bom die werd geruimd in de stad. Er liggen nog tientallen van dit soort bommen verspreid door de stad, maar al die operaties waren niet zo omvangrijk als deze.

In 1990 werd bijvoorbeeld de ‘Hillebom’ (Lange Hilleweg) ontmanteld. Toen hoefden maar 800 woningen ontruimd te worden. ‘Een routineklus met risico’ werd toen door de media geschreven. Zo’n 1700 mensen moesten hun huis uit.

Volgens het AD heeft het ruimen van allerlei bommen de stad Rotterdam alleen al in 2016 ruim 5,3 miljoen euro gekost. Daarvan werd bijna driekwart vergoed door het Rijk.

De eerstvolgende ‘grote operatie’ die gepland staat (een datum is nog niet bekend) is die aan de Claes de Vrieselaan. Voor het ontmantelen van de ‘Booisterbom’ (vernoemd naar de bewoner) worden drie huizen gesloopt, omdat de bom onder één van de drie panden ligt.

Directe aanleiding om deze bom weg te halen is het funderingsherstel bij de buren. En het slaan van palen in de grond zou wel eens gevolgen kunnen hebben voor de blindganger, zo wordt gedacht.

Hoe groot deze operatie gaat worden is nog niet duidelijk. Dat hangt af van de grootte van de bom.

Bronnen:

Het Vrije Volk – 28-03-1988 – De ontsteking van zes miljoen

NRC Handelsblad – 28-03-1988 – Ontmanteling vliegtuigbom ontroert Rotterdam

RTV Rijnmond – 27-03-2014 – De Bellebom

Tekst: Dave Datema

Gepubliceerd op: 27-03-2018

Verhaalnummer: 79

SPIJKENISSE – Het werd een hoofdpijndossier voor de Explosieven Opruimingsdienst (EOD), die V-1 uit de Tweede Wereldoorlog, onder de grond bij Spijkenisse. Ook vandaag is het niet gelukt om de bom in zijn geheel onschadelijk te maken. Het is wel veilig genoeg om de bom van rond de duizend kilo morgen bij Stellendam in zee te dumpen, zo liet de EOD weten.

Keer op keer liep de EOD weer tegen nieuwe problemen op. Nadat de bom begin deze maand ontdekt werd in een weiland op de plek waar de nieuwbouwwijk De Akkers moet komen, werd begonnen met het graven van een put, rondom de bom. Maar dat graven was bijzonder lastig. Elke keer liep de put vol met water.

De V1-bom in Spijkenisse en medewerkers van de EOD. Foto: Marcel Antonisse, Nationaal Archief/Anefo

De klus werd ook een week uitgesteld, omdat er meer tijd nodig was om het voor te bereiden. Normaal gesproken heeft EOD voor een ontmanteling een week nodig. In Spijkenisse ging het om ruim twee weken. “En daarbij maakt de vaste ploeg in Spijkenisse soms dagen van 6 uur ’s ochtends tot laat in de avond”, zei Majoor Busscher van de EOD eerder tegen het AD.

In totaal heeft een grondbedrijf tweeduizend kuub aarde moeten verplaatsen. De put had uiteindelijk een doorsnede van 24 meter en was 18 meter diep. Vijf pompen moesten voorkomen dat de put opnieuw zou vollopen.

“Het hele waterhuishouden in de polder is nu wel van streek”, liet aannemer Monshouwer aan Het Vrije Volk weten.

“We waren bang voor instortingen tijdens het werk. De randen van het gat brokkelden wel tijdens de demontage-periode onrustbarend snel af. Heel moedig en knap van die vijf mensen van de EOD, wat ze daar deden.”

(Het Vrije Volk, 30-05-1980)
De bouwput waar de V1-bom in lag in Spijkenisse. Foto: Marcel Antonisse, Nationaal Archief/Anefo

De complimenten gingen naar Majoor Busscher, de teamleider van de EOD. “We zijn blij dat de klus geklaard is”, liet hij aan Het Vrije Volk weten. Volgens was de opdracht op papier simpel, omdat er slechts drie verschillende typen V-1-bommen zijn.

Maar de werkomstandigheden, met het steeds opkomende water, maakte het niet makkelijk. “Een van de ontstekingen hebben we kunnen verwijderen”, is de uitleg van Busscher. “De resterende twee hebben we moeten blokkeren door stevig in te pakken. We konden gezien de werkomstandigheden niet anders.”

In de raket zit nog 935 kilo springstof. Een mengsel van water en kerosine is uit de raket gehaald.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Ontruiming

Tijdens de ontmanteling (tussen 09:30 en 13:30) moesten de mensen binnen een straal van 1200 meter hun huis verlaten. Van de 31 gezinnen in die directe omgeving, hoefde slechts één gezin door de politie ‘enigszins geholpen’ te worden.

In Het Vrije Volk beschreef burgemeester Cees de Groen van Spijkenisse de reactie van de bevolking ‘voorbeeldig en laconiek’. “Wij hebben tijdens deze spannende dagen een geweldige saamhorigheid onder de bewoners kunnen constateren.”

Dit najaar staat er weer een ontmanteling gepland op Voorne-Putten, maar dan in Hekelingen.

Het staartstuk van de V1-bom bij Spijkenisse. Foto: Marcel Antonisse, Nationaal Archief/Anefo

De V-1-bommen werden door de Duitsers ingezet in de Tweede Wereldoorlog. De bommen hadden een raketmotor en waren de eerste onbemande straalvliegtuigen. Sommige V-1-bommen werden gelanceerd vanuit Puttershoek Pernis. Deze bom komt waarschijnlijk uit Pernis.

Regelmatig kwamen de V-1-bommen terecht op plekken waar ze niet hoorden te komen. Maar sommigen explodeerden niet, zoals dit exemplaar bij Spijkenisse.


Bronnen:

Trouw – 09-05-1980 – Vermoedelijk V-1 in Spijkenisse ontdekt

Algemeen Dagblad – 20-05-1980 – V-1 Bomvol springstof

Algemeen Dagblad – 23-05-1980 – De lastigste V-1

Het Vrije Volk – 29-05-1980 – Demonteren V1 gestart

Nederlands Dagblad – 29-05-1980 – Bom vandaag gedemonteerd

Het Vrije Volk – 30-05-1980 – Deze V-1 zal ons nog lang heugen

Het Parool – 30-05-1980 – V-1 Spijkenisse wordt in zee gedumpt

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 28-05-2020

Verhaalnummer:

Rotterdam – Winston Churchill is vanmiddag benoemd tot ereraadslid van Rotterdam. Churchill, die na de oorlog verrassend de verkiezingen verloor, maakt een tour door Nederland. De Rotterdammers kwamen massaal naar de Brit kijken.

In enthousiasme kon de Maasstad natuurlijk niet achterblijven op Amsterdam, Den Haag en Leiden. Overal langs de route hingen vlaggen en spandoeken. Rotterdammers waren in grote getale gekomen om een glimp op te vangen van het bekende V-teken, de hoed en de sigaar van de Britse staatsman.

Het bezoek begon iets over twaalven toen Churchill op de grens van Overschie en Rotterdam werd opgewacht door burgemeester Oud en hoofdcommissaris van de politie Staal.

Churchill in gezelschap van zijn vrouw Clementine en dochter Mary kreeg bloemen aangeboden door Henny Bennekers, de dochter van een als gijzelaar geëxecuteerde hoofdinspecteur van de politie en de jonge Winston Berwers, die naar de Britse leider genoemd was bij zijn geboorte in 1941 en dus gedurende de hele oorlog zijn naam niet mocht gebruiken.

Eenmaal aangekomen op de Coolsingel werd Churchill verwelkomd door duizenden Rotterdammers. Voordat hij het gemeentehuis betrad inspecteerde hij de aangetreden erewacht van de mariniers. In de raadszaal waren voor de zetels van het College stoelen neergezet voor de gasten. Mevrouw Churchill met dochter Mary, de ministers Beel en Van Rooyen en de Commissaris van de Koningin.

Goede band

De burgemeester opende de raadsvergadering en verzocht de ingestelde commissie van in- en uitgeleide om de eerbiedwaardige gast de raadszaal te laten betreden. Onder luid applaus werd vervolgens Churchill de zaal binnengeleid.

In zijn toespraak herinnerde burgemeester Oud de aanwezigen aan de banden tussen Nederland en Engeland in de geschiedenis verankerd.

“Zij behoort tot de steden wier namen gij verklaardet nimmer te zullen vergeten. Wij zijn u daarvoor dankbaar. Het is ons daarom een groot genoegen en een grote eer u voortaan te mogen beschouwen als behorend tot onze gemeenteraad. Gij zult stellig in de geschiedboeken van onze stad blijven vermeld als het meest illustere lid dat ooit in de vergadering van deze Raad werd geïnstalleerd”

(Burgemeester Oud van Rotterdam, 13 mei 1946)

Churchill kreeg uit handen van Oud het erelidmaatschap van de Rotterdamse gemeenteraad. Daar zat wel één verschil bij. Normaliter krijgen normale raadsleden een zilveren penning, het ereraadslid Churchill kreeg er een van goud omgehangen.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Afwezigheid

Churchill grapte in een reactie over het erelidmaatschap van de Rotterdamse raad. “I do not know whether i shall have to be re-elected. I cannot give a promise to be a very regular attendant”. Hij kon niet beloven of hij er wel eens zou zijn, als raadslid, mocht hij herkozen worden als premier.

