Skip navigation

Tag Archives: Sliedrecht

Bij verhalen over hekserij denk je aan de Middeleeuwen. Maar in 1926 wordt een vrouw in het dorpje Baanhoek, tussen Papendrecht en Sliedrecht, beschuldigd door de buren van hekserij.

En dat gaat nogal ver. Er wordt een duiveluitbanner erbij gehaald, de nietsvermoedende buurvrouw krijgt een drankje toegediend en kan nog net bevrijd worden, voordat er erger plaatsvindt. De kranten in die tijd stonden vol met dit verhaal.

Maar waar komt dat idee van hekserij vandaan? En waar was het op gebaseerd?

Dagvantoen schreef er eerder een verhaal over en ging voor de podcast op zoek naar meer antwoorden. Historisch Antropoloog Willem de Blécourt geeft antwoorden op een paar van de prangende vragen.

Met dank aan José, Aries en Ronald voor hun bijdrage aan de totstandkoming van deze podcast.

SLIEDRECHT – In Sliedrecht wordt vandaag het eerste IKEA-woonwarenhuis van Nederland geopend. Nederland is het 23ste land met een vestiging van de Zweedse woonwinkel met de geel-blauwe kleuren.

De nieuwe winkel in Sliedrecht heeft een oppervlakte van 14.600 vierkante meter, de grootte van bijna drie voetbalvelden. Er wordt meubilair, behang en verlichting verkocht. De winkel heeft een opvallend zelfbedieningssysteem, waarbij de klanten  in een magazijn onderdelen kunnen verzamelen kunnen worden. Voor de kinderen is er zelfs een ballenbak.

De meubels moeten zelf wel in elkaar gezet worden. Daardoor ligt de koopprijs voor de meubels lager.

IKEA verwacht elke week tussen de 12.000 en 15.000 bezoekers.

Moeizaam

De komst van IKEA in het baggerdorp ging verre van gemakkelijk. Al in 1973 deed de Zweedse meubelmaker een poging om in Sliedrecht een winkel te openen.

De Sliedrechtse gemeenteraad was huiverig voor de komst van de Zweedse meubelgigant. De plaatselijke middenstanders waren bang dat ze omzet zouden mislopen. IKEA nodigde de raadsleden uit om eens te komen praten met middenstanders in Zweden. De directie wilde de mensen uit Sliedrecht laten zien dat een IKEA-filiaal juist meer publiek naar een plaats trok.

De raad van Sliedrecht vond dat door een bezoek aan Zweden een objectief oordeel niet meer mogelijk was. De uitnodiging werd afgewezen.

Omweg

Maar IKEA gaf niet op. Twee jaar later lag er weer een voorstel op tafel, dit keer voor de aankoop van 40.000 vierkante meter grond. De SGP blokkeerde het plan dit keer, voor een uitpuilende publieke tribune, gevuld met middenstanders uit Sliedrecht. Een grote meubelzaak verstoort de zondagsrust, was de uitleg.

Via een omweg lukte het de derde keer wel. De meubelmaker kwam in contact met de Sliedrechtse zakenman Henk Hartog. Hij is de eigenaar van meerdere meubelwinkels in Amsterdam, Rotterdam en Arnhem. Hij weet dus hoe het is om een grote meubelwinkel in stedelijk gebied te runnen.

Hartog heeft afgelopen tijd steeds stukken grond opgekocht op het industrieterrein De Nijverwaard. Begin vorig jaar ging de gemeenteraad van Sliedrecht akkoord met de verkoop van 12.450 vierkante meter aan de beleggingsmaatschappij van Hartog. Wat er met de grond ging gebeuren, dat mocht de koper bepalen, stond in het contract.

Toen Hartog vervolgens een paar maanden later wereldkundig maakte dat er een grote hal gebouwd zou gaan worden, waar een meubelzaak in zou komen, zorgde dat voor een storm van protest.

