Skip navigation

Tag Archives: Brand

ROTTERDAM – In een opslag met chemische stoffen vlakbij de wijk Spangen is vanmorgen brand ontstaan. Doordat er noordoosten wind stond, werd de rook niet richting die wijk geblazen, maar naar de overkant van de rivier.

In Heijplaat, Pernis, Hoogvliet en Spijkenisse was het luchtalarm te horen en mochten mensen urenlang hun huis niet uit. Zeker zeventien mensen zijn overgebracht naar het ziekenhuis met ademhalingsmoeilijkheden.

De brand bij CMI aan de Keilehaven zag er vanmorgen bijzonder dreigend uit. Er kwam een roodbruine rook uit de loodsen van het bedrijf, veroorzaakt door hoge concentraties chloor en zoutzuur.

Het vuur is ontstaan rond kwart voor elf in loods 29 van CMI. Een medewerker had gezien dat een groot blauw vat was omgevallen op wat vaten met calciumhypochloriet. De stof reageerde met de omgeving, waardoor warmte vrijkwam. Daardoor nam de druk in andere vaten ook toe. Binnen enkele minuten volgde de eerste explosie.

Omdat bekend was dat bij CMI chemische stoffen lagen opgeslagen, heeft de brandweer extra mensen naar de Keilehaven gestuurd. Naast zeventig brandweermensen werden ook vier blusboten ingezet.

Schip

Korte tijd later slaat ook de rook over naar een andere loods. Toen kwam er al veel rook vrij. In de directe omgeving van de loods waren mensen aan het werk op een schip in de Lekhaven.

“Ik dacht dat ik mist zag, maar het was geen mist”, liet een van de opvarenden weten aan Radio Rijnmond. “Het was een brand met enorme rookontwikkeling.”

“Dus ik ben meteen naar beneden gerend en ik heb de chefkok gehaald. Die begon, net als ik, enorm te hoesten. Ik heb de werkbouwkundige moeten wakker maken. Ik ben naar de superieur boven gegaan, die had zijn raam nog open staan. Het hele schip was met rook verzengd. Het was buiten al helemaal niet meer mogelijk om normaal te ademen. Het is echt geluk geweest dat we nog veilig het schip konden verlaten.” 

(Van Baarlen,  Radio Rijnmond, 29-02-1996)

Vijf opvarenden van het schip zijn ook voor controle overgebracht naar het ziekenhuis.

Alarminstallatie

Door de noordoostenwind kwam de rook terecht in Heijplaat, Pernis en Hoogvliet. Op Heijplaat werd klonk een klein uur na het uitbreken van de brand het luchtalarm. Korte tijd later volgden Pernis en Spijkenisse. Weer iets later was het alarm ook te horen in Pernis.

“Men ondervindt daar echt hinder van met name zoutzuur”, liet brandweercommandant Timmer weten. “Dus nogmaals het dringende verzoek om ramen en deuren gesloten te houden en binnen te blijven.”

Burgemeester Peper had vervolgens al de leiding van de rampenstaf op zich genomen. Voor het eerst werd Radio Rijnmond ingezet als rampenzender.

Opgevangen

Heijplaat werd urenlang afgesloten van de buitenwereld. Mensen die de wijk in wilden, bijvoorbeeld omdat ze daar wonen, werden opgevangen in De Wielewaal in Charlois. “Er staat een enorme rij bij de telefoon, van mensen die aan het thuisfront willen laten weten dat ze nu hier zijn”, zegt verslaggeefster Anneloek Sollaert van Radio Rijnmond.

De meeste mensen zijn nog redelijk laconiek over de situatie. Ze maken er een gezellige middag van, want ‘je moet toch wat’.

Opslag

Inmiddels is het grootste gevaar achter de rug. Aan de Keilehaven komt alleen nog maar witte rook vrij van de loodsen van CMI. Maar de verwachting is dat het nablussen nog dagen kan gaan duren.

De vraag is inmiddels ontstaan hoe het mogelijk is dat er zo’n grote hoeveelheid chemische stoffen ligt opgeslagen vlakbij een dichtbevolkte buurt. “Ik ben zelf ook even gaan kijken”, zegt SP-kamerlid Remi Poppe. “Ik moet echt zeggen dat Rotterdam aan een ramp ontsnapt is. Als de wind had gestaan op de manier zoals hij normaal is, dan was de rook door Spangen gegaan. Dat was een ramp geweest.”

Volgens Poppe had niemand het idee wat er nu precies lag opgeslagen bij CMI. “Er mogen zowel suikerklontjes als zware chemicaliën worden opgeslagen daar. Maar niemand wist wat er opgeslagen stond, hoeveel en waar. En daar moet een einde aan komen.”

Burgemeester Peper laat weten dat de milieudienst Rijnmond (DCMR) een paar weken eerder nog op bezoek is geweest bij CMI. Het bedrijf kreeg nogal wat opmerkingen over de manier waarop stoffen stonden opgeslagen.

CMI heeft twee weken de tijd gehad om alles op orde te brengen. Na die twee weken vroeg CMI om extra tijd. Die zou het niet krijgen, wat neer zou komen op een sluiting.


Hoe ging het verder?

Uit onderzoek blijkt dat bij de brand ongeveer 90.000 kilo giftige stoffen als chloor, loodchromaat, zoutzuur en stikstofdioxide zijn vrijgekomen bij de brand.

De directeur van CMI wordt schuldig bevonden aan nalatigheid en het veroorzaken van de milieuramp. Hij krijgt een jaar celstraf en een boete van een kwart miljoen gulden.

Maar ook de gemeente Rotterdam krijgt ervan langs, omdat het toezicht op CMI niet op orde was. Meerdere verzekeraars spannen een rechtszaak aan. In 2004, acht jaar na de brand, stelt de rechter de verzekeraars in het gelijk.

Er volgt een hoger beroep in 2011, maar ook dan trekt de gemeente aan het kortste eind. Het bedrijf CMI is dan al 15 jaar failliet.

Bronnen:

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen – Roodbruine rook trekt over de Rijnmond

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 13 februari 2020

Verhaalnummer: 165

SCHIEDAM – In het centrum van Schiedam is afgelopen nacht de eeuwenoude molen De Walvisch volledig uitgebrand. De 33 meter hogen molen aan de Westvest was een van de grootste stellingmolens ter wereld. Vanwege de vonkenregen, die bij de brand vrijkwam, zijn meerdere huizen in de buurt ontruimd.

