Skip navigation

Tag Archives: Tachtigjarige oorlog

DELFSHAVEN – Een groep van enkele tientallen religieuze vluchtelingen is vandaag vertrokken vanuit Delfshaven. De groep is onderweg naar Amerika, waar ze een nieuw bestaan willen opbouwen. De groep vluchtte ruim tien jaar geleden vanuit Engeland en kwam terecht in Leiden.

In Delfshaven stapten de gelovigen aan boord van de Speedwell. In Southampton zal het vrachtschip Mayflower zich bij hen voegen.

De groep arriveerde gisteravond in Delfshaven. Er werd nog een dienst gehouden in de Sint Antoniuskapel.

Vandaag volgde een indrukwekkend afscheid. Dominee John Robinson, die al jarenlang de leider is van de groep, maar die niet meereist richting Amerika, ging in gebed.

De groep vertrok in 1607 vanuit het plaatsje Scrooby, bij Nottingham, richting Holland. Ze werden in eigen land vervolgd, vanwege hun streng puriteinse geloof. Na een kort verblijf in Amsterdam kwamen de meeste puriteinen in Leiden terecht.

Leiden

De afgelopen jaren groeide de gemeenschap van dominee Robinson uit tot een gemeente van zo’n driehonderd volgelingen. Ze woonden in een twintigtal huisjes in de omgeving van de Pieterskerk.

Het leven was geen vetpot voor de gemeente van Robinson. De huizen waren klein, vaak niet meer dan één kamer groot. De meeste puriteinen waren onopgeleide mensen, die werken op het land gewend waren. In Leiden moesten ze lange dagen maken als wever, hoedenmaker of wolkammer , vaak zes dagen in de week. De tijd die overbleef werd besteedt aan het geloof.

Howel de puriteinen in Leiden alle ruimte kregen om hun geloof te belijden, was het toch niet helemaal naar hen zin. Ze waren niet te spreken over de manier van leven van de rest van de mensen in Leiden. Die leefden, volgens de puriteinen, niet zoals God het bedoeld had.

Verhuizing

Vooral de laatste drie jaar ontstond er binnen de groep puriteinen de drang om weer verder te trekken, naar een plek waar ze een nieuwe start konden maken: Amerika. Een deel van de groep vond dat de vrijheid die ze kregen ervoor zorgden dat een deel teveel geïntegreerd raakten.

Het einde van het twaalfjarig bestand, volgend jaar, en daarmee een dreiging van een hervatting van de oorlog met Spanje is ook een van de redenen die genoemd wordt om te verhuizen.

Een ander argument was de verschijning van een komeet, eind 1618. Door veel mensen werd de verschijning van een komeet gezien als onheilstijding.

Niet alle puriteinen waren van plan te vertrekken. Het zou slechts om een deel gaan. Naast dominee Robinson blijven er een kleine tweehonderd volgelingen achter in Holland.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Eigendommen

In samenspraak met de puriteinen die in Engeland waren achtergebleven, werd besloten om opnieuw te verhuizen. Dit keer zou Virginia in Amerika de eindbestemming zijn.

Via de Merchant Adventurers, een Engelse handelsonderneming, werd de overtocht geregeld. Daar moesten de puriteinen wel flink voor in de buidel tasten. Ze moesten al hun eigendommen verkopen, om de overtocht te betalen.

De handelsonderneming is in onderhandeling met het verplaatsen van de magazijnen van Middelburg naar Delft, omdat die stad verder naar het noorden ligt, en hoogstwaarschijnlijk minder snel last krijgt van Spaanse troepen, als de vijandingheden weer losbarsten. De schepen van Merchant Adventurers lagen daarom al enige tijd in Delfshaven.

Over enkele dagen zal de Speedwell arriveren in Southampton, waar ook de rest van puriteinen zich bij hen zal voegen, aan boord van de Mayflower.


Hoe ging het verder?

De tocht verliep moeizaam. In Southampton werd ontdekt dat de Speedwell lek was. Toch vertrok het schip vanuit Southampton om niet veel later terug te keren. Er werd niet gewacht op de Speewell en alleen met de Mayflower maakten de Pilgrim Fathers, zoals we ze nu kennen, de overtocht naar Amerika.

Ook die reis liep niet helemaal goed. Door een zware storm kwamen de puriteinen veel verder naar het noorden uit, bij Massachusetts. Daar werd onder meer de stad Plymouth gesticht.

De puriteinen worden gezien als ‘the seed of the nation’. Tal van Amerikanen stammen direct of indirect af van deze migranten, zoals presidenten Rooseveld, Bush jr. en Bush sr.

Op Thanksgiving (elke vierde donderdag in november) wordt stilgestaan bij de aankomst van de Pilgrim Fathers in Amerika. Er zijn ook parallellen tussen het Thanksgivingfeest en het Leidens Ontzet, zoals dat jaarlijks in Leiden wordt gevierd.

Bronnen:

Historiek – Van Leiden naar het beloofde land

Tiogatours – 1620 – De Pilgrim Fathers

Mayflower Leiden – Het Mayflower verhaal

Historiek – Komeet veroorzaakte in 1618 schrik in (bij)gelovig Nederland

DEN HAAG – Op het Binnenhof in Den Haag is vanmorgen oud-raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt (71) onthoofd. Van Oldenbarnevelt wordt gezien als een van de grootste politici die ons land tot dusverre heeft gekend. Zijn lichaam wordt bijgezet in de grafkelder onder het Binnenhof.

Vlak voordat het doodsvonnis tot uitvoer werd gebracht sprake Van Oldenbarnevelt het (toch talrijk) toegestroomde publiek toe.

“Geloof niet dat ik een landverrader ben. Ik heb oprecht en vroom gehandeld, als een goede patriot en zo zal ik sterven”

(Johan van Oldenbarnevelt, 13 mei 1619)

Vervolgens zei hij nog ‘maak het kort, maak het kort’. Of hij het had tegen zijn persoonlijk assistent Jan Francken, die nog afscheid van hem moest nemen, of tegen de beul is niet duidelijk.

Politieke strijd

De laatste twintig jaar van het leven van Johan van Oldenbarnevelt stond in het teken van politieke strijd. In de beginjaren van het bewind van Prins Maurits konden de twee het nog uitstekend met elkaar vinden. Maurits was verantwoordelijk voor de legerleiding, terwijl Van Oldenbarnevelt zich bezig hield met het financiële en politieke aspect.

Van Oldenbarnevelt wist dat de vrijheidsoorlog tegen de Spanjaarden erg duur was en dat er wel geld in het laatje moest komen. Toen de Nederlandse koopvaardijschepen bij Duinkerken werden aangevallen door piraten, drong Van Oldenbarnevelt erop aan dat Maurits deze handelsdreiging uit de weg zou ruimen.

Maurits zelf zag dat niet zitten, maar vertrok toch. Daar werd hij bij Nieuwpoort verrast door een Spaans leger. Hij behaalde een nipte overwinning, maar realiseerde dat het risico dat Van Oldenbarnevelt had genomen veel te groot was. Een nederlaag had waarschijnlijk ervoor gezorgd dat de hele vrijheidsstrijd van de Nederlanden verloren was gegaan.