“Wat schetst onze verbazing toen enkele heren zich aandienden met de mededeling een IKEA-bedrijf te willen stichten. En wel in een nog te bouwen uitbreiding op een onlangs gekochte kavel grond door een Ikea-vestiging aan de Leeghwaterstraat in Sliedrecht”

(J. Zoutendijk, gemeente Sliedrecht, Reformatorisch Dagblad, 12 oktober 1977)

De gemeente Sliedrecht stapte daarop naar de rechter. Maar volgens de rechter had de gemeente ‘beperkende bepalingen’ op moeten nemen in het verkoopcontract met Hartog. Dat IKEA de gemeente om de tuin geleid heeft, maakte niets uit, zei de rechter.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Veel interesse

Een paar weken geleden maakte IKEA bekend dat de winkel vandaag zou open gaan. Ook werd aangekondigd dat er nog ruimte is voor zo’n honderd arbeidsplaatsen in een zogeheten wisselweeksysteem. Parttimers zouden dan afwisselend een week wel en een week niet werken.

Het animo voor deze parttimebanen is enorm. Bijna duizend sollicitanten, voornamelijk vrouwen, hebben gereageerd op de advertenties. Daarmee is de stemming onder de werkzoekenden heel wat positiever over IKEA dan onder andere groepen in Sliedrecht.

Spektakel

De bedrijfsleiding van de nieuwe Ikea-vestiging wil de opening in ieder geval niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Voor vandaag is onder meer een optreden gepland van Ria Bremer, van de Stuif-es-in-Show.

Sinterklaas is er met veel pieten en hij ontmoet later in de middag ook zijn Scandinavische collega-kindervriend, de Kerstman. En voor de mensen die nog Sinterklaasgedichten moeten schrijver is een sneldichter geregeld.

* Advertentie Ikea, het Vrije Volk, 28-11-1978.

Hoe ging het verhaal verder?

Ikea zette Sliedrecht verder op de kaart. Naast de baggerindustrie was Sliedrecht voortaan onlosmakelijk verbonden met de Zweedse meubelgigant.

Elk jaar kwamen er zeker een miljoen bezoekers naar de Ikea-vestiging, die de grote gangmaker van de Sliedrechtse meubelboulevard werd. De belangrijkste attractie voor menig kind: de ballenbak.

Na 20 jaar kocht IKEA het pand van Henk Hartog. Toen was de Sliedrechtse IKEA al lang niet meer de enige in Nederland. In 1982 werd in Amsterdam (dus niet in Eindhoven of Nijkerk) een IKEA geopend, maar dat was een wat kleinere vestiging. Daarna volgden Duiven, Amsterdam-Zuidoost, Delft en (alsnog) Eindhoven.

Omdat er in Barendrecht (2001) en Breda (2003) grote vestigingen bij kwamen, werd het belang van het ‘kleine’ Sliedrecht een stuk minder. De huidige IKEA in Barendrecht is drie keer zo groot als de vestiging in Sliedrecht.

Op 13 maart 2006 wordt de sluiting van de Sliedrechtse IKEA bekendgemaakt, tot enorme teleurstelling van het personeel én de plaatselijke bevolking, die de IKEA volledig in de armen heeft gesloten. Op 1 juli 2006 gaat de eerste IKEA van Nederland dicht.

Anno 2017 zijn er plannen om IKEA te verleiden weer een kleine vestiging in Sliedrecht te openen. Of dit plan kans van slagen heeft is nog niet te zeggen.

Bronnen:

“Woon warenhuis uit Zweden nu ook in Nederland”. “NRC Handelsblad“. Rotterdam, 11-11-1978.

“Woonwarenhuis nu ook in Nederland”. “Limburgsch dagblad“. Heerlen, 15-11-1978. 

“Stormloop op deeltijdbanen”. “Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad“. Rotterdam, 22-11-1978.

“Geen grond verkopen aan meubelconcern IKEA”. Gereformeerd Dagblad. 1 oktober 1975

“Rechter heeft het laatste woord bij IKEA-vestiging in Sliedrecht”. Gereformeerd Dagblad. 12 oktober 1977

“Eerste IKEA van Nederland gaat dicht. Gereformeerd Dagblad. 13 maart 2006

IKEA Sliedrecht 1978 – 2006, Remco van de Ven, Over… Sliedrecht, Historische Vereniging Sliedrecht

Tekst: Dave Datema

Gepubliceerd op: 01 oktober 2017

Verhaalnummer: 37

Dank gaat uit naar de Historische Vereniging Sliedrecht

SLIEDRECHT – Met meer dan 2000 leden van de Waffen-SS, Duitse militairen en leden van Ordnungspolizei kammen sinds de vroege ochtend de dorpen Sliedrecht, Giessendam, Hardinxveld en Werkendam uit op zoek naar jonge mannen. Ook in natuurgebied De Biesbosch wordt gezocht. Honderden jonge mannen zijn opgepakt.