Ondanks zijn afwezigheid beloofde de Britse staatsman de belevenissen in Rotterdam met interesse te volgen. Churchill ging verder in op het feit dat zes jaar geleden de weerloze stad verwoest werd door een genadeloos bombardement door de Duitsers.

Maar als de vijand dacht dat men daarmee de geest van de bevolking kon breken, had hij het mis. Die is juist sterker dan ooit, zei de voormalig regeringsleider.

De ex-premier van het Verenigd Koninkrijk sloot af met een boodschap die hij enkele dagen daarvoor had gegeven aan de studenten van Leiden toen hij daar zij eredoctoraat in ontvangst nam.

“The world is open to you. Go forward . Raise your country to a level it has never yet reached.”

(Winston Churchill, Rotterdam, 13-05-1946)

De nieuwe generatie moest dit vooral doen in samenwerking met alle volkeren die rechtvaardige belangen voorstaan om zo nieuwe bladzijden te kunnen toevoegen aan de roemrijke geschiedenis van Nederland.

Na een lunch volgde er een korte rit door Rotterdam. De Rotterdammers ontvingen hem met een soort ticker-tape parade op de Meent, de Schiedamsesingel en de Van Vollenhovenstraat. Churchill kon ook met eigen ogen de desolate vlaktes in het centrum aanschouwen, waardoor eens te meer de verwoestingen van de oorlog duidelijk werden.

Het gezelschap vertrok daarna weer richting de gemeentegrens waar Oud en Staal afscheid van hem namen. Churchill reed verder naar vliegveld Valkenburg waar hij zijn vijfdaags bezoek aan ons land zou beëindigen. Hij werd daar uitgezwaaid door minister-president Schermerhorn, prins Bernhard en de Britse ambassadeur.


Hoe het verder ging

In het stadhuis van Rotterdam herinnerd een plaquette in de raadzaal en een buste in de hal aan het gedenkwaardige bezoek van deze “grootste Brit aller tijden”. Onder de plaquette staat ‘The world is open to you’, een verwijzing naar de uitspraak van Churchill in Rotterdam.

Churchill was in 1945 vrij onverwacht verslagen bij de verkiezingen door de Labour partij van Clement Attlee. Voor de oorlogsleider restte niets anders dan de oppositiebanken. Churchill werd echter een veelgevraagd spreker en werd wereldwijd bedolven onder eerbetonen, eredoctoraten en prijzen. Het bezoek aan Nederland was in dat opzicht er een van de velen. Tijdens een rondreis in Amerika in 1946 hield hij in aanwezigheid van president Truman zijn beroemde speech in Fulton, Missouri. Aan die speech hebben we de term ‘het ijzeren gordijn’ te danken.

“Van Stettin aan de Oostzee tot Triëst aan de Adriatische Zee, is een ijzeren gordijn neergelaten dwars door het Europese continent. Achter die lijn liggen alle hoofdsteden van de oude staten van Centraal en Oost-Europa: Warschau, Berlijn, Praag, Wenen, Boedapest, Belgrado, Boekarest en Sofia. Al deze beroemde steden en de bevolkingen eromheen, liggen binnen de Russische sfeer en zijn alle in een of andere vorm onderworpen, niet alleen aan de Sovjet-Russische invloed, maar in grote en steeds grotere mate aan directe beheersing door Moskou”.

Churchill kreeg uit handen van Oud het erelidmaatschap van de Rotterdamse gemeenteraad. Daar zat wel één verschil bij. Normaliter krijgen normale raadsleden een zilveren penning, het ereraadslid Churchill kreeg er een van goud omgehangen.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Hoewel hij tijdens zijn bezoek aan Nederland in  1946 bij een toespraak tot de Staten Generaal in Den Haag nog gepleit had voor een (soort van) Verenigde Staten van Europa, verzette hij zich als oppositieleider tegen Britse deelname aan de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en pleitte voor gepaste afstand van het Verenigd Koninkrijk ten opzichte van Europa, handhaving van het Britse Rijk en nauwere banden met Amerika.

Nadat de Labour Party in 1951 verslagen was, werd Churchill opnieuw premier. In die hoedanigheid woonde hij in 1953 in Westminster Abbey de kroning van Elizabeth II bij. Het was een opmerkelijk beeld; de gigant uit de dagen van het Britse Rijk naast een jonge koningin op de drempel van een nieuwe tijd. Maar zijn leeftijd, hij was inmiddels 76, begon hem gedurende zijn tweede termijn parten te spelen. Een beroerte in juni 1953 had tot gevolg dat hij aan zijn linkerkant tijdelijk verlamd raakte. De bevolking kreeg dit niet te horen. Uiteindelijk trad hij in 1955 bij de viering van zijn 80ste verjaardag af.

Op 15 januari 1965 op 90-jarige leeftijd overleed Winston Leonard Spencer-Churchill. Hij werd opgebaard in Westminster Abbey. Duizenden Britten schuifelden gedurende drie dagen aan hem voorbij. Er volgde een staatsbegrafenis en een rouwdienst in St Paul’s Cathedral. Dat de Britten zijn betekenis voor hun land en de wereld niet zijn vergeten bleek overigens in 2002. Bij een verkiezing van de BBC werd Winston Churchill gekozen tot “Grootste Brit aller tijden”. Hij eindigde voor Isambard Kingdom Brunel, prinses Diana, Charles Darwin en William Shakespeare.

‘Herdenk ook de Churchill-doden’

Maar de nalatenschap van Churchill is niet onomstreden. Historici wijzen bijvoorbeeld op zijn visie op de volkeren van de wereld op een bijna sociaal-darwinistische wijze. Dat wil zeggen een volk is beter dan een ander. Dit moet echter in het licht gezien worden van de algemene mening op dit vlak in de Edwardiaanse tijd en is in geen enkel opzicht vergelijkbaar met het rabiate racisme van bijvoorbeeld een Hitler.

Andere critici wijzen op zijn rol bij zijn houding tijdens de hongersnood in wat nu Bangladesh heet. Door voedsel aan troepen voorrang te geven moest de bevolking het met nog minder doen. Churchill heeft ook gepleit voor het inzetten van gifgas (tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog), was een tegenstander van vrouwenkiesrecht, zette voor de oorlog het leger in tegen stakende arbeiders en vond Mahatma Ghandi maar een rare fakir in een laken.

Het meest controversieel is echter de door Churchill goedgekeurde strategie van “bomber command” van massabombardementen op steden zoals Keulen, Hamburg en Dresden in de nadagen van de oorlog waarbij  tienduizenden burgers om het leven kwamen (Bijvoorbeeld Hamburg in juli 1943 bijna 45.000 en Dresden in februari 1945 25.000).

De controverse hieromtrent kwam nog eens extra onder de aandacht door de actie van Schiedammer gedurende de dodenherdenking op 4 mei 2018. Hij liet een vliegtuigje rondvliegen met de tekst “Herdenk ook de Churchill-doden” en hij liep op de Dam vlak voor acht uur met een spandoek met daarop: “Churchill massamoordenaar”. Hij werd aangehouden en afgevoerd.

Bronnen:

Rotterdamsch Nieuwsblad – 13 mei 1946, via Stadsarchief Rotterdam

Rotterdamsch Nieuwsblad – 14 mei 1946, via Stadsarchief Rotterdam

Het Vrije Volk – 14 mei 1946 – Churchill Dankbaar

Handelingen van de gemeenteraad van Rotterdam 1945-1946, via Stadsarchief Rotterdam

Geoffrey Best – Churchill (Amsterdam 2014)

Auteur: Allard Schellens

Publicatiedatum: 13-05-2018

Verhaalnummer: 87

BLESKENSGRAAF – De blijdschap in Bleskensgraaf vanwege de bevrijding van de Duitsers is nog wat groter geworden. De drie verzetsmensen die op Bevrijdingsdag door Duitse soldaten waren gearresteerd, zijn tegen alle verwachting in teruggekeerd in het dorp. Ze hebben vastgezeten in de Kriegswehrmachtgefängnis in Utrecht en zouden worden doodgeschoten. Maar een klauterpartij en een portie geluk hebben hen het leven gered.

Vrijwel niemand had meer op onze terugkeer gerekend, vertelt Rien van Klei, een van de drie verzetsmensen. “Toen ik net thuis was, kwam burgemeester Dekking langs bij mijn moeder. Vele troostende woorden sprak hij, helemaal doordrongen van verdriet. Toen mijn moeder hem duidelijk probeerde te maken dat ik gewoon naast hem zat op de bank voor het huis, sprak hij gewoon door.”

Rien van Klei is op 5 mei samen met zijn makkers Piet de Haan en Henk Fricke ingerekend bij een poging om de Duitse soldaten in en rond Bleskensgraaf te ontwapenen. Piet en Rien vertellen wat er de afgelopen dagen allemaal met hen is gebeurd.

Vrede

“Toen ik vrijdagavond even buiten een luchtje ging scheppen, hoorde ik klokkengelui. En later ook een stoomfluit. Ik dacht onwillekeurig aan vrede”, zegt Piet terugkijkend. “In het noorden zijn lichten te zien. En iedereen was uitgelaten. Ik geloofde het eerst niet en had mijn broer Theo erop uit gestuurd. Maar hij kwam terug en zei dat het vrede was!”