De verhouding tussen beide mannen wordt helemaal verpest als het Twaalfjarig Bestand wordt ondertekend. Maurits, als legerleider, zag zijn positie door de tijdelijke vrede in gevaar komen. Van Oldenbarnevelt, als koopman, was juist uitermate gelukkig met de handelsvoordelen die het bestand juist bood.

Religie

Ook kwamen de heren tegenover elkaar te staan in de strijd tussen de remonstranten en de contraremonstranten. Maurits koos twee jaar geleden voor de contraremonstranten, die een hele precieze uitleg van de bijbel naleven. Van Oldenbarnevelt stond aan de kant dat de remonstranten.

Twee jaar geleden werd de ‘Scherpe resolutie’ aangenomen, die de macht van Maurits nog verder zou beperken. In die resolutie werd bepaald dat steden ook ‘privé-legers’ mochten inhuren, om onlusten tussen remonstranten en contraremonstranten de kop in te drukken. Voor Maurits was dit onacceptabel, omdat dit zijn positie als opperbevelhebber van het leger aantastte.

Bij een machtsgreep, vorig jaar, werd Johan van Oldenbarnevelt opgepakt, net als wat medestanders, zoals Hugo de Groot. De privélegers, de waardgelders, werden ontslagen. Doordat alle politieke medestanders van Van Oldenbarnevelt waren ontslagen of opgepakt, bestond er de mogelijkheid om hem voor een rechtszaak tegen hem te beginnen.

Ondanks verwoede pogingen van zijn familie (zijn vrouw en twee schoonzoons hebben een juridische  opleiding gehad) werd de voormalig raadspensionaris gisteren ter dood veroordeeld voor landverraad.


Hoe ging het verder?

Twee zonen van Van Oldenbarnevelt proberen een paar jaar na de dood van hun vader nog een aanslag te plegen op het leven van de prins. Daarbij wordt een van hen, Reinier, opgepakt en onthoofd.

Voor Maurits betekende het leven zonder zijn politieke tegenstander niet echt een stap vooruit. Hij had het nu politiek én militair voor het zeggen. Als in 1621 het Twaalfjarig Bestand verloopt, gaat de oorlog tegen de Spanjaarden weer verder.

Maar zo succesvol als het ging voor de periode van vrede, gaat het dan niet meer. Maurits heeft meerdere nederlagen te verduren. Ook krijgt hij lichamelijke klachten. In 1624 trekt hij zich terug en houdt hij zich alleen nog maar met staatszaken bezig. Een jaar later overlijdt hij.

Later zou het lichaam van Van Oldenbarnevelt op een andere plek zijn begraven, maar daar is geen hard bewijs voor.

Bronnen:

En toen nu – Onthoofding van Johan van Oldenbarnevelt

Historiek – Executie van Johan van Oldenbarnevelt

Gevangenpoort – Waarom Johan van Oldenbarnevelt, een van Nederlands’ grootste staatsmannen, toch werd onthoofd

Is Geschiedenis – Terechtstelling en executie van Johan van Oldenbarnevelt

Wikipedia – Johan van Oldenbarnevelt

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 13-05-2019

Verhaalnummer: 100

RIJSWIJK/DEN HAAG – In Den Haag staan de gesprekken over vrede tussen het Spaanse Rijk en de Republiek der Nederlanden op het punt van beginnen. De gesprekken moeten een einde maken aan de vijandelijkheden die al ruim veertig jaar duren.

Vandaag ontmoetten de gesprekpartners elkaar bij de Hoornbrug in Rijswijk. Stadhouder Maurits en opperbevelhebber Spinola begroetten elkaar –ogenschijnlijk- hartelijk met een grote zwaai van hun hoed en een ferme handdruk. Het was moeilijk voor te stellen dat hier twee militaire rivalen elkaar ontmoetten, die normaal gesproken tegenover elkaar staan op het slagveld.

Spinola heeft er een pittige reis op zitten. De Spaanse legerleider is per koets door de besneeuwde landschappen en over de bevroren rivieren via Dordrecht en Rotterdam richting Den Haag gereden. In Rijswijk werd Spinola opgewacht door de Nederlandse delegatie.

Stadhouder Maurits, zijn broer Frederik Hendrik en hun neef Willem Lodewijk stonden naar goed gebruik bij de Hoornbrug te wachten. Na de handdruk volgden saluutschoten van de kanonnen die stonden opgesteld.

Daarna nam Spinola plaats in de koets van Maurits en samen reden ze terug naar het Binnenhof. Daar wacht onder andere ook raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt op hen.

Volgens ooggetuigen stonden er langs de Rijswijkseweg tal van nieuwsgierige mensen die een glimp wilde opvangen van het hoge bezoek.

In het kielzog van Spinola reisden ook Jean Richardot, Jan van Neyen, Juan de Mancicidor en Louis Verreyken mee. Namens de Republiek heeft elke provincie één persoon afgevaardigd.



Gesprekken

Vooral Spanje zou een groot voorstander zijn van vrede. Ruim tien jaar geleden werden de meeste Spaanse troepen verdreven uit het oosten en noorden van de Republiek der Nederlanden.

Ook vielen de Spaanse inkomsten uit de handel met Indië erg tegen, deels door toedoen van de Nederlandse handelsvloot. Daarnaast is Spanje ook verwikkeld in oorlog met Frankrijk.

Voor de Republiek zijn er ook genoeg redenen om te praten over vrede. De kosten om het leger te onderhouden zijn groot. En vooral in de gebieden waar de laatste jaren het hardst gestreden is (Groningen, Overijssel en Gelre) is de roep om vrede het grootst.

Toch is niet iedereen in de Nederlanden een voorstander van vrede. Veel fanatieke protestanten wilden geen vrede met de katholieke Spanjaarden. In andere gebieden, zoals Zeeland, verdienden de handelaren veel aan de blokkade van Antwerpen.

De Spaanse koning zou bereid zijn om de Noordelijke Nederlanden te erkennen als soevereine staat. Na de slag bij Gibraltar, vorig jaar, werd al een staakt-het-vuren uitgeroepen.


Hoe ging het verder?

De gesprekken leverden weinig op. Koning Filips III eiste onder meer dat de Nederlanders de handel zouden opgeven in Indië en dat de erediensten voor katholieken werden toegestaan. Voor de Nederlanden waren dat ontoelaatbare eisen. Op 23 augustus gaan beide partijen uit elkaar.

In Antwerpen worden een jaar later de gesprekken afgerond over een wapenstilstand van 12 jaar. Voor beide partijen was dat een financiële verlichting.

Op 9 april 1609 werd het Twaalfjarig bestand geratificeerd. De Republiek werd volledig erkend en tal van landen gingen diplomatieke banden aan met de Nederlanden. Daardoor wordt het sluiten van het bestand gezien als een overwinning voor de Nederlanden en een nederlaag voor Spanje.

Bronnen:

Haagse Tijden – Maurits onderhandelt

Rijksmuseum – Maurits ontvangt Spinola in Rijswijk

Europeana – Maurits ontvangt Spinola in Rijswijk

Marcel Tettero – Spinola vecht jarenlang tegen de jonge Republiek

Engelfriet – Het twaalfjarig bestand, wat er aan vooraf ging

Wikipedia – Twaalfjarig bestand

Tekst: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01-02-2018

Verhaalnummer: 62

DELFT – Willem van Oranje, de leider van de Noordelijke Nederlanden, is vermoord in Delft. Er is een verdachte opgepakt. Van Oranje (51) was door de Habsburgse koning Filips II vogelvrij verklaard.