De actie is een vergelding voor een liquidatie bijna een week geleden in de Biesbosch. Een knokploeg van het verzet schoot toen twee landwachters dood. En dat was weer een vergelding voor een moord op een bakkersknecht, gepleegd door de zoon van een van de landwachters.

De militairen arriveren al voor zonsopgang in Hardinxveld en Sliedrecht. De Hardinxveldse melkhandelaar Hoogendoorn vertelt dat ze zich onder meer verzamelden onder het viaduct van de rijksweg Rotterdam-Gorinchem. Vervolgens zetten de soldaten posten uit, met steeds niet meer dan enkele tientallen meter afstand ertussen.

Uiteindelijk wordt zo de hele oever van de Merwede tussen Sliedrecht en Boven-Hardinxveld afgezet. Datzelfde gebeurt bij Werkendam en Sleeuwijk aan de overkant van de rivier. Vervolgens gaan de soldaten van huis tot huis. Rond half acht staan ze voor de achterdeur van de familie Hoogendoorn. Hun 19-jarige zoon Jan wil net gaan ontbijten en is nog in de voorkamer. Een officier van de Waffen-SS vraagt om wat te drinken en krijgt Santé, een soort nep-thee.

Jan: “Ik kwam de woonkeuken binnen en keek recht in het gezicht van die Duitser met de doodskoppen op zijn uniform. Ik heb niets gezegd, maar heb mijn bord gepakt en ik ben weer naar de voorkamer teruggegaan, waarbij ik de tussendeur sloot. Mijn tante kwam even later ook naar de voorkamer en zij zei dat ik hem niet zo kwaad moest aankijken, je weet nooit wat hij dan doet.”

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Voor Jan loopt het goed af, juist met dank aan die Duitse officier. Korte tijd later stopt een overvalwagen voor het huis. Enkele gewapende soldaten maken aanstalten om het huis te doorzoeken, maar de Waffen-SS-er vertelt hen dat alles in orde is. Jan: “Kort daarna vertrok ook de officier. Hij bedankte mijn moeder voor de thee en zei tot slot: ‘Das ist kein Krieg, Knaben fangen.’”

Honderden anderen hebben minder geluk. De soldaten verzamelen hen op drie plekken: bij de Grote Kerk van Sliedrecht, op het plein van de School met de Bijbel aan de Rivierdijk in Hardinxveld en bij smid Jaap de Kreek aan de Bandijk in de Biesbosch. Daar staan ze uren te wachten tot ze aan het eind van de middag in overvalwagens op transport gaan naar Kamp Amersfoort. De paniek in de dorpen is groot.

Het zijn niet de eerste gijzelaars die de Duitsers deze maand oppakken in Hardinxveld en Sliedrecht. Er zijn dan al zo’n 20 mannen gearresteerd. Geen jongeren, maar bekende inwoners van de dorpen, zoals directeur Caljé van scheepswerf ‘De Holland’, schoolhoofd Köhler, slager Bouman, veehandelaar Donk, rijwielhandelaar Rikkers en belastinginner Bergakker. Voor zover bekend worden zij vastgehouden in het politiebureau aan het Haagsche Veer in Rotterdam.

Helsluis

Aanleiding voor de grootscheepse razzia’s is de moord op enkele gewapende NSB-ers of landwachters uit Sliedrecht die jagen op onderduikers. Dat gebeurde voor de griend naast de ingang van de Helsluis in de Biesbosch, zes dagen geleden. Negen landwachters, onder wie meester Okkerse en Jo Westdijk waren door een knokploeg van het verzet in een hinderlaag gelokt met valse informatie over onderduikers die die nacht naar het al bevrijde Brabant zouden worden overgevaren. Er volgden schoten over en weer. Okkerse en Westdijk kwamen om, vier landwachters raakten gewond, van wie er een ernstig aan toe was.