De commandant van de lokale Binnenlandse Strijdkrachten laat alle leden van de plaatselijke verzetsploeg optrommelen om de Duitsers te ontwapenen. Hij deelt iedereen in en gaat zelf met een groepje naar het Kraaienbos aan het oosteinde van Wijngaarden. Onder hen zijn Van Klei, De Haan en Fricke. De groep komt voor de Duitse luchtwaarnemingspost die daar is gevestigd. De commandant ervan weigert zich over te geven, waarop de Nederlandse BS-commandant hem doodschiet. Op dat moment zitten er nog vier Duitsers in de barak van de post, die goed is verdedigd met wallen en prikkeldraad.

De dood van de Duitser is een tegenslag, vertelt De Haan: “De moffen zouden zeker naar hun commandant komen zoeken.” De Nederlandse commandant besluit dat enkele van hen het lichaam van zijn Duitse tegenhanger snel moeten verstoppen op de begraafplaats in Bleskensgraaf, terwijl Van Klei, De Haan en Fricke de sporen van de schietpartij moeten uitwissen en iedere Duitser die uit de barak zou komen moeten aanhouden en ontwapenen. Ze mogen nadrukkelijk pas schieten als de Duitsers zouden vuren. De volgende dag zouden de Binnenlandse Strijdkrachten versterking sturen.

Op 5 mei, nog voor de beloofde manschappen arriveren, komen twee Duitsers de barak uit. Ze zoeken hun commandant. Van Klei: “Ik vertel hen dat de oorlog was afgesloten, dat ze hun kameraden moeten halen en ongewapend moeten terugkomen.” Daarop komen de andere Duitsers inderdaad naar buiten. Maar in plaats van naar de verzetsmensen te lopen, springen ze op de fiets en rijden de andere kant op. Van Klei en De Haan nemen een kijkje in de barak en maken er wapens, munitie, een radio en een swastika buit.

BS-ers. Foto: De Waard in Oorlogstijd

Te vroeg

Ondertussen blijft het stil vanuit Bleskensgraaf. “We begonnen te vermoeden dat het niet goed zat. We waren te vroeg begonnen”, zegt De Haan. Een van de verzetsmensen besluit naar Bleskensgraaf te gaan om verdere instructies te vragen. Van Klei, De Haan en Fricke blijven achter. Dan arriveert een auto vol gewapende Duitsers die uitstappen en over de kade op hen af komen lopen.

De Haan: “Deze dichte drom zou voor onze stengun een prachtdoel zijn geweest, maar dit durfden wij niet voor onze verantwoording te nemen, omdat wij niet mochten vuren alvorens zij dit deden of dreigden te doen.” Maar wachten tot de Duitsers bij hen zijn, durven de mannen evenmin. En dus vluchten ze het weiland in.

Het duurt niet lang of de Duitsers zien hen. Ze openen het vuur op het drietal met een automatisch wapen. “We zochten dekking in een slootkant waarlangs we kruipend en plonzend door het water verder gingen terwijl de moffen hevig en vrijwel ononderbroken vuur op ons afgaven.”

Rien van Klei ziet het hopeloze van hun situatie in en stelt voor om het op te geven. Hij gokt erop dat ze, nu de bevrijding een feit is, in leven zullen blijven. De Haan wil zich doodvechten, maar besluit zijn sten ook neer te leggen. “Ik weet niet of u het begrijpen zult, maar hierbij kreeg ik het gevoel dat ik een landverrader was.”

De Duitsers zijn woedend op het drietal en ondervragen hen in de barak. Waarom hadden ze geschoten? De oorlog was immers afgelopen. “Zij wilden niet meer schieten, maar wij hadden op hen geschoten. Wij lieten het maar zo, want ze moesten natuurlijk toch gelijk hebben”, zegt De Haan berustend.

De Duitsers vragen nog waar de dode commandant is gebleven. Dat vertellen ze. “Na een tijd moesten we in een vrachtwagen plaatsnemen. Ook de moffen klommen erin en wij gingen het onbekende tegemoet.”

De rit gaat naar Bleskensgraaf waar de Duitsers het lijk van de Duitse commandant ophalen. Als de truck stilstaat, doet Van Klei een ontsnappingspoging. Hij grijpt het machinepistool van een Duitser en wil schieten. De Haan: “Het ding stond gelukkig op veilig, want anders wat het natuurlijk met ons alle drie slecht afgelopen. We pakten Rien vast om te voorkomen dat hij nog gekke dingen deed.”

Hoop

De Duitsers binden het drietal vast met een dunne draad, laden het lijk van de Duitse commandant in en zetten met allerlei tussenstops koers naar Meerkerk. Het oponthoud onderweg geeft de mannen hoop. “De Duitsers hadden immers gecapituleerd en dus konden de Tommies gauw komen.” Maar ze horen ook een van de Duitsers aan zijn commandant vragen of hij het drietal mag doodschieten. Die weigert dat.

De rit eindigt in een hotel. Daar krijgen ze allerlei scheldkanonnades over zich heen. “Het begon natuurlijk zoals dat bij de moffen de gewoonte is, met Schweinhunde en Dreckenschweine. Ja, zeiden ze, jullie zullen de zon niet meer zien opkomen. Ze moesten jullie door de strot schieten, dan kun je stikken in je eigen bloed.”

Maar er volgt geen executie, wel een nacht in een dichtgespijkerde kamer. Daar liggen ze dicht tegen elkaar aan om elkaar warm te houden. “Als je ons zo had zien liggen zou je zeker gelachen hebben maar Henk en ik hadden met onze natte kleren warmte nodig wilden we geen longontsteking oplopen.”

Inmiddels is het zes mei. De Duitsers lijken vriendelijker te worden en geven de mannen koffie. De bewaking verslapt en het drietal maakt ontsnappingsplannen voor als de nacht zou vallen. Van Klei blijkt bekend in de omgeving van Meerkerk en maakt in zijn hoofd alvast een route via het haventje en de polders richting Noordeloos. Maar zo ver komt het niet.

De mannen gaan weer op transport, dit keer naar de Kriegswehrmachtgefängnis aan de Gansstraat in Utrecht waar ze ’s avonds arriveren. Daar eten ze wat, krijgen ze water om zich te wassen, bekers water en een sigaret. Het lijkt er goed uit te zien. Maar dan komt een bewaker die hen vertelt dat ze de volgende dag zullen worden doodgeschoten.

Huis van Bewaring Utrecht aan de Gansstraat. Foto: Wikimedia, Japiot

BS-band

De paniek breekt uit bij Fricke en Van Klei. Maar De Haan houdt het hoofd koel. Rien: “Toen het morgenlicht door de raampjes naar binnen viel, kroop Piet door middel van spanten en binten naar boven. Daar waren dakraampjes met tralies ervoor. Hoe hij het precies fikste weet ik niet meer. Ik weet echter zeker dat hij met een arm door de tralies zat.”

De Haan vertelt dat hij met de blauwwitte armband van de Binnenlandse Strijdkrachten, die ze nog om hun linker bovenarm hadden, zwaait om zo aandacht te trekken van voorbijgangers. Wonder boven wonder zien Canadese soldaten het. En dan begint ook voor het drietal de bevrijding. Van Klei: “Bij de poort van de gevangenis kreeg ik van een mevrouw een bosje seringen en enkele zoenen.”

De mannen lopen vanuit Utrecht richting Gouda. Vandaar worden ze door andere leden van de Binnenlandse Strijdkrachten met een auto naar de Bergstoep gebracht. Daar ligt op dat moment geen boot om hen over de Lek te varen. Dat lukt pas de volgende dag. Daarna lopen ze van Streefkerk naar Bleskensgraaf.

“Het weerzien van allen was verbluffend”, glundert Van Klei nog. Bakker Jan Baan bevestigt dat. “De dominee had ’s zondags nog voor ze gebeden in de kerk. Toen kwamen ze een paar dagen later terug. Job van Klei, Riens vader, was bij ons het land aan het spitten, wij hebben wat land achter het huis, en toen kwam er drie jongens aan. Vader Van Klei stond zo te kijken en zei toen: ‘Ik geloof dat Rien erbij is!’ En warempel, daar kwamen ze weer terug.”


Hoe het verder ging

De oorlog is voorbij, maar daarmee zit de taak van het verzet er nog niet op. Met lijsten moeten ‘foute’ Nederlanders worden opgepakt. De namenreeksen waren al tijdens de oorlog samengesteld. Een ander lid van het Bleskensgraafse verzet, Jan Jongeneel, vertelt: “Typisch was dat toen wij die lijsten zagen, dat we van de meesten zeiden: ‘Wat hebben die mensen voor kwaad gedaan?’ En die mensen zijn allemaal van de lijst gehaald. Uiteindelijk zijn er een stuk of vijf gearresteerd, maar waarvoor precies dat ik nu nog altijd niet. Ik heb later wel eens gehoord dat er allemaal haat en nijd aan ten grondslag lag en dat mensen op die manier van elkaar af wilden.”

Rien van Klei op latere leeftijd (eigen foto)

Piet de Haan verdrinkt op 1 februari 1953 tijdens de watersnood. Rien van Klei overlijdt op 11 maart 2016, een maand voor hij honderd jaar zou worden. Van Henk Fricke zijn geen gegevens bekend.

Piet de Haan, midden. Foto: De Waard in Oorlogstijd

Bronnen:

Verslag van Piet de Haan (gezien het gebruik van de nieuwe spelling geschreven tussen 1947 en 1-2-1953), in de jaren ‘90 aangevuld door Rien van Klei.