De aanslag gebeurde in het Sint Agathaklooster in Delft, beter bekend als het Prinsenhof. De Prins van Oranje had daar geluncht met burgemeester Van Uylenburg van Leeuwarden. Onderweg naar zijn slaapkamer is hij van dichtbij neergeschoten met een pistool.

Van Oranje is drie keer geraakt, waarvan één keer in zijn borst. Hij was op slag dood. Er gaan verhalen over dat Van Oranje nog wel iets gezegd heeft, maar dat wordt door getuigen tegengesproken.

Vogelvrij

Willem van Oranje werd vier jaar geleden vogelvrij verklaard. De leider van de opstand had laten weten dat hij de onderdrukking van protestanten afkeurt. Filips II kon dat niet waarderen en verklaarde de stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland en Overijssel vogelvrij.

Volgens Filips II had Van Oranje zich daarnaast ook schuldig gemaakt aan bigamie, hoogverraad en huichelarij. Van Oranje werd ook verbannen uit de Nederlanden.

Door Willem de Zwijger vogelvrij te verklaren, hoopte Filips II de opstand de nek om te draaien. Op het hoofd van Van Oranje kwam een prijs te staan van 25.000 kronen. Ook zou degene die Willem van Oranje om het leven zou brengen meteen in de adelstand verheven worden.

Daarna volgden meerdere aanslagen op het leven van Van Oranje. Twee jaar geleden was er een aanslag in Antwerpen door de 19-jarige klerk Jean Jaureguy. Hij werd overgehaald door zijn leidinggevende om Van Oranje dood te schieten.

In ruil daarvoor zou hij 2.877 dukaten krijgen (iets meer dan 3 procent van de totale beloning) Van Oranje werd geraakt in het hoofd, maar overleefde de aanslag. Bewakers doodden vervolgens Jaureguy. Twee van de drie medeplichtigen werden daarna onthoofd.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Arrestatie

De aanslag vandaag was dus wel fataal. Meteen na de schietpartij wordt net buiten de stadsmuur van Delft een man opgepakt. Hij staat bekend als François G., een man die twee maanden geleden in dienst is getreden is bij de Prins van Oranje.

Volgens onbevestigde berichten heeft de verdachte een valse naam gebruikt om in de buurt van Van Oranje te komen. Zijn echte naam zou Balthasar G. zijn.

G. vertelde dat hij een jonge Franse edelman was. Ook had hij de zegelring van een Spaanse generaal meegenomen. Van Oranje was erg blij met deze onverwachte ‘hulp’.

De verdachte werd in mei namens de Prins naar Frankrijk gestuurd. Op de terugweg zou hij twee pistolen hebben gekocht.

Over het motief voor de moord is nog niet veel duidelijk. G. zou een overtuigd katholiek zijn, die niets van protestanten moest hebben.

Onderzoek

Ondanks de arrestatie is het onderzoek naar de moord nog in volle gang. De autoriteiten proberen erachter te komen of G. in zijn eentje heeft gehandeld. Voor zover bekend heeft hij nog niets gezegd, ondanks dat hij tijdens de verhoren gefolterd is.

Zo zou hij zijn geslagen met stukken hout. Vanavond worden de wonden ingesmeerd met honing. In zijn cel is dan ook geit. De verhoorders hopen dat de geit, met zijn rauwe tong, de wonden open likt. De verhoren gaan de komende dagen door.

Wanneer G. zich voor zijn daad moet verantwoorden is niet duidelijk.


Hoe ging het verder?

Balthasar Gerards werd vier dagen na de moord op Willem van Oranje ter dood gebracht. Dat gebeurde door vierendeling. Ledematen werden daarna op verschillende plekken in de stad tentoongesteld.

In de dagen ervoor was hij op tal van manieren gemarteld. Zo werden gewichten aan zijn voeten gebonden, kreeg hij snel-krimpende schoenen aan en werden gloeiende fakkels onder zijn oksels gehouden. Toch hield Gerards zijn mond.

De beloning van 25.000 kronen moest betaald worden uit de nalatenschap van Willem van Oranje. Landvoogd Albrecht van Oostenrijk probeerde jaren later nog Filips Willem van Oranje, een van de zonen van Willem van Oranje, te dwingen om uit zijn vermogen de nabestaanden van Gerards te betalen, maar dat weigerde de zoon van Willem.

Bronnen:

Historiek – Balthasar Gerards, moordenaar van Willem van Oranje

Wikipedia – Balthasar Gerards

Wikipedia – Willem van Oranje

Historiek – Willem van Oranje was op slag dood

Tekst: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01 oktober 2017

Verhaalnummer: 12

DEN HAAG – De Staten-Generaal heeft in Den Haag de onafhankelijkheid van de Nederlanden uitgeroepen. In het Plakkaat der Verlatinghe wordt Koning Philips II van Spanje afgezworen. Het is niet langer toegestaan om zijn zegel en naam te gebruiken. De beoogd opvolger van de Spaans koning is de Hertog van Anjou.

Het is voor het eerst dat de opstand zich richt tegen Philips II. Eerder was er alleen een opstand tegen de Spaanse soldaten en hun legerleiding, zoals Alva. In andere belangrijke overeenkomsten, zoals de Pacificatie van Gent en de Unie van Utrecht werd niet zo specifiek opgetreden tegen de Spaanse koning.

De onafhankelijkheidsverklaring is ondertekend door vertegenwoordigers van Brabant, Gelderland, Zutphen, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Friesland, Utrecht en Mechelen.

Het is nog niet duidelijk of andere landen de onafhankelijkheid van de Nederlanden hebben aanvaard.

Verplichtingen

De Staten-Generaal stellen dat Philips II in de afgelopen jaren zijn verplichtingen als heerser niet is nagekomen.

“Ons land heeft al meer dan twintig jaar in chaos verkeerd en is door zijn koning in de steek gelaten. We zijn niet behandeld als onderdanen, maar als vijanden, die proberen hun eigen vorst op gewelddadige wijze ten val te brengen”

(Vertaling van Plakkaat van Verlating)

Het Plakkaat begint met een overzicht met wat er van een vorst verwacht mag worden. Als een koning zijn onderdanen als slaven behandelt, dan kan hij gezien worden als een tiran. In dat geval mag hij worden afgezworen, schrijft de Staten Generaal.

Ambtenaren, rechters en iedereen die in een eed trouw hebben gezworen aan de Spaanse koning, zijn daarvan vrijgesproken.

“Voortaan zijn zij slechts verantwoording verschuldigd aan de Staten of verplicht een nieuwe eed te zweren aan hun speciale gevolmachtigde. Daarmee zweren zij ons trouw tegen de Spaanse koning en zijn aanhangers.”

(Vertaling van Plakkaat van Verlating)

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Voorgeschiedenis

De ondertekening van de onafhankelijkheidsverklaring is een direct gevolg van de Unie van Utrecht, van twee jaar geleden. Toen werd door meerdere Nederlandse provinciën afgesproken dat alles in het werk gesteld zou worden om de Spaanse overheersers het land uit te zetten.

Halverwege de jaren ’60 werd de onvrede over het gevoerde beleid van Philips II steeds groter. Vooral de vervolging van protestanten is de Nederlanders al lange tijd een doorn in het oog. Ook de invoering van een BTW-systeem, de Tiende Penning, zorgde voor veel onrust.