Van de molen is haast niets meer over. De schade wordt geschat op een bedrag van rond de twee miljoen gulden.

Over de oorzaak van de brand is nog niets bekend, maar er zijn geen aanwijzingen voor brandstichting. Ook zijn er geen braaksporen.

Lichterlaaie

De brand werd ontdekt door omwonenden, rond tien over drie. Toen waren er al grote vlammen zichtbaar uit een van de ramen. Toen de brandweer arriveerde, stond De Walvisch al volledig in lichterlaaie.

“In zo’n molen is het kurkdroog en er zit veel hout in”, liet commandant Van Leeuwen weten aan het RD. “Verder werkt zo’n molen als een trekgat, ondanks dat er luiken in zitten. Uit vrees voor instortingsgevaar konden we de brand alleen van de buitenzijde bestrijden.”

Molenbrand De Walvisch – Youtube

Schade

Volgens de brandweer kan de molen zo goed als verloren worden beschouwd. Het binnenwerk is volledig vernietigd en het stenen gedeelte moet waarschijnlijk ook gesloopt worden. Volgens de brandweer zijn deze door de hitte aangetast.

De brandweer was niet al te hoopvol over de toekomst van de molen. Directeur Gunneweg van de Stichting De Schiedamse Molens ziet het wat minder somber in.

“Het is van zoveel afhankelijk. Hoe hebben  de wieken het gehouden en hoe is het staartstuk. Wat is over van het metselwerk aan de binnenkant van de molen. Dat hebben we nog niet kunnen inspecteren”

(J. Gunneweg, Volkskrant 15-02-1996)

Hoe groot de schade ook moge zijn, burgemeester Scheeres van Schiedam benadrukt dat de molen zeker terug zal keren in Schiedam.

“Dit moet alle Schiedammers diep in hun hart treffen, dat zo’n belangrijk stuk historie in vlammen opgaat.”

(Burgemeester Scheeres, Leidsch Dagblad, 15-02-1996)

Dat Scheeres daar niet alleen in staat bleek wel vandaag. De Stichting Schiedamse Molens werd platgebeld door bedrijven, fondsen en particulieren. “Iedereen biedt hulp aan”, liet Gunneweg aan het RD weten.

De molen is verzekerd tegen brand, maar de verwachting is dat de verzekering niet alle schade zal dekken.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Beveiligingsinstallatie

De brandweer benadrukte dat er misschien wel een kans was geweest om de schade aan de molen te voorkomen. De graanmolen had namelijk geen brandmeldinstallatie.

“Als brandweer heb je bij een brand in een molen alleen een kans als je er in een zeer vroegtijdig stadium bij bent. Nu waren we pas ter plekke toen de boel al in lichterlaaie. Als brandweer sta je dan machteloos”

(brandweercommandant Van Leeuwen, Rotterdams Dagblad – 15-02-1996)

Directeur Gunneweg van de Schiedamse molens geeft toe dat de stichting een grote fout heeft gemaakt om geen brandmelders te plaatsen. Dat plan was er wel, maar is nog niet uitgevoerd.

“Als stichting moeten we altijd woekeren met ons geld. We stonden op het punt om een definitief besluit over de aanleg van een brandmeldinstallatie te nemen. Achteraf geredeneerd had de rangschikking van onze investeringen misschien anders moeten zijn”, liet de directeur weten aan het RD.

De kosten voor een brandmeldinstallatie ligt tussen de 40.000 en 50.000 gulden. Drie andere molens van de stichting zijn onlangs wel voorzien van brandmelders.

Molenstad

Schiedam staat bekend als de molenstad van Nederland. De Walvisch was een van de vijf belangrijke molens in de skyline van de stad. In totaal telde de stad ooit twintig molens.

De meeste molens werkten voor de jeneverstokerijen in de stad. Dat geldt ook voor de Walvisch, waar moet gemalen werd.

Het is niet de eerste keer dat De Walvisch wordt getroffen door een brand. In 1938 was dat ook al het geval. De afgelopen jaren werd de molen opgeknapt en zijn de wieken en de kap vervangen.

Die klus was twee maanden geleden afgerond. Die opknapbeurt heeft meer dan tien jaar in beslag genomen en werd betaald door sponsoren en vrijwilligers.


Hoe ging het verder?

De woorden van burgemeester Scheeres werden de waarheid. De Walvisch zou terugkeren en dat kwam’ie ook.

In 1999 ging de molen weer draaien en drie jaar later kon De Walvisch ook weer malen.

Een paar dagen na de brand werd er al een begin gemaakt met de ontmanteling van de molen. Dat was ook wel nodig ook, want de molen stond op instorten. De bewoners van zestien huizen moesten tijdelijk hun huis uit, vanwege dat instortingsgevaar.

Het ontmantelen was overigens in een paar dagen gebeurd. Vooral het demonteren van de wieken en het staartstuk was een imposante klus.

Vervolgens brak de inzamelingsactie voor de verwoeste molen pas echt los. Zo mochten mensen in eem bakje van de ladderwagen van de brandweer omhoog, om vandaar toe te kijken op de ravage. Dat leverde uiteindelijk al 1500 gulden op.

De eerste actiedag, bijna twee weken na de brand, leverde bijna negentigduizend gulden op, door de VSB-bank afgerond op een ton. Er waren tal van grote en kleine initiatieven. Oud-Schiedammer Hans van Breukhoven (Free Record Shop) heeft ook zijn hulp toegezegd.

Op de molendag in Schiedam, enkele maanden later, werd er weer veel geld opgehaald voor de herbouw.

In de nieuwe molen kwam een brandmeldinstallatie. Die werd toegezegd door een gespecialiseerd bedrijf.

Tegenwoordig is De Walvisch een museummolen, met een winkel. In 2017 werd de molen opnieuw verbouwd.

Bronnen:

De Volkskrant – 15-02-1996 – Historische molen in Schiedam door brand verwoest

Schiedamsche Courant (RD) – 15-02-1996 – Bergers ontmantelen Schiedams trots

Schiedamsche Courant (RD) – 15-02-1996 – ‘Brandmelders hadden De Walvisch kunnen redden’

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 17-08-1996

Verhaalnummer: 121

DEN HAAG – Bij een brand in het hoofdbureau van de politie in Den Haag zijn vier mensen om het leven gekomen. Het gaat om twee arrestanten en twee brandweermannen.