Auteur: Aries van Meeteren

Gepubliceerd op: 08-05-2019

Verhaalnummer: 98

DEN HAAG – Bij een bombardement van Engelse vliegtuigen op de Haagse wijk Bezuidenhout zijn mogelijk honderden slachtoffers gevallen. Er woeden grote branden in de wijk. Onder de puinhopen wordt gezocht naar overlevenden.

Vanmorgen rond acht uur ging het luchtalarm voor het eerst af. Een half uur later volgde een tweede keer en rond negen uur ging het alarm voor de derde maal af.

Toen verschenen ook de geallieerde bommenwerpers aan de Haagse horizon. Korte tijd later bleek dat de toestellen hun bommen hadden losgelaten boven de Haagse wijk Bezuidenhout.

“En daarna is er een onophoudelijke reeks bominslag na bominslag. De brandweer komt in actie, daar waar een reusachtige rookwolk de plaats des onheils aanwijst.”

(Algemeen Handelsblad, 05-03-1945)

Waarschijnlijk zijn bij het bombardement brisantbommen gebruikt.

Nieuwe golf

Volgens ooggetuigen volgde kort daarop nog een golf bommenwerpers en werden opnieuw bommen afgeworpen. Er volgden opnieuw explosies.

“Ze zijn niet meer te tellen. De aarde trilt. Gebouwen en geheele huizenblokken storten als kaartenhuizen ineen. Weer andere beginnen te branden en staan weldra in lichterlaaie.”

(Telegraaf, 05-03-1945)

De stevige westenwind zorgde ervoor dat het vuur zich nog verder verspreidde in de wijk. De brandweer kon weinig uitrichten tegen de vuurzee, door onderbemanning en een gebrek aan materieel. Vaak was er ook geen bluswater beschikbaar. In de loop van de dag kwam er assistentie uit een groot deel van Zuid-Holland en zelfs vanuit Wormerveer en Zaandam.

Mensen die na de eerste aanvalsgolf de straat op waren gevlucht – er zijn namelijk niet veel schuilkelders in Bezuidenhout – werden geraakt door bommen van de tweede aanvalsgolf. Ooggetuigen vertellen vreselijke verhalen over mensen die bij de Liduinakerk zwaar verminkt op straat liggen. Daar zitten ook ouderen en kinderen bij.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Gevlucht

Vanuit Bezuidenhout zijn tienduizenden mensen weggevlucht. Volgens ooggetuigen liepen mensen in pyama en op blote voeten door de straten van Voorburg. Anderen zagen wit van het stof.

De mensen die achter zijn gebleven, of die naar de wijk zijn gegaan om hulp te verlenen, zijn begonnen met het zoeken naar overlevenden tussen de puinhopen.

Doelwit

Het is niet duidelijk waarom de Engelse bommenwerpers de Haagse wijk hebben gekozen als doelwit. Mogelijk heeft het iets te maken met de raketinstallaties in het Haagse Bos, maar die V2-raketten staan ruim een kilometer verderop.

De autoriteiten hebben nog niet gereageerd op het bombardement.


Hoe ging het verder?

Het dodental van het bomabrdement op Bezuidenhout ligt officieel op 550. Daarnaast raakten nog 250 mensen gewond er raakten zo’n 30.000 mensen dakloos. Het bombardement op Bezuidenhout staat hoog in de lijst met bombardementen met dodelijke slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in ons land. Ter vergelijking, het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 kostte 650 tot 900 mensenlevens.

Na het bombardement op Nijmegen (22-02-1944) met 800 burgerslachtoffers, is het bombardement op Bezuidenhout het één-na-zwaarst, dat is uitgevoerd door de geallieerden.

In totaal werd er 67.000 kilo aan brisantbommen gegooid op de Haagse wijk. In Rotterdam (1940) ging het om 97.000 kilo.

Recent doken er bewegende beelden op van het bombardement, gemaakt vanuit een van de toestellen. Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie heeft de beelden verwerkt in een video.

Doelwit

Het doel van het bombardement was inderdaad de V2-installaties in het Haagse bos. De V2-raketten zorgden voor veel slachtoffers. Veel van de V2-raketten werden vanuit Wassenaar en Den Haag afgevuurd. In Engeland vielen ruim 2700 doden door deze raketten, die na lancering eigenlijk niet meer te stoppen waren. Daarom was het de Engelsen zoveel waard om de installaties te vernietigen.

Een deel van de bommenwerpers kreeg verkeerde informatie over de plek waar de bommen gedropt moesten worden. Maar andere toestellen, die wel de goede informatie hadden, hadden ook het Haagse Bos niet getroffen.

De Engelse legerleiding kwam eerst met de verklaring dat de harde noordenwind ervoor zorgde dat de toestellen uit koers waren geraakt. Later bleek dat verkeerde locatiegegevens waren doorgegeven. De piloten hadden doorgekregen dat ze de bommen op een onbewoonde woonwijk moesten gooien. Dat de wijk bewoond was, dat wisten ze niet.

Een officier met de initialen LCR kreeg de schuld van het doorgeven van de verkeerde informatie, ook al had zijn leidinggevende niet ingegrepen bij het controleren van de gegevens. LCR kreeg een reprimande. Later bleek dat er veel meer fouten waren gemaakt, maar dat de legerleiding dat bewust stil hield.

Het bombardement op Bezuidenhout zorgde er niet voor dat de V2-lanceringen vanuit Den Haag niet doorgingen. Diezelfde avond werden weer twee raketten gelanceerd. Een van die raketten kwam overigens neer op Bezuidenhout. Daarbij zijn acht brandweermannen, die aan het blussen waren, omgekomen.

Bronnen:

Algemeen Handelsblad – 05-03-1945 – Engelsch bombardement op Den Haag eischt honderden doden

Telegraaf – 05-03-1945 – Bommen op Den Haag

Geschiedenis van Den Haag – Bombardement op het Bezuidenhout

Wikipedia – Bombardement op Bezuidenhout



HARDINXVELD-GIESSENDAM – Bij een bombardement op Boven-Hardinxveld zijn vandaag elf mensen om het leven gekomen. Onder de slachtoffers zijn vijf jonge kinderen. De bommen zijn afkomstig van Duitse bommenwerpers, die bij de Merwede in een vuurgevecht waren geraakt met Engelse gevechtsvliegtuigen.

De avond ervoor hadden de inwoners van Boven-Hardinxveld nog vol goede moed geproost op het nieuwe jaar. Als de Geallieerden het Ardennenoffensief zouden afslaan, dan zou in 1945 ook het noorden van Nederland eindelijk worden bevrijd, zo is de hoop. Maar de Hardinxvelders worden al op nieuwjaarsdag op een dramatische manier uit hun droom gewekt.

De ravage is enorm op de kruising van de Buldersteeg en de Rivierdijk. Dertien huizen aan weerskanten van de steeg liggen in puin. Sommige zijn door de klap van hun fundering geslagen en gekanteld, zoals het huis van de familie Netten. “Wat een ruïne”, zucht Gerrit Romijn die probeert te redden wat er te redden valt.

Zoektocht naar overlevenden

Overal zijn vertwijfelde dorpsgenoten bezig om naar slachtoffers te zoeken tussen de brokstukken. Marcus de Kok is een van hen. Hij was aan het werk op scheepswerf de Merwede toen er heel laag Duitse vliegtuigen overkwamen en bommen losten. Hij zag dat de projectielen in de buurt van de Buldersteeg vielen. “Hé, Marcus, daar woon jij toch?”, had een collega gevraagd.

Zijn huis blijkt een voltreffer te hebben gehad. Zijn vrouw Geertruida, twee dochtertjes, Lenie (5) en Truusje (2) en zoontje Jopie (4 maanden) zijn dood. Zoon Mak overleeft als door een wonder. De kleuter was onder de keukentafel gekropen en dat is zijn redding geweest.

Jan Stam vertelt dat hij direct is komen kijken toen hij zag dat er bommen vielen op het huis van zijn zus Teuntje de Haas, pal naast de familie De Kok. Hij werd bij de afzetting onmiddellijk doorgelaten. “Dus dat was niet best”, wist hij.

Jan zag al direct meerdere slachtoffers. Zijn zwager Gijs bleek achter het huis te liggen. “Ik zag aan zijn mooie zwarte haar dat hij het was. Godverdikke, dat was wat.” Zijn zus vindt hij uiteindelijk doodgedrukt in de grond onder een kachel.

Tekening van de Buldersteeg. De in het rood gearceerde huizen zijn getroffen door de bommen. Tekening: Dirk Blokland

Taartjes

Daarmee is het leed nog niet geleden voor de familie De Haas. Zoon Teus (6) heeft het bombardement evenmin overleefd en voor het leven van zoon Bram (8) wordt gevreesd. Jan: “Ze zouden vandaag naar de verjaardag van mijn moeder komen”, zegt Jan hoofdschuddend. “Die had nog taartjes gemaakt voor de kinderen.” Maar het gezin was nog maar net onderweg toen het bombardement begon. “Ze zijn terug naar huis gerend, zo hun dood tegemoet.”