Een poging van Hollandse edelen voor een zachtere politiek werkte averechts. De opstand tegen de Spaanse overheersing begon in 1568 met een inval van Willem van Oranje in Groningen.

De vrijheidsstrijd kende een kentering met de inval van de Watergeuzen in Brielle in 1572. Een paar maanden later werd in Dordrecht de Eerste Vrije Statenvergadering gehouden. Meerdere steden schaarden zich achter rebellenleider Van Oranje.

Daarna volgden de Pacificatie van Gent en twee jaar later de Unie van Utrecht.

Nieuwe vorst

In het plakkaat wordt gezegd dat de Landraad voorlopig als staatshoofd wordt gezien. Er wordt algemeen aangenomen dat de Frans van Anjou, de jongere broer van koning Hendrik III van Frankrijk.

Willem van Oranje had voorgesteld om de Hertog van Anjou aan te wijzen als soeverein vorst. De hoop van Van Oranje was daarmee dat Frankrijk in de strijd met Spanje de kant van de Nederlanden zal kiezen.


Hoe ging het verder?

De zoektocht naar een ‘soeverein vorst’ voor de Nederlanden was geen succesvolle. De Hertog van Anjou hield het na een paar jaar voor gezien. Ook de Graaf van Leicester (met hoop op Engelse hulp) mocht het daarna proberen, maar werd ook geen succes.

In 1588 werd besloten om dan maar geen landvoogd aan te stellen. Vervolgens werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden opgericht.

Het duurde tot 1648 totdat de onafhankelijkheid van Nederland ook werd erkend door Spanje in het Verdrag van Münster.

Het Plakkaat van Verlating wordt ook wel gezien als dé Onafhankelijkheidsverklaring van Nederland. Passages erin zijn ook terug te zien in bijvoorbeeld de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring uit 1776. Dan gaat het vooral om het recht om een vorst af te zetten als de vrijheid van de burgers niet worden gerespecteerd.

Het Plakkaat van Verlating wordt tegenwoordig tentoongesteld in het Nationaal Archief in Den Haag. In januari werd het Plakkaat uitgeroepen tot ‘Pronkstuk van Nederland’ in een verkiezing van de AVROTROS.

Bronnen:

Wikipedia – Plackaet der Verlatinghe

Comité Nederlandse onafhankelijkheidsdag – Vertaling van Plakkaat der Verlating in modern Nederlands

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 14

LEIDEN – Regeringstroepen zijn er niet in geslaagd om de opstandige stad Leiden in te nemen. Een tweede belegering van de stad mislukte, omdat de verdedigers van de stad hulp kregen van de Watergeuzen. Deze opstandelingen hadden de omgeving van de stad onder water gezet en kwamen met schepen de uitgehongerde inwoners van Leiden te hulp.

In de afgelopen maanden is ongeveer een derde van de inwoners van de stad (6.000 van de 18.000) omgekomen door honger en pest.

In Leiden is een groot feest uitgebarsten. De inwoners van de stad eten vooral de haring en wittebrood, die door de Watergeuzen zijn meegenomen.

Beleg

Leiden koos, net als veel andere steden, een paar jaar geleden de kant van de opstandelingen na de Eerste Vrije Statenvergadering in Dordrecht. Tegenstanders van de opstand werden de stad uitgezet.

Bij zijn poging om de orde te herstellen stuurde landvoogd Alva zijn zoon Don Frederik en generaal Valdez om Leiden te belegeren.

De eerste belegering werd door Leiden doorstaan. Het stadsbestuur was gewaarschuwd en had nodige voorbereidingen getroffen. Er was genoeg voedsel ingeslagen om een lang beleg vol te houden. Na vier maanden moest Valdez het beleg afbreken. Zijn troepen waren nodig om een aanval van Willem van Oranje in Limburg af te slaan.

Ervan overtuigd dat Valdez niet terug zou komen, weigerde het Leidse stadsbestuur, ondanks waarschuwingen van Willem van Oranje, opnieuw voorbereidingen te treffen. De Spaanse stellingen buiten de stad bleven intact en de voorraden werden niet aangevuld.

Toen Valdez zo’n vier maanden geleden terugkeerde was het dan ook voor de Spanjaarden een fluitje van een cent om de belegering weer te hervatten.

(Beelden: De Lakenhal, Leiden)

Communicatie

Toch blijkt tijdens het beleg dat de stad niet hermetisch van de buitenwereld is afgesloten. Drie broers Speelman slagen erin om een stel duiven de stad in te smokkelen, zodat er gecommuniceerd kan worden met de opstandelingenleiders in Delft.

Aan de andere kant, weten ook mensen de stad te verlaten die op de hand zijn van Valdez. Op die manier weten de belegeraars dat er nauwelijks eten in de stad is.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Opstand

Terwijl de honger en de pest huishouden in Leiden, probeert Valdez het stadsbestuur en de bewoners van Leiden over te halen om het verzet te staken. Er worden meerdere voorstellen gedaan om de stad en de bewoners te sparen, wat de onrust in de stad versterkt.

Stadssecretaris Van Hout en commandant Van der Does van de lokale troepen willen van een overgave niets weten. Eerder werd er in Naarden en Haarlem een bloedbad aangericht door regeringstroepen, omdat die steden zich ook aan den kant van de opstandelingen hadden geschaard.

De communicatie met opstandelingenleider Willem van Oranje sterkt het stadsbestuur in het verzet tegen overgave.

Frans Hogenberg (1540-1590)

Bevrijding

Na ruim drie maanden voorbereidingen, lijkt er schot in de zaak te zitten. In september worden bij Rotterdam en Capelle aan den IJssel de dijken doorgestoken. Daardoor zou het gehele achterland – en dus ook de omgeving van Leiden – onder water komen te staan.

De inundatie van het gebied is een langzaam proces. Het duurt tot ongeveer een maand voordat er een sterke zuidenwind optreedt en het water in grote hoeveelheden naar Leiden wordt gestuwd.

Afgelopen nacht stortte een deel van de verzwakte stadsmuren in. De belegeraars die bang waren voor een uitval van de verdedigers, zette het door een dikke laag water op een lopen.

Volgens ooggetuigen zou een kleine weesjongen door het gat in de stadsmuur naar buiten geklommen zijn. Hij ontdekte een pot met hutspot, die was achtergelaten door de gevluchte troepen. De jongen, Cornelis Joppens haast zich terug naar de stad om de mensen daar het nieuws te vertellen dat de belegering voorbij is.

Vanmorgen rond 8 uur kwamen ook de Watergeuzen op hun platbodems de stad binnen varen. Zij namen haring en wittebrood mee voor de hongerende bevolking.

Toch nog onvrede

Niet iedereen in het gebied is blij met de bevrijding van Leiden. Het onder water zetten van de omgeving heeft vele honderden boeren getroffen. Het water is deels zout, zodat de akkers in slechte staat achter bleven.

De Hoogheemraadschappen van Rijnland, Delfland en Schieland hebben al protest aangetekend bij de leiders van de opstand.


Hoe ging het verder?

Waarschijnlijk is het Leidens Ontzet (samen met de Inname van Den Briel) het langs worden herdacht in onze regio. Elk jaar op 3 oktober vinden er in Leiden grote feesten plaats, waarbij hutspot, haring en wittebrood wordt gegeten.