De brand werd iets voor 6 uur ’s avonds ontdekt in een cel op de derde verdieping. In cel 5 zat een 17-jarige jongen uit Den Haag vast op verdenking van inbraak. Hij heeft bekend dat hij het vuur heeft aangestoken.  

Twee bewakers reageerden op het geschreeuw van de zeventien gevangenen die vastzaten in het arrestantencomplex. Een poging om het vuur zelf te blussen mislukte door de grote rookontwikkeling. Ook hadden ze hun handen vol aan het weghalen van de 17-jarige jongen uit zijn cel, die inmiddels buiten bewustzijn was geraakt.

Vijftien mensen bevrijd

De Haagse brandweer was binnen een minuut aanwezig in het arrestantencomplex met blus- en persluchtapparatuur. Vijftien andere gevangenen konden worden bevrijd.

“Ze zaten daar echt als ratten in de val”

(brandweer Den Haag, Algemeen Dagblad, 28-12-1987)

Twee brandweerlieden kwamen om het leven bij de reddingspoging. Het gaat een 38-jarige hoofdbrandwacht en een 28-jarige brandwacht. Zij hadden persluchtapparatuur bij zich die maximaal twintig minuten zuurstof in zich had. De apparatuur geeft tijdens de laatste minuten een signaal.

“Het kan zijn dat de brandweerlieden het signaal hebben gehoord, maar toch eerst de schreeuwende mensen in de cellen hebben willen helpen”, zegt een woordvoerder van de Haagse brandweer tegen het AD. Mogelijk zijn de twee mannen in het met rook gevulde verblijf ook nog eens de weg kwijt geraakt.

Ook twee arrestanten hebben de brand niet overleefd. Het gaat om mannen van 21 uit Den Haag en een man van 24 uit Joegoslavië. Beiden zaten vast op verdnking van inbraak en diefstal.

Aangeslagen

De dood van de twee brandweermannen is keihard aangekomen bij het Haagse brandweerkorps. De twee mannen behoorden tot de eerste brandweermensen die het pand binnengingen. Die ploeg heeft ervoor gezorgd dat het vuur zich niet verder verspreidde.

“Ze zijn tot het uiterste gegaan bij hun poging de mensen te redden. Toen hun zuurstof opraakte zijn ze op weg naar de uitgang in de dichte rook misleid een verkeerde gang ingeslagen. Die liep dood in het dagverblijf.”

(brandweerwoordvoerder Lek in Trouw, 28-12-1987)

De twee brandweermannen waren beide getrouwd en hadden kinderen. De uitvaart van de twee is komende woensdag.

Oorzaak

De brand is ontstaan doordat de 17-jarige jongen uit Den Haag het vuur heeft aangestoken met wat lucifers. Hij zegt dat hij heeft gehandeld in een vlaag van depressie.

De Haagse hoofdcommissaris J. Brand zegt in de Volkskrant dat de grote rookontwikkeling die met de brand gepaard ging, is veroorzaakt doordat in de cellen kunststof materiaal is verwerkt.

Bij de bouw van het complex is besloten om kunststof in de cellen te verwerken om het een ‘humaner’ uiterlijk te geven, in plaats van de betonnen muren die er anders te zien zouden zijn.

Het is volgens Trouw niet de eerste keer dat er brand is uitgebroken in het complex. Vorig jaar was het twee keer raak, toen matrassen in brand werden gestoken. Die branden bleven zonder gevolgen.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Vrijgelaten

Na overleg met justitie is besloten om de ongedeerde arrestanten vrij te laten. Twee arrestanten zullen blijven zitten. De 17-jarige Haagse arrestant, die vast zat in de cel waar de brand is begonnen, is een van hen.

Volgens een woordvoerder van de politie voldeed het cellencomplex aan alle brandweereisen. Ook mogen de arrestanten geen vuur in hun cel hebben. Hoe de arrestant dan het vuur heeft aangekregen is compleet onduidelijk. “De mensen worden voor opsluiting grondig gefouilleerd”, liet politiewoordvoerder Anita van Gils weten aan De Telegraaf.

In de Telegraaf vertellen twee arrestanten die wel op tijd bevrijd zijn, dat het met die veilige situatie wel meeviel. “Er is nauwelijks controle”, zeggen Ben (29) en Richard (22) in de Telegraaf. “Iedereen had lucifers in zijn cel. In de week dat wij in het Haagse hoofdbureau zaten, hebben we wel een prakje sigaretten kunnen oproken. Aanstekers en lucifers kun je gemakkelijk door bezoekers naar binnen laten smokkelen.”

De twee werden een week eerder opgepakt voor inbraak, samen met een van de mannen die de brand niet heeft overleefd.

“Het was afgrijselijk. Terwijl de rook steeds dichter werd, konden wij niets doen achter een hermetisch gesloten, centimeter dikke kluisdeur”

Richard (22), een van de gevangenen in De Telegraaf, 28-12-1987

De ander zegt dat hij op de grond was gaan liggen met een natte handdoek op zijn mond. “Het werd pikdonker in mijn cel. Ik bid nooit, maar op dat moment heb ik God om hulp gevraagd. Ik zag mijn vrouw en twee kinderen voor me. Dit is het einde, daar ga je, Ben, dacht ik”


Hoe ging het verder?

Dertig jaar na de brand in het Haagse cellencomplex maakt de brandweer Haaglanden een documentaire over de brand. Zwarte Kerst heeft de docu, met nabestaanden en brandweerlieden die vertellen over de vreselijke brand.

De uitvaart van de twee brandweermannen is een kleine week later. De publieke belangstelling, vooral vanuit de brandweerwereld, is groot.

Aanvankelijk toont de 17-jarige L.B. uit Den Haag nog berouw voor actie. In De Telegraaf zegt zijn advocate Gosschalk nog dat hij het had over een onbezonnen daad. Ook kon hij niet geleoven dat het allemaal was gebeurd.

Maar nog geen week later weet de jongen te ontsnappen uit de ‘Rijksinrichting voor Jongeren’ aan de Kralingse Plaslaan in Rotterdam. Hij was over een vier meter hoge muur gesprongen tijdens het luchten. “Onder de verbaasde blikken van bewaarders nam hij plotseling een aanloop en sprong als een kat tegen een vier meter hoge muur. Hij wist zich vast te grijpen aan de uit ijzeren pennen bestaande beveiliging boven op de muur” (AD, 18-01-1988)

Voordat de bewaker alarm konden slaan, was de 17-jarige al vertrokken. Een zoekactie leverde niets op.