Van de familie Netten hebben alleen Eeltje, zus Jozina, haar vader en haar zwager het overleefd. Eeltje is nog maar net drie maanden getrouwd met Leen. Die overlijdt, net als zus Willy en haar moeder. Eeltje is met zwaar hoofd- en beenletsel naar het ziekenhuis gebracht. Haar zwager komt er met een scherf in zijn arm vanaf. Broer Jan was tijdens het bombardement niet thuis.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



‘Die vliegen het dak eraf’

Het drama in Boven-Hardinxveld heeft alles te maken met een grootschalig Duits luchtoffensief, operatie Bodenplatte, gericht op luchthavens van de geallieerden. Het doel is om in één klap de opmars van Engelse en Amerikaanse troepen in de Ardennen af te remmen. Een van de Duitse eskaders vloog die ochtend van noord naar zuid over het rivierdorp.

Rinus Vaarwater heeft het allemaal zien gebeuren. Hij vertelt dat hij rond 09.00 uur op de Rivierdijk stond toen hij zware motoren hoorde naderen. Hij zag de Duitse bommenwerpers al snel. “Ze kwamen heel laag over. Ik dacht: ‘Die vliegen het dak eraf’.”

Romijn vult aan: “Er waren ook Engelsen in de lucht en er werd door de luchtafweer aldoor geschoten. Ik heb in de kelder gezeten, want op het dak hoorde je alleen maar rikketikketik.” Maar het bleef niet bij een kogelregen. Kort erop vielen ook bommen. “Het leek 10 mei 1940 wel”, zegt Romijn.

“De Duitse toestellen zijn vast te zwaar beladen geweest voor dat luchtgevecht met de Engelsen en hebben de lading gedumpt zonder te kijken waar die terecht kwam,” vermoedt Vaarwater. Anderen zeggen dat de Duitse operatie zo geheim is gehouden dat het eigen luchtafweergeschut niet op de hoogte was en dat de Duitsers hun eigen Messerschmitts onder vuur hebben genomen.

Hoe het ook zij, het was geen gericht bombardement dat Boven-Hardinxveld in rouw heeft gedompeld. “Een verschrikkelijke dag”, concludeert Gerrit Romijn. Een buurvrouw huivert: “Teuntje de Haas zei eens: ‘Als er bij ons eens iets gebeurt, dan hoop ik dat we allemaal weg zijn. En nu is dat nog uitgekomen ook.”

Trouwzaal

De gemeente Boven-Hardinxveld stelt de trouwzaal ter beschikking om de slachtoffers op te baren. Ook wordt een groepsuitvaart voorbereid.

De verwachting is dat het nog wel weken kan duren voor het puin is geruimd en het dorp een begin kan maken met de wederopbouw van de hoek van de Buldersteeg met de Rivierdijk.


Hoe ging het verder?

De lichamen van de slachtoffers zijn drie dagen lang opgebaard in de trouwzaal van het gemeentehuis. De begrafenis is op 4 januari.

De familie De Haas is vanuit huis begraven. Jan Stam: “We zitten bij Gijs de Haas in huis. De kist van mijn zus en Gijs stonden op een schraag en kleine Theus stond in zijn kistje bovenop die van zijn moeder. Brammetje was toen nog niet aan zijn verwondingen overleden. En wat denk je? Weer een luchtgevecht. Het huis zat propvol met mijn familie en familie van Gijs. Paniek! Iedereen wou naar buiten en toen zakten we toch door de houten vloer heen en rolden die kisten door het huis. Dat is toch… Dat is een belevenis…”

De kisten van de familie De Haas zijn daarop door de doodbidder naar de begraafplaats aan het Kromme Gat gebracht waar al de uitvaart van de andere slachtoffers bezig was. Volgens getuigen zijn er zeker duizend mensen op het kerkhof en de dijk. Dan vliegt een geallieerde bommenwerper over, die schuin tegenover de begraafplaats scheepswerf De Holland bestookt (nu Damen Shipyard). Weer is er paniek. Mensen vluchten door de sloot de griend in achter de begraafplaats. Niemand raakt gewond, ook niet op de werf die buiten bedrijf is. Wel zijn op De Holland grote vernielingen aangericht.

Jan Stam en zijn vader zijn na het bombardement met nog een handjevol mensen overgebleven op de begraafplaats. De dominee is nergens meer te vinden om de ruw onderbroken uitvaart af te ronden. De doodbidder stelt dan voor dat híj de plechtigheid afsluit, vertelt Stam.

Een dag na de uitvaart overlijdt ook Bram de Haas.

Operatie Bodenplatte draait uit op een fiasco. De Duitsers verliezen er veel vliegtuigen en piloten door en het is meteen de laatste grote luchtoperatie van de Lufwaffe. De formatie Messerschmitts die boven Hardinxveld vliegt is de JG27 (Jagdgeschwader 27). Maar er is die dag ook een Brits offensief. Het 317ste Spitfire-squadron gooit bommen aan beide zijden van het veer tussen Werkendam en Boven-Hardinxveld. In zijn rapport vermeldt squadronleider Marian Chelmecki: ‘No results were seen.’ (Bodenplatte, p. 29)

Van het bombardement zijn geen foto’s bewaard gebleven. Maar op een Britse luchtfoto van 22 januari 1945 is de ravage goed te zien (Luchtfoto Universiteit Wageningen 14 februari 1945, collectienummer 0006-01, sortienummer 4/1760, fotonummer 3005).

In februari 1945 onteigende de gemeente Boven-Hardinxveld de grond en het puin en zijn er plannen ontwikkeld om de stoep te verbreden en het terrein anders in te delen. In plaats van de verwoeste 13 huizen zouden uiteindelijk na de oorlog niet meer dan vier panden terugkeren.

Na de oorlog is de Buldersteeg (een verbastering van Bildersteeg) omgedoopt tot Wilhelminalaan.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



In de dagboekaantekeningen van Gerrit Romijn staat: “April 1945. In alle rumoer van de tijd is Leen van de Linden geboren. Hij heeft zijn vader dus nooit gekend.” Moeder Eeltje weet nog dat ze niet bepaald in een feeststemming was toen ons land een maand later werd bevrijd. “Toen de oorlog voorbij was en de muziek voorbij trok, heb ik met dat kind door het huis gelopen en de kleine deed niet anders dan schreeuwen. En ik janken. Toen ik de vloer aan het dweilen was kwam er een vrouw voorbij die zei: ‘Het is nu geen tijd om te werken hoor, het is nu tijd om te feesten.’ En bij mij liepen de tranen uit mijn ogen. Want de oorlog was voorbij, maar wat had ik? Een kind dat lag te schreeuwen.”

Eeltje vertelt in 2013 in een documentaire van Gert Romijn (de zoon van Gerrit Romijn): “Nieuwjaarsdag is voor mij nog altijd moeilijk. En zouden er bij de dodenherdenking wel eens mensen zijn geweest die hebben gedacht aan het huishouden dat ik kwijtgeraakt ben? Zou er op Hardinxveld nog één zijn die erg heeft in wat er toen is gebeurd?”

Bronnen:

  • DVD Bommen op de Buldersteeg (2013) van Gert Romijn. Citaten uit de interviews zijn gebruikt met toestemming van de maker.
  • Piet Swets, Bombardement en wederopbouw Buldersteeg, Mededelingenblad Historische Vereniging Hardinxveld-Giessendam 33 (2), najaar 2011, p. 11-13
  • John Manrho en Ron Pütz, Bodenplatte. The Luftwaffe’s last hope. The attack on Allied Airfields New Year’s day 1945 (2004)
  • T.M. Blok, Vooronderzoek Conventionele Explosieven Haven Boven-Hardinxveld, Saricon (2016), 

Over operatie Bodemplatte:

Auteur: Aries van Meeteren

ROTTERDAM – In Rotterdam en delen van Schiedam zijn vandaag duizenden mannen weggevoerd richting Duitsland. In een officiële verklaring van de autoriteiten staat dat de mannen worden ingezet in Duitse fabrieken.

Op tal van plekken in de stad zijn grote groepen mannen onderweg naar de verzamelplaatsen, die door de autoriteiten worden ingericht. De mannen worden begeleid door een grote groep soldaten. Het zou gaan om zo’n 8.000 soldaten bij de hele actie.

Soldaten trekken van straat naar straat en slaan geen huis over. Op veel plekken worden ook grondige huiszoekingen verricht.

Vandaag zijn de mannen uit de buitenste randen van Rotterdam en Schiedam overgebracht naar de verzamelplaatsen. De verwachting is dat het centrum van Rotterdam morgen aan de beurt is.

Befehl

De actie begon gisteravond. Alle belangrijke bruggen in de stad werden afgesloten. Het is daardoor nagenoeg onmogelijk om Rotterdam uit te komen. Ook was telefoonverkeer niet langer mogelijk. In de stad werd ook een pamflet verspreid.

Vanmorgen moesten alle mannen van 17 tot en met 40 jaar langs de kant van de weg gaan staan. Ze moesten warme kleding, schoenen, dekens en eetgerei meenemen. Andere familieleden, zoals vrouwen en kinderen, mochten niet naar buiten. Mannen die probeerden te vluchten zouden beschoten worden.

In het pamflet stond verder dat de dagelijkse vergoeding zou bestaan uit ‘goeden kost, rookartikelen en vijf gulden’.  Ook voor de achterblijvende familieleden zou worden gezorgd.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Verzamelplaatsen

De mannen worden verzameld op ongeveer tien plekken in en om Rotterdam, zoals bij De Kuip, de Sluisjesdijk, het Nenijto-terrein, de Beurs en het belastinggebouw. Hoe de mannen naar Duitsland vervoerd zullen worden is nog niet geheel duidelijk, maar een deel gaat waarschijnlijk over het spoor en over het water.