Nog geen vier maanden na het ontzet wordt de Universiteit geopend.

Bronnen:

Gemeente Leiden – Leidens ontzet

Wikipedia – Beleg van Leiden

Is Geschiedenis – Haring, Wittebrood en hutspot bij het Leidens ontzet

Beleven – Leidens Ontzet

Tekst: Dave Datema mmv Allard Schellens

Gepubliceerd op: 01 oktober 2017

Verhaalnummer: 20

Dordrecht – In Dordrecht begint vandaag de Eerste Vrije Statenvergadering. Twaalf steden spreken zich uit of ze Willem van Oranje financieel willen steunen in zijn strijd tegen de Hertog van Alva, een generaal die door koning Filips II naar de Nederlanden was gestuurd om een einde te maken aan de opstand tegen hem. 

Op de bijeenkomst zijn afgezanten aanwezig uit Gorinchem, Gouda, Leiden, Oudewater, Dordrecht, Alkmaar, Edam, Enkhuizen, Haarlem, Hoorn, Medemblik en Monnickendam. Andere steden als Rotterdam en Amsterdam hebben nog een stadsbestuur dat spaansgezind is.

Namens de watergeuzen is Willem van der Marck-Lumey aanwezig. De gesprekken staan onder leiding van Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, een van de raadgevers van Willem van Oranje.

De bijeenkomst is bijzonder, omdat alleen koning Filips II of zijn stadhouder een Statenvergadering kan samenroepen. Willem van Oranje is al vijf jaar geen stadhouder meer, sinds zijn vlucht naar Duitsland.

Van Oranje had aanvankelijk aan Gouda gevraagd om de bijeenkomst te organiseren, maar die stad vond dat Dordrecht daar meer recht op had, omdat Dordrecht de oudste stad van het graafschap Holland is.

Het Dordrechts Museum kwam met een imposante reconstructie (min of meer in Dag van Toen-stijl )

https://vimeo.com/437957698

Opmars

De opstand tegen de Habsburg-Spaanse overheersing begon vier jaar geleden, maar kende twee maanden geleden een enorme opmars, door overwinningen van de watergeuzen. Op 1 april werd Brielle veroverd op de Spanjaarden. Kort daarna volgden Vlissingen, Enkhuizen en Dordrecht.

Een van de voorstellen die tijdens de Statenvergadering in Dordrecht op tafel zal liggen is of de steden Van Oranje opnieuw accepteren als stadhouder.

De opstandelingenleider biedt in ruil voor financiële steun bescherming aan tegen de Spanjaarden. Na de inname van Brielle probeert Van Oranje via het oosten een deel van de Nederlanden binnen te trekken. Zijn leger is nu bezig met de belegering van Roermond.

Geuzen

Verder wordt in Dordrecht ook de rol van de watergeuzen besproken. De geuzen hebben grote overwinningen behaald, maar kampen ook met een negatief imago.

De mannen plunderen al sinds 1566 koningsgezinde steden en schepen. Willem van Oranje wist ze aan zijn kant te krijgen, door ze kaperbrieven te geven. Formeel is dat een toestemming om tegenstanders van de opstand aan te vallen. Zo werden vorig jaar Monnickendam en Schellingwoude geplunderd.

In Brielle werden twee weken geleden negentien geestelijken uit Gorinchem opgehangen. Dat kwam de geuzenleider Van der Marck-Lumey op veel kritiek te staan. Hij was er zelf bij, toen de mannen werden opgehangen.

Om dit soort misstanden verder te voorkomen heeft Willem van Oranje voorgesteld om vorm van een godsdienstvrijheid op papier te zetten. Het is nog maar de vraag of de watergeuzen zich daaraan gaan houden.

Of het ombrengen van de geestelijken ook voor Van der Marck-Lumey persoonlijk gevolgen heeft is niet duidelijk. Ondanks zijn wreedheden is hij erg succesvol en wordt hij door velen gezien als hét gezicht van de opstand.


Hoe ging het verder?

In het Augustijnenklooster worden de voorstellen van Willem van Oranje over financiële steun en de rol van de watergeuzen aangenomen. Willem van Oranje wordt de Stadhouder. Lumey wordt de ‘overste’ van Holland, een functie op het land dus, zodat hij beter gecontroleerd kon worden.

Lumey doet een belofte dat hij zich zal houden aan de instructies van Willem van Oranje, maar een paar maanden later gaat het mis. Hij laat Musius van Delft, een goede vriend van Willem van Oranje, om het leven brengen. Twee jaar later wordt hij afgezet.

De steden blijven Filips II wel zien als hun rechtmatige vorst. Pas in 1581 wordt echt gesproken over onafhankelijkheid in de Plakkaat van Verlatinghe.

Veel van de besluiten worden er overigens niet op de Eerste Vrije Statenvergadering in Dordrecht genomen. Na vier dagen wordt het hele gebeuren in Dordrecht opgedoekt. Een paar dagen later gaan de heren verder in Rotterdam, om vervolgens in Delft te eindigen.

Drie jaar later (1575) wordt wél de Unie van Dordrecht ondertekend. Daarin wordt Willem van Oranje officieel aangesteld als stadhouder. Ook wordt in en verbond de samenwerking tussen de Hollandse (en Zeeuwse) steden vastgelegd.

Door veel mensen wordt de Unie van Dordrecht gezien als het begin van de Verenigde Nederlanden. Een belangrijke eerste stap daar naartoe wordt dus al gezet tijdens de Eerste Statenvergadering.

Belang voor Nederland

Historici zijn het onderling ‘niet helemaal over eens’ over het belang van de Eerste Vrije Statenvergadering in Dordrecht in de Nederlandse geschiedenis. Volgens sommigen wordt de rol van deze bijeenkomst zelfs schromelijk overdreven.

In 2015 opende Koning Willem-Alexander het Hof van Nederland, waarmee de positie van deze vergadering nog even een extra lading kreeg.

Zelfs over de locatie is onenigheid. Vaak wordt het Augustijnenklooster genoemd als de locatie van de vergadering, maar anderen wijzen erop dat de Berckepoort de locatie geweest moet zijn. Het leegstaande Augustijnenklooster werd gebruikt om de hofhouding in op te vangen.

Het Dordrechts Museum kwam met een imposante reconstructie (min of meer in Dag van Toen-stijl )

Bronnen:

Geschiedenis van Zuid-Holland: Eerste Vrije Statenvergadering

Wikipedia: Eerste Vrije Statenvergadering

Wikipedia: Unie van Dordrecht

Marcel Tettero: Unie van Dordrecht

Dordrecht Monumenteel – Nummer 60 – Herman van Duinen (blz. 20)

Tekst: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01 oktober 2017

Verhaalnummer: 51

[/column]

BRIELLE – Een rebellengroep heeft in Brielle negentien Rooms-katholieke geestelijken gedood. Ook zijn de slachtoffers gemarteld en na hun dood verminkt. De mannen zijn opgehangen in een schuur, achter een verlaten klooster.

De meesten van hen werden gevangen genomen in Gorinchem, na de overgave van de stad aan de Watergeuzen. Het bevel van rebellenleider Willem van Oranje om de geestelijken vrij te laten, werd door geuzenleider Lumey genegeerd.