De politie pakt de jongen een week later weer op. Meerdere panden in Den Haag werden in de gaten gehouden. Agenten zagen hem daar op 21 januari naar binnen gaan en hielden hem aan.

Volgens psychiaters is de jongen verminderd toerekeningsvatbaar. Hij was ‘gebrekkig opgevoed’, wordt gezegd tijdens de zitting, in mei 1988.

De advocaat van de jongen pleit voor vrijspraak van ‘brandstichting met de dood tot gevolg’. Zij wees op fouten van de politie en de brandweer op die dag. Als die fouten niet gemaakt zouden zijn, was er ook niemand overleden. Justitie eiste een behandeling van de jongen tot zijn 21e jaar.

De meervoudige kinderrechter rekent de dood van de brandweerlieden niet aan de Haagse jongen aan, maar gaat wel mee in de eis van een behandeling. In hoger beroep blijft de straf ook staan.

In het onderzoek van de rijksrecherche naar de brand kregen vooral de betrokken agenten er flink van langs. De 17-jarige was niet gefouilleerd en bleek uiteindelijk een aansteker bij zich te hebben. De agenten worden op hun gedrag aangesproken, maar ze worden niet vervolgd.

Bronnen:

Algemeen Dagblad – 28-12-1987 – Paniek onder arrestanten bij brand

De Telegraaf – 28-12-1987 – ‘Vuur was heel normaal in onze cellen’

De Volkskrant – 28-12-1987 – Vier mensen omgekomen bij brand in Haags politiebureau

Trouw – 28-12-1987 – Veel vragen na brand in politiebureau

De Telegraaf – 08-01-1988 – Brandstichter Haagse cellen toont berouw

Algemeen Dagblad – 18-01-1988 – Brandstichter ontsnapt uit cel

Algemeen Dagblad – 22-01-1988 – Jongen die brand stichtte in politiecel weer gepakt

Algemeen Dagblad – 04-05-1988 – Politie krijgt zwartepiet

NRC Handelsblad – 20-05-1988 – Rechtbank verwijt brandstichter dood arrestanten

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 24-12-2021

Verhaalnummer:

OTTOLAND – In het dorpje Ottoland in de Alblasserwaard zijn vanavond zeker dertien panden uitgebrand. Door de harde wind en de droogte van de afgelopen weken kon het vuur zich in een half uur verspreiden over een groot deel van het dorp. Veel van de uitgebrande woningen hadden een rieten dak.

Het vuur is ontstaan rond half negen in een klein schuurtje, vlakbij een boerderij. Volgens de bewoner van de boerderij stonden in het schuurtje onder meer een gasfles en een jerrycan met benzine opgeslagen.

“Toen die gasfles ontplofte, vlogen alle brandende stukken op het dak. Toen was er geen redden meer aan.”

(bewoner)

Door de harde wind werden vonken, afkomstig van de brand, al snel naar andere boerderijen en woningen geblazen.

“Alle rieten daken gingen er in één keer aan. Het ging zo snel, het was niet bij te houden. We stonden allemaal machteloos.”

(bewoner F. de Kock, NOS-journaal 01-03-1986)

Burgemeester Abbring van Graafstroom, waar Ottoland onder valt, was toevallig bij een bijeenkomst even verderop in het dorp. Tijdens die bijeenkomst werden een paar leden van de vrijwillige brandweer opgeroepen om te komen blussen. “Burgemeester, blijft u maar zitten, want het is maar een schuurtje”, kreeg de burgemeester te horen.

Maar binnen een half uur stond een aanzienlijk deel van het dorp in lichterlaaie.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Moeizaam

Het blussen van de brand was geen gemakkelijke klus. Door de kou van de afgelopen dagen waren alle sloten in de buurt dichtgevroren. Brandweermannen moesten met een ketting een gat in de sloten maken, om aan voldoende bluswater te komen.

Het bluswater zorgde ervoor dat de wegen in het dorp spiegelglad werden. Er moest strooizout (met de hand) van een wagen over de straten worden verspreid om verdere ongelukken te voorkomen.

Vee van omliggende boerderijen werden naar de polder gebracht. Mensen werden opgevangen in het Groene Kruisgebouw.

Enkele dieren zijn omgekomen in de vlammen. Een schaap dat lag te lammeren in een stal is door een paar mensen opgetild en naar het land gebracht.

Ravage

Bij de brand gingen meerdere boerderijen, wat woningen en een winkel in vlammen op. De ravage is enorm. De 32 mensen die woonachtig waren in de huizen hebben vaak alleen nog maar de kleren die ze aan hebben en de spullen die ze in een paar minuten uit huis hebben weten te redden.

“Ik heb nog snel mijn portemonnee gepakt en nog wat boeken van school en toen moest ik echt naar buiten, anders zou ik zelf ook stikken in de rook. Ik ben net jarig geweest en dan krijg je geld. Als dat verbrand is het ook niet leuk. Maar meer heb ik niet kunnen redden, anders stikte je zelf. Verder heb ik niks meer.”

(Arjan, NOS-journaal, 01 maart 1986)

Ottoland telt negenhonderd inwoners. De gebouwen liggen, zoals wel vaker in de polder, in een lange rij achter elkaar, aan de weg, zogeheten lintbebouwing.


Hoe ging het verder?

De dag na de grote brand staat de Molentocht gepland in de Alblasserwaard. Ottoland krijgt te maken met onvervalst ‘ramptoerisme’. De politie zet een deel van het dorp af.

De Ottolanders zetten wel een grote melkbus neer, om geld op te halen voor de gedupeerden. Aan het einde van de dag zit er 1500 gulden in.

In de weken na de brand blijkt dat saamhorigheid zeker nog bestaat. In korte tijd wordt 300.000 gulden opgehaald voor de slachtoffers. Ook worden gordijnen, dekens, kleding en meubels gedoneerd. Er komt zelfs zoveel binnen, dat een deel moet worden geweigerd.

Een paar weken later is al het puin weggehaald en wordt begonnen met de herbouw. Een jaar later staan alle panden er weer.

Er vallen geen menselijke slachtoffers. Wel komen er drie koeien om.