De zes leden van de knokploeg wisten te ontkomen, hoewel twee van hen gewond waren geraakt. Ze hadden zich verzekerd van de hulp van de sluiswachter en een boer in de omgeving, akkerbouwer Kadijk. Drie verzetsmensen schuilden bij Kadijk, onder wie een van de gewonden, de andere drie vluchtten naar Dordrecht.

Zoon Rent Kadijk, 13 jaar oud, vertelt: “Het nieuws van de aanslag ging als een lopend vuurtje. Je merkte dat iedereen gespannen en alert was. Op school meende ik ook enige nervositeit bij onze onderwijzer te bemerken. Het is volkomen onduidelijk wie precies verantwoordelijk was voor de aanslag en dus ook niet wie de dodelijke schoten hebben gelost. En dus zou er wel een ‘passend antwoord’ volgen.”

Dat antwoord kwam er inderdaad, zoals wij nu weten. Dat de Duitse reactie niet mals zou zijn, werd al duidelijk tijdens de begrafenis van de twee landwachters afgelopen zaterdag. Inspecteur-generaal van de Nederlandsche Landwacht Cornelis van Geelkerken zei toen: ‘Wij zullen geen burgeroorlog ontketenen, maar daar waar wij weten met terroristen en saboteurs te doen te hebben zullen wij hard zijn als staal. Niemand van die kant behoeft op enige clementie onzerzijds te rekenen. De teerling is geworpen.”

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Joop Westdijk

De liquidatie in de Biesbosch is weer een directe reactie op de dood van een bakkersknecht in Giessendam, ruim een maand geleden. De 57-jarige Wouter Smit had op de avond van 14 april jl. een ledenvergadering van het Groene Kruis bijgewoond en wilde net voor het ingaan van de spertijd thuis zijn. Hij en nog twee bezoekers van de avond passeerden vlakbij het treinstation Jo Westdijk en zijn 16-jarige zoon Joop, die net als zijn vader bij de landwacht zit.

Joop, die zich volgens veel inwoners tegenover zijn vader wilde bewijzen, vroeg de mannen naar hun persoonsbewijs. Smit reageerde niet snel genoeg, waarop Joop de trekker van zijn jachtgeweer overhaalde. De bakkersknecht kreeg een schot hagel in zijn rug. Hij bracht nog uit: “Ik heb het niet gehoord”, waarna hij zwaar gewond in elkaar zakte. Zijn metgezellen droegen hem naar het koffiehuis van W.A. van den Heuvel en legden hem daar op het biljart. Nog voor de dokter arriveerde, overleed Smit.

Vijf dagen later volgde de uitvaart op de begraafplaats aan de Achterdijk in Hardinxveld, onder leiding van twee dominees, ds. Johannes van der Poel uit Giessendam en ds. Pieter Jan Dorsman uit Schelluinen. Het hele dorp was verbijsterd en liep ervoor uit als blijk van meeleven én protest tegen de actie van de landwachter.

Rent Kadijk vertelt dat het verzet al snel erna is begonnen met het plannen van een wraakactie. Ze wilden Westdijk een lesje leren. Het verzet was sowieso kwaad op de landwachters die met een speciale boot in de Biesbosch op mensen joegen die zich in het gebied verborgen. Ook heerst er in Sliedrecht veel verontwaardiging over de familie Westdijk die zich het grote dijkhuis van de gedeporteerde joodse textielhandelaar en gemeenteraadslid S.H. den Hartog had toegeëigend.

En zo kwam het tot het plan voor de liquidatie door middel van een valse tip over onderduikers. Bijna was de actie mislukt, vertelt Rent Kadijk. “Toen de boot van de landwachters er om 01.00 uur nog niet was, besloten de mannen in de kano’s te vertrekken, teleurgesteld dat het verwachte treffen uitbleef. En toen kwam het er alsnog van.”

Het gevolg is dus nu dat honderden mannen in de leeftijd van 18 tot 25 jaar zijn opgepakt en afgevoerd. Talloze families verkeren in angst en ontzetting. Wat gaat er met hun mannen, zoons en broers gebeuren? De woorden van Van Geelkerken stellen weinig gerust.