De slachtoffers, die nu al de bijnaam ‘martelaren van Gorinchem’ hebben gekregen, waren in de meeste gevallen werkzaam in één van de twee kloosters die Gorinchem kent. Ze werden gevangen genomen op 27 juni.

Twee dagen daarvoor hadden de Watergeuzen hun ankers uitgeworpen voor Gorinchem. Bevelvoeder Marinus Brandt eiste de stad op in naam van opstandelingenleider Willem van Oranje. De volgende dag werden de stadspoorten voor hen geopend.

Gezien het niet-tolerante imago van de Watergeuzen hadden de meeste Rooms-katholieke geestelijken en tal van burgers zich echter verschanst in de dwangburcht aan de rand van Gorinchem, de ‘Blauwe Toren’. Anderen waren op tijd de stad uitgevlucht.

Ondanks de belofte van vrije aftocht werd iedereen in de burcht gevangen genomen. Bijna alle burgers en de aanwezige nonnen werden tegen een losgeld vrijgelaten, maar de mannenlijke geestelijken waren niet zo gelukkig.

Niet goed behandeld

Nadat de geestelijken een paar dagen later nog steeds niet waren vrijgelaten, begon de Gorinchemse bevolking te morren. Geuzenleider Marinus Brant verzekerde de lokale bevolking dat de gevangenen goed werden behandeld. Maar dat bleek niet zo te zijn, volgens een lokale arts, die drie dagen later de gevangen mocht verzorgen. De gevangenen waren geschopt en geslagen.

De mishandeling van de geestelijken zorgde voor een grimmige sfeer in de stad.

De spanning tussen voor- en tegenstanders van de Watergeuzen nam toe, toen pastoor Lenaert Veghel korte tijd werd vrijgelaten. Hij moest geestelijke bijstand verlenen aan drie mannen die ter dood veroordeeld waren.

Ook werd Veghel gevraagd een gereformeerde preek te geven. Maar tijdens die preek riep hij om nooit het Rooms-katholieke geloof af te vallen, wat de protestanten in de stad als pure provocatie zagen.

Lenaert verliet daarna de stad, naar verluidt om zijn zieke moeder te bezoeken, maar werd door boze Gorcummers ingehaald en teruggebracht. Vervolgens ging hij terug de cel in.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Showproces

Om een verdere escalatie in de stad te voorkomen, zijn de gevangenen op bevel van Lumey per schip overgebracht naar Brielle, het tijdelijke het hoofdkwartier van de Watergeuzen in Holland. In april van dit jaar begon de verovering van zuidwest Holland in Brielle.

Bij een tussenstop in Dordrecht kon de menigte zich tegen betaling aan de gevangenen vergapen. Na aankomst in Brielle werden de geestelijken vernederd en geprovoceerd.

Wat dagen later volgde een openbare hoorzitting, waar vergeefse pogingen werden gedaan om de geestelijken van hun Roomse geloof af te brengen.

Claes Pieck, tot voor kort overste in het Franciscaner-klooster in Gorinchem, zou volgens getuigen hebben gezegd:

“Moet ik dan ter wille van dit armzalige leven mijn waar katholiek geloof verzaken om uw valse en ketterse leer aan te nemen? Dat is toch al te dwaas! De dood zal mij toch eens verrassen, dat kan nu zijn, of binnenkort, een lang leven ligt niet meer voor mij. En zelfs als ik nog lang te leven had, sterven moet ik toch.”

(uit: ‘De Martelaren van Gorcum. Voorbeelden van Trouw’, C.J. van Blijswijk)

Een van de aanklagers, de protestante predikant Andries Cornelissen, probeert het bij Lenaert Veghel, maar ook die poging is tevergeefs. Daarna weigeren alle geestelijken één voor één het katholieke geloof te verloochenen.

De standvastigheid van de geestelijken zorgt voor rumoer onder de aanwezigen, waarna de mannen terug naar hun cel gebracht werden.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Opgehangen

Om verdere onrust in de stad te voorkomen zou gisteravond besloten zijn om de mannen zo snel mogelijk ter dood te brengen. Vannacht zijn ze overgebracht naar Rugge, net buiten de stadspoorten van Brielle. Daar zijn de mannen opgehangen in een turfschuur, bij een verlaten klooster.

Een jonge leerling-geestelijke ontkwam aan de galg en werd vrijgelaten, omdat hij verklaarde pas zestien jaar oud te zijn. Anderen beweren dat hij heeft gelogen over zijn leeftijd.

Een Franciscaan uit Luik gaf toe aan zijn doodsangst, verloochende oog-in-oog met de strop zijn geloof en trad toe tot de Watergeuzen.

De andere geestelijken bleven standvastig in hun geloof, zeggen ooggetuigen. Een van hen, Govaert van Mervel, zou zelfs hebben gezegd ‘Heer, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’, in navolging van Jezus Christus aan het kruis.

Na de dood van de geestelijken zijn de lichamen verminkt.

De dood van de martelaren zorgt voor een schok in de omgeving. Katholieken in Holland zouden zich grote zorgen maken over hun veiligheid. Enkele invloedrijke Gorcummers zouden een poging willen doen om de slachtoffers een begrafenis te gunnen.

Wie is nu de leider van de opstand?

De geuzenleider Brant heeft vlak na het vertrek van de geestelijken naar Brielle vanuit Gorinchem nog een poging gedaan om via de leider van de opstand, Willem van Oranje, de groep vrij te krijgen.

Op 7 juli gaf Willem aan dat de mannen per direct vrijgelaten moesten worden. Brant stuurde een kopie van de brief naar geuzenleider Lumey. Die werd zo woest over het feit dat hij niet het origineel kreeg, dat hij besloot de orders van Oranje te negeren.

De actie van Lumey voedt de geruchten dat Willem van Oranje de Watergeuzen niet onder controle heeft. Ook zijn er mensen die beweren dat Lumey de werkelijke leider van de opstand in Holland is. De angst onder mensen in Holland (niet alleen onder katholieken) voor de Watergeuzen is groot, met name voor de intolerante houding van Lumey ten opzichte van katholieken.

Lumey werd vorige maand uitgeroepen tot luitenant in Holland, maar door zijn actie in Brielle lijkt een politieke confrontatie met Willem van Oranje onafwendbaar.


Hoe ging het verder?

De martelaren krijgen uiteindelijk de begrafenis waarom werd gevraagd. In 1593 wordt de turfschuur afgebroken en nog eens 20 jaar later worden de lichamen opgegraven. De overblijfselen verspreiden zich over heel de Zuidelijke Nederlanden als relikwieën. De mannen worden in 1675 zalig en in 1867 heilig verklaard.

In de wijk Rugge in Brielle staat een bedevaartskerk. Elk jaar rond 9 juli vindt er een nationale bevaart ter ere van de martelaren plaats.

Het ophangen van de geestelijken bleef voor Lumey niet zonder gevolgen. Bij de vergadering van de Staten van Holland in Dordrecht gaat Lumey diep door het stof en hij belooft dat hij zich voortaan zal houden aan de orders van Willem van Oranje.

Maar een paar maanden later wordt hij opgepakt voor de moord op een vooraanstaand geestelijke uit Delft.