De exacte oorzaak van de brand is nooit achterhaald. Er werd nog gesuggereerd dat de brand zou zijn ontstaan bij het ‘omvallen van een kachel bij het schoonmaken van een brommer’, maar dat wordt door de betrokkene ontkent.

Bronnen:

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen – De brand die Ottoland voorgoed veranderde

Historische Vereniging Binnenwaard – Brand in Ottoland

RTV Rijnmond – 28 februari 2016 – Oorzaak vlammenzee Ottoland blijft mysterie

Dick Aanen – Dertig jaar geleden veranderde Ottoland in één grote vuurzee

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 27-02-2020

Verhaalnummer: 235

DORDRECHT – Een felle uitslaande brand heeft vannacht zeker zeven panden verwoest in het centrum van de Dordrecht. Met een uiterste inspanning kon voorkomen worden dat het vuur niet verder is overgeslagen naar andere panden aan de smalle Voorstraat.

De brand is ontstaan bij meubelzaak Buytink, die volledig in vlammen is opgegaan. De lokale brandweer spreekt, vanwege de omvang, nu al over de ‘brand van de eeuw’.  

De rook van de brand was in een groot deel van de regio te zien. Vanuit Zwijndrecht waren zelfs de vlammen waarneembaar.

Bij de brand raakten ook woonhuizen, een schoolgebouw, een bioscoop en meerdere winkels brand- en waterschade op. Vier winkelpanden zijn tot de grond toe afgebrand. Daarvan resteert alleen nog een rokende puinhoop. Het nablussen gaat nog uren duren.

Spuitgasten bestrijden vanuit de Voorstraat een brand in meubelzaak Buytink bij de hoek van de Visstraat; gezien naar de Vriesestraat. Foto: Rini Boon, Regionaal Archief Drechtsteden

Lichterlaaie

De brand ontstond rond zeven uur in de vier aan elkaar liggende panden van meubelhandel Buytink. Het personeel had net een half uur eerder verlaten. Een medewerker die langs het pand liep ontdekte de brand.

Toen de brandweer arriveerde stonden meerdere panden in lichterlaaie. Het vuur was overgeslagen naar twee schoenwinkels en een handel in orgels aan de Voorstraat. De brand woedde ook op de eerste en tweede verdieping.

Het vuur was zo hevig, dat het dreigde over te slaan naar de panden aan de andere kant van de smalle Voorstraat. De brandweer kon dat net voorkomen. Wel zijn meerdere ruiten van panden aan de overkant van de brand gesprongen.

Assistentie

De Dordtse brandweer kreeg assistentie van de korpsen uit Papendrecht, Zwijndrecht, Alblasserdam, Ridderkerk en Rotterdam. Ook de vrijwillige brandweer, die aan het oefenen was, werd naar de brand geroepen. “We konden er ze meteen op afsturen”, liet de Dordtse brandweercommandant Kamphuis weten aan Het Vrije Volk. 

“Toch was het wel allemaal op het nippertje”, zegt dezelfde Kamphuis in De Telegraaf. “Dit was de gevaarlijkste brand uit mijn loopbaan. Dat komt mede door het toestromende publiek. Gelukkig heeft de politie de mensen voldoende op afstand weten te houden.”

Hoe groot de hitte was van de brand, bleek wel uit het feit dat zwaailichten van een hoogwerker van de brandweer gesmolten waren.

Rond negen uur werd het sein ‘brand meester’ gegeven. Bij de brand raakte één brandweerman gewond toen een zuigslang op zijn arm viel.

De brandweer bestrijdt de brand in het meubelwarenhuis Buytink aan de Visstraat. Foto: Rini Boon, Regionaal Archief Drechtsteden.

Publiek

Mede door de grote rookwolk die boven de stad hing trokken vele honderden mensen naar de plek van de brand. Op de Visbrug en de Voorstraat waren tientallen agenten nodig om de mensen op afstand te houden.

Agenten moest zelfs een beroep doen op een oefenend muziekkorps van de politie om de menigte achter de hekken te houden.

Schade

De schade wordt geschat op zeker zeven miljoen gulden. Alleen al de inventaris van de meubelzaak is vijf miljoen gulden waard, liet de eigenaar weten.

Medewerkers van Schoenhandelaar van Boxel hebben nog geprobeerd om wat spullen uit de winkel te redden, maar dat is nauwelijks gelukt. “We hadden net de hele nieuwe voorjaars – en zomercollectie in huis. Onze zaak was afgeladen”, zegt de gedupeerde eigenaar Van Boxel tegen de Telegraaf. “Ik vrees dat we een enorme veer moeten laten.” Het is niet duidelijk of de verzekering alle schade gaat vergoeden.

Oorzaak

Volgens de politie hadden de uitgebrande panden geen sprinklerinstallaties of rookmelders. Of de oorzaak van de brand ooit kan worden ontdekt is niet duidelijk. De kans is groot dat alle sporen die op de oorzaak kunnen wijzen zijn vernietigd in de vuurzee.

Voorlopig wordt brandstichting nog niet uitgesloten door de brandweer, maar ook kortsluiting is een mogelijkheid.


Hoe ging het verder?

De schade van de Buytinkbrand lag rand de tien miljoen gulden. Meerdere huizen en bedrijven gingen in vlammen op.

Op de plek waar Buytink zat kwamen meerdere winkels terug. Ook werd er een parkeergarage gebouwd. De Waalsekerk en de bioscoop konden uiteindelijk gered worden. In de kerk kwam later nog een filliaal van Ter Meulen.

De schade aan woninginrichting Buytink in de Visstraat, aangericht door een brand op 29 maart 1982, in de volksmond ‘de brand bij Buyink’ genoemd. Foto: Gemeente Dordrecht, Regionaal Archief Drechtsteden

Het grootste slachtoffer van de brand was uiteindelijk de eigenaar van de meubelwinkel Buytink, Boy Burger. In 2007 blikte hij in een documentaire van RTV Dordrecht over de Buytinkbrand terug.

Vanaf zijn woonadres op Sri Lanka vertelde hij dat hij ‘daags na de brand bij de recherche was’. “Het enige wat ik te horen kreeg is dat het waarschijnlijk een gaslek geweest is”, aldus Burger. “Dat zou op een of andere manier ontploft zijn. Maar zekerheid kon de recherche hier niet in geven.”