Hoe het verder ging

De eenentwintig mensen die als eerste werden opgepakt na de liquidatie van de landwachters werden op 13 juni van het politiebureau in Rotterdam vervoerd naar Kamp Vught. Kort na Dolle Dinsdag zijn ze overgeplaatst naar Kamp Amersfoort en daar binnen enkele dagen vrijgelaten. Zij werden aanvankelijk Merwedegijzelaars genoemd. Maar na de arrestatie van de honderden jonge mannen, veranderde dat en kreeg die grote groep de naam. Hoeveel mannen er precies zijn opgepakt is niet helemaal duidelijk. Sommige bronnen spreken van 900 mannen, anderen houden het op zo’n 600.

De jonge mannen die op 16 mei 1944 waren opgepakt en naar Kamp Amersfoort werden gebracht hadden in het kamp als gijzelaars een relatief bevoorrechte positie. Ze mochten hun kleren houden, werden niet kaalgeschoren. Maar strafexercities bleven hen niet bespaard. Bas van der Starre vertelt:

“Op commando moest er in een cirkel worden gerend en wel zo dat de rijen mooi gelijk bleven vanuit het gezichtspunt van de Duitsers in het midden. Dat betekende dat de binnenste mannen gewoon in looppas liepen, terwijl de buitenste extra snel moesten lopen. Dat was voor de buitenste personen slechts kort vol te houden zodat deze personen na enige tijd van vermoeidheid op de grond neer vielen. Uitvallers werden door gereedstaande knuppelaars omhoog geknuppeld en met water overgoten.”

Bas van der Starre

Een andere Merwedegijzelaar, Marius den Breejen, zegt:

“Kampbeul Joseph Kotälla, één van de beruchte drie van Breda, was voetballer in het Poolse elftal geweest. Hij trapte je ondersteboven. Dan stond je in rijen en dan kwam Kotälla langs en die trapte iedereen tegen z’n ballen aan.”

Marius den Breejen

De gijzelaars werden in tochtige keten aan het werk gezet. Ze moesten van stro matten vlechten. Vanaf een zeker moment was er drie maal per dag appel. Het eten was matig. De Breejen: “Eén snee brood ’s morgens en ’s middags een keer een schep ‘prak’ of soep. Maar ja, je vrat alles op.”

Tussen 16 mei en 6 juli 1944 werd in totaal meer dan de helft van de Merwedegijzelaars vrijgelaten. Dat gebeurde vaak op verzoek van hun werkgever. Het ging om werknemers van bedrijven die voor de Duitsers belangrijk waren, zoals scheepswerven en metaalbedrijven.

Op 7 juli werden de resterende Merwedegijzelaars op transport gesteld naar werkkampen in Duitsland. De omstandigheden in de kampen waren hard. Vijfentwintig van de jonge mannen die op 14 mei werden opgepakt, overleefden het niet. Een zesentwintigste overleed kort na de oorlog.

In 1985 werd een plaquette geplaatst bij de plekken waar vandaan de Merwedegijzelaars zijn afgevoerd naar Kamp Amersfoort, namelijk de Grote Kerk in Sliedrecht en de School met de Bijbel in Hardinxveld.

In 2018 zijn de Merwedegijzelaars herdacht in Kamp Amersfoort. Ook verscheen een kinderboek, getiteld ‘Helsluis. Een verhaal over de Merwederazzia’ van schrijfster Judith Brinkman uit Gorinchem.

Op 4 mei 2019 zond de NOS een documentaire uit over het verhaal van de Merwedegijzelaars. Daarin zegt Marius den Breejen: “Mijn familie vroeg na mijn thuiskomst niet: hoe heb je het gehad. Nou was ik de enigste niet hoor. Ze waren zo vertrouwd het met idee dat je de pijp uit ging.”

Reden voor Anja van der Starre, dochter van Bas van der Starre, om verhalen te verzamelen en alle slachtoffers van de razzia wél erkenning te geven. Haar conclusie: “Dat het veel erger was dan ik ooit heb kunnen vermoeden, hoe ernstig ze vernederd zijn, mishandeld, tewerk gesteld onder erbarmelijke omstandigheden, zonder eten. Maar vooral de manier waarop ze na de oorlog behandeld zijn, miskend, niet meer naar omgekeken. Veel mensen waren invalide of hadden geestelijke problemen. Dat valt nu allemaal wel op zijn plaats. Dat is heel pijnlijk.”