In oktober komen de Staten van Holland met een rapport waarin staat dat de Watergeuzen een groter gevaar zijn voor de bewoners dan de Spanjaarden. Lumey is een waar probleemgeval voor Willem van Oranje en wordt meerdere keren gearresteerd, één keer op verdenking van het voorbereiden van een aanslag op Oranje. In 1576 wordt hij verbannen. Twee jaar later sterft hij.

Alsnog opgehangen

De Franciscaan die op het allerlaatste moment overstapte naar de Watergeuzen werd een paar maanden later alsnog opgehangen. Hij was veroordeeld voor het stelen van wijn.

Bronnen:

Wikipedia: Willem II van der Marck-Lumey

Mark Tettero: Lumey

Mark Tettero: Marinus Brandt

Wikipedia: Martelaren van Gorinchem

Blijswijk, C.J. van, De Martelaren van Gorcum. Voorbeelden van trouw, (Oegstgeest, 1993)

Tekst: Dave Datema

Met medewerking van Roel Slachmuylders, van het Historisch Museum Den Briel

Gepubliceerd op: 01-10-2017

Verhaalnummer: 13



ROTTERDAM – Spaanse troepen hebben bij een bestorming een bloedbad aangericht in Rotterdam. Er zijn zeker veertig Rotterdammers gedood, maar mogelijk zijn het er veel meer. Onder de slachtoffers is ook burgemeester Roos.

De inwoners van Rotterdam hebben de Spanjaarden twee dagen buiten de poort weten te houden. Een eerste aanval werd gisteravond nog afgeslagen. Daarna werd er onderhandeld, onder leiding van abt Duifhuis van de Sint-Laurenskerk. Afgesproken werd dat de ongeveer tweehonderd Spanjaarden in kleine groepjes door de stad mochten trekken, richting het strategisch gelegen Delfshaven.

Maar toen de poorten open gingen voor de eerste groep, stormde het complete Spaanse regiment de stad binnen. Een van de eerste slachtoffers was hoefsmid Zwartjan.

In de stad joegen soldaten tal van onschuldige burgers de dood in. Burgemeester Jan Roos was een van hen.

Hoeveel slachtoffers er zijn gevallen is niet duidelijk. Er wordt gesproken over zeker veertig, maar Spaanse bronnen hebben het er over honderd. Andere zeggen dat het aantal nog veel hoger ligt.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Frustratie

De Spanjaarden arriveerden twee dagen geleden bij de Oostpoort van Rotterdam. Ze hadden er toen al een zware reis opzitten, vol tegenslagen.

Gouverneur Maximilien de Hénin-Liétard, de Graaf van Bossu, was met zijn manschappen richting naar Brielle gereisd, na het nieuws dat de rebellen die stad hadden ingenomen.

Doordat een deel van de omgeving onder water was gezet, moest de Graaf van Bossu bij Brielle rechtsomkeert maken.

Het volgende doelwit was Delfshaven, dat ook door de rebellen was ingenomen. De Spanjaarden zijn bang dat vanuit Delfshaven het hele gebied ten noorden onder water wordt gezet. Dat zou de stad Delft kwetsbaar maken.

Een poging om in Dordrecht proviand te verzamelen mislukte, omdat de Dordtenaren de poorten hermetisch gesloten hield. Daarop trok Bossu richting Rotterdam.

Maar ook daar hield de plaatselijke bevolking de poorten dicht, tegen de wil van het katholieke stadsbestuur. Vanwege het Paasfeest was er door de Rotterdammers nogal wat gedronken. Mogelijk dat dit een rol heeft gespeeld.

De Graaf van Bossu was genoodzaakt met zijn mannen buiten de Rotterdamse stadsmuren te slapen, wat een vernedering was voor de belangrijkste Spaanse militair in de Nederlanden. De dag erna werd de eerste aanval op Rotterdam uitgevoerd. Toen die mislukte, waren de troepen een dag later niet meer te houden.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie:



Beeld

Alle frustratie die in de Spaanse troepen was gaan zitten, kwam eruit bij de slooptocht door Rotterdam.

Zo werd door het Spaanse garnizoen ook het beeld van Rotterdammer Desiderius Erasmus verwoest. Het beeld aan de Grote Markt werd besmeurd, kapotgesmeten en daarna in het water gegooid.

Erasmus was een humanist en was een van de inspiratiebronnen voor de protestanten die zich onlangs hebben afgescheiden van de kerk. De Spaanse kapelaan zou een grote afkeer hebben van Erasmus.

Inmiddels hebben de meeste Spaanse troepen Rotterdam weer verlaten, richting Delfshaven, waar de rebellen zich nu zouden bevinden.


Hoe ging het verder?

De Spanjaarden slaagden erin om Delfshaven in te nemen. Ook die plaats werd geplunderd. De toch al niet beste reputatie van de overheerser liep een nieuwe knauw op.

Om die reden kwamen veel steden in Holland met een dilemma te zitten. Zouden ze aan de kant van de Spanjaarden blijven (zoals veel steden toen nog deden) of kozen ze voor de Watergeuzen? Dat waren ook geen lieverdjes, bleek een paar maanden later nog eens een keer, toen een aantal geestelijken uit Gorinchem naar Brielle werd meegenomen en ter dood gebracht.

Maar een paar maanden later, toen in Dordrecht de eerste Vrije Statenvergadering werd gehouden, kozen dertien steden (o.a. Dordrecht, Delft, Leiden, Gouda, Gorinchem en Oudewater) de kant van Willem van Oranje.

Plaats

De inval van de Spanjaarden was bij de Oostpoort, op de plek waar nu het Oostplein zich bevindt. Dat is nu in het hart van de stad, maar dat was toen dus de uiterste grens.

Naar de omgekomen smid Zwartjan is nu nog de Zwart Janstraat vernoemd, een winkelstraat in het Oude Noorden.

Albert Duifhuis, de abt die had onderhandeld over het binnenlaten van de Spanjaarden, neemt de benen na het bloedbad.

De Spanjaarden hebben Rotterdam niet lang in bezit. Lodewijk van Oranje (de broer van Willem) dreigde om de stad in te nemen. Dat dreigement en het feit dat steeds meer steden in Holland kozen voor de opstand, zorgden ervoor dat de Spanjaarden op 25 juni de stad weer verlieten.

Rotterdam koos daarna ook voor de opstand. Doordat een andere haven, Amsterdam, lang Spaansgezind bleef, zorgde dat voor extra handel en economische bloei voor Rotterdam. Zeker toen er in de decennia erna veel rijke Belgen naar het noorden vluchtten, betekende dat een extra economische impuls voor Rotterdam.

In 1621 telt Rotterdam dan ook negentienduizend inwoners, een groot aantal voor die tijd in de Nederlanden. Alleen Amsterdam, Leiden, Haarlem, Utrecht en Middelburg hadden meer inwoners.

Het bovenstaande artikel is geschreven voor de Maand van de Geschiedenis 2018. Het thema van dat jaar is ‘opstand’. In dit geval gaat het om de Rotterdammers die proberen de Spanjaarden buiten de poort te houden. Of er nu sprake is van opstand of dronkemansgedrag… daar mogen de wetenschappers het de komende jaren nog over hebben.