De schade aan woninginrichting Buytink in de Voorstraat, aangericht door een brand op 29 maart 1982, in de volksmond ‘de brand bij Buyink’ genoemd. De toren is van de Waalse kerk op de hoek van de Visstraat. Foto: Gemeente Dordrecht, Regionaal Archief Drechtsteden

De politie bevestigt het verhaal van Burger over de onduidelijkheid van de oorzaak. “Het hoofd van de toenmalige technische recherche heeft zelfs nog in een hoogwerker boven de ravage gehangen”, blikt Wim Erkelens, die nog altijd bij de Politie-eenheid Rotterdam werkt, in de documentaire terug. “Maar de verwoesting was zo groot dat nooit achterhaald kon worden wat de oorzaak was.”

Van de verzekering heeft Burger ‘geen lastige vragen gehad’. “Maar ik kan u zeggen: het was geen ‘in de brand, uit de brand’. Het was een traumatische ervaring, omdat je een deel van je levenswerk in één avond verloren ziet gaan.”

Buytink-brand 1982 – RTV Dordrecht (2007)

Bronnen:

NRC Handelsbad – 30-03-1982 – Brand treft centrum van Dordrecht

Trouw – 30-03-1982 – Miljoenen schade bij brand in Dordrecht

Het Vrije Volk – 30-03-1982 – Brandweer redt centrum Dordt

Telegraaf – 30-03-1982 – Vuurzee trok door winkelcentrum van Dordrecht

Nederlands Dagblad – 31-03-1982 – Tien miljoen schade bij grote brand in centrum Dordrecht

Het Vrije Volk – 31-03-1982 – Brandweermateriaal in vuurzee gesmolten

Telegraaf – 31-03-1982 – Bewondering voor optreden brandweer

Foto’s: Streekarchief Drechtsteden, Rini Boon

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 27-09-2019

Verhaalnummer: 104

ROTTERDAM – Bij een woningbrand in de Rotterdamse wijk Bloemhof zijn afgelopen nacht elf mensen om het leven gekomen. Onder de slachtoffers zijn acht kinderen. Het is de brand met de meeste slachtoffers in Rotterdam, sinds de Tweede Wereldoorlog.

De woning, op de tweede en derde verdieping in de Oleanderstraat brandde in korte tijd volledig uit.

De slachtoffers maken allen deel uit van één familie, met Surinaamse achtergrond. Het jongste slachtoffer was vier jaar oud. Vijf mensen werden uit het pand gered. Ook zij zijn familie van de slachtoffers.

Redder

Het vuur ontstond rond twee uur ’s nachts op de begane grond of de eerste verdieping. Een overbuurman zag dat er brand was ontstaan en rende naar buiten.

“Ik lag op bed te lezen, omdat ik maar niet in slaap kon komen. Plotseling zag ik een vuurgloed en hoorde ik geknetter. Ik ben toen onmiddellijk naar buiten gegaan.”

(overbuurman Dirk Boom, Telegraaf, 03-01-1980)

Boom gooide wat ruiten in op de eerste verdieping om zo de bewoners te wekken. Later trapte hij ook een deur in. Vier mensen in dat appartement konden tijdig het pand verlaten. Een zestienjarig nichtje van de familie wist op eigen kracht het pand aan de vuurzee te ontsnappen.

Een tweede poging om de slapende bewoners te wekken mislukte, omdat de dakpannen op de bovenste verdieping door ijsvorming spiegelglad waren. “Door de ijzel op de dakpannen en de hoog oplaaiende vlammen moesten we onze pogingen helaas opgevangen”, zei Boom in De Telegraaf.

De brandweer was enkele minuten na de melding ter plaatse. Toen was er al sprake van een uitslaande brand. De slachtoffers konden toen het pand al niet meer verlaten.

Volgens de brandweer is het vuur aan de achtergevel van het gebouw ontstaan. In een mum van tijd had het vuur zich verspreid naar de tweede en de derde verdieping. Volgens de brandweer verspreidde het vuur zich zo snel dat de mensen op de twee bovenste verdiepingen niet te redden waren.

“Hoe triest het ook klinkt. Ik geloof niet dat de mensen op de tweede etage en de zolder nog door ons of anderen te redden waren geweest. Het vuur greep namelijk zeer snel om zich heen, door de houten vloeren en trappen in het pand”

(brandweercommandant Klouwens, Telegraaf, 03-01-1980)

Volgens de commandant is de brand aan de Oleanderstraat ‘de ergste die Rotterdam in de afgelopen jaren heeft gehad’.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Eenling

Op de begane grond viel het laatste slachtoffer, een 53-jarige man. Bij hem is vaker brand uitgebroken, zeggen buurtbewoners. Eerder was er al gerommeld met een kacheltje door de bewoner. Die kachel werd gestookt met houtblokken. Meerdere ruiten van zijn woning waren al vernield en de deur was gebarricadeerd.

Buurtbewoners hadden al meerdere keren gevraagd om iets te doen aan de eenling. Er is nooit actie ondernomen tegen de man.

“Die man op de begane grond was getikt. Die hadden ze al veel eerder weg moeten halen”,

(omwonenden, Het Vrije Volk, 03-01-1980)

“Andere buurtbewoners en ik hebben de politie en de gemeente Rotterdam al vele malen gealarmeerd over de situatie in de benedenverdieping, waar het enige Nederlandse slachtoffer woonde”

(omwonende, Telegraaf, 03-01-1980)

De buurt is het erover eens dat als er na de vorige brand was opgetreden, de elf doden voorkomen hadden kunnen worden.

Woede

Uren later was er vooral verdriet en verslagenheid in de straat om het drama dat zich had afgespeeld. Daarnaast heerst er ook woede.

“En niet alleen over de volstrekte machteloosheid om mensen uit het als een fakkel brandende oude pand te redden. Maar in de danig verkrotte staat, waarvan de huizen al meer dan vijftig jaar oud zijn en voor het merendeel – zoals in grote steden steeds meer voorkomt – worden bevolkt door buitenlandse gastarbeiders met hun gezinnen en ex-rijksgenoten met hun voltallige families – wordt de beschuldigende vinger gericht op de politie en de gemeente Rotterdam”

(Telegraaf, 03-01-1980)

Volgens omwonenden zitten ze bij een brand als deze ‘als ratten in een val’, door de staat van de woning. En mocht er weer brand uitbreken in deze woningen, waar veel mensen op elkaar gepakt zitten, dan is de kans groot dat er weer een groot aantal slachtoffers te betreuren zal zijn, zeggen ze.