In mei 2019 besloot de Sliedrechtse gemeenteraad unaniem dat er een gedenkteken moet komen voor de mannen die in 1944 zijn weggevoerd. Dat gedenkteken moet er nog voor mei 2020 zijn.

Bronnen:

J.A. Batenburg, Sliedrecht in oorlogstijd 1940-1945 (1994)

www.merwedegijzelaars.nl

Documentaire over de Merwedegijzelaars



SLIEDRECHT – Bij een treinongeluk tussen twee personentreinen bij Station Sliedrecht zijn meerdere passagiers om het leven gekomen. Een trein botste op een andere trein, die stilstond bij het perron. De aanstormende locomotief verpulverde meerdere houten treinstellen en kwam op z’n kant naast het spoor te liggen.

Het ongeluk gebeurde rond half zeven vanavond. Een stoptrein richting Dordrecht stond te wachten bij een van de perrons. Een tweede trein, afkomstig uit Leerdam, kwam door nog onbekende oorzaak op het spoor met de stoptrein terecht en boorde met hoge snelheid zich in de achterste wagons.

Ravage

De ravage was enorm. De stoomlocomotief reed nog ongeveer honderd meter door, voordat het ontspoorde. De houten wagons werden in elkaar gedrukt, alsof ze van papier waren. De meeste slachtoffers zaten in de stoptrein.

Een van de treinstellen vloog daarna in brand. De oranje gloed van het vuur was in heel Sliedrecht te zien.

Twee leden van de EHBO zagen het ongeluk gebeuren en waarschuwden de brandweer en het Rode Kruis. De gewonden zijn eerst opgevangen in de wachtruimte van het station. De mensen die meer zorg nodig hadden, zijn overgebracht naar het Groene Kruis Ziekenhuis. Omdat ze daar de stroom aan gewonden niet aankunnen is er later op de avond een noodhospitaal geopend in een gymnastiekzaal aan de Kerkbuurt.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Zoeken in het donker

De reddingswerkzaamheden worden bemoeilijkt door de verduisteringsvoorschriften. Nu het oorlog is, is het niet toegestaan om lichten te gebruiken. Ondanks de bijzondere omstandigheden, stonden de Duitsers het niet toe dat er alsnog lichten ontstoken werden.

Het brandende treinstel werd niet geblust, omdat het vuur voor het enige licht zorgde, dat reddings- en bergingswerkzaamheden mogelijk maakte. De verwachting is dat als die werkzaamheden zijn afgerond, de brandweer alsnog het vuur gaat blussen.

Over het aantal slachtoffers is nog niets bekend. Er wordt alleen gesproken over ‘meerdere mensenlevens’.


Hoe ging het verder?

Bij de ramp kwamen achttien mensen om het leven. Daarnaast raakten 61 mensen gewond.

Het ongeluk is veroorzaakt doordat een van de wissels verkeerd stond afgesteld. Er wordt gesproken over ‘gebrekkige communicatie’. Een van de seinen gaf aan dat het spoor ‘veilig’ was, maar dat was niet het geval.

Op maandag 27 november 2017 wordt bij het station Sliedrecht een gedenkteken onthuld voor de slachtoffers van de treinramp, 75 jaar eerder.

Opvallend

In vrijwel alle kranten van 28 november werd de treinramp bij Sliedrecht gemeld. Maar meer dan drie alinea’s waren het niet. Op zich vreemd, voor een ongeluk waarbij 18 doden vielen. Ook de volgende dagen was er niets meer terug te vinden over het ongeluk. Wat de precieze reden daarvoor is, is niet duidelijk, maar mogelijk speelt de oorlog een rol.

Treinongelukken in Nederland

De treinramp in Sliedrecht vinden we terug in het vervelende lijstje met de ongelukken met de meeste dodelijke slachtoffers. Bovenaan staat de treinramp bij Harmelen, in de provincie Utrecht. Daar botsten op 8 januari 1962 twee treinen op elkaar. Gekeken naar het aantal slachtoffers dat viel in Sliedrecht, staat deze treinramp op de vierde plek.