Bronnen:

Universiteit Leiden – Pieter Verkaik/Erika Kuijpers – Dutch Revolt-Rotterdam

Stadsarchief Rotterdam – Spaanse terreur

Wikipedia – Bestorming van Rotterdam (1572)

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen: de dagen ná 1 april 1572

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01-10-2018

Verhaalnummer: 202

BRIELLE – Een rebellengroep heeft vandaag de stad Brielle veroverd. De groep zeerovers, die zichzelf de Watergeuzen noemt, kon de stad vrijwel probleemloos innemen. Overheidstroepen waren maanden geleden uit de stad gehaald. De geuzen hebben de stad opgeëist in naam van rebellenleider Willem van Oranje.

De Watergeuzen vormen een groep bannelingen en avonturies, aangevoerd door edelen die huis en haard hebben verlaten, uit angst voor religieuze vervolging. Willem van Oranje heeft ze toestemming gegeven om het oranje-wit-blauw van de opstandelingen te dragen.

De groep staat onder leiding van bevelhebber Willem II van der Marck Lumey. Hij staat bekend om zijn felle houding tegen katholieken en schuwt daarbij geen geweld.

Beelden: Historisch Museum Den Briel

De geuzen opereren onder meer vanuit Engeland, waar ze gedoogd worden door de Engelse koningin Elizabeth. Tijdens rooftochten vorig jaar plunderden de geuzen Monnickendam en Schellingwoude. Het kwam tot een confrontatie op zee met een vloot van de Hertog van Alva bij Emden. Die zeeslag werd verloren, maar veel schepen wisten te ontkomen naar Dover.

Na gesprekken tussen de Spaanse koning Filips II en Elizabeth van Engeland, kregen de watergeuzen te horen dat ze niet langer welkom waren in Engeland. De tientallen schepen verlieten daarop Dover en gingen richting Noord-Duitsland. Maar door het slechte weer komen de schepen uit in de buurt van Brielle.

Ultimatum

Een veerman in het gebied merkte de Watergeuzen als eerste op. Hij kwam in contact met geuzencommandant Lumey en kreeg de opdracht om naar het stadsbestuur van Brielle te gaan. De veerman moest burgemeester Koekebakker een ultimatum overbrengen, waarin de overgave van de stad werd geëist. Hij kreeg de zegelring van officier Blois van Treslong mee, in de hoop dat dit het stadsbestuur overhaalt.

Het stadsbestuur zat met een zwaar dilemma. Aan de ene kant was de stad nauwelijks te verdedigen. Maar aan de andere kant hadden de Watergeuzen een zeer slecht imago. De geuzen stonden bekend als ‘papenhaters’ en waren niet bang geweld te gebruiken tegen alles wat katholiek was. Maar bij een overgave dreigde de wraak van de Hertog van Alva.

Een paar uur later besloot Lumey de druk op te voeren door met de eerste troepen aan land te gaan. Het zorgde ervoor dat er in de stad paniek ontstond. Het stadsbestuur, rijkere burgers en katholieke geestelijken – die de Beeldenstorm nog vers in het geheugen hadden – verlieten ondertussen de stad door de Zuidpoort.

‘In naam van Oranje…’

Ondertussen hadden de troepen van Lumey zich opgesteld voor de gesloten poort van Brielle aan de noordkant van de stad. Na het gesprek met veerman Coppelstock had Lumey vernomen dat de stad nauwelijks verdedigd werd en dus een makkelijke prooi was.

Volgens ooggetuigen zou de geuzenleider nog een laatste waarschuwing hebben gegeven door ‘In naam van Oranje, doe open die poort’ te roepen. Vervolgens we de Noordpoort geramd.

De plaatselijke soldaten die de stad moesten verdedigen boden geen weerstand. Of er Briellenaars zijn omgekomen is niet duidelijk. Wel is zeker dat de geuzen behoorlijk hebben huisgehouden in de stad.

Brielle was tijdens de Beeldenstorm, zes jaar geleden, gestript van alle katholieke uitingen. In de afgelopen jaren waren alle beelden en altaren vervangen. De geuzen hebben alle vervangen kunstwerken opnieuw  gesloopt. Kapitein Blois van Treslong kon ternauwernood voorkomen dat sommige ‘paapse’ gebouwen in brand werden gestoken.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Eerste grote overwinning

De inname van Brielle is voor de opstandelingen het eerste stuk land dat ze nu in handen hebben.  De gewapende strijd tegen de Hertog van Alva begon vijf jaar geleden onder leiding van voormalig Stadhouder Willem van Oranje met veldslagen bij Wattrelos, Lannoy, Oosterweel en Valenciennes. Sindsdien vonden veldslagen plaats bij Dalheim, Heiligerlee, Jemmingen en Geldenaken. Alleen Heiligerlee was een overwinning voor de opstandelingen.

Willem van Oranje en zijn bondgenoten moesten zich daarna terugtrekken en daarmee leek de opstand neergeslagen. Mogelijk zorgt deze overwinning ervoor dat de opstand nieuw leven wordt ingeblazen.

Reactie

Voor zover bekend heeft Alva laconiek gereageerd op het verlies van Brielle.

Toch is de verwachting dat Stadhouder Hénin-Liétard, de Graaf van Bossu, wel manschappen richting Brielle zal sturen om de stad te heroveren. De Watergeuzen die de afgelopen jaren vooral hun kracht op het water hebben getoond, zullen dan moeten aantonen of ze ook op het land iets waard zijn.


Hoe ging het verder?

De tegenaanval van de Spanjaarden op 5 april levert weinig op. Doordat de stadstimmerman Rochus Meeuwiszoon een sluis weet open te hakken, loopt het omliggende land onder water. De Spanjaarden worden teruggedrongen op een dijk en vluchten te voet weg, omdat hun schepen in brand zijn gestoken door de Watergeuzen.

De laconieke houding van Alva over het verlies van Den Briel zou hem duur komen te staan. Onder leiding van de Watergeuzen werd de comeback van de opstand ingeluid. De geuzen nemen meerdere steden in, zoals Delfshaven, Schiedam, Vlissingen en Dordrecht. Dat zijn stuk-voor-stuk belangrijke plaatsen. In ieder geval belangrijker dan Brielle.

De Spanjaarden die Delfshaven willen schoonvegen richten onderweg in Rotterdam een bloedbad aan. Een van de eerste slachtoffers is de smid Swart Jan, waar de Zwart Janstraat naar vernoemd is. Ook burgemeester Jan Roos wordt gedood.

Lees meer: Bloedbad in Rotterdam bij Spaanse bestorming

De Spanjaarden naderen Rotterdam via de Oostpoort. Prent: Frans Hoogenberg (1640)

Een paar weken later komen de belangrijkste steden van Holland bij elkaar in Dordrecht. Daar vraagt Willem van Oranje om de strijd tegen Alva financieel te steunen. Die steun krijgt hij. De opstandelingen hebben drie maanden na de inname van Brielle voor het eerst wezenlijke vooruitgang geboekt.

Lees meer: Hollandse steden spreken zich uit over steun voor Willem va Oranje

Zicht op Dordrecht. Braun en Hogenberg. (1572)

Bronnen:

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen: Wat gebeurde er ná 1 april

Wikipedia: Inname Den Briel

Absolute facts: Watergeuzen veroveren Den Briel

Mark Tettero: Willem II van der Marck Lumey

Tekst: Dave Datema

Met medewerking van: Roel Slachmuylders, Historisch Museum Brielle

Gepubliceerd op: 01 oktober 2017

Verhaalnummer: 06