“In boten in de Lek- en IJsselhaven en in de nieuwe marinierskazerne aan het Toepad werden de mensen samengebracht. In de loop van vandaag vertrekken er grote groepen te voet in de richting Gouda”, 

(De Vrije Pers, 11-11-1944)

Of er mannen zijn ontsnapt aan hun lot is niet duidelijk.


Hoe ging het verder?

De schattingen zijn dat bij de razzia van Rotterdam tussen de 52.000 van de 70.000 mannen uit Rotterdam en Schiedam zijn weggevoerd. Het was de eerste grote razzia van ons land. Bij latere razzia’s, was de verrassing minder groot en lukte het meer mensen om te ontsnappen of te verstoppen.

Van de 50.000 opgepakte mannen gingen er 20.000 te voet naar Utrecht, 20.000 per schip en 10.000 per trein. De meeste mannen gingen naar Duitsland, maar een deel (10.000) kwam in het oosten van Nederland terecht.

Reden

Wat nu de belangrijkste reden was voor de razzia was, is moeilijk te achterhalen. Er waren meerdere, vanuit Duits perspectief, goede redenen te verzinnen om de mannen uit Rotterdam te halen.

Officieel hadden de Duitsers manschappen nodig om de gehavende oorlogsindustrie op peil te houden.

Daarnaast is door de oprukkende geallieerden in het zuiden de groep mannen een mogelijk gevaar voor de Duitsers. Deze mannen konden in verzet komen en het verdedigen van Rotterdam lastig maken. Hoe groot die angst is, blijkt wel uit de brief die NSB-burgemeester Müller een dag na de razzia naar zijn aanhangers stuurt. Hij vraagt daarin of iedereen wil zorgen dat ze een fiets bij de hand hebben, omdat een vlucht uit Rotterdam wel eens heel plots en snel moet kunnen plaatsvinden.

Van de 52.000 afgevoerde Rotterdammers kwamen er 410 om het leven. In totaal kwamen in Duitsland tussen de 24.500 en 29.000 Nederlandse dwangarbeiders om het leven.

SLIEDRECHT – Met meer dan 2000 leden van de Waffen-SS, Duitse militairen en leden van Ordnungspolizei kammen sinds de vroege ochtend de dorpen Sliedrecht, Giessendam, Hardinxveld en Werkendam uit op zoek naar jonge mannen. Ook in natuurgebied De Biesbosch wordt gezocht. Honderden jonge mannen zijn opgepakt.

De actie is een vergelding voor een liquidatie bijna een week geleden in de Biesbosch. Een knokploeg van het verzet schoot toen twee landwachters dood. En dat was weer een vergelding voor een moord op een bakkersknecht, gepleegd door de zoon van een van de landwachters.

De militairen arriveren al voor zonsopgang in Hardinxveld en Sliedrecht. De Hardinxveldse melkhandelaar Hoogendoorn vertelt dat ze zich onder meer verzamelden onder het viaduct van de rijksweg Rotterdam-Gorinchem. Vervolgens zetten de soldaten posten uit, met steeds niet meer dan enkele tientallen meter afstand ertussen.

Uiteindelijk wordt zo de hele oever van de Merwede tussen Sliedrecht en Boven-Hardinxveld afgezet. Datzelfde gebeurt bij Werkendam en Sleeuwijk aan de overkant van de rivier. Vervolgens gaan de soldaten van huis tot huis. Rond half acht staan ze voor de achterdeur van de familie Hoogendoorn. Hun 19-jarige zoon Jan wil net gaan ontbijten en is nog in de voorkamer. Een officier van de Waffen-SS vraagt om wat te drinken en krijgt Santé, een soort nep-thee.

Jan: “Ik kwam de woonkeuken binnen en keek recht in het gezicht van die Duitser met de doodskoppen op zijn uniform. Ik heb niets gezegd, maar heb mijn bord gepakt en ik ben weer naar de voorkamer teruggegaan, waarbij ik de tussendeur sloot. Mijn tante kwam even later ook naar de voorkamer en zij zei dat ik hem niet zo kwaad moest aankijken, je weet nooit wat hij dan doet.”

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Voor Jan loopt het goed af, juist met dank aan die Duitse officier. Korte tijd later stopt een overvalwagen voor het huis. Enkele gewapende soldaten maken aanstalten om het huis te doorzoeken, maar de Waffen-SS-er vertelt hen dat alles in orde is. Jan: “Kort daarna vertrok ook de officier. Hij bedankte mijn moeder voor de thee en zei tot slot: ‘Das ist kein Krieg, Knaben fangen.’”

Honderden anderen hebben minder geluk. De soldaten verzamelen hen op drie plekken: bij de Grote Kerk van Sliedrecht, op het plein van de School met de Bijbel aan de Rivierdijk in Hardinxveld en bij smid Jaap de Kreek aan de Bandijk in de Biesbosch. Daar staan ze uren te wachten tot ze aan het eind van de middag in overvalwagens op transport gaan naar Kamp Amersfoort. De paniek in de dorpen is groot.

Het zijn niet de eerste gijzelaars die de Duitsers deze maand oppakken in Hardinxveld en Sliedrecht. Er zijn dan al zo’n 20 mannen gearresteerd. Geen jongeren, maar bekende inwoners van de dorpen, zoals directeur Caljé van scheepswerf ‘De Holland’, schoolhoofd Köhler, slager Bouman, veehandelaar Donk, rijwielhandelaar Rikkers en belastinginner Bergakker. Voor zover bekend worden zij vastgehouden in het politiebureau aan het Haagsche Veer in Rotterdam.

Helsluis

Aanleiding voor de grootscheepse razzia’s is de moord op enkele gewapende NSB-ers of landwachters uit Sliedrecht die jagen op onderduikers. Dat gebeurde voor de griend naast de ingang van de Helsluis in de Biesbosch, zes dagen geleden. Negen landwachters, onder wie meester Okkerse en Jo Westdijk waren door een knokploeg van het verzet in een hinderlaag gelokt met valse informatie over onderduikers die die nacht naar het al bevrijde Brabant zouden worden overgevaren. Er volgden schoten over en weer. Okkerse en Westdijk kwamen om, vier landwachters raakten gewond, van wie er een ernstig aan toe was.

De zes leden van de knokploeg wisten te ontkomen, hoewel twee van hen gewond waren geraakt. Ze hadden zich verzekerd van de hulp van de sluiswachter en een boer in de omgeving, akkerbouwer Kadijk. Drie verzetsmensen schuilden bij Kadijk, onder wie een van de gewonden, de andere drie vluchtten naar Dordrecht.

Zoon Rent Kadijk, 13 jaar oud, vertelt: “Het nieuws van de aanslag ging als een lopend vuurtje. Je merkte dat iedereen gespannen en alert was. Op school meende ik ook enige nervositeit bij onze onderwijzer te bemerken. Het is volkomen onduidelijk wie precies verantwoordelijk was voor de aanslag en dus ook niet wie de dodelijke schoten hebben gelost. En dus zou er wel een ‘passend antwoord’ volgen.”

Dat antwoord kwam er inderdaad, zoals wij nu weten. Dat de Duitse reactie niet mals zou zijn, werd al duidelijk tijdens de begrafenis van de twee landwachters afgelopen zaterdag. Inspecteur-generaal van de Nederlandsche Landwacht Cornelis van Geelkerken zei toen: ‘Wij zullen geen burgeroorlog ontketenen, maar daar waar wij weten met terroristen en saboteurs te doen te hebben zullen wij hard zijn als staal. Niemand van die kant behoeft op enige clementie onzerzijds te rekenen. De teerling is geworpen.”

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Joop Westdijk

De liquidatie in de Biesbosch is weer een directe reactie op de dood van een bakkersknecht in Giessendam, ruim een maand geleden. De 57-jarige Wouter Smit had op de avond van 14 april jl. een ledenvergadering van het Groene Kruis bijgewoond en wilde net voor het ingaan van de spertijd thuis zijn. Hij en nog twee bezoekers van de avond passeerden vlakbij het treinstation Jo Westdijk en zijn 16-jarige zoon Joop, die net als zijn vader bij de landwacht zit.

Joop, die zich volgens veel inwoners tegenover zijn vader wilde bewijzen, vroeg de mannen naar hun persoonsbewijs. Smit reageerde niet snel genoeg, waarop Joop de trekker van zijn jachtgeweer overhaalde. De bakkersknecht kreeg een schot hagel in zijn rug. Hij bracht nog uit: “Ik heb het niet gehoord”, waarna hij zwaar gewond in elkaar zakte. Zijn metgezellen droegen hem naar het koffiehuis van W.A. van den Heuvel en legden hem daar op het biljart. Nog voor de dokter arriveerde, overleed Smit.

Vijf dagen later volgde de uitvaart op de begraafplaats aan de Achterdijk in Hardinxveld, onder leiding van twee dominees, ds. Johannes van der Poel uit Giessendam en ds. Pieter Jan Dorsman uit Schelluinen. Het hele dorp was verbijsterd en liep ervoor uit als blijk van meeleven én protest tegen de actie van de landwachter.

Rent Kadijk vertelt dat het verzet al snel erna is begonnen met het plannen van een wraakactie. Ze wilden Westdijk een lesje leren. Het verzet was sowieso kwaad op de landwachters die met een speciale boot in de Biesbosch op mensen joegen die zich in het gebied verborgen. Ook heerst er in Sliedrecht veel verontwaardiging over de familie Westdijk die zich het grote dijkhuis van de gedeporteerde joodse textielhandelaar en gemeenteraadslid S.H. den Hartog had toegeëigend.