Hoe ging het verder?

Op vrijdag 11 maart worden op de Zuiderbegraafplaats onder grote belangstelling van de Surinaamse gemeenschap de tien slachtoffers begraven. Honderden familieleden en vrienden zijn daarbij aanwezig.

De brand was inderdaad ontstaan op de begane grond. Enkele dagen later wordt Jan T. opgepakt. De werkloze meubelmaker bekent dat hij in een dronken bui ‘uit ballorigheid’ een brandende sigaret in de woning op de begane grond door een van de kapotte ramen had gegooid.

T. gaf toen dat hij een matras, die voor het kapotte raam zat, opzij had geduwd om vervolgens een peuk naar binnen te gooien. Volgens de brandweer was op die plek ook het vuur ontstaan. Getuigen hadden gezien dat T. iets bij het huis had gedaan en hadden dat ook verklaard aan de politie. Op basis van een signalement werd de 57-jarige man opgepakt.

Jan T. was weggelopen nadat hij de peuk naar binnen had gegooid. Later kwam hij terug om naar de brand te kijken.

De vraag die daarna ontstond is of één brandende sigaret zo’n grote brand kon veroorzaken. Nee, zei de verdachte, maar deskundigen dachten daar anders over.

De man wordt veroordeeld tot een straf van vijf jaar cel voor het veroorzaken van de brand met de dood van elf mensen tot gevolg. In hoger beroep wordt Jan T. vrijgesproken. Volgens het gerechtshof was het niet bewezen dat Jan T. met opzet brand heeft gesticht.

Verbetering

De brand in de Oleanderstraat was wel een wake-up call voor sommige instellingen. De brandweer begon, naar aanleiding van deze brand, een voorlichtingscampagne over brandpreventie in oude wijken. De eerste informatieavond was in de wijk Bloemhof, waar ook het huis aan de Oleanderstraat stond.

De geëiste verbetering van de woningen kwam er ook. Een deel van de woningen werd vernieuwd. Oleanderstraat 14, de plek van de brand, keerde niet terug.

Bronnen:

De Volkskrant – 03-01-1980 – Elf mensen komen om bij brand

De Telegraaf – 03-01-1980 – ‘In deze krotten zit je als een rat in de val’

Het Vrije Volk – 03-01-1980 – Verslagenheid én woede na ergste brand sinds jaren

Het Vrije Volk – 05-01-1980 – Peukje door open raam, rampbrand gesticht uit balorigheid

De Telegraaf – 07-01-1980 – Getuige bekent brandstichting

Het Vrije Volk – 02-04-1980 – Jan T. : ‘Ik had geen kwartje om de brandweer te bellen’

Het Vrije Volk – 01-08-1980 – Vijf jaar voor fatale brand Oleanderstraat

Het Vrije Volk – 23-10-1980 – Brandstichter Oleanderstraat op vrije voeten

Auteur: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01-01-2020

Verhaalnummer: 146

ROZENBURG – Op het terrein van Gulf Oil is een explosie geweest bij opslagtanks. Daarna brak er een felle brand uit in de omgeving van de raffinaderij. De oorzaak van de explosie is nog niet bekend. Er raakte niemand gewond.

De brand ontstond iets na middernacht. Personeel ontdekte dat er een leiding naar van de twee asfalttanks die achter op het terrein stonden, was ontploft. De klappen waren tot in Hoek van Holland te horen. De brand die daarna ontstond was in de verre omgeving te zien als een oranje gloed in de lucht.

In een eerste verklaring laat Gulf Oil weten dat op het terrein twee opslagtanks gevuld met asfalt door hitte-ontwikkeling zijn geëxplodeerd. Daarna sloeg de brand over naar een voorraadtank met stookolie.

Enkele uren later waren de twee asfalttanks tot de grond toe afgebrand. De olietank met stookolie stond toen nog in lichterlaaie.

De brandweer kreeg assistentie van de bedrijfsbrandweer van omliggende bedrijven. Het heeft in totaal vier uur geduurd voordat het vuur werd geblust. Daarbij was de belangrijkste taak om te voorkomen dat het vuur zich nog verder zou verspreiden.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Schade

Volgens het bedrijf loopt de schade door de brand in de miljoenen. Dat komt vooral door de schoonmaakkosten van de omgeving. Een deel van de stookolie is in het omliggende gebied terechtgekomen.

De raffinaderij draait ondanks de brand gewoon door, iets dat volgens Gulf Oil te danken is aan het ‘doortastende optreden van de brandweer’.

Twee jaar geleden kwam de raffinaderij bij Rozenburg ook al in het nieuws na een brand in een ventiliatiekolom. Sindsdien zijn er geen grote branden meer geweest.


Hoe ging het verder?

Een kleine week na de brand meldt de politie dat sabotage zo goed als zeker de brand bij Gulf Oil heeft veroorzaakt. Bij het onderzoek zijn ijzersplinters gevonden, die wijzen op een ontplofte bom.

Vlak bij de plek waar de brand is ontstaan is ook het hek doorgeknipt. Die twee feiten bij elkaar opgeteld wijzen duidelijk op sabotage of brandstichting, zegt justitie in Het Vrije Volk van 20 maart 1971.

Maar daarmee liep het onderzoek wel helemaal vast. Na een maand is de recherche nog geen steek verder. Het enige aanknopingspunt dat de recherche heeft is een stuk karton met de tekst ‘GLO Operation’. Bij de aanslag zijn drie kleefbommen gebruikt.

Op 19 april 1971 wordt in Israël een 26-jarige vrouw opgepakt. Het gaat om een in Duitsland geboren Palestijnse die deel zou uitmaken van het Palestijns Bevrijdingsfront. Ze wordt direct in verband gebracht met de brand bij Gulf Oil. De vrouw zou ook een aandeel hebben gehad in een vliegtuigkaping.

De vrouw zou, zo laat de Israëlisch politie weten, uit ‘romantische motieven’ hebben gehandeld. Ze zou geholpen zijn door vier handlangers.

Al vrij snel wordt duidelijk dat Gulf Oil niet het specifieke doelwit was.

“Het ging niet om Gulf. Het doel was de internationale belangstelling op het Palestijns verzet te richten.”