  1. Harmelen (8-1-1962) – 93 doden
  2. Weesp (13-9-1918) – 41 doden
  3. Schiedam (4-5-1976) – 24 doden
  4. Sliedrecht (27-11-1942) – 18 doden
  5. Ranum (16-10-1940) – 13 doden

Bronnen:

Wikipedia – Treinramp bij Sliedrecht

Sliedrecht24 – Terug naar toen: het grote treinongeluk bij Sliedrecht

Historische Vereniging Sliedrecht – De Geschiedenis van Sliedrecht (26) – De Oorlogsjaren

Dordrechtsche Courant (28-11-1942) – Ernstig spoorwegongeluk

Met dank aan de Historische Vereniging Sliedrecht voor het beschikbaar stellen van het beeldmateriaal

Tekst: Dave Datema

Gepubliceerd op: 27 november 2017

Verhaalnummer: 101

SLIEDRECHT – Wie denkt dat heksengeloof vooral iets is van de middeleeuwen, heeft het mis. Justitie is een onderzoek begonnen naar de familie V. uit het Sliedrechtse buurtschap Baanhoek die een buurvrouw van hekserij beschuldigt en haar heeft gedreigd te wurgen. Aanstichter is een Gorcumse duivelbanner. Of zijn het bakerpraatjes?

Mevrouw K. kwam vorige week nietsvermoedend binnen bij haar buren en trof de hele familie V. aan tafel. Iedereen keek haar strak aan. “Ze hadden al dikwijls raar gedaan”, zegt ze terugkijkend. “En altijd hadden ze het over toverij gehad. Maar zo vreemd als die ochtend heb ik ze nog nooit gezien.” En om maar wat te zeggen, vroeg ze langs haar neus weg: “Is er iemand jarig?”

Opa V. wees daarop met een priemende vinger naar K. en zei dat ze een heks was en dat zij zijn kleindochter Gezina dik had gemaakt. “We weten dat jij met je geest in huis komt. Dat meisje heb je in je macht. En de bomen in het land staan te verdorren. Dat meisje, dat zo zwaar wordt, heb jij zo gemaakt. En nou eisen wij dat je er een eind aan maakt!”

Mevrouw K. hapt nog naar adem als ze het verteld. Natuurlijk had ze ook wel gezien dat Gezina de laatste tijd flink dikker was geworden. Maar nog voor ze op de beschuldiging kon reageren, dwong de familie V. haar om een raar drankje te drinken en daarna Gezina te zegenen.

Wurgen

“Ik raakte helemaal overstuur en wilde naar huis, omdat het de tijd was dat mijn zoon zou komen eten.” Maar K. mocht niet weg voor ze Gezina had gezegend. K. weigerde. Daarna bood de gegoede familie haar eerst het enorme bedrag van honderd gulden en toen ze zei dat ze geen geld wilde, dreigde ze haar te wurgen.

Gelukkig voor K. kwam haar zoon thuis en toen hij erachter kwam dat ze door de buren werd vastgehouden trapte hij tegen de deur en ontzette zijn moeder. Eenmaal thuis voelde ze zich raar door het drankje en had ze blauwe lippen. Na vier dagen stapte ze naar de politie.

Wonderdokter

Navraag leert dat het gezin V. medisch was gaan shoppen nadat de huisarts geen verklaring had voor de plotselinge zwaarlijvigheid van Gezina. Het meisje was moe, lag veel op bed en was, ‘zwak van hoofd.’ Een achterbuurvrouw, een baker, raadde aan om wonderdokter Lambertus (Ber) Lelie uit Gorinchem te raadplegen.

* Lambertus Lelie, 1866

Lelie is een zadelmaker annex wonderdokter die mensen in de wijde omtrek zou hebben genezen, van de Hoeksche Waard tot aan de Betuwe en van het noordelijkste deel van Brabant tot aan het zuiden van Utrecht. En dus waren moeder en dochter naar de Haarstraat gegaan, waar Lelie een werkplaats heeft.

Moeder hoefde niet veel uit te leggen. Lelie wist meteen dat Gezina was behekst door een toverkol. Hij vroeg of de bomen in de buurt verdord waren. Dat bleek zo te zijn. “Dan moet u de tovernaarster zoeken in uw naaste omgeving!”, bezwoer Lelie.

“Ga naar huis en de vrouw die het eerst naar de welstand van je dochter vraag, heeft in haar binnenste de kwade geest waarmee het ongelukkige kind behekst is!”