En zo kwam het tot het plan voor de liquidatie door middel van een valse tip over onderduikers. Bijna was de actie mislukt, vertelt Rent Kadijk. “Toen de boot van de landwachters er om 01.00 uur nog niet was, besloten de mannen in de kano’s te vertrekken, teleurgesteld dat het verwachte treffen uitbleef. En toen kwam het er alsnog van.”

Het gevolg is dus nu dat honderden mannen in de leeftijd van 18 tot 25 jaar zijn opgepakt en afgevoerd. Talloze families verkeren in angst en ontzetting. Wat gaat er met hun mannen, zoons en broers gebeuren? De woorden van Van Geelkerken stellen weinig gerust.


Hoe het verder ging

De eenentwintig mensen die als eerste werden opgepakt na de liquidatie van de landwachters werden op 13 juni van het politiebureau in Rotterdam vervoerd naar Kamp Vught. Kort na Dolle Dinsdag zijn ze overgeplaatst naar Kamp Amersfoort en daar binnen enkele dagen vrijgelaten. Zij werden aanvankelijk Merwedegijzelaars genoemd. Maar na de arrestatie van de honderden jonge mannen, veranderde dat en kreeg die grote groep de naam. Hoeveel mannen er precies zijn opgepakt is niet helemaal duidelijk. Sommige bronnen spreken van 900 mannen, anderen houden het op zo’n 600.

De jonge mannen die op 16 mei 1944 waren opgepakt en naar Kamp Amersfoort werden gebracht hadden in het kamp als gijzelaars een relatief bevoorrechte positie. Ze mochten hun kleren houden, werden niet kaalgeschoren. Maar strafexercities bleven hen niet bespaard. Bas van der Starre vertelt:

“Op commando moest er in een cirkel worden gerend en wel zo dat de rijen mooi gelijk bleven vanuit het gezichtspunt van de Duitsers in het midden. Dat betekende dat de binnenste mannen gewoon in looppas liepen, terwijl de buitenste extra snel moesten lopen. Dat was voor de buitenste personen slechts kort vol te houden zodat deze personen na enige tijd van vermoeidheid op de grond neer vielen. Uitvallers werden door gereedstaande knuppelaars omhoog geknuppeld en met water overgoten.”

Bas van der Starre

Een andere Merwedegijzelaar, Marius den Breejen, zegt:

“Kampbeul Joseph Kotälla, één van de beruchte drie van Breda, was voetballer in het Poolse elftal geweest. Hij trapte je ondersteboven. Dan stond je in rijen en dan kwam Kotälla langs en die trapte iedereen tegen z’n ballen aan.”

Marius den Breejen

De gijzelaars werden in tochtige keten aan het werk gezet. Ze moesten van stro matten vlechten. Vanaf een zeker moment was er drie maal per dag appel. Het eten was matig. De Breejen: “Eén snee brood ’s morgens en ’s middags een keer een schep ‘prak’ of soep. Maar ja, je vrat alles op.”

Tussen 16 mei en 6 juli 1944 werd in totaal meer dan de helft van de Merwedegijzelaars vrijgelaten. Dat gebeurde vaak op verzoek van hun werkgever. Het ging om werknemers van bedrijven die voor de Duitsers belangrijk waren, zoals scheepswerven en metaalbedrijven.

Op 7 juli werden de resterende Merwedegijzelaars op transport gesteld naar werkkampen in Duitsland. De omstandigheden in de kampen waren hard. Vijfentwintig van de jonge mannen die op 14 mei werden opgepakt, overleefden het niet. Een zesentwintigste overleed kort na de oorlog.

In 1985 werd een plaquette geplaatst bij de plekken waar vandaan de Merwedegijzelaars zijn afgevoerd naar Kamp Amersfoort, namelijk de Grote Kerk in Sliedrecht en de School met de Bijbel in Hardinxveld.

In 2018 zijn de Merwedegijzelaars herdacht in Kamp Amersfoort. Ook verscheen een kinderboek, getiteld ‘Helsluis. Een verhaal over de Merwederazzia’ van schrijfster Judith Brinkman uit Gorinchem.

Op 4 mei 2019 zond de NOS een documentaire uit over het verhaal van de Merwedegijzelaars. Daarin zegt Marius den Breejen: “Mijn familie vroeg na mijn thuiskomst niet: hoe heb je het gehad. Nou was ik de enigste niet hoor. Ze waren zo vertrouwd het met idee dat je de pijp uit ging.”

Reden voor Anja van der Starre, dochter van Bas van der Starre, om verhalen te verzamelen en alle slachtoffers van de razzia wél erkenning te geven. Haar conclusie: “Dat het veel erger was dan ik ooit heb kunnen vermoeden, hoe ernstig ze vernederd zijn, mishandeld, tewerk gesteld onder erbarmelijke omstandigheden, zonder eten. Maar vooral de manier waarop ze na de oorlog behandeld zijn, miskend, niet meer naar omgekeken. Veel mensen waren invalide of hadden geestelijke problemen. Dat valt nu allemaal wel op zijn plaats. Dat is heel pijnlijk.”

In mei 2019 besloot de Sliedrechtse gemeenteraad unaniem dat er een gedenkteken moet komen voor de mannen die in 1944 zijn weggevoerd. Dat gedenkteken moet er nog voor mei 2020 zijn.

Bronnen:

J.A. Batenburg, Sliedrecht in oorlogstijd 1940-1945 (1994)

www.merwedegijzelaars.nl

Documentaire over de Merwedegijzelaars



DEN HAAG – Bij een bombardement op klaarlichte dag op het Centrale Bevolkingsregister in Den Haag zijn vermoedelijk tientallen doden gevallen. Ook worden nog zeker veertig tot vijftig mensen vermist. Het is het grootste bombardement op Den Haag sinds het begin van de oorlog in 1940.

Volgens de autoriteiten zijn behalve het Bevolkingregister, dat gevestigd was in de Kunstzaal Kleykamp, ook nog acht woningen verwoest en zeven zwaar beschadigd. Het register lijkt grotendeels in vlammen te zijn opgegaan.

Het dodental staat inmiddels op 17. Verder zijn er zeker 73 gewonden. De meeste slachtoffers waren werkzaam bij het Bevolkingsregister en zijn van Nederlandse afkomst. Het zijn vooral jonge vrouwen die onder het puin zouden liggen.

Aanval

De aanval was rond drie uur vanmiddag. Britse bommenwerpers zouden volgens de autoriteiten gebruik gemaakt hebben van het wolkendek en zo ongemerkt richting Den Haag zijn gevlogen.

De toestellen zouden over de Zuid-Hollandse Eilanden zijn gevlogen. De toestellen kwamen uit de richting van Gouda. In Den Haag maakten de piloten gebruik van het vlakbij gelegen Vredespaleis als markeringspunt.

Maar volgens ooggetuigen was er helemaal geen bewolking en vlogen de toestellen heel laag, om zo ongezien naar Den Haag te vliegen. De toestellen vlogen zo laag dat een van de houten (!) Mosquito’s onderweg een schoorsteen raakte. Geen van de toestellen is neergehaald.

De eerste bommen zorgden ervoor dat het gebouw van de buitenkant verwoest werd. Daarna werden brandbommen op Kleykamp gedropt. Daardoor ontstond een groot vuur dat moeilijk te bestrijden was, ondanks dat de hulpdiensten snel ter plaatse waren.

Echtheid persoonsbewijzen

In het Bevolkingsregister liggen alle ontvangstbewijzen voor de nieuwe persoonsbewijzen, die sinds twee jaar verplicht zijn. Ook pasfoto’s en vingerafdrukken zijn er opgeslagen. Het register wordt gebruikt om persoonsbewijzen te controleren op vervalsing.

Omdat het gaat om een precisiebombardement met een specifiek doel, is het aannemelijk dat het verzet om de verwoesting van het register heeft gevraagd. Zonder het register kunnen mensen met een vervalst persoonsbewijs op straat lopen, omdat een controle onmogelijk is.

Omdat het vandaag een gewone werkdag was, was het erg druk in het register. Volgens schattingen waren er tussen de 50 en 70 ambtenaren aan het werk.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Reacties

De staatsgecontroleerde media spreken van een ‘barbaarse’ aanval.

“Weer hebben Anglo-Amerikaanse vliegers bommen laten vallen op een Nederlandsche stad en zijn weerlooze burgers het slachtoffer geworden. De geschiedenis zal een oordeel vellen over een dergelijke barbaarsche wijze van oorlog voeren!”

(Delftsche Courant, 12-04-1944)

“Wéér zijn op klaarlichten dag verscheidene burgers, waaronder vele jonge meisjes gedood, verminkt of met verwondingen opgenomen, weer is dood en verderf gezaaid onder in het geheel niet bij de oorlogvoering betrokkenen en op de vraag: waarom?, vindt men weer geen voldoende antwoord.”

(De Residentiebode, 12-04-1944)

Sommige media verwijzen ook naar het Brits-Amerikaanse bombardement van Nijmegen twee maanden geleden. Daarbij kwamen rond de achthonderd mensen om het leven. Vanuit Londen kwam toen het excuus dat piloten een fout hadden gemaakt, omdat ze dachten dat ze boven Duits grondgebied zaten. Nu kan dat excuus niet gemaakt worden.