(officier van justitie Van der Hoeven, NRC Handelsblad, 20-04-1971)

Een ander doelwit dat genoemd wordt is een opslagterrein van een Israëlisch bedrijf. Door slechte voorbereiding kwamen de bommen op de verkeerde plek terecht.

Tijdens de verhoren noemt de vrouw meerdere namen van handlangers. Daaruit maakt de politie op, die voor de verhoren naar Israël zijn gereisd, dat de vrouw een ondergeschikte rol heeft gespeeld bij de aanslag.

De vrouw wist niet wat het doel was van de daden. Ze was de chauffeur van de saboteurs. Nadat de bommen waren geplaatst heeft zij ze weer teruggereden. Eerder zou ze ook betrokken zijn geweest bij een sabotage-actie bij de Mobil-raffinaderij.

De Nederlandse politie laat weten dat de vrouw niet uit politieke overweging heeft meegewerkt aan de aanslag. Ze zou verliefd zijn geweest op Mohammed Boudia, de leider van de Franse tak van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina.

Boudia zou meerdere vrouwen hebben versierd en daarna hebben overgehaald om te helpen bij het plegen van aanslagen.

De vrouw staat in juli 1971 voor de rechter in Israël. Ze wordt veroordeeld tot veertien jaar cel, maar komt al na drie jaar vrij vanwege ‘voorbeeldig gedrag’. Twee jaar later wordt ze opnieuw opgepakt in Frankrijk, voor het beramen van een bomaanslag.

Boudia wordt in 1973 door de Mossad geliquideerd.

De raffinaderij van Gulf Oil werd in 1982 overgenomen door Kuwait Petroleum (Q8). In 2015 nam de Zwitserse maatschappij Gunvor de raffinaderij over.

Bronnen:

De Waarheid – 15-03-1971 – Bewoners Waterweg opgeschrikt

NRC Handelsblad – 15-03-1971 – Vijf brandweerkorpsen ingezet bij raffinaderijbrand

Het Vrije Volk – 20-03-1971 – Brand bij Gulf veroorzaakt door sabotage

Het Vrije Volk – 07-04-1971 – Ontploffing veroorzaakt door drie kleef bommen Onderzoek naar Gulf-sabotage volkomen vast

NRC Handelsblad – 19-04-1971 – Sabotagegroep bekent in Israël aanslag Gulf Europoort van maart

Het Vrije Volk – 29-04-1971 – Alle verdachten Gulf-aanslag zijn nu bekend

RTV Rijnmond – Vergeten Verhalen – Terroristenliefje pleegt verkeerde aanslag

SCHEVENINGEN – Een brand heeft gisteravond en vannacht voor zeker een miljoen gulden aan schade aangericht op de pier van Scheveningen. Meerdere winkeltjes, halverwege de pier, gingen in vlammen op.

De Telegraaf citeert uit een voorlopig politierapport dat het vuur waarschijnlijk is ontstaan in een friteszaak. De patatbakker was rond half elf even weggeroepen en een windvlaag heeft daarna een deel van het vet uit de pan doen slaan.

Even heeft de man nog geprobeerd om het vuur te blussen met een schuimblusser, maar de situatie was niet meer te redden. Toen de brandweer even later arriveerde stond de patatkraam in lichterlaaie en was het vuur al overgeslagen naar andere winkels.

Brand op pier van Scheveningen. Foto: Jac de Nijs, Nationaal Archief/Anefo.

Bluswater

Voor het bestrijden van de brand had de Haagse brandweer ook alle moeite om (zoet) bluswater bij de brand te krijgen. De grootste bluswagens konden niet dichtbij de pier komen, omdat de ingang niet breed genoeg was.

Bluswater moest meer dan 300 meter verderop gehaald worden aan de Zwolsestraat. De brandweer moest honderden meters aan brandslangen uitrollen om het vuur te bestrijden.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Mensen

Toen de brand uitbrak was een Duits gezin met twee kinderen nog aanwezig op één van de vier piereilanden. Zij zaten in een restaurant en konden – net als het personeel – niet terug naar de boulevard.

Pas na twee uur kon de brandweer de bezoekers bereiken en hen bevrijden uit hun situatie.

Brand op pier van Scheveningen. Foto: Jac de Nijs, Nationaal Archief/Anefo.

Schade

De schade van de brand ligt rond de miljoen gulden, schat eigenaar EMS. Maar dat is nog niet met duidelijkheid te zeggen. Ook is nog niet bekend hoe ernstig de schade is aan de betonconstructie van de pier.

Afgelopen nacht werd al een begin gemaakt met de opruimwerkzaamheden. De directie van EMS verwacht dat vandaag in de loop van de dag de pier alweer open kan. De restaurants en eettentjes blijven voorlopig wel gesloten omdat er geen stroom, gas en water is.

Niet voor het eerst

Tijdens de oorlog was er ook al een keer een grote brand op de pier van Scheveningen. In 1943 bleef er toen alleen een hoop verwrongen staal over na een brand.

In een deel van de pier was hooi opgeslagen voor de paarden van de Duitse militairen. In het hooi ontstond broei. De brandweer kon toen niets anders dan werkloos toekijken, omdat de verbinding naar de pier was weggehaald. De Duitsers waren namelijk bang dat de pier bij een eventuele Britse invasie zou worden gebruikt.


Hoe ging het verder?

Het was dus niet de eerste brand op de Pier van Scheveningen en ook zeker niet de laatste. In 1994 werd brand gesticht door twee jongens. Toen lag de schade rond de vier ton.

Ook in 2011 ontstond er een grote brand boven het schateiland. De amusementshal raakte daarbij zwaar beschadigd. Kort daarop liet eigenaar Van der Valk weten dat ze de pier wilden verkopen, omdat de onderhoudskosten de pan uitrezen.

De pier werd in 2013 grotendeels failliet verklaard. Een poging om de pier te veilen mislukte. In 2014 werd de pier alsnog verkocht aan een vastgoedmaatschappij en een investeringsmaatschappij.

Bronnen:

Het Vrije Volk – 24-04-1968 – Miljoenenschade bij Pier-brand

De Telegraaf – 24-04-1968 – Scheveningse pier vandaag weer open

Wikipedia – Scheveningse pier

Tekst: Dave Datema

Gepubliceerd op: 23-04-2018

Verhaalnummer: 112