(Ber Lelie)

Tot slot gaf de zadelmaker moeder en dochter nog een wonderdrankje mee dat ze de toverkol moesten laten opdrinken waarna zij de dochter zou moeten zegenen “zodat de betovering ophoudt en ze weer gezond en vrolijk wordt.”

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie



Sleutelproef

Helaas voor mevrouw K. was zij de eerste die daarna bij de familie V. informeerde hoe het met Gezina ging. Daarop overlegden moeder en dochter met de achterbuurvrouw M. en opa V., de vader van mevrouw V. Ze zochten een extra bevestiging en pakten de familiebijbel, deden er een lange sleutel in, waarop een van hen een vinger door het oog van de sleutel stak en de naam van de verdachte uitsprak. Prompt bewoog de Bijbel.

* Foto: Sleutelproef

Voor de familie was het bewijs nu geleverd. Enkele dagen later lokte mevrouw V. de buurvrouw met een smoes naar binnen: “Ach, vrouw K. , kom eens gauw even kijken!”, waarop de nieuwsgierig geworden K. in de val liep. Ze mag haar zoon dankbaar zijn dat er bij de daaropvolgende exorcismepoging in Baanhoek geen gewonden zijn gevallen.

Het is nog niet duidelijk wanneer de politie het onderzoek naar het voorval heeft afgerond. K. overweegt om de uitkomst ervan niet af te wachten en te vertrekken. Ook de familie V. heeft zich in Baanhoek onmogelijk gemaakt en maakt zich op voor een verhuizing.


Hoe het verder is gegaan

De uitkomst van het politieonderzoek naar de familie V. is onbekend (de kranten die het voorval in Baanhoek hebben geschreven, zwijgen over de strafrechtelijke afloop).

Op 11 juli 1926 blijken zowel het gezin als de buurvrouw naar elders te zijn vertrokken.

Gezina was niet behekst, maar gewoon zwanger, zo ontdekte verhalenverzamelaar Henk Kooijman.

Het verhaal is het laatst bekende verhaal in Nederland waarin een sleutelproef is gebruikt om een heks te ontmaskeren.

Ber Lelie

Ber Lelie (1866) kwam uit een familie van zadelmakers en waarzeggers uit Wallonië (de familie heette oorspronkelijk Lille). Door hun beroep van zadelmaker kwamen de Lelies veel bij de boeren thuis. Hun klantenkring als duivelbanner bevond zich dan ook vooral op het platteland van de Krimpener- en de Alblasserwaard en het Land van Heusden en Altena. Ber is de laatste telg van het geslacht Lelie die zich met waarzeggerij en duivelbannerij heeft bezig gehouden.

Lelie vroeg maar liefst 10 gulden per consult. Inbegrepen was een ‘wonderdrank’ die smaakte naar bessensap. Volgens sommigen bestond de drank ook wel uit gedroogde kersenstelen met brandewijn.

Aanstichter was een bejaarde baker, mevrouw M. Zij had een kleindochter die ook behekst zou zijn geweest en was toen, in haar zoektocht naar hulp, uitgekomen bij Ber Lelie. Die adviseerde haar: “Neem een kip met zwarte veren en duw die levend in een pot kokend water.”

Vermoedelijk moest M. toen ook alle gaten in huis afdichten, van de schoorsteen tot de sleutelgaten. Deze zogeheten henproef was bedoeld om de heks te identficeren. Het heksengeloof veronderstelde dat de heks een ‘dubbel’ hadden, een soort onzichtbaar tweede lichaam dat ’s nachts door sleutelgaten kon kruipen.

Zwarte kippen zouden verbonden zijn met de heks. Door de kip te grazen te nemen zou de heks worden gelokt. En omdat ze niet onzichtbaar via de gaten en kieren in huis kon langskomen, zou ze wel hoogstpersoonlijk moeten verschijnen.

Bronnen:

Telegraaf – 06-07-1926, 07-07-1926, 08-07-1926, 11-07-1926

Henk Kooijman, Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant (Amsterdam 1988) nr. 333

Willem de Blécourt, Witchcraft and Magic in Europe. The twentieth century (Londen 1999), p. 162-165

Auteur: Aries P.B. van Meeteren

Gepubliceerd: 21-01-2019

Verhaalnummer:  82