Hoe ging het verder?

De verzetskranten waren lyrisch over het bombardement van Villa Kleykamp. In principe was dat het ook. Het pand werd verwoest met het precisiebombardement en alle piloten (onder wie de Nederlandse piloot Robbie Cohen) kwamen veilig weer terug in Engeland.

Geïllustreerd Vrij Nederland noemde het een ‘treffend staaltje van bombardeerkunst’.

Maar er waren nogal wat kanttekeningen. Het bombardement was inderdaad uitgevoerd op verzoek van het verzet. Zij gingen ervanuit dat de mensen die in het register aan het werk waren NSB’ers waren. Maar de meeste waren gewoon normale Nederlandse ambtenaren, die soms al jaren in dienst waren van het ministerie.

Uit een reconstructie van Andere Tijden blijkt later dat het verzet daarbij een verkeerde inschatting had gemaakt, bovendien op grotendeels verkeerde informatie. Er werd gekozen voor een bombardement op een werkdag, omdat dan alle kluizen open zouden staan en brandbommen een groter effect zouden hebben.

Vrij Nederland schreef over het bombardement: “Met dit register is de Centrale Bevolkingsadministratie van Nederland verdwenen. Alle ingevulde papieren met foto’s en vingerafdrukken die als controlemateriaal op de gemeentelijke bevolkingsregister voor den bezetter groote waarde hadden – en de heer Lentz stelde ze wel tot zijn beschikking – zijn weg. Voor vele duizenden is dit een groote uitkomst.”

Maar al het enthousiasme ten spijt, bleek dat zeker de helft van het register onbeschadigd was na de brand. De overgebleven persoonsbewijzen werden overgebracht naar het latere NEBO-ziekenhuis.

Het dodental liep uiteindelijk op tot 61.

Bezuidenhout

Het bombardement op Villa Kleykamp was het eerste van de Tweede Wereldoorlog op Den Haag, maar zeker niet het zwaarste. Dat was een klein jaar later, toen de wijk Bezuidenhout werd getroffen.

Die bommen waren bedoeld voor een V2-installatie in het Haagse Bos. In plaats daarvan vielen de meeste bommen in de woonwijk Bezuidenhout. Er vielen rond de 550 doden.

Het bovenstaande artikel maakt deel uit van de serie verhalen voor de Maand van de Geschiedenis van 2018. Het thema van dit jaar is Opstand. In dit geval gaat het om het verzet dat hulp inroept van buitenaf en welke gevolgen zo’n opstand kan hebben.

Bronnen:

De Residentiebode – 12-04-1944 – Luchtaanval op Den Haag

Zuid-Hollandsch Dagblad – 12-04-1944 – Luchtaanval op Den Haag

Het Vaderland – 12-04-1944 – Luchtaanval op Den Haag

Delftsche courant – 12-04-1944 – Luchtaanval op Den Haag

Geïllustreerd Vrij Nederland – 15-04-1944 – Een rake klap!

Volkskrant – 23 oktober 2008 – Zes mosquito bommenwerpers en een villa in Den Haag

Traces of War – Memorial Kleykamp bombing

Go2war2 – Aanval op Kleykamp

Andere Tijden – Kleykamp

Wikipedia – Koninklijke Kunstzaal Kleykamp

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 217


HARDINXVELD-GIESSENDAM – In Rotterdam zijn vandaag 4 personeelsleden van scheepswerf De Merwede in Hardinxveld-Giessendam gefusilleerd. Het personeel had het werk neergelegd. Nog eens 19 mensen zijn opgepakt en overgebracht naar concentratiekamp Vught, omdat ze de ogen van de Sicherheidsdienst ‘besonderes widerspentig’ (bijzonder opstandig) zijn. Het dorp verkeert in diepe rouw.

De staking was vrijdag nog zonder problemen begonnen. Op De Merwede legden maar liefst 400 man het werk neer. Nog eens 65 man van scheepswerf De Hoop voegden zich erbij, net als 110 werknemers van N.V. Machinefabriek Holland en 35 mensen van ijzergieterij Versteeg.

Maar daar bleef niet bij. Ook gemeenteambtenaren staakten en de busdienst tussen Hardinxveld-Sliedrecht reed niet – hoewel dit volgens de exploitant meer te maken zou hebben met verwachte woedende reacties als er wél gereden zou worden.

Arbeitseinsatz

Het begint allemaal met een onverwachte aankondiging in de krant donderdag dat alle Nederlandse oud-militairen zich vrijwillig moeten melden voor krijgsgevangenschap. Ze worden in Duitsland te werk gesteld in de oorlogsindustrie.

Door de zogeheten Arbeitseinsatz zouden bijna 300 duizend mannen hun gezin moeten verlaten om in Duitsland aan de slag te gaan. Dat nooit, denken ze direct bij machinefabriek Stork in Hengelo, waar 3000 werknemers het werk neerleggen. Daarna verspreidt de staking zich als een vlek door Nederland. Alleen al in Zuid-Holland zijn er stakingen geteld in 12 gemeenten.

Een verzetsgroep uit Dordrecht stuurt donderdag al via de trein pamfletten rond om mensen op te roepen ook het werk neer te leggen en te protesteren tegen het Duitse plan. En zo vallen nog diezelfde avond stakingsoproepen op het perron van station Giessendam-Neder-Hardinxveld. Een dag later ligt het rivierdorp grotendeels plat.

Verrast

De Duitsers zijn verrast door de omvang van de stakingen in Nederland. Mogelijk dat ze daarom op de eerste stakingsdag nog niet ingrijpen. Maar daarna vinden de autoriteiten het welletjes. Op zaterdag komt ‘Kriminalsekretär’  J.W. Hoffmann van de Sicherheitsdienst in Rotterdam naar Hardinxveld en eist bij de bedrijven lijsten van stakers.

Zondag blijkt onder het viaduct over de Nieuweweg een aanplakbiljet te hangen met daarop de oproep om de staking voort te zetten. Daarop halen de Duitsers burgemeester Klaas de Boer van Hardinxveld uit de kerk en geven hem te verstaan dat er bloed zal vloeien als de staking aanhoudt.

De Boer zoekt diezelfde zondag contact met de directeuren van de bedrijven waar wordt gestaakt. Onder andere directeur Joost van der Vlies van De Merwede laat zijn personeel weten wat er dreigt. Maar het helpt niet. Maandagochtend blijven veel werknemers thuis. Daarop neemt de directie van De Merwede de benen.

Overvalwagens

Hoffmann rijdt intussen door het dorp met overvalwagens. Hij komt eerst bij de machinefabriek, waar directeur Caljé hem weet af te poeieren. Als de SD-chef bij De Merwede aankomt, blijken er toch enkele werknemers te zijn gearriveerd. Met de lijst van stakers in de hand arresteert Hoffmann er 19. Vier anderen die dan net aankomen worden ook opgepakt op beschuldiging van ‘staking, aansporing daartoe, verspreiding van pamfletten en andere agitatie.’

De vier die het laatst zijn gearresteerd worden direct naar het kantoor van Hoffmann in Rotterdam gebracht. Daar krijgen ze diezelfde avond de kogel. Het zijn Cornelis Willem de Kok (1889), Cornelis van der Giessen (1904), Dirk Loever (1909) en Jan Willem de Blaey (1914). De andere gevangen genomen medewerkers worden naar Vught gebracht.


Hoe het verder ging:

De vier stakers hadden voor hun terechtstelling een afscheidsbrief mogen schrijven, maar hun dood wordt sneller bekend gemaakt op de werf dan dat de brieven bij de familie worden bezorgd.

De stakingen duurden maar een paar dagen. De Duitsers waren eerst verrast, maar sloegen al snel hard toe. In heel Nederland werden 80 stakers geëxecuteerd. Nog eens 95 mensen vonden de dood door beschietingen tussen stakers en de bezetter. Ook raakten 400 mensen gewond. Als we ook de mensen meetellen die later in strafkampen bezweken aan uitputting komen we op 200 doden.

Niet alleen de represailles zorgden ervoor dat de staking op 3 mei 1943 werd beëindigd. Ook speelde mee dat de staking niet algemener werd. Zo bleven de NS rijden en deden bedrijven in de grote steden niet mee.

Naast bedrijven deden ook boeren mee aan de protesten tegen de Arbeitseinsatz. Ze leverden geen melk aan zuivelfabriken en deelden hun melk gratis uit aan de burgers. Hier en daar lieten ze de melk ook over de weilanden lopen.

De Duitsers zagen Radio Oranje als aanstichter van de stakingen. Op 13 mei 1943 kregen de Nederlanders te horen dat ze hun radiotoestellen moesten inleveren. Wie dat niet deed, moest naar een concentratiekamp.

Plaquette voor de gefusilleerde medewerkers van Scheepswerf Merwede. Op 11 september 1944 kwamen nog eens elf mensen om toen de werf gebombardeerd werd.

Bronnen: 

P.J. Bouman, De April-mei-stakingen van 1943 (1950), m.n. p. 160-162 en 450

Wikipedia – April-meistakingen

Verzetsmuseum – April-Mei staking

Rotterdamsch nieuwsblad – 04-05-1943 – Bekendmaking doodsvonnissen4

Historische Vereniging Hardinxveld-Giessendam – Oorlogsherinneringen (va. blz 32)

Auteur: Aries van Meeteren

Gepubliceerd op: 09 maart 2019

Verhaalnummer: 86